woensdag 24 september 2014

Andere kunsten 1. Manoel de Oliveira, 80 jaar film

 "Francisca? Nee hé, niet weer een film van Manoel de Oliveira. Hoe lang duurt deze? Tweeëneenhalf uur!" Begin jaren ´80, vorige eeuw. Een jongerencentrum dat op vrijdagavond dienst deed als filmhuis in Assendelft (N.H.). We bereidden ons voor op een lange, saaie zit. Een paar weken geleden draaide `Amor de Perdição´ (Verderfelijke Liefde), een saaie, statisch gefilmde liefdeshistorie die - godbetert - meer dan vier uur duurde. Halfverwege de tweede filmspoel zat de helft van het publiek te slapen, de andere helft te roezemoezen en een of twee hardliners `Ssst´ te sissen. De filmoperator draaide de spoelen in de verkeerde volgorde, maar dat had geen mens in de gaten. De laatste anderhalf uur van de film werden `weggestemd´. Dat was nog nooit gebeurd en zou ook niet meer gebeuren zolang het filmhuis bestond, want hoewel we er ook kwamen om een biertje met onze vrienden te drinken, waren we echt niet te beroerd om een lange film uit te kijken: `Les Enfants du Paradis´ (Carné): ontroerend; `Siberiade´(Konchalovsky): pachtig; `Novocente´(Bertolucci): fascinerend. Maar die films van Manoel de Oliveira...


In 2008 werden ter gelegenheid van zijn honderdste verjaardag een aantal van zijn films op de Portugese televisie uitgezonden. Ik heb het nog eens geprobeerd. Ik vind - hoewel hij daar internationale prijzen bij bossen voor heeft ontvangen - de films die hij tussen 1975 en 1993 heeft gemaakt over het algemeen stierlijk vervelend. Statisch, theatraal (zelfs een met gezongen teksten: `Os Canibais´) en met een symboliek die me weinig tot niets zegt. Maar tussen zijn vroegere en latere werk zitten juweeltjes, met name in het documentaire en `docufictie´ genre.

In 1931 debuteerde Manoel Cândido Pinto de Oliveira (1908) met `Douro, Faina Fluvial´ (Gezwoeg aan de kust), een korte documentaire met prachtig beelden van zeil- en stoomschepen, het leven en werken op de kaden van Porto en Vila Nova de Gaia en vooral veel vis. Mag je niet missen. Duurt maar 18 minuten: https://www.youtube.com/watch?v=c5AyIdoLUvI

scene uit Aniki Bobó

Zijn eerste fitiefilm `Anika Bobó (een kinderliedje), werd in Portugal niet goed ontvangen, wat een van de redenen moet zijn geweest dat de Oliveira daarna veertien jaar geen films meer maakte en bij zijn vader `in de zaak´ ging. Tegenwoordig wordt deze film tot zijn meesterwerken gerekend:
https://www.youtube.com/watch?v=HzPJU3vTjNs (hele film. Je hoeft eigenlijk geen Portugees te verstaan om de film te begrijpen), of  https://www.youtube.com/watch?v=Yk1-hs5QePA (een paar opgeknapte scenes).

`Acto da Primavera´ (1962), een `docufictie´ over het traditionele Passiespel in een  dorp in Trás-os-montes, deed hem voor korte tijd in de gevangenis van de Pide (geheime staatspolitie ten tijde van de dictatuur) belanden. De film werd subversief geacht. Ik neem aan met name vanwege de beelden van het onploffen van een atoombom en de gruwelijke oorlogsbeelden die de regisseur aan het eind van de film, tijdens de schuldigverklaring van de mens invoegde:
https://www.youtube.com/watch?v=4izLls-r2bQ
In de zestiger jaren maakt hij documentaires zoals `Pão´(brood) en een korte speelfilm: `A Caça´ (de jacht)

Vanaf 1972, `O Passada e o Presente´ richt de regisseur zich steeds meer op het theater, het toneel. Hij is van mening dat, omdat het toneel veel ouder is dan de film, de film zich aan die kunst en het geschreven woord moet onderwerpen. Critici en intellectuele kunstminnaars zijn vol lof, maar het filmpubliek, zelfs dat van de alternatieve film, haakt af.



