woensdag 5 december 2018

Bijzonder portugees 40. De minister dicht


Het is alweer een week of vijf geleden dat de minister van cultuur, Luís Filipe Castro Mendes - volgens zijn zeggen op eigen verzoek - werd vervangen. Hoewel hij er al een indrukwekkende carrière als diplomaat had opzitten (Luanda, Madrid en Parijs), was hij misschien niet zo'n handig politicus. Tijdens de verdeling van de cultuursubsidies moest hij zelfs een paar keer door premier Costa `ontzet´ worden. Maar hij was in ieder geval een stuk geciviliseerder dan zijn voorganger João - ja, de zoon van Mário - Soares. Die dreigde een tegenstander van zijn beleid wel eens even een paar muilperen te komen toedienen en moest vervolgens zijn ontslag indienen. Castro Mendes had iets bijzonders: Een minister-poëet met een blog: `Tim Tim no Tibet´ waarin hij zijn gedichten publiceert en zo'n 15 uitgegeven dichtbundels. Een daarvan, `Lendas da Índia´, werd bekroond met de `Antonio Quadrosprijs´. 


                                                        Luís Filipe Castro Mendes

Zijn gedichten staan in het volle leven, zoals het volgende, dat hij in 2014 schreef, toen Portugal zuchtte onder het juk van de Troika zuchtte:

A misericórdia os mercados

Nós vivemos da misericórdia dos mercados
Não fazemos falte.
O capital regule-se a si pr´prio e as leis
são meras consequências lógicas desse regulação,
tão sublime que alguns veem nela o dedo de Deus.
Enganam-se
Os mercados são simultaneamente o criador e a prápria criacão.
Nós é que não fazemos falta.

De barmhartigheid van de markten

Wij leven van de barmhartigheid van de markten
Wij zijn niet nodig.
Het kapitaal reguleert zich zelf en de wetten
Zijn enkel  logische gevolgen van deze zelfregulering,
Zo verheven dat sommige daarin de vinger Gods zien
Zij vergissen zich
De markten zijn tegelijkertijd schepper en geschapene
Wij zijn het die niet nodig zijn


Het was me al eerder opgevallen dat heel wat Portugese politici uit heden en verleden poëtische en andere literaire aspiraties vertoonden.
Zou dat in Nederland ook zo zijn?
Ik herinner me dat Jan Terlouw (minister van economische zaken 1981-82) een aantal (jeugd)romans op zijn naam had staan en ik heb van horen zeggen dat zijn partijgenoot Hans van Mierlo (voormalig minister van defensie en buitenlandse zaken) ook wel eens wat achterop een bierviltje krabbelde, maar verder. En dichters...?

Ik besloot een klein onderzoekje te doen: Een vergelijking tussen de literaire publicaties van alle Nederlandse en Portugese ministers tussen 1974 (Begin van de Portugese democratie) en nu.
een onofficieel onderzoekje zonder enig wetenschappelijk gehalte, voornamelijk gebaseerd op wat Wikipedia ervan denkt te weten.


En wat bleek: In al die opeenvolgende kabinetten van Den Uyl, Van Agt, Lubbers, Kok, Balkenende en Rutte zat niet één dichtende minister.

Behalve Jan Terlouw vond ik slechts twee schrijvers, die elk één thriller op hun naam hebben staan: Klaas de Vries (voormalig minister van Sociale en Binnenlandse zaken): `Operatie Vuurvogel´ en Ed van Thijn (Minister van Binnenlandse Zaken in Van Agt II), samen met Peter Brusse: `De dorpelingen van Innocento´. Overigens was van Thijn een van de weinige ministers die een aanmerkelijke lijst andere publicaties op zijn naam heeft staan.
En dan is er nog Frits Bolkenstein (Defensie), zeker geen bangbroek. Die schreef een toneelstuk in vijf bedrijven, `Graaf Floris´. Het werd gepubliceerd, gekraakt door de pers en - voor zover ik kon achterhalen - nooit gespeeld.
In de categorie non-fictie: Jet Bussemaker (OC&W) met o.a. `Dochter van een kampkind´ en een of twee columnisten: Hillen en Plasterk.


Nee, dan de Portugese ministers!

Naast bovengenoemde minister Castro Mendes, komen er nog drie serieuze minister/dichters langs  en een half dozijn schrijvers van literaire romans. Als je het fijne ervan wilt weten: Zie de lijst onderaan het artikel. Journalisten, columnisten en literatuurcritici te over in vrijwel alle kabinetten
En dan heb ik het nog niet eens over de onafzienbare lijst van al dan niet wetenschappelijke werken over politieke, sociologische, pedagogische, filosofische en andere onderwerpen die de dames en heren ministers in de afgelopen 45 jaar hebben geproduceerd. Daar kunnen hun Nederlandse ambtsgenoten een punt aan zuigen. Het lijkt wel of het overgrote deel van de Nederlandse ministers na hun scriptie of proefschrift niet veel meer dan een boodschappenlijstje - en een rapportje zo nu en dan natuurlijk - uit de pen krijgt.

Weet jij wij de volgende dichtregels schreef?

`Denkend aan Holland
 zie ik breede rivieren
 traag door oneindig
 laagland gaan (..)´

of

`Ik ben geboren uit zonnegloren
 En een zucht van de ziedende zee (...)´

Dikke kans dat ook jij geen gedichten schrijft. Of leest. Het zou me niets verbazen als je nog geen flinterdun bundeltje van Roland Holst (m/v) of Fritzi Harmsen van Beek in de kast hebt staan, zelfs niet - al was het maar voor de vorm - `De Nederlands Poëzie van de 19e en 20e eeuw´ van Gerrit Komrij. `Jan Vanriet? Die ken ik niet.´
Niks Bijzonders: Hollanders schrijven en lezen over het algemeen geen gedichten en ministers al helemaal niet. In het onderwijs wordt maar weinig aandacht aan de vaderlandse dichtkunst besteed en voor de meeste Nederlanders komt in het verdere leven, behalve in de vorm van Sinterklaasverzen (Zwarte Piet, die woont hier niet) en wat rijmelarij om het bruidspaar in het zonnetje te zetten, het concept gedicht nauwelijks meer in zicht.

                                                       `Os Lusiadas´ van Camões

Wat een verschil met het Portugese onderwijs: Tijdens je schooltijd maak je op zijn minst kennis met `Os Lusiadas´ (De Lusiaden, 1572) van Luis de Camões, de gedichten van de heteroniemen van Fernando Pessoa (1888-1935). en de poëzie van Sophia de Mello Breyner Andresen (1909-2004), die je ook weer overal op de muren in het zee-aquarium in Lissabon tegenkomt, of in de boekwinkel, waar een respectabele plek voor poëzie is ingeruimd. Je ontcijfert de middeleeuwse allegorie `O Auto da Barca do inferno´ (1531) van Gil Vicente (weet ik van mijn zoon), en leest `Os Maias´ (1888) van Eça de Queiroz en natuurlijk een tekst van Nobelprijswinnaar José Saramago.
Portugezen Vwo'ers weten over het algemeen heel wat meer over de cultuur en geschiedenis van hun land dan hun Nederlandse leeftijdgenoten. En wist je dat filosofie hier een verplicht vak is op de middelbare school?
Als ik de zaterdagse cultuurbijlagen lees, verbaas ik me telkens weer over enorme hoeveelheid literatuur, zowel proza als poëzie die wekelijks in Portugal uitgegeven wordt. Natuurlijk is de markt (Brazilië, Angola, Mozambique enz.) veel groter, maar toch..

Aan haar ministers kent men het volk.
Natuurlijk vind je in alle Portugese regeringen net zoveel advocaten en financiële haaien die geregeld stuivertje wisselen tussen landsbestuur en grootkapitaal (en daar intussen niet armer van worden) als in Nederland. Maar je merkt toch dat veel Portugese ministers cultureel meer onderlegd zijn dan Nederlandse. Dat hoor je duidelijk tijdens debatten en in interviews.

Of het daarom betere bestuurders zijn is natuurlijk nog maar helemaal de vraag. Misschien zou iemand dat eens kunnen onderzoeken.

