zondag 22 december 2019

Van de boerderette 55. Natal 2019: Stik of Barst?

Kerstmis 2019. Het regende al weken in Portugal, toen we de depressie Elza en haar malafide zusje Fabien over ons hoofd kregen: Vier dagen met angstaanjagend harde storm en stortregens, zesendertig uur zonder stroom. De temperatuur is veel te hoog voor december en in Nederland nog extremer. Neem daarbij de zwaar teleurstellende uitkomst van de klimaatconferentie in Madrid en je hebt reden genoeg om naar de dokter te rennen voor een doos Prozac. Maar in plaats van te treuren over de ontbossing van de Amazone, of te tieren op Bolsonaro, Trump, Putin of Xi (en doe Scot Morrison daar nu ook maar bij), zouden we de hand ook eens in eigen jakje kunnen steken en kijken wat we zelf kunnen doen. Volgens mij moet je de slogan van Greta Thunberg: `Niemand is te klein om verschil te maken´ niet al te letterlijk nemen: Grote mensen mogen ook meedoen. Plant eens een boom! Ken je  Confusius? Die knul wist het 2500 jaar geleden al te vertellen: De beste tijd om een boom te planten is 10 jaar geleden. De op een na beste nu.´ Als je geen plaats in je tuintje hebt, doe je het maar in Groningen, of hier in Portugal. Kun je meteen met je schuldgevoel over het weekendretourtje Amsterdam-Porto afrekenen.


Af en toe komt hij weer boven, die adolescent die zich grote zorgen maakte over de voorspellingen in het MIT rapport `Grenzen aan de Groei´ (1972) van de Club van Rome en die de door Kontakt Milieubeheer Zaanstreek (KMZ) speciaal voor scholieren georganiseerde acties over milieuvervuiling en overconsumptie erg serieus nam (De pamfletten `Stik´ (!971) en `Barst´ (1973) heb ik nog steeds), de adolescent die tot groot verdriet van zijn vader diens nieuwe auto geen blik waardig keurde: "Nou en? Weer een nieuw benzinemonster", het joch dat op uren dat hij in de klas had moeten zitten, naar de Zaan reed en zijn fiets tegen de dijk gooide bij `het wrak´ tegenover zeepfabriek de Adelaar en urenlang moedeloos naar de onstuitbare, veelkleurige en stinkende rook van de Zaanse industrie zat te staren, en naar de - aan de walkant zwemmende - ratten, die het blijkbaar allemaal geen moer kon schelen. Hoe moest dat nu verder...


In die tijd kwam daar ook nog eens de oorlog in Vietnam bij, in de verbijsterende gedaante van het door napalm verbrande meisje Kim Phuc en de, altijd aanwezige, loodzware dreiging van De Bom.
Die adolescent snapt best wat die Greta Thunberg bezighoudt.
Voor haar is er echt niets leuks aan al die aandacht. Die staat alleen maar in dienst van de actie: Intussen  beleeft ze de - toekomstige - hel op aarde.

Gelukkig hielpen vriendschap en humor me om de doemscenario's een beetje te relativeren en hoewel ik, als er dan toch een keer brommer gereden moest worden, de Solex van mijn moeder pakte, want die reed wel een op zeventig, en nooit mijn rijbewijs gehaald heb, omdat ik vond dat ik het best met fiets en trein af kon, rookte ik al snel als een schoorsteen, at ik het liefst paardenbiefstuk en saucijsjes, of, als het even kon chinees (want die doet veel meer met vlees) en vergreep me met gulzige hand aan chips, dips en borrelhapjes.
Maar niemand heeft mij ooit kunnen wijsmaken dat we maar ongelimiteerd door konden gaan met economische groei en bevolkingsaanwas.


In 1973 kwam de oliecrisis, met die toespraak in december van Joop den Uyl: "(...)Wij zullen ons blijvend moeten instellen op een levensgedrag met een zuiniger gebruik van grondstoffen en energie (met een g.). Daarom zal ons bestaan veranderen. Bepaalde uitzichten vallen daardoor weg, maar ons bestaan hoeft er niet ongelukkiger op te worden", waarna hij de benzine op de bon deed. "Nou en...?" Die autoloze zondagen waren fantastisch en we hadden dikke pret met het `Koeweit kiele kiele Koeweit´ van Farce Majeur en de oudejaarsconferentie van Wim Kan: `Zuinig over de drempel (...in het donker met Wiegel en Pien).

Toen de voorspellingen van het rapport van de Club van Rome op korte termijn niet uitkwamen en het er niet naar uitzag dat dat in de nabije toekomst zou gebeuren, werd het MIT-rapport weggehoond. Intussen werden er wel een aantal milieumaatregelen getroffen: De Rijn schuimde al een stuk minder, er kwamen strengere regels voor de uitstoot van gassen en afvalwaterlozingen van fabrieken en ook het aardgas leek voor een schoner milieu te zorgen. en De grondstoffen waren nog lang niet op en er werden steeds weer nieuwe gevonden.
De zeurkousen die nog twijfelden werden Geitesokken, of erger nog, Doemdenkers genoemd.


