donderdag 19 januari 2017

Drie jaar Portugeest: Even een tandje minder


Vandaag begin ik aan het 156e bericht van de Portugeest. Precies drie jaar geleden schreef ik het eerste. Elke week één; niet gedacht dat ik zolang - en met plezier - zo'n discipline op kon brengen. Na die drie jaar heb ik zin om ook eens over wat anders te schrijven dan over Portugal. `Nee schrik maar niet ik wil je niet verlaten...(DoeMaar)´. Bovendien wordt het tijd om een aantal artikelen (o.a. over het inkomen) te actualiseren en het lukt me niet om daar tijd voor te vinden. Daarom heb ik besloten om van een keer per week, gemiddeld eens per maand een stukje te publiceren. Tandje minder voor mij en bovendien voor de - vooral de geabonneerde - lezer, die het zo onderhand ook wel eens zat zal zijn om elke week een bericht over Portugal te (moeten) lezen. 

 

De hoogste golf

In 2014 schreef ik over een gedeprimeerd Portugal (9% slikt antidepressiva), een volk dat financieel was uitgekleed, angst had voor de toekomst en wiens kinderen massaal emigreerden. Nu, in het begin van 2017 zie ik dat er - heel voorzichtig - weer een beetje optimisme en vertrouwen in de toekomst is. Een groot deel van de kortingen op de salarissen is ongedaan gemaakt, ingetrokken feestdagen mogen weer gevierd worden, pensioenen en het minimumloon gaan omhoog en de emigratiecijfers dalen. En dat allemaal terwijl het begrotingstekort van 2016 maar 2,3% bedraagt (op dat van 2007 na), het laagste van de afgelopen 40 jaar! De rubriek `Portugallig´, over de economische en politieke situatie van het land, veranderde ik inmiddels in het wat luchtigere `De geest uit de fles´. Het antibezuinigingsbeleid van premier Costa, gesteund door de - rechtse - president de Rebelo Sousa, heeft aangetoond dat het ook anders kan dan met de A van Afbraak (sorry, Gerben Hellinga).

Portugal heeft met haar enorme staatsschuld en zwakke economische positie nog een heel eind te gaan. en het linkse beleid van de regering van António Costa ondervind veel tegenwerking van de beroepsbezuinigers in Brussel: Mede door de onophoudelijke verdachtmakingen t.a.v. het Portugese beleid door de heer Schäuble en zijn trawanten betaalt Portugal op dit moment weer een hoge 4% rente op staatsleningen. Het evenwicht van het socialistische minderheidskabinet is wankel en vereist voortdurend overleg met het linkse blok en de communisten, maar António Costa is een koorddanser en het ziet er naar uit dat hij zijn vier jaar vol gaat maken. Een tegenvaller is de stagnerende economische groei, maar nu Angola het laat afweten, bevaart Costa onvervaard de route van Vasco da Gama. Vorige week was hij in India om de voorvaderlijke banden met deze snel groeiende economische macht te hernieuwen. De premier stamt uit een familie uit Goa (en dat kun je hem wel aanzien).

En de boer hij ploegde voort

Ik begon met deze blog omdat ik het idee had dat veel Nederlanders Portugal slecht kenden
In januari 2014 behoorde Portugal tot een groep landen in de zuidelijke periferie van Europa die in de volksmond PIGS werden genoemd: Landen met een hoge staatsschuld en een slecht gerunde economie, waarvan de bevolking boven haar stand leefde, corruptie hoogtij vierde en men liever lui dan moe was. Hoewel ik geen Portugees ben en ook niet van plan ben om dat te worden, voelde me persoonlijk beledigd. Zoiets zeg je niet over je niet over een land waarmee je samen Europa vormt en al helemaal niet als je niet goed weet wat er in dat land aan de hand is. Ik hoop dat mijn stukjes over salarissen, pensioenen, uitkeringen, de loodzware opgelegde bezuinigingen en de belabberde economische situatie iets hebben kunnen bijdragen aan een beetje meer begrip voor de Portugese medeburger.
Zij vormen een - absoluut persoonlijk gekleurd - verslag van wat zich in de afgelopen jaren in de Portugese politiek afspeelde (rubriek `Portugallig, sinds de politieke machtswisseling `De geest uit de fles´).

Daarnaast waren de afgelopen jaren een zoektocht naar wat Portugese identiteit zou kunnen zijn (`Bijzonder Portugees´, maar ook Stad en Land´), wat in Portugal succes had en rijkdom genereerde (`Portugal maakt het´) en wat het land - van fado tot rock - op muzikaal gebied te bieden heeft (´Muziek´). En dan zou ik nog bijna een van de belangrijkste rubrieken vergeten: `Van de boerderette´, het verslag van mijn (agrarische) avonturen op ons land boven de Douro in Paços de Gaiolo.

April in Portugal

In de afgelopen drie jaar is de `Portugeest´ - de abonnees niet meegerekend - ruim 10.000 keer bekeken.
Natuurlijk zaten daar missers tussen. Ik neem aan dat iemand in Oekraïne niet veel van mijn blog kan opsteken en het lijkt me op dit moment ook niet erg waarschijnlijk dat daar Nederlanders of Belgen op vakantie gaan. Ook kunnen bepaalde titels, zoals `Minimumloon´, of  `Geringonça´ misleidend hebben gewerkt. Het hangt er maar vanaf wat en hoe je zoekt op het Internet. Hoe dan ook: Het aantal lezers van de `Portugeest´  blog overtreft dik mijn verwachtingen en stijgt nog steeds: In het eerste jaar zo´n 2000, de laatste tijd 700 per maand. Bedankt voor al die aandacht.

Echte toppers waren `De hoogste golf van de wereld´ (over surf in Portugal) met 832 pageviews, in de rubriek `Van de boerderette´ werd  `En de boer hij ploegde voort´ het meest gelezen (278). Kennelijk waren jullie ook geïnteresseerd in het Portugese inkomen en de kosten van levensonderhoud: `Minimum loon´ (218) en `Quanta custa...?´ (218). In de rubriek `Muziek´ sprongen `April in Portugal (88) en `In memoriam Carlos Paredes´ (59) eruit. Bovenstaande cijfers staan voor het openen van de blog op de specifieke pagina. Die stukjes zullen dus wel door meer mensen gelezen zijn.
De belangstelling voor mijn muziekrubriek viel wat tegen. Moet ik de titel veranderen, of zijn jullie niet zo geïnteresseerd in Portugese muziek (die echt wel wat meer omvat dan fado)?
Het viel me op dat de teksten die ik zelf als de beste beschouw lang niet altijd door de lezers als zodanig gewaardeerd werden. Jammer, maar tegelijkertijd een goeie remedie tegen ijdelheid en zelfoverschatting.
Wat ik het leukste vind, is als ik zie dat iemand de blog ontdekt en aan het bladeren slaat. Zoiets kun je zien in de statistieken (Ik kan je met geen mogelijkheid identificeren hoor).

In memoriam Carlos Paredes

Tot slot de reacties: 21 in drie jaar houdt niet over, maar ik was er al voor gewaarschuwd door een collega blogger. De reacties die ik kreeg waren opbouwend en een paar keer ben ik gewezen op een onjuistheid. Mijn dank daarvoor. De Portugeest is - hoewel een onverbeterlijke betweter - geen orakel. En verder moet je het hem maar niet kwalijk nemen dat hij het nogal vaak opneemt voor het volk waarvan hij - soms tegen wil en dank - houdt en het land waarin hij zich thuisvoelt. Daaraan heeft hij tenslotte zijn naam te danken.
Tot volgende maand.   






   
 





    

donderdag 12 januari 2017

Bijzondere Portugezen 1. Mário Soares

Afgelopen zaterdag overleed Mário Soares, ex-president en, in lange jaren, dito minister en premier van Portugal, levenslang politicus en - vooral - strijder voor vrijheid, emancipatie van het Portugese volk en voor een verenigd Europa. Een patriot. In tegenstelling tot zijn vrouw en kameraad voor het leven, Maria Barroso, die hem anderhalf jaar geleden voorging, geloofde hij niet in de eeuwigheid, de ziel of onsterfelijkheid - hij was atheïst - maar wel in de onsterfelijkheid van ideeën en idealen, de overdracht daarvan van generatie op generatie en het werk aan de verbetering van de mens in de zin van de filosofie van Hannah Arendt: `The human condition´. Door zijn overlijden verliest Portugal een groot staatsman en een van de belangrijkste iconen van de strijd tegen de dictatuur van Salazar en de revolutie van 25 april 1974. Voordat ik me een beetje in het land ging verdiepen was voor mij en veel van mijn generatiegenoten - als het om politiek ging - Portugal Soares (of Soares Portugal).

 

zoals ik me hem zal blijven herinneren

 Mário Alberto Nobre Lopes Saores werd op 7 december 1924 geboren in Lissabon, waar hij - we zullen zijn schooltijd maar overlaten aan de biografen - afstudeerde in historische-filosofische wetenschappen en -later - rechten. Als student belandde hij al een paar keer in de gevangenis wegens zijn lidmaatschap van de verboden communistische partij (PCP), en de medeoprichting van de Movimento de Unidade Democrático (MUD), Beweging voor Democratische Eenheid. Na zijn studie gaf hij les aan het door zijn vader opgerichte `Collegio Moderno´ een soort van lyceum, met als uitgangspunt `gelijke kansen voor iedereen´ en met veel aandacht voor cultuur en kunst. Hij was ook korte tijd directeur van de school, daarin opgevolgd door zijn - toekomstige - vrouw Maria Barroso, met wie hij in 1949 trouwde en daarna door zijn dochter Isabel Soares.

met zijn vrouw Maria Barroso
 
Maar, omdat hij vond dat hij met zijn rechtenstudie meer kon betekenen voor zijn idealen (een democratisch Portugal), koost hij voor de advocatuur en verdedigde o.a. Álvaro Cunhal, de leider van de communistische partij, toen die van politieke misdaden werd beschuldigd en de familie van de grote vrijheidsstrijder generaal Humberto Delgado, tijdens het onderzoek naar diens moord.

Nadat hij zich heeft afgekeerd van het communisme (en de PCP van hem), richt hij in 1955 de `Resistência Republicana Socialista`, Socialistisch Republikeins Verzet, op en trad in 1956 toe tot de Directório Democrato-Social´, een van de belangrijkste democratische bewegingen van die tijd. In 1958 was hij lid van de campagnecommissie van Humberto Delgado die het als presidentskandidaat opnam tegen Salazar, hetgeen hem door het dictatoriale bewind niet in dank werd afgenomen, evenmin als zijn eigen kandidaatschap op de lijsten van de democratische oppositie. In totaal werd hij 12 keer door de `Pide´, de politieke politie van Salazar, gevangen gezet en hij zat in totaal 3 jaar gevangenisstraf uit. In 1968 werd hij - zonder proces - gedeporteerd naar São Tomé, waar zijn vrouw zich bij hem voegde. Toen, na de dood van Salazar, Marcello Ceatano aan de macht kwam, werd hem in 1970 toegestaan om in Frankrijk in ballingschap te gaan.

In Parijs werd Soares door diverse universiteiten uitgenodigd om colleges te geven en ontving hij (Universiteit van Rennes) een eredoctoraat.
In 1973 besloot hij met een groep gelijkgezinden (zijn vrouw stemde tegen) de sociaal-democratische beweging (ACP) om te zetten in een politiek partij: `De Partido Socialista (PS)´ werd geboren en Soares werd tot secretaris-generaal gekozen.

De trein der vrijheid

Drie dagen na Anjerrevolutie keerde Soares en vele lotgenoten, op uitnodiging van de door de strijdkrachten aangestelde president Spínola, met de zogenaamde `Comboio da Liberdade´, Trein der Vrijheid - mooi hè - terug naar Portugal. Op de stations en langs de spoorlijn stonden duizenden juichende mensen om ze te verwelkomen. Toen zijn toekomstige tegenstander Álvaro Cunhal (PCP) twee dagen later in Lissabon arriveerde, was Mário Soares daar om hem te omarmen.

Tijdens de periode van de `PREC, Processo Revolutionário em Curso´ (25 april 1974-april 1976), het `revolutionaire proces´ tussen de Anjerrevolutie en de goedkeuring van de grondwet door het parlement,
was Soares minister van buitenlandse zaken en met name verantwoordelijk voor de dekolonisatie van Angola, Mozambique, São Tomé en Guinee-Bissau. Intussen maakte hij de `Partido Socialista´ klaar voor de eerste vrije verkiezingen van april 1976, daarin (clandestien) gesteund met geld van van haar zusterpartij, de SPD in Duitsland. Misschien herinner je je die reportage van `Andere Tijden´ nog, waarin o.a. naar voren komt dat Harry van den Bergh (PVDA) diverse keren met koffertjes vol bankbiljetten naar Lissabon vloog.
Daarnaar gevraagd door de makers van de reportage, ontkende noch bevestigde Soares dat hij wist dat dat geld van de Amerikaanse CIA afkomstig was (Van den Bergh wist het in ieder geval niet).

het befaamde televisiedebat met Álvaro Cunhal

De `Westerse wereld´ was in die tijd bijzonder bezorgd dat Portugal (NATO-lid) een communistische staat zou worden. De communistische partij (PCP) had ten tijde van de Anjerrevolutie al een goed georganiseerd netwerk en genoot de steun van een groot deel van de - revolutionaire (MFA) - strijdkrachten. Een rechts alternatief bestond er op dat moment niet, zodat - met name - de VS ervoor kozen om de PS van Mário Soares te steunen. De socialisten wonnen (de mislukte staatsgreep van november 1975 en het beroemde debat tussen Soares en Cunhal: "U bent van plan om in Portugal een communistische dictatuur te vestigen", zullen daar zeker toe hebben bijgedragen) op 25 april 1976 de verkiezingen en de communisten hadden het nakijken.

Soares werd premier van de eerst constitutionele regering (I) van Portugal (1976-`78), wat hij nog eens herhaalde in 1978 (II) en tussen 1983-`85). In die periode verkeerde de - jonge en onervaren - staat Portugal diverse malen in geldnood en moest het IMF om hulp gevraagd worden. Maar de dekolonisatie (voorwaarde voor toetreding tot de EEG) was in gang gezet, er moest huisvesting en werk worden geboden aan meer dan een half miljoen `immigranten´ die tussen ´74 en ´75 naar Portugal kwamen, er moest hoognodig geïnvesteerd worden in onderwijs, alfabetisering (Salazar hield het volk bewust dom), een gezondheidszorg worden opgezet en noem maar op...

president van Portugal

Van 1986 tot ´96 Mário Soares president van Portugal (een president voor alle Portugezen, zoals hij zichzelf graag zag). Zijn eerste mandaat won hij nipt. Velen hadden hem de dekolonisering niet vergeven. Het tweede presidentsmandaat won hij met 75% van de stemmen. Een unicum. In die tijd was hij een groot voorvechter van de toetreding van Portugal tot de EU en had hij te kampen met twee opvolgende provinciaal-kneuterige en cultuurloos-rechtse regeringen van zijn politieke tegenstander Ánibal Cavaco Silva (1985- ´95).

Na zijn presidentschap stond Soares aan het hoofd van verschillende (inter)nationale organisaties, zoals de Onafhankelijke Wereldcommissie voor de Oceanen en de Stichting Portugal-Afrika en van 1999 tot 2004 was hij afgevaardigde in het Europese Parlement. De verkiezing tot voorzitter daarvan verloor hij van Nicole Fontaine.
In 2005 stelde hij zich op 88jarige leeftijd - tot bijna ieders verbazing - nog eens kandidaat voor het presidentschap van Portugal. Cavaco Silva had er toen één mandaat opzitten. De algemene mening hierover is dat hij dit alleen deed om te voorkomen dat zijn partijgenoot en toenmalig premier José Socrates de officiële kandidaat van de socialisten, Manuel Alegre, zou moeten steunen. Soares en Alegre (voormalige vrienden en partijgenoten van het eerste uur) hadden in die tijd grote ideologische en persoonlijke geschillen, die gelukkig een paar jaar geleden werden bijgelegd. Gevolg was wel dat Cavaco Silva voor de tweede keer de presidentsverkiezingen won en de SP met lege handen stond.

2015 na een bezoek aan José Socrates in de gevangenis

In 2007 werd Mário Soares benoemd tot voorzitter van de Commissie voor Vrijheid van Religie en tot aan zijn dood was hij betrokken bij het International Ocean Institute. Uit de politiek had hij zich al enige tijd teruggetrokken, maar via interviews, waarin hij o.a. kenbaar maakte overtuigd te zijn van de onschuld van José Socrates met betrekking tot de aanklachten wegens corruptie en belastingontduiking en waarin hij zijn teleurstelling uitte over de ontwikkelingen van het `Project Europa´ en zijn ongenoegen met het mandaat van Hollande liet hij horen, dat hij nog steeds `alive and kicking´ was.

Op 13 december 2016 moest hij het opgeven. Mário Soares werd opgenomen in het ziekenhuis en raakte in een coma, waaruit hij tot zijn overlijden op 7 januari niet meer ontwaakte. Op dezelfde dag werd een periode van drie dagen van nationale rouw afgekondigd. Na zijn crematie werd afgelopen dinsdag een baar met zijn as per auto, met paarden en op de schouders langs verschillende, voor hem, belangrijke punten in Lissabon gevoerd (Ik moest even denken aan Fidel Castro), zoals zijn huis, het Colégio Moderno en de parlementsgebouwen, waarna hij werd opgebaard in de refter van het klooster dos Jerónimos aan de Taag. Duizenden mensen stonden langs de afscheidsroute. Er werden rode anjers op de baar geworpen en je hoorde `Soares é fixe´, Soares is koel. Natuurlijk waren er talloze toespraken van talloze hoge heren, elegieën en ceremoniële geweerschoten en de baar werd bezocht door vele buitenlandse politici en (ex)leiders. Maar het meest ontroerende was toch die invalide vrouw die vanaf  ´s morgens vroeg in het winderige Belém stond te wachten om haar rode anjer op de baar te mogen werpen.      


file voor het afscheid in Jerónimos
 
             

  

donderdag 5 januari 2017

Bijzonder Portugees 35. Janeiras

Als je Portugal een beetje kent, weet je dat het een land is van tradities en niet in het minst van muzikale: de fado, `de cantares alentejanos´, de liedjes ter gelegenheid van de `magusto´, het kastanjefeest en alle lokale volksmuziek waarop gedanst en gezongen wordt. Een Portugees zingt meer in een jaar dan de gemiddelde Nederlander in zijn hele leven. Maar kende je de `Janeiras´ al, de liederen die ter gelegenheid van het nieuwe jaar gezongen worden in vriendenclubs, op scholen in `tunas´, muziekverenigingen en allerlei ander groepsverband? Het is een oude traditie, die niet alleen in ere wordt gehouden, maar waaraan de laatste jaren zelfs steeds meer mensen lijken mee te doen.

 
1 januari 2017, Fandinhães
 

`As Janeiras´, wat zoiets als de `januarigiften´ betekent, werden in vroeger tijden door groepen arme (land)arbeiders ( wat je in Portugal - en grote delen van Europa - tot nog maar kort geleden een pleonasme zou kunnen noemen) aan de poorten van de adel en de rijkere boeren gezongen. Met deze eenvoudige liederen (vergelijk met die van het Nederlandse Sint Maarten) werd het nieuws van de geboorte van het kerstkind aangekondigd en iedereen een goed nieuw jaar gewenst. De bedoeling was natuurlijk om de restjes van de kerstmaaltijd van fortuinlijker dorps- en stadsgenoten af te bietsen.
Hoewel de adel bij die bedelzangen beslist niet werden overgeslagen, waren er toch veel `Janeiras´ waarvan de tekst op het volgende neerkwam (bron Wikipédia):

`As Janeiras não se cantam           ´De Janeiras zing je niet
Não se cantam as fidalgos                Nee, die zing je niet voor de heren van adel
Cantam-se aos lavradores                Je zingt ze voor de boeren
que são homens mais honrados´    Dat zijn eervoller mannen´ 

(omstreeks 1900, Vila Real) 

Een kleine wraakneming voor weer een jaar van honger, vernederingen en ander armenleed?


Er wordt wel geopperd dat het zingen van de `Janeiras´ en het ophalen van van giften aan de deuren van de rijken is voortgekomen uit voor-christelijke nieuwjaarsriten waarin de goden om een goede oogst werd verzocht. Maar daar is geen wetenschappelijk grondslag voor.

Volgens de traditie vormen vrienden of buren groepen, die - nadat de liedteksten zijn uitgedeeld, de huizen in de buurt bezoeken. Soms wordt er gezongen met begeleiding van folkloristische instrumenten zoals `bombos´ (trommels), `pandeiretas´ (tamboerijnen), fluiten of gitaren. Je kunt het zo mooi maken als je zelf wilt. Als de groep uitgezongen is, wacht men tot de huiseigenaar de `Janeiras´ komt brengen. Traditioneel zijn o.a. dit kastanjes, noten, appelen, chouriço en morcela (Portugese worst), maar tegenwoordig geeft men voornamelijk chocolade en geld (om wijn van te kopen).

                                          https://www.youtube.com/watch?v=ur-EeoruGsc

De giften worden na afloop onder de zangers verdeeld, of men zet zich aan een gemeenschappelijke dis.
Vroeger werden de `Janeiras´ tussen kerstmis en het driekoningenfeest gezongen. Tegenwoordig zingt men de `Janeiras´ in de hele maand januari, buiten, in gemeentelijke auditoria en clubhuizen, maar vooral ook op scholen. Toen mijn zoontje een jaar in Marco de Canaveses op school zat, kregen mijn vrouw en ik een uitnodiging om de `Janeiras´ te komen beluisteren. Alle kinderen waren op het schoolplein verzameld en stonden uit volle borst `Boas festas, boas festas´ (prettige feestdagen) te zingen. Ik verstond `bolos secos´, wat droge taarten - misschien overgebleven van de kerstmaal? - betekent. Dat werd een familiegrap.

                                         https://www.youtube.com/watch?v=U0Fooilq4qc
                                                       `Natal dos simples´, José Afonso

De beroemdste `Janeiras´ zijn van de hand van de legendarische Portugese zanger en componist José Afonso (1929-1987): `Natal dos simples´ (Kerst van de gewone man), beter bekend als `Vamos cantar as janeiras´ (Laten we de `Janeiras´ gaan zingen), dat - hoewel geen traditioneel Portugees lied - bijna iedereen kent en niet vaak op de `Janeirasplaylist´ ontbreekt.