                              Fernando Pessoa in café Brasileira in Lissabon


Portugese ministers- schrijvers:

-Adelino Hermetério da Palma Carlos, minister president 1e Provisorische Kabinet 1974: Twee gepubliceerde dichtbundels (naast andere gepubliceerde fictie en non-fictie)
-Álvaro Laborinho Lúcio, minister van justitie 1990, minister voor de Azoren 2003: Naast non-fictie goed voor twee romans.
-Álvaro Santos Pereira, minister economische zaken en werkgelegenheid 2011-2013: Een roman (en verschillende non-fictie werken)
-António Coimbra Martins, minister van cultuur 1983-85: Literaire studies over o.a. Pessoa en Eça de Queiroz, vertaler van werken van Sartre en Achard uit het Frans.
-Armando Bacelar, minister sociale zaken 1976-78: Literatuurcriticus en columnist onder verschillende pseudoniemen.
-Augusto Santos Silva: minister van cultuur, onderwijs, sociale zaken en defensie in verschillende regeringen, huidig minister van buitenlandse zaken: Een schier eindeloze lijst van gepubliceerde werken over onderwijs, cultuur, sociologie en politiek.
-Diogo Freites de Amaral, premier en minister van buitenlandse zaken in 1980-81 en 2005-06: Biografie over Dom Afonso Henriques en een toneelstuk over Viriato.
-Isabel Alçada, minister van onderwijs 2009-2015 tientallen romans en didactische boeken voor de jeugd en een waslijst van publicaties over allerlei onderwerpen.
-João Barroso Soares, minister van cultuur 205-16, verschillende romans in het Engels en Duits onder pseudoniem, werken over politiek.
-José Augusto Seabra, minister van onderwijs 1983-85, 14 gepubliceerde dichtbundels, diverse essays.

-Dan hebben we natuurlijk nog Manuel Alegre, die weliswaar - bij toeval? - geen minister werd, maar wel staatssecretaris van sociale communicatie in 1976, naast `2e man´ van de socialistische partij PS 30 jaar in het Parlement zat en zelfs presidentskandidaat was in 2006. Een een van de belangrijkste hedendaagse dichters van Portugal, die zo'n beetje alle belangrijke literaire prijzen in de wacht gesleept heeft, met als kers op de taart de `Prémio Camões´ voor zijn hele werk, vorig jaar.
-Álvaro Cunhal ( secretaris generaal van de Communistische Partij (PCP) voor (ondergronds en in het gevang) en na de Anjerrevolutie, die ook geen minister werd, mede omdat de CIA op slinkse wijze de partijkas van de rivaliserende Socialistische Partij (PS) spekte, zodat die meer kans bij de eerste verkiezingen zou maken. Hij schreef, naast een gigantisch politiek oeuvre, (onder pseudoniem) maar liefst negen romans.
-En tot slot dan Mário Soares, partijleider van de PS, eerste minister in diverse kabinetten en president van Portugal. Die schreef weliswaar zelf geen gedichten, maar hij heeft wel een boekje met gedichten die een belangrijke rol in zijn leven hebben gespeeld het licht doen zien: `Poemas da minha vida´ (De) gedichten van mijn leven


zondag 11 november 2018

Van de boerderette 49. Bijbelse plagen II



De Espanha, nem bom vento nem bom casamento: Uit Spanje (komt) goede wind noch een goed huwelijk. 

Oorspronkelijk sloeg dit spreekwoord op de koude noordenwind uit de Spaanse bergen die ´s winters het zachte maritieme klimaat van Portugal komt verpesten en op een aantal slecht geslaagde huwelijken tussen het Portugese en Spaanse koningshuis in het verleden, die de onafhankelijkheid van Portugal bedreigden en zelfs - in de 16e en 17e eeuw - voor enige tijd verloren deed gaan. Tegenwoordig wordt het als  uitdrukking gebruikt voor alle slechts dat uit Spanje komt (en dat is nogal wat, als je de Portugezen moet geloven). Een tijdje geleden begaf een van de dieseltreinen, die de Portugese spoorwegmaatschappij tweedehands van Spanje had gekocht voor de Dourolijn, het halverwege. Aanleiding voor een keurig verpakt heertje in mijn coupé om met opgeheven vinger: `De Espanha... etc.´ te debiteren. Algehele instemming volgde.  Die vraatlustige eikenaardvlo is natuurlijk ook weer uit het Spanje komen aanwaaien.


de bomen van de buurman


Mei. Ik was nog bezig met het laatste stukje van de schoonmaak in het bos, toen ik dacht: `Wat zien de eiken van de buurman er raar bruin uit. Die hebben kennelijk meer te lijden gehad van de ijzel dan die van mij.´ Maar een paar weken later vroeg een andere buur: `Hebt u al gezien dat alle eiken beneden langs de weg richting Paços (de Gaiolo) aan het afsterven zijn?´ `Wat heb ik nou weer aan mijn fiets hangen´, dacht ik en ging op zoek op het internet. Een dodelijke schimmel, nee alsjeblieft niet zeg.., of de `pulgão-das-carvalhos´, de eikenaardvlo. Na inspectie van de bladeren van een aangetaste boom, bleek het de laatste te zijn:


De eikenaardvlo (Altica quercetorum) is een kevertje uit de bladhaantjesfamilie dat het bladgroen van de bladeren van eiken - bij voorkeur - de zomereik, opvreet. Als ie daar mee klaar is begint hij aan alle andere eikensoorten, elzen en zelfs wilgen.Van de bladeren blijft alleen het skelet over. In het ergste geval verdwijnt zo tot 95 % van het bladgroen van de eiken in een gebied waar die aardvlo toeslaat. Dat is op zich niet dodelijk voor die bomen, maar ze zijn daarna - verzwakt - een gemakkelijke prooi voor andere plagen en ziektes. En met een fotosynthese praktisch gereduceerd tot nul, groeit de boom natuurlijk geen centimeter.

aangetaste bladeren

De plaag verspreidt zich in hete perioden, liefst met een hoge luchtvochtigheid, zo snel, dat je hem per dag kunt zien vorderen. Toen we begin juli ons eerste ritje naar het zwembad van Caldas de Aregos (Resende) maakten, zagen we overal bruine, of eerder grijze, kaalgevreten bomen. Later zagen we dat het hele gebied tussen Cinfães en Amarante al aangetast was.

Tegen het einde van de maand sloeg de plaag ook in ons bos toe, hetgeen me zeer verdroot: Ben ik al jaren bezig om de brandgevaarlijke dennen en eucalyptusbomen (voor het grootste deel al uitgebannen) te vervangen door eiken, kurkeiken en andere autochtone soorten die beter bestand zijn tegen bosbranden en deze zelfs afremmen en erosie tegengaan, ver voordat politiek Lissabon daar zelfs maar over piekerde, krijgen we dit!


En wat denk je? Niets op het net of in de krant over deze plaag, zelfs niet in de lokale. Het Ìnstituto da Conservação e das Florestas (INCF)´, de overheidsinstelling die alles wat met bos en natuurbehoud te maken heeft in haar portefeuille heeft, was langdurig op vakantie dit jaar, of komt niet meer achter haar beeldschermen vandaan, want ze besteedt geen woord aan deze nieuwe plaag. De laatste die ze noemt heerste in 2009 in het noordwesten van Portugal.

Wat me vooral opviel, toen ik op het internet ging kijken, was dat er maar bitter weinig  informatie over de eikenaardvlo beschikbaar was - Wikipedia maakt er in het Nederlands niet meer dan 30 woorden aan vuil, in het Spaans nog minder - en bijna niets over de bestrijding ervan. Een Nederlands artikel ergens uit het begin van de vorige eeuw over de heilzame werking van DDT (!) als bestrijdingsmiddel tegen het beestje, met de aantekening dat het voor de meeste boeren wel te duur zou zijn om daar hun eikenhakhout mee te bespuiten en een erg technisch besluit over de toelating van een bestrijdingsmiddel met chloorpurifos voor dat doel. Kennelijk alleen voor professioneel gebruik.

eikenaardvlo

Het INCF noemt in haar artikel over de bestrijding van de `pulgão da carvalho´: Behandeling in het voorjaar me een groeiremmend insecticide (welk?) of biologische bestrijding met een product op basis van `Bacillus thuringiensis´, maar waar je zoiets zou moeten aanschaffen vertelt het verhaal niet. Bovendien lijkt het me volkomen zinloos en bijzonder duur om de plaag in je eentje met grote hoeveelheden bestrijdingsmiddelen te lijf te gaan, terwijl er op de - gedeeltelijk door de eigenaars verlaten - omliggende terreinen niets gebeurt. Toepassing van insecticiden of ander chemische bestrijdingsmiddelen levert in mijn ogen bovendien een onaanvaardbaar risico voor het, toch al zo kwetsbare, insectenleven in het bos op.