                                  https://www.youtube.com/watch?v=3zM5IsUIhEM

We gooiden met z'n allen de kont tegen de krib en gingen er eens flink tegenaan. Het laatste restje hongerwinterzuinigheid werd uit de pels geschud en de welvaartsstaat opende zijn poorten. Het kon niet op: Op verjaardagen stonden de tafels vol met salades, Franse kazen, patés, garnalen en zalm. Er was bier en wijn in overvloed en wat sterks voor wie dat wenste. In het weekend werd er gebarbecued, gefonduud, geraclet en gegourmet. Ruzie met de buurman, omdat  er geen plek was voor die tweede auto voor de deur en sportfietsen in de schuur.

We gingen op vakantie. Eerst nog naar de camping, een huisje in Appelscha, of - voor zon en sangria - naar Benidorm, maar al snel ontdekten we Duitsland, Luxemburg en de Dordogne, We reden Eupen - Malmedy - Sankt Vith met een zak aardappelen en een jerrycan jenever in de kofferbak. Daarna werd het vliegen. Liefst zo ver mogelijk: Nepal, Bali of de piramiden van de Azteken. `Arme mensen daar, maar zo eerlijk en gastvrij!´ Lange vakanties raakten uit. We gingen liever twee of drie keer per jaar vliegen en hopten tussendoor nog een weekendje naar Londen of Lissabon.

We gingen op vakantie

Milieu-organisaties waren vervelende muggen. Die gaf je af en toe een knaak. Dan deed je toch wat voor het milieu... En wat die grondstoffen betreft: Wij doen alles in de juiste bak. De Chinezen maken toch weer nieuwe elektronica van onze afgedankte computer? Wie het echt breed had, nam een abonnement op Natuurmonumenten. Voor tien Euro per maand (aftrekbaar van de belasting) had je ook nog een mooi blad.
`Die opwarming van de aarde zou toch wel meevallen. Was dat eigenlijk wel waar? Zoiets kreeg de mensheid toch niet voor elkaar, en anders zal de wetenschap daar wel een antwoord op hebben. De techniek staat voor niets.´

We kregen het wel voor elkaar en die Wetenschap staat vooralsnog met bijna lege handen.
Er zijn nog geen 50 jaar verstreken na het verschijnen van het rapport van de Club van Rome en in die tijd hebben we onze aardbol meer leed aangedaan dan in honderden jaren daarvoor.

uit de film Wall-E

We zijn al consumerend in slaap gesukkeld, hebben ons in slaap laten sussen  door onze consumptiedrift en de mooie praatjes van politici en multinationals die steeds beter beloofden, steeds groter, steeds verder. We verdienden het toch. We waren allemaal zo speciaal.
Maar het was geen rustige slaap, want af en toe werden de aangename dromen verstoord: De olieramp in de Golf van Mexico, de alarmerende berichten over een door plastic overwoekerde oceaan, het razendsnelle uitsterven van planten- en diersoorten, het verdwijnen van bijen en enorme hoeveelheden andere insecten en natuurlijk steeds sterker: Het opwarmen van de aarde, het smelten van het poolijs, de branden, de stormen. En nog zijn er hele kudden mensen die niet in hun slaap gestoord wensen te worden en ontkennen dat er iets aan de hand is.

Maar een nieuwe generatie is klaarwakker en erg bezorgd. Over hún toekomst. Nog jonger en misschien nog wel veel banger dan ik was. En met nog veel meer reden.
Kranten en met name die van Rupert Murdoch en sociale media spelen de vrouw in plaats van de bal en grijpen elke `polemische´ foto, `controversiële´ of `tot geweld oproepende´ uitspraak van Greta Thunberg aan om karaktermoord te plegen. Waar het werkelijk om gaat wordt onder het tapijt geveegd.
De politici - met name die van de grote, rijke landen - hebben het weer laten afweten - en alle belangrijke beslissingen  voor zich uitgeschoven. Als die al ooit genomen worden voordat het te laat is.


In de tijd dat ik in het weekend met vrienden en vriendinnen naar de kroeg ging, liep daar vaak een klein, maar sterk en ongelooflijk bezopen kereltje rond - dronken Cortje - dat je pijnlijk bij de arm greep en met krakende stem toebeet: "Alle ouwe lullen moeten opsodemieteren". Een filosoof!
De tijd van mijn generatie is aan het opraken, maar we kunnen toch op z'n minst proberen om de wereld voor de volgende generaties leefbaar te houden. Het kan best allemaal een beetje minder. Ik hoef het verder niet uit te leggen.