Vanaf 1995, `O Convento´ (de abdij) met Catherine Deneuve en John Malkovich:
http://www.youtube.com/watch?v=Il4j_0R1doE (trailer), maakt de Oliveira kortere en meer toegankelijke films zoals `Party´ en ´Viagem ao Início do Mundo´ (reis naar het begin van de wereld), de laatste film waarin Marcello Mastroianni speelt.

In 2001 keert hij terug naar het Porto van zijn jeugd met de documantaire `Porto da minha infância´.
Tot op de dag van vandaag maakt de Oliveira elk jaar nog een film en is daarmee de oudste (105 jaar) werkende filmregisseur aller tijden. Hij loopt met een stok, maar rechtop en er mankeert absoluut niet aan zijn intellectuele capaciteiten.
Zijn nieuwste film `O velho de Restelo´, de pessimist uit de Lusiaden, waarin vier historische figuren, waaronder Luis de Camoës en Don Quichot in een tuin in Porto discussiëren over het glorieuze verleden en de onzekere toekomst van Portugal, werd een paar weken geleden op het filmfestival van Venetië vertoond. Hij heeft al weer een nieuw project op stapel staan.

Manoel de Oliveira

woensdag 17 september 2014

Van de boerderette 12. De laatste steen


Als ik niets anders te doen had, zou ik er uren naar kunnen kijken: Het schijnbaar achteloze, maar trefzekere uitkiezen van de grote steen, hijsen, dan wat kleinere stenen om hem precies recht op die daaronder te zetten en ... zakken maar. Meestal werken ze met z´n tweeën met een wat kleiner type graafmachine, maar ik heb het ze ook wel met een tweepotige scharnierende hijsinstallatie zien doen. Vakwerk, zo´n muur maken. Als je een paar uur later nog eens langskomt, is hij al weer een paar meter langer.


het professionele werk

Toch ben ik er achter gekomen dat je met wat geduld en puzzelwerk ook in je eentje een heel eind komt. Natuurlijk met kleinere stenen die je nog tillen kunt, of desnoods rollen. In het begin zoek je je een ongeluk naar de juiste steen op de juiste plaats, maar na een tijdje merk je dat dat wat minder nauw luistert dan je dacht en krijg je er vanzelf oog voor.
Het handigste is om een flinke hoeveelheid grote stenen zo uit te spreiden dat je ze goed kunt zien. Het is eigenlijk een soort memoryspel, waarbij je vorm en grootte van de stenen in je `werkgeheugen´ opslaat. Goed tegen Alzheimer en `Senior moments´:
.https://www.youtube.com/watch?v=Xv1tMioGgXI

Deze manier van muren bouwen is vriendelijk voor het milieu, want je gebruikt geen cement. De manier waarop de stenen in elkaar `grijpen´en het gewicht van met name de bovenste stenen bepalen het verband en de stevigheid van de muur. Het kost niets, aan stenen (graniet) hier geen gebrek en bovendien ruimte het lekker op: Bijna alle stenen die op het land rondzwerven en die je in de grond tegenkomt tijdens het spitten kun je in de muur verwerken. Alleen naar de laatste stenen, de dekstenen die de muur aan de bovenkant afwerken, is het wel eens zoeken.
Gereedschap heb je bijna niet nodig. Aan een steenhouwershamer (asymmetrische punt), een waterpas of een slang die daartoe dienst kan doen, een rechte lat, een paar stokken en een touwtje heb je genoeg om een pracht van een muur te bouwen. Wel zo veilig om werkschoenen met stalen neuzen en een paar stevige handschoenen te dragen. Dat laatse vergeet ik nog wel eens. Geschaafde handen en blauwe nagels zijn het resultaat.