Het instituut wijst er voorts op dat het schoonhouden van het bos de plaag kan beperken en dat lijkt inderdaad zo te zijn. Ik heb in de afgelopen winter grote schoonmaak gehouden en van een flink deel van mijn vrijstaande eiken zijn de bladeren niet aangetast. Deze bomen hebben - bijna als enige in de omgeving - ook eikels.
En dat bezorgt ons weer een ander probleem: Een wilde zwijnenplaag... 


maandag 5 november 2018

Van de boerderette 48. Bijbelse plagen I

Mozes was niet al te jong meer toen hij eindelijk zijn memoires neerschreef - kon hij weten dat `Exodus´ nog een bestseller werd - dus we zullen het hem maar niet kwalijk nemen dat hij in zijn relaas over de uittocht een paar plaagjes vergat. Misschien waren ze wat minder spectaculair dan de dood van alle eerstgeborenen - was me er een hoor, die Oudtestamentische god - en bovendien kreeg je daarna nog die achtervolgingsscène met een opensplijtende rode zee (later nog lelijk geplagieerd door die knaap Tolkien) In Noord-Portugal doken de plagen in de afgelopen twee jaar op: Een wesp die de kastanjeoogst decimeert (Ja, die jongens van de Farao aten ook al kastanjes.; weliswaar alleen rauw, maar toch..) en een vlo die in een mum van tijd alle eikenbomen kaalvreet. Waar hebben we dat allemaal aan verdiend? Globalisering en klimaatverandering? Wie het weet, mag het zeggen. Intussen zijn we er mooi klaar mee.


Dryocosmus kuriphilus

Voor ons begon het anderhalf jaar geleden met de `Vespa-das -galhas-do-castanheiro´ (de Nederlandse naam heeft ook een waterhoofd: Oosterse tamme-kastanjegalwesp) Dryocosmus kuriphilus. Deze oorspronkelijk uit China afkomstige galwesp heeft zich - waarschijnlijk via transport van hout of schors - naar Amerika (1972) en Europa (2002) verspreid. Ondanks door de EU opgelegde transport- en quarantainemaatregelen was er geen houden aan. De wesp ontmoette hier geen natuurlijke vijanden en verspreidde zich met een gangetje van 25 kilometer per jaar via Frankrijk en Slovenië richting Portugal. Ruim drie jaar geleden bereikte de plaag de grote kastanjegebieden in Trás-os-Montes, waar ze voor de honderden telers en hun gezinnen een economische ramp begonnen te veroorzaken.

aangetaste bladeren

Om daar even snel een idee van te krijgen:
Portugal is met ruim 1% van de wereldexport van tamme kastanjes de 7e grootste producent (China is goed voor meer dan 80%). De Portugese `sotos´ (kastanjeboomgaarden) met een oppervlakte van 34.000 hectare leveren jaarlijks 22.000 ton kastanjes van uitstekende kwaliteit, met een omzetwaarde van 50 tot 60 miljoen Euro. Ongeveer 75% daarvan is bestemd voor de export.
De kastanjegalwesp kan op de ergst aangetaste `sotos´ een productieverlies tot 80% veroorzaken.
De oogst van 2017 was bijzonder slecht. Ook dit jaar zijn er, ondanks de biologische bestrijding van de plaag, veel minder kastanjes dan normaal. Gelukkig voor de telers, was is de kwaliteit erg goed.

Vorige lente begon zij in ons gebied huis te houden. Hoewel al heel een stuk minder, hadden we in de vorige herfst nog een behoorlijke kastanjeoogst. In dit voorjaar waren er al nauwelijks bloemen te zien en in oktober vielen er niet veel meer dan twee dozijn bolsters met eetbare kastanjes uit de boom. Bij mijn buren was het hetzelfde liedje. En dat is erg jammer, want we eten ze graag. Vers geroosterd, of bij ovengerechten met vlees of vis. Rond deze tijd was ik altijd avonden in de weer met het koken en schillen van mooie, dikke kastanjes, die daarna met kilo's tegelijk in de vriezer gingen.

gal

De kastanjegalwesp is een vrouwelijke plaag. Er zijn geen mannetjes bekend. De bevruchting vindt plaats via parthenogenese, oftewel maagdelijke voortplanting (weet je vast nog van van de biologieles).
Na de zomer leggen de dames elk zo'n 100 eieren in paketjes van 3 tot 5 in de blad- en bloemknoppen voor het volgend jaar en gaan vervolgens dood. De larven overwinteren in die knoppen en pas in het voorjaar beginnen ze groen tot roze gekleurde gallen te vormen. De boom heeft daar erg veel last van, want die gallen blokkeren de doorstroming in de vaten van bloemen en bladeren, die er verkreukeld beginnen uit te zien en waarvan een groot deel afsterft. Vooral jonge bomen kunnen aan de gevolgen zelfs overlijden. Oudere bomen zien er aangevreten uit, geven steeds minder kastanjes en groeien niet of nauwelijks. Intussen hebben de larven de gallen leeggevreten, zich verpopt tot wespen en de hele cyclus begint weer opnieuw.


De gebruikelijke bestrijdingsmiddelen helpen nauwelijks tegen deze plaag: De larven zitten veilig beschermd tegen insecticiden in de knoppen en later in de gallen.
In de grote kastanjegebieden in Trás-os-Montes, maar ook in Braga en Arcos de Valdavez in de Minho, wordt de galwesp - met redelijk succes - op biologische wijze bestreden met Torymus sinensis, een vliesvleugelig insect, afkomstig uit China, dat parasiteert op de galwesp en de populatie sterk doet afnemen.
De parasiet moet in laboratoria worden gekweekt en wordt daarna in gepaste hoeveelheden op strategische plaatsen in een kastanjegebied losgelaten. Het gebruik van insecticiden is om voor de hand liggende reden daarna uitgesloten.

bestrijding met Torymus sinensis

In ons gebied, waar de meeste mensen maar een of twee tamme kastanjebomen voor eigen gebruik hebben, is zo'n operatie veel te kostbaar. Het enige wat we kunnen doen is aangetaste takken en scheuten in het voorjaar verwijderen en verbranden. Dat helpt een beetje. En verder maar hopen dat  de plaag een keertje overwaait, of tot die vliesvleugeltjes zich ook hier hebben gevestigd.
Maar dat kan nog wel even duren, want die verspreiden zich met een snelheid van niet meer dan 5 kilometer per jaar, als ze tenminste onderweg niet worden opgehouden door een of andere oelewapper die zijn kastanjebomen tóch met insecticide heeft bespoten. Daar kunnen ze, in tegenstelling tot de larven van de wesp, beslist niet tegen.

volgende over een plaag die me echt even de moed deed veliezen: Een vlo die niet in mijn bed, maar in het bos huishoudt.

donderdag 25 oktober 2018

Stad en land 20. Bolhão, de markt staat in de steigers

`Hé hé, eindelijk´, dacht ik, toen ik over het nieuwste renovatie/restauratieplan voor de markt van Bolhão in Porto las: `Maar eerst zien, dan geloven. Portugal is kampioen in de politiek van het aankondigen - liefst met veel bombarie - van werken en maatregelen die uiteindelijk in een la van de bureaucratie verdrinken.´ Maar dit keer was het menens en, zoals je van de huidige burgemeester Rui Moreira kunt verwachten: Een strak plan met respect voor de historische en culturele waarde van het gebouw, respect voor de functie ervan: versmarkt van groente, fruit, vlees en vis voor het omliggende stadsdeel en - niet in de laatste plaats - respect voor de kooplieden, die vaak al generatieslang hun waren op de markt aanboden. Er werden contracten gesloten met degene die over twee jaar - wanneer het project klaar moet zijn - op de markt willen terugkeren en de hele ambulante handel kreeg een tijdelijk onderkomen in de enorme kelder van het winkelcentrum `La Vie´, op nog geen 200 meter afstand van Bolhão.