En plant eens een boom. Of tien.
Ik leef tegenwoordig in de gelukkige omstandigheid dat ik me daar bijna dagelijks mee bezig kan houden, of liever gezegd: Ik snoei voornamelijk spontaan opkomende bomen en geef ze de ruimte om te kunnen concurreren met de veel sneller groeiende maquis. Wat is er mooier dan een bos (een kleintje hoor) te zien groeien?
Ja, ik weet het, ik heb makkelijk praten met zoveel terrein. In Nederland is nauwelijks plaats en denkend aan de toekomst... Over België hoef je niet meer te twijfelen. Ook daar kunnen ze maar beter meteen mangrove gaan planten,
Maar je zou projecten in andere landen kunnen steunen of misschien wel een stukje bos in Portugal kunnen planten. Plek zat. Het binnenland raakt al meer verlaten en overwoekerd door brandgevaarlijke eucalyptus en maquis. geld om het bos te onderhouden is er vaak niet en er zijn hier nog bijna geen particuliere natuurbeschermingsprojecten.


In de komende tijd meer aandacht voor het Portugese bos:
- Wat daar zoal groeit, bloeit en doorheen dartelt.
- Wat het produceert en welk economisch belang het heeft.
- Van wie het is en hoe bescherming en toezicht zijn geregeld
- Stand van zake boshervorming en kadaster.
- Natuurbeschermingsorganisaties en `bomenplanters´ zoals `Criar Bosques´ (Plant een bos)

Intussen wenst de Portugeest je een vrolijke kersttijd - gewoon doorgaan met ademhalen - en een CO2-neutraal nieuw jaar.

zaterdag 23 november 2019

Van funk tot fado 21. José Mário Branco

Afgelopen dinsdag overleed plotseling de musicus José Mário Branco aan de gevolgen van een hersenbloeding. Woensdag al werd hij gecremeerd op de begraafplaats Alto de São João (In Portugal wordt niet getreuzeld om je onder de grond te stoppen). Tijdens de `velório´, de dodenwake waren naast de familie talloze collega-musici, zoals Sérgio Godinho, Fausto en Camané, acteurs en mensen uit de film- en theaterwereld, maar ook de president van Portugal, Marcelo Rebelo de Sousa, de voorzitter van het Parlement Ferro Rodrigues, verschillende ministers en staatssecretarissen, de burgemeester van Lissabon, Fernando Medina en de voorzitter van de partij Bloco de Esquerda Catarina Martins kwamen de laatste eer aan `De stem van de arbeider´ betonen. Rechts ontbrak. Tijdens de plechtigheid werd door oud leden van de `Grupo de Ação Cultural (zie hieronder) op spontane en emotionele wijze het lied `A cantiga é uma arma´, Het lied is een wapen, ingezet. 


Voor de zomer had ik - naar aanleiding van een interview in de zaterdagbijlage van de `Expresso´ - voor het eerst een cd van hem gekocht. Ik twijfelde nog tussen `Cansões Escolhidas´ (Gekozen Liedjes) en `Inéditos´(Niet Uitgebrachte) en had ik die laatste maar gekozen. Dat was een gelimiteerde uitgave, die nu natuurlijk uitverkocht is. Want de cd die ik wél mee nam opende een wereld voor me: Hoe was het mogelijk dat het werk van deze zanger, gitarist, componist en arrangeur in al die jaren dat ik in Portugal woon aan mij voorbij gegaan is...
Sommige liedjes, zoals `Queixa das Almas Jovens Cencuradas´ (Klacht van de Verworpen Jonge Zielen, voelde ik - hoewel de tekst niet gemakkelijk is - meteen tot op het bot.


                                              Queixa das Almas Jovens Censuradas:                                                                                 https://www.youtube.com/watch?v=RDbdg5nEl3Y

`A Morte Nunca Existiu´ De Dood heeft nooit Bestaan, een gedicht van de Alentejaanse schaapherder/ dichter António Joaquim Lança, kende ik wel, maar ik wist pas sinds kort dat vertolkt werd door José Mário Branco. Het gedicht - een prachtig staaltje van filosofie - is nogal lang, daarom vertaalde ik alleen de eerste twee coupletten, temeer omdat de schrijver daarna de boel weer gaat compliceren: 


Tudo o que for vivente tem                In alles wat leeft
Uma queixa que o percorre                Woedt een strijd (vrij vertaald)
E quando um dia a vida morre          En als op een dag het leven sterft
A morte morre também                      Sterft de dood ook
Esse já não mata ninguem                 Die doodt nu niemand meer
Onde nasceu se sumiu                        Waar hij werd geboren, verdwijnt hij
Só p´ra esse corpo serviu                   Alleen voor dit lichaam deed hij dienst
Ali fez as contas do Porto                   Daar maakte hij `contas a moda do Porto´:                                                                                                           Ieder rekent af voor zich (uitdr.)
Não vai dum p´ra outro corpo          Hij gaat niet van het ene naar het andere lichaam
Porque a morte nunca existiu           Omdat de dood nooit heeft bestaan