zelf aan de slag

Het eenvoudigste is een muur voor een terras of border. Die hoeft maar aan een kant afgewerkt en vlak te zijn, want aan de andere kant wordt hij tot bovenaan met aarde bedekt. Voor een scheidingsmuur die aan beide kanten `in het zicht´ blijft gebruik je bewerkte stenen met een vaste maat (vanaf 40 cm.) of je bouwt vanaf twee kanten een dubbele muur, waarbij je de ruimte in het midden met kleine stenen opvult.

Een paar maanden geleden besloot ik om de komende tijd minstens een dag in het weekeinde aan het bouwen van muren in de tuin te besteden. De veranda staat vol met gestekte vaste planten en struiken die dit najaar nodig de grond in moeten. De eerste grote border is klaar en die aan de andere kant schiet al lekker op. Als m´n vrouw een uurtje over heeft, hakt ze ter ontspanning met plezier een paar emmers dennenschors in stukken om ze af te dekken. Dat scheelt een hoop gewied. Eens kijken wie van ons het eerste klaar is.

de borders






woensdag 10 september 2014

Stad en land 1. Caldas de Aregos mist de boot

Vanuit mijn slaapkamerraam kan ik het bijna zien, maar er zit nog net een stukje heuvel tussen: het dorpje Caldas de Aregos. Toch is het bijna drie kwartier met de auto naar ons geliefde zwembad. Eerst een paar honderd meter naar beneden, slingerend tot aan de Douro, langs het grote hotel in aanbouw in Pala, bij Porto Antigo de brug over naar Oliveira de Douro, nog een enorme bocht langs de inham van een zijriviertje en dan hobbelen we om tien uur ´s morgens over de keien langs het grote gebouw met de thermische baden. Van boven kijken we op het zwembad. Alle parasols zijn nog gesloten, maar de deur staat open. Ik zie alleen de badmeester die watermonsters neemt. Het gemeentelijke zwembad is niet groot, maar heerlijk rustig. Daarom komen we er graag. We hadden ons erop verheugd om afgelopen zaterdag - laatste dag open dit jaar - nog een keer te gaan zwemmen, maar het onweerde en het was echt te koud.


Op 25 augustus 2005 werd in Caldas de Aregos de tweede fase van een project van drie miljoen Euro, gefinancierd door de gemeente Resende en het Instituut voor Havens en Zeetransport (IPMT) feestelijk ingewijd door de staatssecretaris van transport: Een kade van honderd meter voor het aanleggen van grote Douro cruiseschepen, een jachthaven met drijvende kaden voor tachtig pleziervaartuigen, een gebouw voor de watersportvereniging om hun boten en kano´s in op te bergen, een gemeentelijk zwembad, een multifunctionele expositieruimte en een kade aan de overkant van de rivier, bij het treinstation Aregos, voor het overzetten van toeristen en de bezoekers van de geneeskrachtige baden. In de toekomst zouden er ook nog een zwembad met strandje - het oude strandje van het dorp moest plaats maken voor de kade - aan de rivier komen, een overdekte boulevard en nog zo het een en ander.

Caldas de Aregos

Met de Unesco-kwalificatie van de Douro als wereldpatrimonium en de snelle groei van de riviercruises zag men een gouden toekomst voor het dorp: Werkgelegenheid en omzet voor de plaatselijke middenstand, de hotels, de inderhaast gebouwde langerekte gebouwen met vakantie-appartementen met winkeltjes eronder en de café´s met terrassen aan de Douro.
Er kwamen een postkantoor, een VVV-post en diverse restaurants.