`virtueel´ opgeknapt

In april 2015 presenteerden B &W. van Porto het definitieve project voor de restauratie van de markt.
Intussen was al individueel met alle markthouders een gesproken: ze konden kiezen tussen voortzetting van hun onderneming over twee jaar in het vernieuwde Bolhão - met een tijdelijke verplaatsing voor die tijd naar een andere plek - , overdragen van de marktplek aan een opvolger, of  stoppen met een schadevergoeding. Veel verkoopsters en verkopers zijn al dik boven de zestig en voor een aantal, zoals `Olguinha´ die al 52 jaar op de markt verkoopt, duurt die twee jaar te lang. 
Uiteindelijk kozen 68 van de meer dan 100 kooplieden voor voortzetting van de handel, waarbij een aantal van branche veranderen.

Tijdelijke installaties in `La Vie´. op de voorgrond president en burgemeester

Drie maanden na de verplaatsing - voor twee jaar - van de markt naar `Centro commercial La Vie´ gaat de zaak een beetje lopen. `Er verschijnen elke dag meer klanten´ en `Als het zo doorgaat, houden we die twee jaar wel uit´ zeggen marktverkopers in een interview met de Portuense krant `Jornal de Noticias´. `Het ontbrak in het begin een beetje aan publiciteit, zodat mensen de weg naar ons nog niet wisten´. Maar daar is intussen hard aan gewerkt: Er verscheen een gigantisch blauw dekzeil rondom het oude gebouw met pijlen richting nieuwe locatie en elke standwerker kreeg 30 zakken met reclame-artikelen, van flyers en waaiers voor warme dagen tot spaarkaarten, en dat blijkt te helpen: `Ze komen nu zelfs uit de sportschool om verse vis te kopen´.


Al in 1984, toevallig het jaar dat ik voor het eerst met de markt kennis maakte, werd geconstateerd dat Bolhão ernstige bouwkundige gebreken begon te vertonen. Begin jaren ´90 werd een internationale wedstrijd uitgeschreven voor een architectuurproject, gejureerd door de architectuur faculteit van de universiteit van Porto en de bekende Portugese architect Álvaro Siza Vieira. Met unanimiteit van stemmen werd het project van Joaquim Massena gekozen. Deze installeerde een kantoortje in de markt om uitgebreid kennis te nemen van de manier waarop de markt gebruikt werd.
Allemaal tevergeefs, want hoewel Bolhão in 1997 op de monumentenlijst terecht kwam en in 1998 de uitvoering ervan door alle bevoegde instanties was goedgekeurd, ging het project niet door:
B&W van Porto namen steeds meer afstand van het project, omdat het achterhaald en economisch niet haalbaar zou zijn.

Intussen vielen er met regelmaat brokken steen en pleisterwerk naar beneden. Er moest hier en daar gestut en provisorisch gerepareerd worden en delen van de markt moesten worden afgesloten. Bolhão ging zichtbaar achteruit. Zag die uil van een Rui Rio (burgemeester van Porto van 2002 -2013, huidig partijleider van de PSD, zoiets als de Nederlandse VVD) nou niet dat nu juist die levendige en kleurrijke markt van Bolhão een belangrijk cultureel erfgoed en een van de belangrijkste toeristische attracties van de stad was! Ik kon me er toen al kwaad over maken.

zo was het...

En zo belandden we in het tijdperk van het neo-liberalisme. Gedragen door modewoorden als no-nonsense, marktwerking en privatisering begon de grote uitverkoop van eigendommen, diensten en bedrijven -  liefst strategische - van stad en staat. Ook Bolhão leek er niet aan te ontkomen: B&W van burgemeester Rio schreven in 2006 opnieuw een internationale wedstrijd uit, dit keer voor ondernemers met een project voor de verbouwing en exploratie van de mark, waarbij het gebouw aan de winnaar ter exploratie zou worden overgedragen voor 70(!) jaar. De winnaar, de (Nederlandse) onderneming Tram-CroNe, maakte bekend dat het hele inwendige van Bolhão gesloopt diende te worden om het rendabel te maken. De traditionele markt zou moeten plaatsmaken voor een winkelcentrum met supermarkt en een aantal luxe appartementen. Slechts 3% van het gebouw zou overblijven voor de marktverkopers. De rest moest maar uit vissen gaan.

Een storm van protest barstte los. Er werd een petitie met 50.000 handtekeningen bij het Parlement ingediend. Kamervragen gesteld, juridische acties tegen het project ondernomen en er was een grote culturele manifestatie in de vorm van een symbolische blokkade met hulp van solidaire artiesten rond om Bolhão. Het was duidelijk dat de inwoners van Porto niets voor de sloop van `hun´ markt - nota bene ook nog eens een monument - voelden.
Toch werd het contract door de - rechtse - meerderheid van de gemeenteraad goedgekeurd.
Maar er kwamen strubbelingen: TramCro hield zich niet aan de precontractuele voorwaarden, onder andere met betrekking tot de plaatsvervangende ruimte voor de marktkooplieden.
Een nieuw plan in 2011, in samenwerking met het ministerie van cultuur, ging uiteindelijk niet door, omdat burgemeester Rui Rio geen 20 miljoen wenste te investeren in Bolhaõ zonder een substantiële bijdrage van de EU.

                                                     de beelde spreken voor zich
                                         https://www.youtube.com/watch?v=ZSm2TLjJ_H4

In 2013 werd Rui Moreira, onafhankelijk kandidaat, als burgemeester van Porto gekozen. een Portuense ondernemer, met een passie voor `zijn´ stad. En in 2015 kwam er eindelijk een serieus plan op tafel, geheel voor eigen rekening van Porto. Een plan waarbij de `begane grond´ bestemd is voor de traditionele markt en de galerijverdieping voor horeca. De markt wordt overdekt en de kramen met sanitaire voorzieningen - met name voor de verkoop van vlees en vis - aangepast aan de moderne hygiënische normen. Plaats voor laden en lossen en opslag wordt gecreëerd in de kelderverdieping. Daarvoor moest de ondergrondse waterstroom, waaraan Bolhão zijn naam te danken heeft gekanaliseerd en afgesloten worden. Voor zover bekend is dat inmiddels gebeurd.
Voor de uitvoering van het werk werd gegund aan een consortium van acht gespecialiseerde aannemers die het in 720 dagen klaar moeten zien te krijgen. Ik ben benieuwd!

Bolhão voor 1910

Korte geschiedenis van Bolhão

In 1839 kocht de het gemeentebestuur van de stad Porto een modderig terrein, bijna een moeras, van de kerk om er een marktplein op te maken. Het veld werd doorsneden door een ondergrondse waterloop die zo´n beetje in het midden een toeloop, `bolha´,  van water veroorzaakte. Vandaar de naam `Bolhão´.
Een paar jaar later werd de boel een beetje opgeknapt: Er werden opritten aangelegd en er verschenen houten barakken op het centrale deel van de markt.
In het begin van de 20e eeuw besloot het gemeentebestuur dat er - buiten de `burgo´, het (nog maar gedeeltelijk) ommuurde deel van de stad een nieuwe `vers´markt moest komen, die met het oog op de toekomstige stadsuitbreidingen de voedselvoorziening moest waarborgen.
Na een eerder afgewezen project, dat te duur werd bevonden door de gemeenteraad, werd in 1914 het huidige gebouw naar een ontwerp van architect Casimiro Barbosa. Door het gebruik van metaalconstructies, gewapend beton en granieten steenhouwwerk, was het gebouw zijn tijd vooruit.
In de jaren ´40 werd de galerijverdieping aangelegd, die het mogelijk maakte om het gebouw op twee verschillende straatniveaus binnen te komen.



donderdag 4 oktober 2018

Van de boerderette 47. Oktober

`Quem vai ao mar, perde o lugar e quem vai ao vento perde o assento´: Wie naar zee gaat, verliest zijn plek en wie met de wind gaat verliest zijn zitplaats, zegt een bekend Portugees spreekwoord over de stoelendans van het leven. En dat geeft zo´n beetje het gevoel weer waarmee ik de maand oktober inga, na een wat slome zomer met weinig ontmoetingen, karige bloglust en - wellicht mede daardoor - schaarse berichten uit het vaderland. `Niet op het net, niet onder de pet´, lijkt het lemma van deze verlichte tijden. Een zomer waaraan maar geen einde lijkt te komen, die zelfs nostalgie oproept naar een regenachtig Nederland: `Wat voor weer zou het zijn in Den Haag´, een lied van Annie M.G. Schmidt en Harrie Bannink, gezongen door Connie Stuart in 1966. Over het Zaanlandse dorp waar ik vandaan kom is nooit een dergelijk lied geschreven, maar het regent er even vaak.