A morte não sai p´ra rua                   De dood gaat niet de straat op
Nem anda de terra em terra              Noch gaat van land tot land
E quando num dia a vida degenera En als op een dag het leven vergvalt
A morte, cada um tem a sua              De dood, iedereen heeft de zijne
Esse já não continua                           Blijft deze niet bestaan
Onde nasceu foi acabado                   Waar hij werd geboren, werd hij beëindigd
Depois for ser enterrado                    Daarna werd hij begraven
Com o corpo debaixo do chão          Samen met het lichaam onder de grond
Mesmo nesse ocasião                         Precies voor deze gelegenheid
Foi pela vida gerada                           Werd hij door het leven geschapen



                                                            A morte nunca existiu:
                                   https://www.youtube.com/watch?v=xeDsjBOdAok


José Mário Branco werd in 1942 vlak bij Porto geboren. Zijn ouders waren beide onderwijzer op een lagere school. Hij studeerde geschiedenis, eerst in Coimbra en later in Porto, maar hij maakte de cursus nooit af. Hij schreef en zong protestliederen en was politiek actief, eerst - zoals zovelen van zijn generatie - binnen de katholieke kerkgemeenschap, later stapte hij over naar de communisistische partij. Vervolgd door de PIDE, de politieke politie van het Salazar regime, moest hij in 1963 de wijk nemen naar het buitenland. Frankrijk. Hier bracht hij twee solo lp´s uit: `Mudam-se os tempos, mudam-se as vontades´, Wanneer de tijden veranderen, veranderen de voorkeuren in 1971 en `Margem de Certa Maneira in 1973 en werkte hij o.a. samen met José Afonso (zie Grândola,het lied van de revolutie, van Funk tot Fado 2) aan diens beroemde - en door de PIDE verboden - albums `Cantigas do Maio´ en `Venham mais Cinco´.

Na de mei revulutie in 1974 keerde Branco terug naar Portugal, waar hij samen met Fausto, Tino Flores en Afonso Dias de politiek geëngageerde muziekgroep `Grupo de Acção Cultural (GAC) oprichtte, met wie hij twee lp´s opnam. Bekend uit die tijd is het `A Cantiga é uma Arma´, van gelijknamige lp:



                                   https://www.youtube.com/watch?v=srrWBrYrYbI

De muziek van de GAC blonk uit door de voor die tijd ongekende goede kwaliteit en orginaliteit en was een bron van inspiratie voor andere groepen, zoals de `Brigada Victor Jara´ (Van funk tot fado 12). Uit die tijd dateert ook het in 1974 door Branco met de RTP opgenomen `Ronda da soldadinho´, een in Frankrijk op single in 1971 uitgebrachte aanklacht tegen de Portugese koloniale oorlogen:



Na het verlaten van de GAC ging hij alleen verder. Naast muziek voor zijn eigen concerten en albums schreef en arrangeerde hij ook muziek voor andere geëngageerde zangers en zangeressen en trad samen met hen op, zoals met Sérgio Godinho en Amélia Muge, maar schreef ook fado´s voor o.a. Carlos do Carmen en Camané: `Hij ontdeed de fado van zijn vlees, zodat alleen de essentie overbleef´ vertelde Camané naar aanleiding van de dood van José Mário Branco. Bovendien componeerde hij muziek voor theater en film.
Hij liet zich nooit leiden door heersende modes, maar was wel altijd bezig om zichzelf te vernieuwen. In zijn muziek hoor je invloeden van de Franse chanson, Zuid-Amerikaanse en Portugese volksmuziek, maar ook klassieke muziek en rock dienden als inspiratiebron.

Intussen was Branco ook politiek aktief: Hij was betrokken bij de oprichting van de communistische splinterpartij `União Democratica Popular´ in 1974, waarin hij ook een leidende rol speelde en later bij de oprichting van de `Bloco de Esquerda (BE)´, het Linkse Blok, dat op dit moment de derde grootste partij van Portugal is.

Hij lanceerde lp´s als `A Mãe´ De moeder (1978) en de dubbel lp `Ser solidário´, Solidair zijn (1982), waarvan hier `Eu vim de longe´ (Ik kwam van ver), waarin hij zijn teleurstelling over de verwording van de Anjerrevolutie uit:



                                 https://www.youtube.com/watch?v=c2dCTWVLsW0

Een van zijn bekendste werken is `FMI´, IMF in het Nederlands (1982), een 25 minuten lange, muzikaal ondersteunde rap over de geschiedenis van de Portugese (economische) politiek - of het ontbreken daarvan, dat ten tijde de economische crisis in Portugal weer erg actueel werd.
In 1985 verschijnt nog `A Noite´, een nogal somber orkestraal werk, waarin (klassen)strijd, ontheemding, solidariteit en dood - thema´s die steeds terugkeren in het werk van José Mário Branco - aan de orde komen en waarin hij zijn talent en bekwaamheid als componist/arrangeur demonstreert.
In de jaren ´90 wijdt Branco zich vooral aan theateroptredens, solo of met andere artiesten. Dan verdwijnt hij een tijdje van het podium.



                          A Noite: https://www.youtube.com/watch?v=HVTBdsshzCQ

In 2006, op 64-jarige leeftijd, begint hij aan een studie Portugese taalwetenschap, waarvan hij het eerste jaar met een gemiddelde van ruim 9,5, als de beste van zijn jaar afsluit. Ik kan er niet achter komen of hij de hele studie heeft afgemaakt.
Maar in 2009 staat hij weer met muziek en poëzie op de planken met Sérgio Godinho en Fausto.

In 2018 verschijnen ter gelegenheid van het 50e jaar van zijn carrière de in het begin genoemde cd's `Canções Escolhidas´ en `Inéditos´. Toen hij vorig jaar op de jaarlijkse boekenmarkt van Porto werd gehuldigd, zei hij in zijn dankwoord: `Wat een mens doet, is een druppel in de oceaan van het grote pad van de menselijkheid´.                       




dinsdag 29 oktober 2019

Van de boerderette 54. Hoera. Een echte straat!

Na dertien jaar ´s winters door modder en met regenwater gevulde geulen en kuilen te hebben geploegd - soms was het zelfs niet mogelijk om met de auto ons huis te bereiken - na een onwaarschijnlijk aantal lekke banden banden, stukgetrilde uitlaten, versleten schokbrekers en zelfs een losgebroken motorblok; en in de zomer een stoffige versie van hetzelfde, na dertien jaar lang keer op keer deelraad en gemeentebestuur te hebben gebeld, geschreven, gesmeekt en vervloekt om het uitblijven van - al was het maar - provisorisch herstel, afdoende herstel en bestrating, asfaltering of wat voor oplossing dan ook voor onze `dirtroad´, gaat het dan eindelijk van komen. Al is het zelfs nu nog niet helemaal tot aan onze poort: We krijgen een echte, met `paralelos´, granieten keistenen, geplaveide straat! 


Ironisch genoeg lijkt die plotselinge actie met onze jarenlange inspanningen weinig of niets van doen te hebben: Nog geen twee jaar geleden kocht een aannemer - een vriendje van de voorzitter van de deelraad van Penha Longo en Paços de Gaiolo (die voor ons al jarenlang niet meer telefonisch bereikbaar is) - `het witte huis´, een architectonisch mirakel met een getordeerd dak en een toren als slaapkamer, aan onze `Tobacco Road´. Het verhaal gaat dat onze nieuwe buurman, in ruil voor het afstaan van een stuk land aan de vice burgemeester van Marco de Canaveses (een type waaraan - onder ons gezegd - een verstandig mens nog geen tientje zou uitlenen), het gedaan heeft gekregen dat een deel van de straat beklinkerd zou worden. In ieder geval tot aan zíjn poort.

De rest volgend jaar?

Volgens goed ingelichte kringen was er tien jaar geleden al een budget voor het plaveisel van de straat. Een budget dat op raadselachtige wijze verdween. Maar geen nood: Met veranderde gewoon de naam van de straat. Dat is inmiddels al twee keer gebeurd. Woonden we in het begin aan de Rua de Barreiros, later werd de naam - met een chique naamplaatje - Rua de São Brás (heilige Blasius) en sinds twee, of drie jaar alweer - zogenaamd omdat er al een straat met die naam in Penha Longa was - wonen we aan de Rua de São Domingos.
We overwegen nu om een verzoek in te dienen dat `Rua´(straat) te laten veranderen in `Avenida´ (Avenue), want een deel van de straat is zo breed geworden dat twee vrachtwagens elkaar met gemak kunnen passeren en dan nog kun je je pet er tussendoor gooien.

twee vrachtwagens en je pet

Het werk begon zonder enige aankondiging. Op een maandagmiddag - het begin van de herfst - zag ik ineens een graafmachine hier en daar wat weghappen en vlak maken aan de weg en even later kwamen de zandauto's. Het werd al snel duidelijk dat de bestrating 150 meter voor onze ingang en die van het eveneens permanent bewoonde huis van onze overbuurman op zou houden. ´Hoezo?´ Daar wist de aannemer niets van. Op ons verzoek werden de zandhopen die dag nog even aan de kant geschoven, zodat we er met de auto langs konden, maar dat zou daarna voorlopig niet meer mogelijk zijn. Dat betekende dat vrouw en zoon, om naar school te gaan, elke dag bijna een kilometer moesten lopen (mijn vrouw soms twee keer per dag) om de auto bij de straatweg te bereiken. Vuilniszakken en tassen met boodschappen zou ik over die afstand per kruiwagen moeten vervoeren.
Hoe lang de werkzaamheden zouden duren wist hij niet zo precies, misschien een maand, zes weken.


Twee dagen later kwam de `Presidente da Freguesia´, (de voorzitter van de deelraad) langs. `Jullie krijgen nu toch maar mooi plaveisel´, sprak hij glunderend. Alsof hij daarvoor gezorgd had. `Ja, maar die straat houdt 150 meter voor ons huis op. Hoe zit dat nou?´, reageerde ik wat minder enthousiast. `Er was maar budget voor dit stuk, dit jaar´, loog hij schaamteloos, `Maar misschien doen we volgend jaar de rest.´ `Nou laat dat `misschien´ maar weg´ deed ik bijdehand: `De burgemeester heeft de rest al definitief toegezegd.´ Hij was wel bereid om de aannemer te verzoeken om de straat zaterdagmiddag en zondag toegankelijk te maken voor boodschappen en vuilnisafvoer. De werkzaamheden zouden hoogstens drie weken duren: `Als het regent werken ze gewoon door.´


De straat werd opgebroken en geplaveid zonder enige mededeling in de krant of signalering door middel van verkeersborden (waar over het algemeen kwistig mee rondgestrooid wordt), zodat het nogal eens voorkwam dat een argeloze tractorbestuurder uit de richting van Paredes de Viadores zich vastreed in de zandhopen om vervolgens - onder het uitbraken van godslasterlijke vloeken -  rechtsomkeert te maken. Ik heb regelmatig foto's van de voortgang van de werkzaamheden gemaakt, maar de heren stratenmakers wilden niet op de foto. Dat geeft ook wel weer te denken.


Regenen deed het, en op sommige dagen hard en langdurig. Natuurlijk werd er dan niet gewerkt. Maar het werk wordt gedaan door ervaren stratenmakers en met de radio op tien houden ze van opschieten. Als het een beetje meezit met het weer, bereiken ze nog voor `Todos os Santos´ (Allerzielen), a.s. vrijdag, de straatweg. Dan hebben ze het toch nog in ruim vijf weken gered. Petje af. De aannemer heeft echt zijn best gedaan om de straat anderhalve dag in het weekend berijdbaar te maken. Dat lukte maar een keer niet vanwege de regen.
Wij hebben binnenkort in ieder geval zo'n 800 meter vlak en strak geplaveide straat en de stratenmakers kunnen het met Gladys Knight & the Pips zingen:  

`Said the road got to end somewhere
Every road has got to end somewhere
Well I´am tired of this stuff
Said enough is enough
We´ve come to the end of our road´


                                          https://www.youtube.com/watch?v=th_Xndt96Hs

Nu nog zien of de burgemeester haar woord houdt.



dinsdag 15 oktober 2019

Stad en land 25. Voor jouw vrije gedachten

Op 25 april 1974, een dag na het begin van de Anjerrevolutie, werden de laatste 50 gevangenen uit de politieke gevangenis in het fort van Peniche bevrijd. Tussen 1934 en 1974, gedurende het fascistische bewind van dictator Salazar, zijn daar meer dan 2500 politieke gevangenen - vaak zonder vorm van proces - binnengebracht door de `PIDE´. de politieke politie van het regiem. Omdat ze andere ideeën hadden, oppositie boden, of lid waren van een - verboden - politieke partij, met name de Communistische Partij. Ze zaten daar vast onder belabberde omstandigheden. Het 17e eeuwse fort was maar nauwelijks aangepast om gevangenen te herbergen. Het eten was slecht en de gevangenen werden slecht behandeld. Officieel werd in Peniche niet gemarteld - de gestraften waren immers al schuldig bevonden - maar er was regelmatig sprake van geestelijke en lichamelijke mishandeling, om maar niet te spreken van die gruwelijke isoleercellen.

  


In september 2016 werd `Fortaleza Peniche´ door de regering opgenomen in de lijst van historische monumenten die in particuliere concessie (bijvoorbeeld aan een hotelketen) gegeven konden worden.
Aangezwengeld door de PCP, de communistische partij van Portugal, die het ten tijde van de dictatuur verboden was en waarvan de leden het in die tijd erg zwaar te verduren hebben gehad, stak er een laaiend protest op, met name van de kant van ex-gevangenen. Er werd een petitie met meer de 4000 handtekeningen bij het parlement ingediend en dat besloot in april 2017 tot `Herwaardering van het fort en het behoud van haar historische getuigenis van ex-politieke gevangenen´.
In diezelfde maan al maakte minister van Cultuur Luís Castro Mendes bekend dat het fort tot het `Museu Nacional Resistência e Liberdade´ bestemd werd.
Er zou geld worden vrijgemaakt voor herstelwerkzaamheden aan daken en muren - het fort was flink aangetast door weer en wind - een commissie zou zich bezig houden met de collectie en de presentatie daarvan en er werd zelfs al een datum voor de officiële opening vastgesteld: 27 april 2019. Als je de Portugese bureaucratie een beetje kent: Een ongelooflijk snelle actie!


En die werd nog sneller, want de inauguratie werd zelfs nog twee dagen vervroegd. Op 25 april 2019, precies 45 jaar nadat de laatste gevangenen bevrijd werden, werd het museum officieel geopend door premier Costa, met de onthulling van een gedenkteken met de namen van meer dan 2500 politieke gevangen die daar langer of korter (meestal tussen de 2 en 5 jaar) hebben vastgezeten. Mannen. Pas kort daarna werd na speurwerk in het nationale archief bekend dat er ook 2 vrouwen, gevangen hebben gezeten, die zich tijdens de tweede wereldoorlog hadden verzet tegen inbeslagname van het grootste deel van de oogst, hun voedsel, ten behoeve van het Duitse leger.
Tegelijkertijd werd de tentoonstelling: `Por teu livre Pensamento´ geopend, geïnspireerd op een gedicht van David Mourão Ferreira, later door Amália Rodrigues gezongen als `Abandono, of Fado de Peniche´:
 https://www.youtube.com/watch?v=0-_7BqY7e-8


Eigenlijk moet je je in augustus niet in die door touristen platgelopen streken laten zien: Óbidos is werkelijk niet te harden en Peniche is een groot over de stadsmuren gebulkt overvol visrestaurant, maar nu we toch in de buurt waren (Caldas da Rainha) wilde ik graag het museum zien. Het was er rustig. Er moet nog veel gerestaureerd worden aan het fort en vanwege werkzaamheden waren niet alle onderdelen van de expositie geopend, maar het is hoe dan ook een indrukwekkende belevenis om over het plein en langs de muren te lopen en - net als de gevangenen - alleen het geluid van de zee, de wind en af en toe een vistreiler te horen.


Rechts van de eiken deuren die toegang geven tot het poortgebouw staat een rood spandoek met de tekst `Por teu livre pensamento´ met daaronder de vertaling `For your free thinking´.
Als je door de donkere, vrij nauwe doorgang loopt en je bedenkt dat de zware eiken deuren achter je zouden worden gesloten, kun je iets voorstellen van het gevoel van onherroepelijkheid, de volledige afzondering van de buitenwereld, dat door de binnenkomende gevangenen moet zijn heen gegaan. Dat gevoel wordt nog sterker als je de smalle brug passeert, met onder je de rotsen en - bij vloed of storm - de zee, die via een `onderdeurtje´ in de grote poort toegang geeft tot het eigenlijke fort.

Bij de receptie wordt je - desgewenst in het Engels - uitgelegd waar de verschillende onderdelen van de expositie zich bevinden. De toegang is gratis.


Als eerste de bezoekruimte: Een kil, wit betegeld hok. De gevangenen zaten achter glazen ruiten met aan de zijkant een rooster om het gespreksgeluid door te laten. Er moest luid worden gepraat - en dat werd ook door middel van een bordje geboden: ´Praat luider´ en `U mag alleen met uw familie praten´. Het was de bedoeling dat de bewakers alles hoorden wat er gezegd werd. Er was geen enkele mogelijkheid tot privacy of lichamelijk contact. Alleen directe familieleden: ouders, `echte´, dus getrouwde partners en kinderen werden toegelaten.

Het kwam voor dat de gevangenisdirectie zonder enige verklaring besloot dat het bezoek niet doorging of naar een later tijdstip werd verplaatst. Dan maakten de bezoekers de - vaak lange - reis voor niets, of moesten onderdak in de buurt zien te vinden. Hierbij kwam de bevolking van Peniche vaak bijzonder solidair en gastvrij te hulp: Er werd gezorgd voor voedsel en huisvesting voor de gestrande bezoekers


In de vakanties gingen de kinderen bij hun gevangen vaders op bezoek, altijd onder begeleiding van de `PIDE´, de politieke politie van Salazar. De inwoners van Peniche gaven vaak melk, vis, vlees en groenten aan deze kinderen. Soms direct, maar vaak ook werden deze gaven ´s nachts anoniem bezorgd aan de deur van de `kolonie´ waar de kinderen verbleven.

Een van de expositieruimtes bevat een collectie van gevangenenregisters, illegale krantjes van de PCP, dossiers van de PIDE over de gestraften én hun bezoekers en huisvlijt van de gevangenen, zoals een zelfgemaakt `Mens-erger-je-niet´ bord.
Aan de overkant van het plein is een ruimte waarin, aan de hand van foto's, krantenartikelen en documenten, de geschiedenis van het verzet tegen de dictatuur en de koloniale oorlogen en de Anjerrevolutie wordt verteld. Met natuurlijk een uitgebreid verslag van de spectaculaire ontsnapping van de leider van de PCP, Álvaro Cunhal en negen kameraden uit het fort op 3 januari 1960.
Hier vind je ook een maquette van de cellenblokken, die (nog?) niet toegankelijk waren.


