woensdag 22 juni 2022

Van de boerderette 65. Sssss...

 

Ik zat in de schaduw van een vijgenboom plastic gaas vast te knopen aan de staanders van de tent die ik om de struiken van de blauwe bosbes aan het maken was.  De gaaien waren er met al onze kersen - op drie na - vandoor gegaan en dat zou me met de bosbessen niet gebeuren! Toen ik even opkeek van mijn werk zag ik op nog geen vijf meter afstand twee slangen, die met de staarten innig verstrengeld, onmiskenbare seksuele handelingen lagen te verrichten. `Gezellig´, dacht ik, `Doe gerust alsof je thuis bent!´. Wat ze natuurlijk ook waren. In verschillende opzichten heel wat meer dan ik. Zelfs toen ik opstond om dat opgewonden gekronkel van wat dichterbij te bekijken, leken ze zich niets van mij aan te trekken.


Ik dacht natuurlijk meteen aan jullie, lieve lezers: `Dat mogen ze niet missen!´ Dus op een draf naar het huis om mijn fotocamera te halen. Helaas... Toen ik hijgend als een fluitketel weer op de crime scene arriveerde, was er een al vertrokken. Voldaan? We zullen het nooit weten. Het andere exemplaar keek me aan met een blik van: `Ik ga echt niet weg omdat ik bang voor je ben´ en bewoog zich met majesteitelijke kronkels naar hoger gras, waar hij of zij - dat zie je niet zo gemakkelijk bij deze slangen - langzaam en soepel in een muizengat verdween. Om eitjes te leggen? Dan was het toch een dame.

denk maar niet dat ik bang van je ben

Het waren trapslangen, cobra-de-escada in het Portugees. Die heten zo, omdat de jonge dieren aan weerszijden van de rug een evenwijdige streep hebben die op regelmatige afstand verbonden wordt door dwarsstrepen. Net een trap dus. Naarmate de slangen ouder worden, verdwijnen de dwarsstrepen, maar de horizontale strepen blijven heel duidelijk zichtbaar en die maken dat verwarring met een andere slangensoort zo goed als uitgesloten is.  

De trapslang wordt meestal niet langer dan 150 centimeter, maar er worden wel exemplaren van  2 meter aangetroffen. Een van de eerste keren dat ik in Portugal was, zag ik eens zo´n lange, die vastgebonden aan de bagagedrager van een fiets met een al wat oudere man erop, triomfantelijk door het stof van de dorpsstraat heen en weer werd gesleept: `Kijk mij eens, de grote drakendoder!´

op weg naar hoger gras

Hoewel het dier, als het zich bedreigd voelt, best agressief kan worden, flink kan sissen en je misschien zelfs probeert te bijten, is het volkomen ongevaarlijk voor de mens. De slang produceert geen gif. En als je hem - zoals ik - rustig van een afstandje bekijkt, zal hij er liever stijlvol vandoor gaan, dan de strijd met je aanbinden. 
Maar probeer dat - zelfs met de `Fapas´ gids Anfíbios e Répteis de Portugal´ in de hand - maar eens wijs te maken aan leden van de agrarische bevolking van het binnenland. `Dood, moet die levensgevaarlijke krengengen. Babymoordenaars!´.En dan komen er heroïsche verhalen los over de veldslag die oom van de buurman van M. met een exemplaar van wel drie meter in het bosje bij de kapel heeft geleverd. `Nog net op tijd kon hij met de hak de kop van het vervaarlijk sissende monster afslaan. Anders had hij het niet kunnen navertellen!´.

en verdween soepel in een muizengat

Gelukkig behoort de trapslang nog niet tot de bedreigde diersoorten, hoewel er door de omvangrijke bosbranden en het groeiende snelwegennet wel risico´s voor zijn habitat bestaan. In de zomer worden er veel van deze soort ´s nachts overreden, omdat ze zich graag opwarmen op het nog warme asfalt van de weg.


Ik kom hier niet zo vaak slangen tegen. Een trapslang had ik al eens eerder gezien en ook de gladde slang (Coronella austriaca), maar meestal maken ze dat ze wegkomen voordat je in de buurt bent.
Als straks het lange gras weer gemaaid is, zie je ze helemaal niet meer.  
Af en toe vind ik in een hoekje van een veld een afgestroopte huid van een trapslang of een hagedissenslang, als er weer eens een uit zijn vel gesprongen is. 
Een gifslang heb ik hier nog nooit gezien. Die houden meer van hogere en drogere gebieden.