                                        https://www.youtube.com/watch?v=4ayYAwy-Wnw

Een kalme zomer, tot nu toe zonder bosbranden van betekenis in de buurt. Wel was er in het begin van de zomer die grote in Monchique, waarbij 27.000 hectaren bos werden verslonden. Veel schade aan huizen en have, maar gelukkig geen doden dit keer.
Een ongekend rustige augustusmaand zonder het gebruikelijke geknal van 8 uur ´s morgens tot diep in de nacht. Het afsteken van vuurwerk was vanwege hitte en droogte bijna de hele maand verboden.
En al meer dan twee maanden elke dag lunchen en dineren op de veranda, hoewel we het toetje de laatste week naar binnen moeten schrokken, om voor het donker klaar te zijn. Kom daar maar eens om in Nederland!

Juli was koud en nat. De roodstaartzwaluwen repareerden nog wel het gat dat de jongen vorige zomer in het nest hadden gepikt, toen ze daarbinnen zowat stikten van de hitte, maar zochten daarna lager oorden op. Er waren hierboven niet genoeg insecten om een nest jongen te voeden. Ze kwamen nog wel regelmatig even buurten met de kinderen: `Kijk jongens, hier hebben pa en moe nog gewoond. Misschien wat voor de kleinkinderen volgend jaar, mochten wij niet meer terug komen van de grote reis? Aardige mensen, doen geen vlieg kwaad. Dat doen wij wel voor ze haha tsjiep tsiep. En het ruikt er altijd zo lekker naar tomatensoep- geef mij maar een zwerm muggen hoor - maar die geur geeft zo'n gevoel van thuis! Die poes is een sukkel, maar pas op met de kater. Da´s een gluiperd!´ Ik las laatst dat wetenschappelijk onderzoek heeft uitgemaakt dat het gedrag van dieren veel meer op cultuur (aangeleerd dus) berust dan tot nu toe werd aangenomen. Alleen met instinct bakt het grootste deel van het dierenrijk er niks van. Aan die ark van Noach (of dat ruimteschip van Musk) heb je dus niks als het gaat om het redden van de soorten.

okra!

Ook de wielewaal, waarover ik zo enthousiast schreef in het voorjaar (Van de boerderette 44), liet het verder afweten. Behalve perziken en appels was er bijna geen fruit te pikken De vruchtbeginselen van kersen, pruimen en noten waren in juni al al door regen en hagel van de bomen gerukt en onze bosbessen had ik door een tent van gaas onbereikbaar gemaakt voor de fruitdieven. Het arme dier kon toch moeilijk op een tak gaan zitten dudeljoën tot het rijpen van de vijgen in september.

met kratten tegelijk

Door die koude juli waren tomaten pas begin september rijp, maar toen kwamen ze met kratten tegelijk. Als je niet van tomatensoep houdt, kun je in deze periode beter een tijdje ergens anders gaan logeren. Wij eten dagelijks diepe borden vol met chouriço of bieslook.
Omdat de middagtemperatuur ook in september steeds dik boven de 30 graden Celsius bleef, hadden we dit jaar voor het eerst een flinke okra-oogst (lekker in een curry met kip) en ook de (baby)watermeloenen en de spontane netmeloenen naast de composthoop zijn bijna rijp. De zomers worden steeds langer en heter

tomatensoep

Misschien wel de beste actie van deze zomer was de verandering van communicatieleverancier. Zaten we in de eerste helft van het jaar weer verschillende keren dagen- of zelfs een week lang zonder telefoon en internet, omdat ijzel, onweer of ander ongerief dat de telefoonkabel (ADSL) onklaar maakte, de nieuwe firma levert alles per satelliet. En zolang die niet uit de lucht valt (of de schotel van het dak) kan ons niets meer gebeuren.

snetmeloenen naast de composthoop

De Portugeest heeft zin in het komend seizoen. Er is weer genoeg te melden - de la is overvol en er ligt een halve meter krantenknipsels op de kast - en - zoals de jongens van `De Dijk´ op hun cd `De Blauwe Schuit´ (1994) zingen:

`Het vuur moet blijven branden
En de hoop mag niet vergaan
En de geest moet kunnen waaien
Want de vonk kan overslaan.

Een mooi motto om maandagochtend je boterham voor de lunch mee te smeren.



donderdag 27 september 2018

Portugal maakt het 12. Surfsteden in Portugal

Het is alweer bijna twee jaar geleden dat ik over surf in Portugal schreef onder de titel: `De hoogste golf ter wereld´ - tot mijn verbazing - een van de meest gelezen posts van deze blog. Intussen is er hier een ware surfboom los gebarsten. Schreef ik in 2016 over Matosinhos met 6 surfscholen, nu zijn het er al 16 en er zijn zelfs 2 surfhotels. Vanaf Viana de Castelo in het noorden tot Sines, ja zelfs in Lagos, in het zuiden vormt zich een keten van surf cities langs de Portugese kust, met een grote variëteit in golven (Van een metertje of twee in voor Matosinhos, tot de hoogte van een volwassen torenflat in Nazaré) en zelfs in klimaat en cultuur. Gastvrijheid en lekker eten vind je er altijd en nu zelfs de World Surf Liga (WSL) komend jaar haar hoofdvestiging van Biarritz naar Lissabon gaat verplaatsen, staat Portugal definitief als eerste Europese surfbestemming op de kaart. 


Surf Cities (bron Jornal de Notícias)

Je Portugeest zie je niet op zo'n plankje: Veel te wiebel op die woeste golven en, zoals zijn grootvader van vaderskant - een groot filosoof - altijd zei: `Een ouwe aap kun je geen kunstjes leren´.
Maar hij mag graag kijken naar dat gesurf, tijdens een wandeling langs het strand van Matosinhos of Espinho, of in zijn luie stoel voor de buis. Jammer dat het leeuwendeel van het sportieve nieuws over voetbal gaat - en dan nog niet eens over het spelletje, maar over geldzaken, machtsvertoon en schandalen die daar betrekking op hebben - een sport die de Portugeest nooit echt heeft kunnen boeien. Maar nu zich een generatie van - aankomende - Portugese surfkampioenen, die meedoen aan de grote internationale wedstrijden, aan het vormen is, zijn zelfs de Portugese media wel verplicht om wat van hun voetbalzendtijd voor de surfsport in te ruilen.


Het jaar begon spannend. In januari leek het erop dat Hugo Vau met het berijden van een golf van 35 meter in `het kanon van Nazaré´ kampioen `hoogste golf´ McNamara (23 meter en nog een beetje) had verslagen, maar de officiële bevestiging kwam maar niet af. Uiteindelijk bleek de recordpoging niet volgens de reglementen vastgelegd. Vau (40) zat er niet mee: `Zo lang ik maar kan genieten van surf en de vriendschap van mijn medesurfers ben ik dik tevreden´
Maar in april van dit jaar maakte de World Surf Liga bekend dat de Braziliaanse surfer Rodrigo Koxa op 8 november 2017 in Nazaré´ een golf van 24,38 had bedwongen en daarmee de nieuwe wereldkampioen `Quicksilver XXL Biggest Wave´ werd.
Kennelijk zitten er aan het officieel vastleggen van de hoogte van golven nogal wat haken en ogen:
McNamara stond jarenlang bekend als wereldkampioen (2011) met een golf van 28 meter hoogte...