Het bleek een droom, die voor de investeerders al snel in een nachtmerrie verkeerde: De cruiseschepen, als ze al aanlegden, brachten niets anders dan hun afval naar de container op de wal.
Ik heb één keer een cruiseschip zien aanleggen. De passagiers werden met een touringcar opgehaald. Terwijl het schip werd schoongemaakt, dronken de kapitein en de stuurman een kopje koffie op het terras. Daarna voer het schip weer weg.
De passagiers van de schepen geven niets uit in het dorpen langs de Douro, want alle eten en drinken aan boord is `inclusief´. Dat toeristen van boord zouden gaan om een paar nachten in zo´n dorp te logeren, bleek een onzinnig idee. Cruises zijn niet flexibel. De reis is gepland en de boot moet vol blijven.
Kortom een triest voorbeeld van een volkomen gebrek aan marketing, gecombineerd met dat wat naïve Portugese geloof in plotseling aanwaaiende rijkdom: `Groot is niet groot genoeg, want nu gaan we snel veel geld verdienen.´

de rivierkade

De appartementengebouwen staan zelfs in de tweede helft van augustus (topseizoen) praktisch leeg. De zwaluwen vinden het geweldig. Die hebben hun eigen vakantiedorp onder de dakrand gebouwd. De winkelruimtes zijn slordig leeggehaald. Door de stoffige ramen zie je drukwerk en aanmaningen op de mat, de roestige resten van een wasserette, onderdelen van een snackbarkeuken. Alleen een restaurant is nog open. Het postkantoor is opgeheven en sinds een paar weken ook de `multibanco´ (geldautomaat). In een rij onafgemaakte appartementen dringt clematis met prachtige donkerblauwe bloemen de raamopeningen binnen.
Alleen de kruidenier in het wat hoger gelegen oude dorp voert onverstoorbaar zijn negotie. Hij verkoopt bier, frisdrank, zeep, mariabiskwie en gasflessen. Maar voor maandverband moet je kilometers verder naar de apotheek in Resende.


lege vakantie-appartementen
zwaluwnesten onder de dakrand

Toch gebeurt er wel wat in Caldas de Aregos. Het badhuis met thermische baden (het water schijnt zelf syfilis te genezen) heeft kennelijk een vast cliëntele en sinds je met een watertaxi van en naar het station aan de overkant van de rivier kunt, zullen er wel klanten zijn bijgekomen.
In het zwembad is het nooit echt druk, maar in de zomermaanden toch redelijk bezet.
De watersportvereniging timmert nog het hardst aan de weg: Zij organiseert in de weekeinden kano- zeil- en moterbootregatta´s die druk bezocht worden, zodat de café´s in de zomer toch nog een behoorlijke omzet draaien.
Maar het strandje met rivierzwembad is er niet gekomen, zodat de kinderen van het dorp die het zwembad niet kunnen betalen hun handdoek maar op het rode asfalt van de hoge rivierkade moeten uitspreiden.

woensdag 3 september 2014

Portugallig 8. Adeus emigrante


Afgelopen maandagavond werden op het journaal van RTP 1 (publieke omroep) een paar minuten ingeruimd voor wat lokale droefenis: Het vertrek van de `emigranten´, een jaarlijks terugekerend drama. In beeld de bewoners van het dorpje Longos, gemeente Guimarães. Twee dames op leeftijd verversten de bloemen van het kapelletje van `A Nossa Senhora de Boa Viagem´ (Onze Lieve Vrouwe van de Goede Reis), de beschermster van reizigers en emigranten. Ze gingen bidden voor een behouden aankomst van hun familieleden en vrienden in het land waar ze (elf maanden per jaar) wonen en werken, Voornamelijk Frankrijk, Zwitserland en Duitsland. De eigenaar van het café vertelt dat hij het echt moet hebben van de vakantiemaand. In augustus verdubbelt de bevolking van het dorp bijna. Ongeveer achthonderd emigranten komen dan hun familie opzoeken. De meesten blijven de hele maand. Je ziet meer buitenlandse dan Portugese nummerborden in die tijd. De rest van het jaar is het dorp uitgestorven, merkt een inwoner op: "Eén september is een trieste dag en eigenlijk al eerder dit jaar, want de meesten vertrekken op zaterdag of zondag. Maandag 1 september moet iedereen weer aan het werk."


In de jaren zestig en het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw vertrokken per jaar tussen de 80.000 en 100.000 mensen uit Portugal, op de vlucht voor werkeloosheid, armoede, dictatuur en de koloniale oorlogen (dienstplicht) om een beter bestaan te zoeken in met name Frankrijk, Duitsland en Zwitserland. Vaak stuurden (en sturen) ze geld naar Portugal om hun familie te ondersteunen.
Door de relatief geringe afstand tot hun geboorteland (De Nederlanders die in de jaren vijftig en zestig emigreerden, verhuisden meestal naar de Verenigde Staten, Canada of Australië) lukte het de meeste emigranten wel om in de vakantie in hun geboortedorp op bezoek te komen. Berucht zijn de verhalen uit die tijd over het demonstreren van de nieuw verworven rijkdom (auto´s, kleren en veel rondjes in het café). Waar dit toe kon leiden, kun je lezen in de roman `Laurentiustranen´ van de Portugese schrijver Rentes de Carvalho, die sinds 1956 in Nederland woont en werkt.


emigranten jaren ´60

Het enorme verschil in rijkdom tussen de geslaagde emigrant en de degene die thuis bleef in het dorp is inmiddels wel wat kleiner geworden, maar de feesten met veel knalvuurwerk, lekker eten, populaire muziek en dansen drijven voor een groot deel op de middelen van de vakantiegangers. Het fenomeen van de emigrantenfeesten is goed voor de omzet van de plaatselijke middenstand, maar ook de bandjes en zangers van populaire muziek varen er wel bij. Voor wie zijn `saudade´ tijdens of na het afscheid nog wat wil opzwepen zijn er liederen zoals dit `Adeus Emigrante´van het Conjunto Maria Albertina:  https://www.youtube.com/watch?v=YF4OP0M3e_s

Veel landverhuizers bouwen tijdens de augustusmaand aan een huis in het geboortedorp om daar na hun pensionering in te gaan wonen, of geven instructie (en een envelop met geld) daartoe aan de aannemer. De tweede generatie heeft vaak al minder binding met Portugal. Men voelt zich een echte Fransman of Duitser. Maar bij de kinderen van de derde generatie zie je regelmatig dat ze weer mogelijkheden zien in Portugal, vooral om een eigen agrarisch of toeristisch bedrijfje op te beginnen op het land van opa en oma.



aankondigingen emigrantenfeesten

Door de crisis en de volstrekt verkeerde maatregelen van de Portugese overheid en de Trojka daar tegen is een nieuwe emigratiegolf op gang gekomen, die, als het zo doorgaat nog groter wordt dan de uittocht van de jaren 60 en 70. Het gaat vooral om goed opgeleide jongeren die de werkeloosheid in eigen land ontvluchten. Een ware `braindrain´. Duitsland en Groot Brittanië scoren hoog als land van nieuwe mogelijkheden, maar ook Frankrijk en de Benelux zijn populair. Tussen 2007 en 2012 zijn er 41.000 jongeren vertrokken, oplopend van 70.000 naar 95.000 per jaar. In 2012 emigreerden er 120.000, in 2013 110.000.
Dat wil nogal wat zeggen in een land waarin veel waarde aan de familieband wordt gehecht, waarin men het liefst dicht bij huis werkt, jong en oud voor elkaar zorgen en de zondagse familielunch heilig is. Veel financiële ruimte om hun familieleden te ondersteunen zullen deze jongeren niet hebben. Ze worden vaak niet zo goed betaald en huisvesting en levensonderhoud zijn duur in de `rijke´ Europese landen.