   

woensdag 1 juni 2022

Van de boerderette 64. Poltergeist

 

Al meer dan zes weken worden we geplaagd door een klopgeest: Getik op de ruiten van de eerste verdieping van ons huis, afwisselend aan alle kanten, maar met een duidelijke voorkeur voor de slaapkamer van mijn zoon en de badkamer. De benedenverdieping is kennelijk geen doelwit van het spook. Deze tiksessies duren vaak langer dan een half uur en worden bij voorkeur ´s morgens bij het eerste daglicht tegen het raam van mijn zoon uitgevoerd - zodat die al om half zes naar het plafond ligt te staren, of na de lunch op dat van de echtelijke slaapkamer, in het halfuurtje waarin uw Portugeest zijn powernap pleegt te consumeren. Is het de geest van de vorige eigenaar van ons land die nog een appeltje met ons te schillen heeft over de afbraak van zijn oude huisje?


Niks klopgeesten natuurlijk, maar een vogel. Een kwikstaart die we Poltergeist noemen, een gewone witte volgens mij, maar het kan ook een rouwkwikstaart zijn, ik ben niet zo´n vogelaar. Dat diertje is wel zo gek als een deur, want wat kan ik nu het doel zijn van om in een ritme van ongeveer twee tellen keer op keer van de vensterbank op te fladderen en dan met de snavel op het midden van een raam te slaan?


De kamikazepiloot...

`Reflectie´, dachten we eerst: `Hij ziet zichzelf weerspiegeld in de ruit en denkt dat hij een concurrent uit zijn territorium moet verjagen.´ Dat zou nog kunnen opgaan voor de gewone ramen, maar waarom dan die voorkeur voor het badkamerraam. Dat is van matglas en reflecteert geen mallemoer.                        


`Zijn overgrootvader had ooit een nest op deze plek toen het oude huisje er nog stond. Hij heeft natuurlijk de coördinaten geërfd en wil precies op die plek zijn nestje bouwen.´ Dat was het volgende idee, dat ook al snel verworpen werd: De zwaluwen die elk jaar naar het nest onder het dak van de veranda terugkomen, komen altijd voor hun reis naar Afrika nog een paar keer met hun jongen langs om de plek in hun kopje te prenten. De kwikstaart hebben we nooit op een dergelijk gedrag kunnen betrappen en bovendien is het de eerste keer dat we dit poltergeistgedrag meemaken. 


Spel dan misschien? Een jaar geleden hadden we een kwikstaart (wie weet dezelfde), die er de grootste lol in had om over de natte voorruit van onze Fiat naar beneden te schaatsen. Op de motorkap aangekomen fladderde hij weer omhoog naar het dak en dan begon het spel van voor af aan. Hij (of zij) kon dat wel een uur lang volhouden. Vogels kunnen erg speels zijn, maar dit is geen spelen meer. Het lijkt meer op een dwangneurose. Zelfs nu ik dit verhaaltje zit te schrijven, moet hij zo nodig weer voor mijn neus tegen het raam knallen - de kamikazepiloot - en ik hoorde hem vijf minuten geleden ook al tegen het badkamerraam.


Tegen het badkamerraam

"Misschien was die Hitchcock - of eigenlijk Daphne du Maurier, want die schreef `The Birds´ - toch niet zo´n fantast", opperde mijn vrouw, "Je zult het zien, dit is nog maar het begin..." `Zeg pa´, vroeg mijn zoon, die normaal gesproken nog geen vlieg verstoord, "Zei je laatst niet dat die buurman van ons  een luchtbuks had?" Ikzelf zat intussen in het geniep snode plannetjes te smeden met een valletje en aas en hoe onze kater te laten opdraaien voor het resultaat.


Je hoort het: We zijn bijna ten einde raad. Is er iemand die een idee heeft wat deze vogel bezielt? Het is inmiddels bekend dat vogels bijzonder intelligent kunnen zijn, dat ze relatief grote hersens hebben, bijna in dezelfde verhouding tot de rest van hun lichaam als zoogdieren. Ze kunnen plannen, spelen en zelfs pesten. Maar kunnen ze ook last krijgen van psychische ziektes zoals dwangstoornissen, psychose of schizofrenie? