woensdag 27 augustus 2014

Portugal maakt het 3. Bairro Alto Hotel

Een week geleden stond het in de zaterdagbijlage van de krant `Jornal de Notícias´: Het Bairro Alto Hotel in Lissabon had voor de vijfde achtereenvolgende keer de `World Travel Award´voor het beste `Leading Hotel´van Europa gewonnen. Daar bovenop ook nog eens voor het eerst dit jaar de prijs voor het beste `Landmark (referentie) Hotel´ van Portugal. Het `Bairro Alto´ dat vier sterren voert, wordt beschouwd als een zogenaamd `Boetiek hotel´: Een niet al te groot, luxueus hotel met een eigen stijl, een intieme sfeer en een persoonlijke benadering van de cliënt. Het heeft bijvoorbeeld slechts 55 kamers, maar wel 65 personeelsleden. De prijzen zijn er naar. De goedkoopste tweepersoonskamer (mansarde) kost 228 Euro per nacht, de duurste (suite) 430. Het zit bijna altijd vol. De wijk Bairro Alto is de laatste decennia de `hotspot´ van Lissabon, waardoor naast welgestelde toeristen ook veel artiesten er onderdak zoeken. In het `gouden boek´ van het hotel staan lovende woorden van o.a. de Beasty Boys´en Melany Laurent, maar ook Pina Bausch heeft er een tijdje gelogeerd. Lady Gaga heeft voor de komende november een paar nachten geboekt. De keuken, met een echte chef, staat goed bekend en is flexibel. Men kwam alleen even adem tekort toen de leden van de `Black Eyed Peas´ op een nacht om grote hoeveelheden hamburgers en pizza´s vroegen.


het gerestaureerde hotel


In 2005 zag ik een foto van het pas geopende hotel op de Praça de Camões van het hotel.
"Verrek, moet je kijken, daar heb ik nog geslapen", zei ik tegen mijn vrouw. "Wat ziet het er mooi uit! In 1980 was het bijna een krot. Vanuit die dakkapelletjes maakten we foto´s van elkaar. Wat leuk dat ze die hebben mee gerestaureerd. Een geweldig uitzicht over de Taag had je daaruit. Je moest alleen oppassen dat de ruit niet uit de sponning viel als je het raam opendeed."

we maakten foto´s van elkaar vanuit de dakkapellen

We waren met z´n achten in een gedeukte volkswagenbus naar Portugal gekomen en wilden een paar dagen in Lissabon blijven. Bij toeval vonden we het hotel, midden in de stad. Het heette toen nog `O Grande Hotel de l´Europa´. Er was geen garage. Volgens de gerant was het beter om alles uit de bus en van de imperiaal te halen, want er werd veel gestolen in Lissabon. Koffers, tassen, bakken vol muziekcassettes, plastic zakken met vuile geitensokken, een oude bungalowtent en zelfs een roestige stretcher moesten we zelf naar de bovenste verdieping slepen. De kamers waren stoffige hokken met doorgezakte bedden. Voor sommige deuren was zelfs geen sleutel. Inplaats van 228 Euro per nacht betaalden we waarschijnlijk nog geen tientje per kamer. Er was geen roomservice. Als je ´s avonds laat nog een biertje op je kamer wilde drinken, moest je dat in de roze buurt gaan kopen. In Bairro Alto was - op een paar fadocafé´s die vroeg sloten na - nog niets te beleven.

uitzicht 1980

In een korte geschiedenis van het `Bairro Alto´ las ik dat het `Grande Hotel de l´Europa in het zelfde jaar dat wij er logeerden sloot. Pas ruim twintig jaar later werd begonnen met de restauratie van het gebouw. Met een combinatie van de originele en moderne materialen, werd gestreefd naar een stijlvolle mengeling van nostalgie en prettig comfort. Bovenin maakte men een bar waar je ook een - door de chef goedgekeurd - hapje kunt eten. Op het terras geniet je van het vierde beste uitzicht van Europa. Binnenkort wordt de capaciteit van het hotel, door het integreren van aanpalende gebouwen, verdubbeld. Een project van de bekende Portugese architect Souto Moura.
Lissabon is enorm veranderd in de afgelopen dertig jaar. Er is heel veel gerestaureerd, maar het is geen muf museum geworden. De stad sprankelt van cultuur en Portugese creativiteit en is een belangrijke toeristische bestemming geworden. Het `Bairro Alto Hotel´ is emblematisch voor die ontwikkeling.
  
uitzicht 2014 (foto site hotel)

woensdag 20 augustus 2014

Bijzonder portugees 6. Wijze van spreken

Waarschuwing: Vanwege de strekking van het verhaal bleek onvermijdelijk om een beperkt aantal schuttingwoorden te gebruiken.