Rodrigo Koxa

Maar het gaat natuurlijk niet alleen maar om die hoogste golf. Voor veel - beginnende - surfers is het al een hele kick om op die plank te blijven op wat minder hoge jongens, of om een zo lang mogelijke golf te rijden (Figueira da Foz), persoonlijk duur en snelheidsrecords te vestigen.
Ook voor afgeleide sporten, zoals kitesurf (Viana do Castelo) of windsurf (Esposende) is volop gelegenheid langs de 984 kilometer lange kust van het vasteland van Portugal.
En wil je je ecologische voetafdruk niet vergroten met nog weer zo'n aardolieproduct: Ik las kort geleden dat er inmiddels een 100% ecologische surfplank is ontworpen door designer Rúben Verdadeiro, die onder de naam ecoPro op de Portugese markt is verschenen, maar ook al in de VS en Australië te koop is.

ecologische surfplank

Surf is een duurzame en milieuvriendelijke vorm van toerisme, maar natuurlijk ook een geweldige bron van inkomsten en werkgelegenheid voor - met name - de lokale economie. Surfscholen, -winkels en zelfs surfhotels rijzen als champignonnetjes uit de grond. En de sportieve dames en heren lusten natuurlijk wel een drankje en een hapje na een dag vol zon, wind en zeezout.

surfschool in Matosinhos

 Soms botsen de lokale economische belangen met die vervelende wereld van industrie en export.
Zoals in Matasinhos met haar 16 surfscholen: De haven van Leixões - zeg maar de haven van Porto -
wil meer en grotere (container)zeeschepen ontvangen. De strekdam in zee, die voor een veilige binnenkomst van die schepen moet zorgen, dient daarvoor met 300 meter verlengd te worden.
De pest voor die mooie, kalme golven, waarop al zoveel beginnende surfers voor het eerst het zeegat kozen.
Men is bang om `de parel van Europa´ op surfgebied te verliezen en er is dan ook veel protest, ook van delokale overheden die inmiddels samen een vuist maken. Maar of de 20 miljoen die lokaal aan de surfsport wordt verdiend en de gepresenteerde negatieve consequenties voor het milieu enig tegenwicht vormen op de balans van de nationale economische belangen is zeer de vraag.
We hopen er het beste van.
 


    

zaterdag 4 augustus 2018

Van de boerderette 46. Ros ´m in de rondte

`Ros ´m in de rondte!´, brulde hij, kennelijk geïnspireerd door het rijkelijk vloeiend bier, iedere keer als er weer een slinger aan het rad werd gegeven (Buurman bootbewoner moest die nacht maar op het dek slapen. Zijn vrouw liet hem niet in de roef). Het werd een gevleugelde uitdrukking binnen de vriendenkring die aanwezig was op het afscheidsfeest van onze goede vriend - de eerste - die voorgoed naar Portugal verhuisde. Een feest met schone afscheidsliederen, een vaatje haring om de dorst op te wekken en vele vaten koel bier om die weer te laven. En tot slot was daar dat rad van avontuur, waarmee overbodig huisraad van de vertrekkende vriend werd verloot.



`Ros ´m in de rondte´, dacht ik toen ik het machien zag, dat achter de tractor van C hing en waarmee hij de metershoge bremstruiken op de berg te lijf zou gaan. Op zo´n moment mis je je vrienden: Hoe zou je zo´n verhaal in het Portugees moeten uitleggen?
Het apparaat bestond uit een soort van slede, waarvan de glijders met staalplaten waren versterkt, met in het midden daaronder een wiel waaraan drie stukken zware ijzeren ketting waren bevestigd. Dat rad werd door de tractormotor aangedreven via een drijfstang met een haakse koppeling.

de eerte nauwe doorgang

C begon achteruitrijdend een smalle gang door het brembos te breken. Een oorverdovend lawaai van krakend hout en op de rotsen ketsende ketting. Uit de achterkant van de slede kwam een mengsel van in kleine stukjes gebroken bremstammen en een soort spinazie van de jonge takken en bladeren. Je moest oppassen om niet recht achter de slede te lopen: stukken hout en stenen suisden voorbij.
De doorgang werd aan beide zijden steeds breder. Tot mijn blijde verbazing wist C handig jonge eiken en dennen te ontwijken. Daar moest ik later met de motormaaier maar wat dichter omheen maaien.


De bedoeling was om een brede brandgang te maken, die mijn aangeplante bos van de eindeloze bremvlakte op de berg moest scheiden en een natuurbrand uit de richting van Paredes de Viadores zou kunnen stoppen. Als er niet teveel wind stond natuurlijk... 
Na drie uur vonden we het allebei wel even genoeg: C had niet veel diesel meer in de tank en ik moest aan de huishoudportemonnee denken: 30 Euro per uur is voor Nederlandse begrippen wellicht een schijntje, maar afgemeten aan een Portugees inkomen, toch wel een uitgave om rekening mee te houden.

er ontstaat al een flinke open vlakte

In die drie uur had C een open vlakte van zo´n 50 bij 60 meter uitgebroken. Zelfs onze enige grote  kurkeik stond weer vrij. Over een week of twee - maar eerst een buitje! - breiden we de doorgang naar boven en naar links - boven het bos - nog uit. 
Waarom had niemand me eerder verteld over het gemak van dat machien? Met een motormaaier komt er geen eind aan zo´n operatie - om nog maar te zwijgen over de enorme hoeveelheden mengsmering en maaibladen die je er doorheen draait.

de kurkeik komt vrij

Intussen meten we historische buitentemperaturen (tot 44 graden Celsius) en is het zelfs in ons dubbel geïsoleerde huis haast niet meer om te harden, maar vanaf dinsdag wordt het koeler en kunnen we er misschien weer tegenaan:
Ros ´m in de rondte!  


maandag 2 juli 2018

Van de boerderette 45. Pijlriet kappen

Het is warm en klam. Al drie dagen trekken onweersbuien over (of is het steeds dezelfde bui?). Gerommel in de verte en dan weer dichtbij. In Lamego en Resende (daaag kersen) regende het zo hard dat het water huizen en winkels binnenliep, maar aan deze kant van de rivier wordt je er precies nat van. Zomerregen. Maar we hadden het afgesproken en M. kon die dag een busje met laadbak lenen, dus om kwart over zes stond ik naast mijn bed. Mijn zoon, die mee zou gaan om foto's te maken, liet ik maar slapen. Waarom moest die ook een nat pak oplopen...


Het busje, dat kennelijk al een rijk en gevarieerd leven achter de rug had, stond op een aannemerswerf in Sande. Voor we konden wegrijden, moest er eerst een paar liter water in de radiateur, maar het startte zonder kuchen en nadat M. met een steen de handrem had losgeslagen, daalden we moeiteloos via kronkelweggetjes, die nauwelijks breder waren dan de automobiel, af naar het strandje van Penha Longa aan de Douro.


Aan de rand van een geasfalteerd parkeerterrein begon het rietbos. M. kapte de hoge stengels los met een scherpgeslepen hak. Ik trok ze op het parkeerterrein en legde ze met de top richting rivier, zodat we later de punten en bladeren gemakkelijk konden opruimen. Het miezerde maar door. We probeerden het met oliejassen, maar het was zwaar werk en door het transpireren werden we net zo nat als van de regen, Dan nog liever gewoon nat regenen. Koud was het niet.


Op het strandje beneden ons was een aannemersbedrijf bezig om de toegangsweg en de picknickplek op orde te brengen voor de zomer. De gemeente-opzichter die langskwam om te kijken hoe het werk vorderde zei: "Neem ze allemaal maar mee. Ruimt lekker op." Hij had gelijk. Pijlriet, Cana-do-reino in het Portugees, is een plaag, een invasieve plant die zich razendsnel via zijn wortelstokken verspreidt. Het zaad, boven in de pluimen, is  - net als dat van de hedendaagse Homo europaeus - niet erg kiemkrachtig. De stengels worden vier tot zes meter hoog (onder ideale omstandigheden zelfs wel tien).


De geleerden zijn het er nog niet over eens of pijlriet oorspronkelijk uit Oost-Azië, India of het Middellandse Zeegebied afkomstig is, maar in Egypte en rond de Middellandse Zee werd het in de oudheid al gecultiveerd, o.a. om er hengels, wandelstokken en papier van te maken. In de 19e eeuw werd het riet in Californië ingevoerd, vanwaar het zich in rap tempo over de Verenigde Staten verspreidde. Het wordt daar nu bestreden als een van de honderd meest schadelijke invasieve soorten ter wereld. Hoewel de plant een ideaal middel tegen winderosie lijkt te zijn, is hij, eenmaal gevestigd, niet meer weg te slaan. Bovendien is het een waterslokop die de grond uitdroogt.


Toen we vonden dat we genoeg staken hadden, verwijderden we met hakmessen de bladeren, sloegen de toppen er van af tot ze zo'n drieënhalve meter lang waren en maakten er draagbare bossen van. M. bond ze vast in de laadbak en ik veegde de troep van het parkeerterrein
We hadden weer genoeg bonenstaken, plantensteunen en stokken voor de gaastenten om bosbessen kruisbessen tegen de vogels te beschermen.
De rietstengels zijn ongeveer twee jaar bruikbaar. Daarna worden ze poreus en breekbaar en mogen ze - in stukjes gebroken - nog een keer meedoen als aanmaakhoutjes voor de houtkachel.


dinsdag 5 juni 2018

Van de boerderette 44. Dudeljo klinkt zijn lied



Het regent alweer,  maar het is nu toch echt lente. De roodstuitzwaluwen hebben het gat in hun nest op de veranda gerepareerd (zie Van de boerderette 39 en 40) en hebben daarna al een week niets van zich laten zien. Waarschijnlijk op jacht in lager gelegen gebieden met meer insecten. De hop scheert als een F16 rakelings over de nok van het keukendak. In zuidwestelijke richting om eten of nestmateriaal te bemachtigen, in noordoostelijke terug naar het nest, ergens dichtbij verborgen in het bos. We zullen ´m maar niet storen. De mussen tsjilpen erop los onder de dakpannen. Die hebben al lang jongen en denken alweer aan de volgende gezinsuitbreiding. Maar de primeur van dit jaar is toch wel de wielewaal, die kennelijk in een van de hoge eiken van mijn buurman nestelt. Ik hoor zijn roep dagelijks en heb hem zelfs al een paar keer gezien. Een grote vogel, eigeel met zwarte vleugels.

 

                                      zang van de wielewaal door Marleen Roelofs (YouTube)

In het geboortejaar van mijn vader schreef componist en muziekpedagoog Andries Hartsuiker het befaamde lied:` Kom mee naar buiten allemaal, dan zoeken wij de wielewaal.´ Hoewel het vooral werd opgenomen in zangbundels van “de rooien”: De Arbeiders Jeugd Centrale, Bond van Arbeiders Jeugdvereenigingen, kenden mijn katholiek opgevoede ouders het lied ook. Ik leerde het op de lagere school als canon en zong het in marstempo op zomerkampen van welp en verkenner in de bossen, waarbij we er een eer in stelden om het `jo´ van dudeljo zo luid mogelijk te brullen. Ik zag of hoorde  nooit een wielewaal. Waarschijnlijk zongen we te hard. Het is een bijzonder schuwe vogel.


Je kunt je afvragen: Wat moet die dan met zulke opvallende en contrasterende kleuren? Wonderlijk genoeg werken die kleuren juist camouflerend voor omhoog kijkende mensen of dieren. De wielewaal houdt zich niet bezig met laag-bij-de-grondse zaken. Hij beweegt zich voornamelijk in de hoogste lagen van het bos en nestelt in hoge bomen, bij voorkeur in riviergebieden, zoals hier bij de Douro. Het nest wordt als een wiegje aan een hoge tak gehangen. Leuke overeenkomst met `onze´ roodstuitzwaluw is, dat ook deze vogel aan mantelzorg doet (Nee, dat idee is echt niet in Nederland uitgevonden). De jongen uit het eerste nest helpen zo nodig pa en ma bij het voeden van het tweede broed. Geheel vrijwillig en niet uit bezuinigingsdrift opgelegd door de regering.


De wielewaal houdt van een gevarieerd menu van insecten, rupsen en vlinders, maar ik moet ook oppassen dat hij niet met mijn kersen, bessen en frambozen aan de haal gaat en - later in de zomer - met de vijgen. Daar lust hij wel pap van. Vandaar dat de Portugezen hem `Papa-figos´, vijgeneter, noemen. Die hebben niet, zoals de Fransen (loriot), de Duitsers (pirol), of de Nederlanders (wielewaal), de vogel naar zijn zang proberen te vernoemen - elk volk schijnt die vogel weer anders te horen bekken. Ikzelf hoor zoiets tsji-tii-de-lieuw de-lieuw en zeker geen dudeljo! Hier klinkt de zang van de wielewaal luid en duidelijk, met een gedistingeerd galmpje. Dat wordt veroorzaakt door de berghellingen rondom ons, die een soort van amfitheater vormen.


Op de valreep las ik nog dat Hans Dorrstijn in 2012 een boek heeft geschreven met de titel `Dudeljo!´
Daar kan ik zo snel niet meer aankomen, maar ik kan je de voordracht van zijn gedicht `De Wielewaal´niet onthouden:

                                    







vrijdag 18 mei 2018

Bijzonder Portugees 39. Gek? Nee en nog eens nee!

Wat dacht je van een verhaal voor de afwisseling. Een liefdeshistorie. Waar gebeurd.  Misschien had je het nog niet gemerkt, maar diep in zijn hart is de Portugeest een romanticus.  `Kom nou, Portugeest´, zul je zeggen, `Wat romantiek? Dit is toch veel eerder een verhaal over  onderdrukking van de vrouw, een verhaal over vilein machismo, vernedering en corruptie! Natuurlijk, dat is het óók, maar in tegenstelling tot veel van dit soort verhalen, loopt dit goed af. Waarheid en liefde overwinnen en de macho heeft het nakijken. Lees nou maar verder...


Maria Adelaida is de enige erfgenaam van de winstgevende krant `Diário de Notícias´, die door haar vader is opgericht. Natuurlijk mag zij als vrouw die krant niet besturen. Zoiets zou ondenkbaar zijn in het Portugal van het het begin van de 20e eeuw. Men had daarvoor een echtgenoot voor haar gekozen: Alfredo da Cunha. Maria Adelaida mag het huishouden bestieren, kinderen baren en de gasten ontvangen op de drukbezochte feesten die de da Cunhas regelmatig geven. Hetgeen ze braaf en met een vrolijk gezicht doet, tot haar man een privé chauffeur voor haar in dienst neemt (en na enige tijd weer ontslaat; vermoedt hij iets?).

Maria Adelaida Coelho da Cunha

Op 25 november 1918 wordt Maria Adelaida Coelho da Cunha tegen haar wil opgesloten in de vleugel voor misdadigers van het psychiatrisch ziekenhuis `Conde do Ferreira´ in Porto. De eerste week brengt ze door in eenzame opsluiting. Er wordt haar in die week geen enkele therapie of medicatie geboden. Een diagnose of medische indicatie voor haar verblijf daar ontbreken. De directeur van het instituut heeft zonder voorbehoud de conclusie van haar echtgenoot geaccepteerd:
Getuige haar volledig gebrek aan spijt moet ze wel waanzinnig zijn.

Nog geen twee weken eerder, op 13 november, verlaat Maria da Cunha, eenvoudig gekleed, zonder haar juwelen en zonder bagage de echtelijke woning in Lissabon. Vanaf station `Rossio´ neemt ze de trein naar Santa Comba Dão, een klein stadje in het district Viseu in het midden van Portugal, waar haar geliefde, haar vroegere chauffeur Manuel Claro, haar opwacht met paard en wagen. Ze verandert haar naam in Maria Romana Claro en vanaf dat moment is zij de vrouw van Manuel. Zij is 48 jaar en hij 25 als ze gaan samenwonen op de eerste verdieping van een eenvoudig pension in Santa Comba Dão.

Natuurlijk is haar man, Alfredo da Cunha, bezorgd over de verdwijning van zijn vrouw. In de `Diário de Notícias´ verschijnt een week lang een bericht `Vermist´, met een beschrijving van haar postuur en de kleding die zij droeg tijdens haar verdwijning. Maar  (uit vrees voor een schandaal?) haar naam wordt niet genoemd..
Op 22 november ontvangt Alfredo een met groene lak gesloten brief, met als afzender niet meer dan de naam Adelaide. Het bericht is kort: `Ik ben in leven, maar onder omstandigheden waarin ik me in alle opzichten als dood beschouw [voor de wereld, vert.] en ik het verkieslijk vind dat jullie me als zodanig beschouwen.´ Ze schrijft deze brief nadat ze haar vermissingsbericht in de krant heeft gelezen. Ze vergeet dat het poststempel haar adres verraadt...
 