Aan de `kop´ van het fort, alleen gescheiden van de zee door een metersdikke muur kun je de isoleercellen binnengaan. Op de vloer van een van de twee staat het verhaal van de ontsnapping van  António Dias Lourenço te lezen. Een verhaal dat sterk aan `Papillon´ doet herinneren. Ik heb even de deur achter me dichtgetrokken: Ik zou het nog geen half uur uithouden in dat donkere hok!
Tot slot is er in de kapel nog een bescheiden geschiedenis van het fort door de eeuwen heen te zien.









dinsdag 24 september 2019

Van de boerderette 53. Meloen

 

Als je de mysterie thriller `Smilla´s gevoel voor sneeuw´ van Peter Hoeg hebt gelezen, denk je te weten dat er in de taal van de Inuit van Groenland (Nee, niet te koop, dank u) tientallen woorden voor sneeuw bestaan. Dat blijkt een lang in stand gehouden `urban myth´ te zijn. Als je alle voorvoegsels buiten beschouwing laat, blijver er uiteindelijk blijven maar drie echte woorden over. Maar het is waar dat de variëteit aan woorden voor verwante zaken in een taal, sterk van geografie en cultuur afhankelijk zijn: Het is maar wat je bezig houdt. Zo zul je in het Portugees tevergeefs zoeken naar een behoorlijke vertaling van bomijs of pootje over, maar als je in Portugal een meloen wilt kopen, moet je wel weten wat een `melão´, een `meloa´ of een `melancia´ is. 



In het begin kon ik er geen touw aan vastknopen, want voor een Nederlander is het allemaal meloen wat er in de schappen ligt: Watermeloen, suikermeloen, netmeloen. En ik was, eerlijk gezegd, te lui om het uit te zoeken. Om met die verwarring voor de rest van mijn Portugese leven een keer af te rekenen, heb ik die meloenen maar eens op een rijtje gezet:

Melão (Cucumis melo): suikermeloen. Er bestaan talloze variëteiten, waaronder de in Nederland zeer gewaardeerde netmeloen. Portugal produceert jaarlijks 90.000 ton suikermeloenen, waarvan een groot deel voor de export. De belangrijkste teeltgebieden vind je in het zuiden: Vila Franca de Xira, Beja, Moura en de Algarve. Maar ook tussen Douro en Minho worden suikermeloenen gekweekt, vooral de `melão casca de carvalho´, de eikenbastmeloen. In Vila Verde, tussen Ponte de Lima en Braga wordt een netmeloen gekweekt die naar peper smaakt.
de suikermeloen bevat tussen de 85 en 90 % water, 3-8 % suiker (afhankelijk van de soort) en veel vitaminen en mineralen. Volgens de Portugese huisgeneeskunst help een rijpe meloen tegen zo'n beetje alle bekende en onbekende ziektes. Vooral aan te bevelen als je een scheet dwars zit.


Meloa, (Cucumis melol), Cantaloup of kantaloep, genoemd naar het pauselijke landgoed Cantalupo in Italië, het eerste Europese grondgebied waar deze meloensoort werd geteeld.
Hier wordt de zaak `trickie´, want de `meloa´ is een variëteit van van de `melão´ (suikermeloen). Een meloen met geel vruchtvlees (caroteen). Bekend is de `Meloa de Santa Maria´, met een beschermde geografische aanduiding, afkomstig van de Azoren. 



Melancia (Citrullus lanatus) oftewel watermeloen, bestaat voor ca. 92% uit water en is verder een bron van vitaminen (A t/m C) en mineralen, waaronder kalium en ijzer, fosfor (en niet zo'n beetje ook).
De watermeloen werd al 5000 jaar geleden in Afrika gecultiveerd. Daarna verspreidde de vrucht zich via Egypte naar Azië. In de tiende eeuw werd de watermeloen in China geïntroduceerd en pas in de 18e in Europa. Afrikaanse slaven namen de zaden mee naar Brazilië, dat tegenwoordig een van de grootste watermeloenproducenten is.
In Portugal wordt de watermeloen vooral in het midden en zuiden van het land gecultiveerd.


Het was overigens een bijzonder slecht jaar voor meloen in Portugal. De meeste die deze zomer op tafel kwamen waren maar half rijp en als ze al rijp waren, hadden ze niet meer smaak dan een komkommer. Ze hadden gewoon niet genoeg in het zonnetje gelegen. De zomer begon laat: De tomaten werden pas rijp in september en tot vorige week had ik nog komkommers in de moestuin. Niet veel groter dan waar ze in Nederland zure bommen van maken, maar toch..
En mijn arme watermeloentjes: De meeste haalden niet eens het formaat van een tennisbal.