Toen ik pas in het buurtschap woonde, kon ik net zo goed een eindje gaan wandelen als de mensen hier met elkaar begonnen te praten. Ik verstond nog geen kwart van wat ze zeiden. Alsof ik als Noord-Hollander tussen een groep Drenten stond. Een nogal terleurstellende ervaring, omdat ik het idee had dat ik inmiddels aardig Portugees sprak en begreep. De zwaar aangezette oe´s en ão´s, de dubbele medeklinkers, half ingeslikte woorden en hier en daar verplaatste accenten leidden ook wel tot merkwaardige misverstanden: Zo verstond ik bijvoorbeeld "camerão" (garnaal) als er "camera" (gemeentehuis) bedoeld werd. De meeste mensen hier hebben een nogal beperkt woordenschat, zodat ze vaak niet anders kunnen doen dan een woord dat ik niet begrijp herhalen totdat een van ons beiden het maar opgeeft.


Een Portugese vriendin die de streek een beetje kent, zei: "Je mist minder dan je denkt, want minstens een kwart van de conversatie daar bestaat uit schuttingwoorden en vloeken." Dat bleek wel zo ongeveer te kloppen toen ik het dialect wat beter begon te verstaan. Overigens is men in bijna heel Noord-Portugal nogal grof in de mond. In het zuiden bloost men vaak van de taal die de noorderlingen bezigen.

De eerste tijd werkte ik op het land vaak samen met een wat oudere man, die bij elke kleine tegenslag - maaimachine die niet meteen wilde starten, steen in de grond tijdens het spitten - `filio (of filia) da puta zei. Dat beteken letterlijk `hoerenzoon (of -dochter), maar in het Nederlands wordt de lading daarvan het best gedekt door `klootzak´. Op een dag, we waren maquis aan het maaien op de berg, was ik het een beetje zat en zei: "Nou gefeliciteerd hoor, Sr. José*, het is nog geen tien uur en u heeft al honderd keer f. de p. gezegd." Verbaasd over zo´n prestatie zei hij langzaam "Fi-li-o-da-pu-ta". Ik ging maar een biertje voor hem halen. Het werd tijd voor een pauze.

Door niet uit te stellen werk op de boerderette, lukte het me een keer niet om op de vooravond van São João do Porto (bijzonder Portugees 5) naar Vila Nova de Gaia te gaan om met de familie van mijn vrouw de traditionele geroosterde sardientjes te eten. Ik werd prompt door Sr. José uitgenodigd voor het avondmaal, want `São João in je eentje, dat kan niet...´ De mensen zijn hier erg gastvrij.

Sr. José was al druk bezig met de barbecue toen ik bij zijn huis aankwam. Alle sardientjes, de febras (varkenslapjes) en zelfs de kip kregen minstens één keer bij het omdraaien te horen dat ze als dochter van een prostitue beslist niet deugden (zowel sardinha, febra als galinha (kip) zijn vrouwelijke woorden). Dat viel nogal mee, want besprenkeld met een mengsel van wijn, olijfolie, knoflook, citroen en nog zo het een en ander werden ze erg lekker.


Tijdens het diner met de familie werd voornamelijk gesproken over heel erge ziektes en de kosten en kwaliteit van medische hulp. Nadat alle artsen in een straal van vijftig kilometer waren afgedaan als f.d.p.´s, vooral vanwege hun hoge rekeningen, kwam het gesprek op de culinaire specialiteit van de streek: `Anho assado com arroz de forno´ oftewel geroosterd lam met rijst uit de oven, en de plaatslijke restaurants die dat gerecht serveerden. Dat ging als volgt: "Bij hem, die klootzak? Nee daar moet je niet eten, puta da parede! (stoephoer). Een schijtbeetje krijg je en nog verdomde duur ook."
De stemming kwam er pas echt in toen het op de beste manier van bereiding van deze specialiteit kwam. Praten over eten is hier zo´n beetje het toppunt van intimiteit:
"Dat klotebeest moet eerst een dag en een nacht in de marinade van rode wijn, knoflook, citroen en...hoe heet die shitbende ook al weer, weet je wel, die rooie troep, poeier is het. "Colorau (zoete paprikapoeder) verdomme", baste de buurvrouw die ook een glas wijn was komen drinken.
Voordat het lam en de rijst gaar waren passeerde het hele repertoire van mij bekende schuttingwoorden verschillende keren en waarschijnlijk ook nog wel een paar die ik nog nooit had gehoord (en dus niet begreep).
Ik was blij dat ik naar buiten kon, toen om middernacht het vuurwerk van Cinfães, aan de overkant van de rivier begon, want ik had zo onderhand kramp in buik en kaken van het ingehouden lachen. Het was net of ik middenin een Portugese variant van `Haagse Harrie´ was beland:  http://www.haagseharry.nl/strip.html .
Ik heb heerlijk gegeten en gedronken en het werd een onverwacht leuke `São João´. Het zijn aardige, gastvrije mensen, maar ze zijn wel een beetje `grof in de bek´.

*om reden van privacy is de naam veranderd

woensdag 13 augustus 2014

Van de boerderette 11. Brand!! deel III

3. Nakaarten


Woensdag 3 september 2003

Rustige wacht. Om vier uur ´s morgens los ik mijn vrouw af. Die valt zowat om van de slaap. Het is fris en in het bos is bijna alles uitgebrand. Ik voel me een stuk beter na een paar uur slaap. Om tien uur is het al weer dertig graden en jawel hoor: Er stijgt weer rook op uit het bos beneden. Net als ik de brandweer wil bellen, zie ik een brandweerman aan de bosrand. Ze zijn ons niet vergeten. Ik ga maar eens een praatje maken. De commandant zegt dat hij tien man in het bos aan het werk heeft om smeulend hout onder te spitten. Hij was hier ook bij de branden van 2005 en die van 2010, waaraan we door een draaiende wind net ontsnapten. We praten over de vergrijzing en de ontvolking van het binnenland en de gevolgen die die hebben voor het schoonhouden van het bos. Ook de prijs van de benzine en de kortingen op salarissen en pensioenen komen aan bod. Het is voor veel mensen niet meer op te brengen om land en bos te maaien.


Ik loop nog even naar de straatweg. Het vuur is op sommige plaatsen over de boomkruinen gevlogen, waardoor een stal met aangrenzende hooiberg, een weiland met schapen en een paar wijngaarden als door een wonder gespaard zijn. Van de buurman die ik onderweg tegenkom zijn alle bomen die hij op de berg had verbrand. "Uithuilen en opnieuw beginnen", vertaal ik voor hem. "Ja, zo is het", beaamt hij, "Puta da vida."
Als ik later in de middag benzine ga kopen voor de motormaaier, zie ik een groep brandweerlieden in de schaduw van de kapel zitten. Een paar half slapend. Een van de meisjes zit te huilen. "Om een collega die vandaag wordt begraven", zegt de bazin van het dorpswinkeltje. Hoe zij dat weet..?

Tegen het eind van de middag wolken. Er zit onweer in de lucht. "Doe eens een regendans", zeg ik tegen mijn zoontje. Toch nog maar een nachtje de wacht houden, besluiten we. Als ik na het journaal van tien uur naar bed ga, hoor ik dikke druppels vallen, maar het stopt. Te weinig. Tegen één uur wordt ik wakker van het onweer. Het regent nu flink. Mijn vrouw kruipt naast me in bed. Ik hoef er niet uit vannacht, wat heerlijk. Maar mijn dromen spelen zich af in Nederland en dat zal nog een tijdje zo blijven. Het onderbewustzijn op de vlucht.

Donderdag 6 september 2013

Vannochtend met z´n drieën de berg op om de schade te bekijken. Die is nog groter dan ik had gedacht. Er zijn erg veel bomen verbrand, waaronder onze met pijn en moeite vertroetelde parasoldennen en een van de weinig kurkeiken. Een aantal aangebrande eiken zullen misschien in het voorjaar nieuw blad krijgen, maar bijna alle dennen boven het ommuurde pad zijn dood. Brandhout waar je zwarte handen van krijgt. Toch zijn we niet al te triest. We beginnen hier gewoon opnieuw, anders en met meer ruimte.

En verder...
bleef het na die ene onweersbui nog weken droog, heet en gevaarlijk. Tot vrijdag 26 september was er elke dag wel ergens rook te zien. Gelukkig niet meer al te dichtbij. Maar je blijft onrustig om je heen kijken, snuffelend: `Ruik ik geen rook?´
Dat moet anders. We moeten ons hier veiliger kunnen voelen. Meer ruimte maken en brandvoorzieningen aanleggen.
Als ik terugkijk op de branden, vond ik, hoewel we toen zelf geen schade opliepen, de tweede dag het ergst. Zo´n brand onverbiddelijk op je af zien komen zonder ook maar iets te kunnen doen! Daarom ben ik dit verslag daarmee begonnen. Tijdens de eerste brand ging alles zo snel (Het vuur ploegde in vijf minuten van de ene naar de ander kant - 500 meter - van ons terrein op de berg), dat er geen tijd was om na te denken, alleen maar om met een rotgang te redden wat er te redden was.

Het regent nu al dagen, waardoor ik wat tijd heb kunnen vinden om dit verhaal op papier te zetten. Daar had ik behoefte aan. Gisteren las ik toevallig in de krant dat wetenschappelijk onderzoek - opnieuw - heeft aangetoond dat het schrijven over traumatische gebeurtenissen flink helpt bij de verwerking daarvan. Ha ha, zie je wel.

Oktober 2013

op de berg

Tussen 1 januari en 15 oktober 2013 werden in Portugal 18869 bosbranden geregistreerd.
3552 daarvan bestreken meer dan een hectare. In totaal werden bijna 150.000 hectare bos- en mato (maquis) in de as gelegd, een derde daarvan was bewoond gebied.
Het district Porto, waar wij wonen, werd het zwaarst getroffen.
Er werden 52 verdachten van brandstichting aangehouden, maar volgens de brandweer ontstaan de meeste branden toch door nalatigheid: Barbecue, het afsteken van vuurpijlen in een periode dat dat verboden is, gebruik van vonken veroorzakende machines in het bos en, met stip, de brandende peuk uit het autoraam.

Bij de bestrijding van de bosbranden kwamen in 2013 11 brandweermensen om (104 sinds 1980!).

woensdag 6 augustus 2014

Van de boerderette 10. Brand!! deel II

2. Het begin


Zondagavond 1 september 2013

Ik heb geen zin in Hannah Montana en die andere Disneysoaps waar mijn zoontje en mijn vrouw naar kijken, dus ga lekker op de veranda zitten met mijn gitaar. A mineur, E, C: `The man who sold the world´. Het is een uur of negen en het wordt al weer vroeg donker, in Portugal een uur eerder dan in Nederland. Een aangenaam frisse avond na de zoveelste hete dag.


Plotseling zie ik op drie- , vierhonderd meter afstand vuur opflikkeren. Het lijkt eerst te doven, maar dan is het er weer. "Vuur", roep ik en ren naar binnen om mijn mobieltje te zoeken. "O shit, nu zijn wij aan de beurt", denk ik als ik met een droge mond van de zenuwen de brandweer bel. "We sturen iemand", belooft de man van de meldkamer. Inmiddels staan mijn zoontje en mijn vrouw ook buiten. De vlammen worden groter, maar het gaat nog niet zo snel. Ik waarschuw buurman Carlos* en senhor José, die een wijngaard heeft vlak bij de brandhaard. Ze liggen allebei al in bed.
De brandweer komt gelukkig vlug en weet het vuur snel te doven. Ik loop er heen en praat wat met de eigenaar van het land. Het vuur is duidelijk aangestoken door een kwaadwillende. Ik hoef hem niet te vragen of hij vijanden heeft. Die heeft hij genoeg. Het is geen aangenaam heerschap. Gerust gesteld ga ik op tijd naar bed. Morgen weer vroeg op om gras te maaien.

Maandag 2 september

De volgende dag na het middageten, half slapend in mijn ligstoel, hoor ik het. Een zacht geknetter. Er stijgt weer rook op vanaf de zelfde plek als gisteravond en ik zie ook al kleine vlammen. "U bedoelt toch niet die grote brand in Piares?", vraagt de man in de brandweerkazerne. "Nee, nee, hier vlak bij, op dezelfde plek waar jullie gisteren waren". "We sturen wel iemand", zegt hij weinig overtuigend. In de kokende hitte loop ik naar het eind van de weg om de eigenaar van het land te waarschuwen. Niemand thuis, ook de buren die op het land ernaast schapen houden, zijn er niet. Ik loop maar weer terug naar ons huis. Intussen arriveert buurman Jorge. Hij is langs de brand gereden zonder hem op te merken. Na een kwartier vliegt de eerste boom in brand en begint de rook dik te worden. Er is nog geen brandweer in zicht. Jorge begint nu ook ongerust te worden. "Bel jij de brandweer nou eens", zeg ik. Hij heeft het nog niet gedaan, of de hel breekt los. Het vuur baant zich als een razende door de eucalyptussen in de richting van het huis van Jorge. Hij is gelukkig niet alleen en heeft een waterput met een sterke pomp. Een storm van brandende eucalyptusbladeren zet het droge grasland van buurman Carvalho in lichterlaaie. Ik sleur de loodzware waterslang omhoog en omlaag om ons aangrenzende land en de laurierkers nat te houden. Gelukkig komen Carlos en Luisa nu ook aanrennen. Als de brandweer, één jeep maar, het land van Carvalho op rijdt om zijn opstallen te redden, vliegt door de vonken een van de hooibergen dicht bij ons huis in brand. Luisa probeert nog het vuur uit te slaan, maar dat lukt niet. Gelukkig is het gras eromheen gemaaid. Dan beginnen het gras en een eik naast de watertank te branden. Met veel moeite lukt het me het vuur uit te slaan met een bremtak, maar ik hoor alweer kreten: Het bos staat in de brand. Mijn vrouw, Carlos en Luisa rennen het bos achter ons huis in en ik ren naar een andere vuurhaard in de berm. Intussen buldert het vuur over ons land op de berg. Dat is reddeloos verloren. Er komen nu ook andere mensen om te helpen. Buren, mensen die ik ken uit de dorpswinkel, de zoon van senhor José met vrienden. Maar het gaat te hard in het bos. Mijn vrouw maakt ruzie met de wachtcommandant van de brandweer: "Maar een brandweerwagentje voor zo´n grote brand?" "Ik stuur wat ik heb, mevrouw, het probleem is dat jullie je bos niet schoonhouden" "Wat! Mijn man heeft alles gemaaid dit jaar" enzovoort. Stress aan beide kanten. Uiteindelijk weet ze de commandant van de jeep te bewegen om ons terrein op te  te rijden om de brand te helpen blussen. Ze is geweldig. Een tijger als het moet. Al snel volgt er een tweede wagen en blijft de schade nog een beetje beperkt. Eindelijk komt er een helicopter met waterzak. Die stopt de brand voor en achter het land van buurman Portas - heeft die even mazzel - en het bos van Alberto, waarop wel heel veel bomen verbranden. Jorge heeft, ondanks het gevaarlijk dichte eucalyptusbos boven zijn huis, het vuur op zijn erf weten te bedwingen. Zijn zwager staat nu met een slang onze hooiberg te blussen (Die zal nog bijna een week blijven smeulen).

Nog een frontje groen op de berg, daarachter alles vebrand

Net als bijna iedereen weg is en we even staan uit te puffen, staat het bos weer in lichterlaaie. Met z´n vieren lukt het maar net om het vuur uit te slaan. Carlos waarschuwt ons voor ondergronds doorbrandende boomstronken en wortels. Dat wordt brandwacht voor mij vannacht. Mijn vrouw gaat morgen vroeg naar Gaia met de auto, dus die moet vroeg naar bed. We drinken nog wat en dan gaat Carlos waterslang bestellen bij onze plaatselijke Malle Pietje. Op de berg zijn alle bovengrondse slangen gesmolten. Ik maak mijn eerste wachtronde door het bos met de hak en een emmer water. Er zullen nog heel wat ronden volgen. Op de berg is alles verbrand, behalve een stuk tussen het oude ommuurde pad en de weg. Morgen maar eens kijken hoe groot de schade is. Het is nu nog te heet daar. De grote brandwond in het midden van ons bos kun je vanuit het huis bijna niet zien. Dat is nog en geluk.
Mijn zoontje heeft het gebeuren met een mengeling van sensatiezucht en - een klein beetje - angst gevolgd. Hij rende op de meest ongelegen momenten in zijn onderbroek naar buiten. De katten zaten in de huiskamer opgesloten.

Als ik om elf uur, voor ze naar bed gaat, nog een rondje met mijn vrouw door het bos maak, zien we vuur in de richting van de rivier. Nog geen kilometer bij ons vandaan. We horen `Brand´ roepen en zien de silhouetten van mensen die het vuur proberen uit te slaan. Er staan daar nogal wat huizen. Daarna het geluid van een motorpomp. Op mijn volgende ronde is het vuur uit, maar vanuit die hoek zal morgen de ellende beginnen. Als iedereen in bed ligt, installeer ik me met koffie, een boek en een deken op de veranda. Om het half uur een ronde door het bos. Het wordt een drukke nacht, want het brand ondergronds nog op tientallen plaatsen, soms meer dan een halve meter diep. blussen en afdekken met aarde.

Wordt vervolgd

*Om reden van privacy zijn alle namen veranderd