Manuel Claro

In de avond van 24 november bonkt de politie op de deur van het pension. Buiten staat Alfredo da Cunha te wachten. Hij begrijpt nu dat zijn vrouw vrijwillig voor een armoedig bestaan aan de zijde van een geliefde - met slechts de helft van haar leeftijd - heeft gekozen. En concludeert dat ze waanzinnig is geworden. Hij weigert haar verzoek om een echtscheiding en laat haar naar Porto overbrengen. Manuel Claro is die avond niet thuis.

Hoewel ze ook na die eerste week van volledige isolatie constant in de gaten wordt gehouden door een haar toegewezen dienstmeisje, weet Maria Adelaida da Cunha aan pen en papier te komen. Ze houdt een dagboek bij en schrijft een paar brieven aan haar geliefde Manuel, die ze met hulp van een personeelslid van de instelling verzonden krijgt.
Er wordt een vluchtplan voorbereid. Op 2 februari 1919, na het diner, profiteert Maria Adelaida van het moment dat haar dienstmeisje de afwas doet, om naar de binnenplaats te vluchten. Haar geliefde heeft een enorme houten ladder in elkaar geknutseld om over de muur te komen. Ze vluchten die nacht naar Rossâo, een klein dorp in het geïsoleerde Castro Daire.

Maar haar eigen familie verraadt haar verblijfplaats aan haar echtgenoot. Ook haar verwanten zijn van mening dat de verandering van haar geestesgesteldheid en haar `krankzinnige liefde´ wijzen op een psychische stoornis. Ze wordt zonder omwegen opnieuw opgesloten in de psychiatrische instelling en haar `zwaar te schande gezette´ echtgenoot wendt al zijn invloed aan om Manuel achter de tralies te krijgen. De chauffeur wordt gevangen gezet op beschuldiging van ontvoering en verkrachting.

Alfredo da Cunha

Maria Adelaida staat een wrede en afstandelijke behandeling te wachten in de instelling. Alleen het bijhouden van haar dagboek, dat ze ´s nachts onder haar kussen bewaart, weerhoudt haar ervan om daadwerkelijk gek te worden. Er zijn geen onderzoeken en er is diagnose noch behandeling. Wanneer ze eindelijk bezoek krijgt van haar zoon (kwaad) en haar dochter (verbijsterd), verneemt ze dat men haar in een psychiatrische instelling in het buitenland, waarschijnlijk Parijs, wilde `opbergen´. Ze weigert, omdat ze zeker weet dat ze haar geliefde Manuel dan nooit meer zou zien. De familie start een proces om haar `onbekwaam´ te verklaren en op die manier geheel afhankelijk van de luimen van haar echgenoot en bewindvoerder te maken.

Nog tijdens dit proces verkoopt Alfredo, zonder toestemming van zijn vrouw, voor een enorm bedrag, de krant. Iets wat hij absoluut niet mag doen, nu zij nog niet officieel onbekwaam is verklaard.
In alle haast wordt een artsenberaad van drie gerenommeerde psychiaters bijeengeroepen, die een `geestelijke stoornis´ diagnosticeren, gebaseerd op een zogenaamde geschiedenis van depressies in de familie en een kennelijk gebrek aan moraal van deze vrouw, `die alles in de steek laat om te vluchten met een knecht´. Een farce!
`Naderhand blijken er documenten te bestaan die bewijzen dat haar man de psychiaters uit eigen zak heeft betaald voor het vaststellen van deze diagnose. `Dit was algemene praktijk in het psychiatrisch ziekenhuis tijdens het bewind van directeur Júlio de Matos´, stelt Manuela Gonzaga, die een boek schreef over het drama.

Niets lijkt de familie er nu van te kunnen weerhouden om Maria Adelaide onder te brengen in een psychiatrische instelling in het buitenland. Maar men heeft buiten de standvastigheid van de `eenvoudige chauffeur´, Manuel Claro, gerekend. Vanaf zijn gevangenneming heeft deze een advocaat gecontracteerd, die al snel de complete onwettelijkheid van de gedwongen opname van Maria Adelaide doorziet.
Op 9 augustus 1919 begeeft de advocaat, vergezeld door de `Governador-civil´ do Porto (hoogste districtsbestuurder) zich met een order van het Ministerie van Binnenlandse Zaken naar het `Hospital Conde da Ferreira´ om vrijlating van de vrouw te eisen. Na negen maanden gedwongen opsluiting, zonder behoorlijke diagnose of therapie, is ze eindelijk vrij.

In de daaropvolgende vier jaar leeft Maria Adelaide verborgen voor de wereld in het huis van een familie uit de hogere burgerlijke klasse die zich haar lot had aangetrokken en weet de sympathie van een aantal dames uit de elite van Porto te winnen. Ten eerste omdat ze het slachtoffer is van misbruik door een ijdele macho man, die bovendien ook nog eens uit Lissabon komt (!).

recente heruitgave van het boek

Om zich te beschermen tegen de razernij van Alfredo da Cunha en om de eer van Manuel Claro te verdedigen, die nog steeds in de gevangenis van Aljube (Lissabon) zit, publiceert Maria Adelaide delen uit haar dagboek in een boek dat ze de naam `Doida Naõ!´(Gek [of een Gekkin] Nee!) geeft, dat in 1920 wordt uitgegeven.
Haar boek etaleert alle vernederingen die ze heeft moeten ondergaan vanwege `de simpele misdaad om lief te hebben´. Nu barst het schandaal los, vooral omdat haar echtgenoot antwoordt met een eigen versie: `Helaas gek!´, dat integraal wordt opgenomen in de `Diário de Notícias´.
De gemeenschap verdeelt zich in twee kampen: De traditionele bourgeoisie kiest voor het grootste deel de kant van de `in de steek gelaten echtgenoot´, maar voor de meerderheid van het Portugese volk is het `een geval van totale liefde´ en machtsstrijd. De werkende klasse identificeert zich natuurlijk met de `underdog´.

Maria Adelaida krijgt steun van een conurrent van de `Diário de Notícias´: `A Capital´, een krant die op haar voorpagina stukken uit het dagboek van haar publiceert en een onderzoek start naar de onregelmatigheden rond haar opname in het psychiatrisch ziekenhuis. Men ontdekt dat daar verschillende vrouwen op illegale wijze zijn opgenomen, niet omdat ze gestoord zijn, maar als bestraffing door hun familie. De zaak wordt hoog opgenomen door het parlement en er volgt een wetswijziging.
Nu moet haar geliefde Manuel vrij. Die zit nog steeds gevangen. Beschuldigd, maar nooit  berecht. In de publieke opinie wordt de positie van de geliefden steeds sterker en in januari 1922 wordt Manuel Claro vrij gelaten. De juridische kosten worden betaald door de vakbond voor chauffeurs.

Na vier jaar strijd zijn ze eindelijk samen. De publieke opinie is nu zo sterk tegen Alfredo da Cunha, dat deze niets meer tegen ze kan ondernemen. De chauffeursvakbond regelt een taxi voor Manuel en een standplaats in Porto, waar het paar gaat samenwonen. Maria Adelaida doet naaiwerk. Ze leven nog lang en gelukkig. Nadat haar (ex)echtgenoot is overleden, herenigt ze zich in 1944 met haar kinderen. In 1954 overlijdt ze. Manuel blijft tot zijn dood in Porto wonen.

Maria Adelaida op latere leeftijd

Nou, was dat geen mooi verhaal? Een beetje lang misschien, maar het boek telt 408 bladzijden en die worden vast niet in het Nederlands vertaald. Heb je toch maar mooi een uittreksel gelezen!

Dit verhaal is gebaseerd op en deels vertaald uit een artikel in de zaterdagbijlage van de krant `jornal de Noticias´ naar aanleiding van een heruitgave van het boek `Doido Não e Não´ van Maria Adeaida Coelho da Cunha door de journaliste en historica Manuela Gonzaga.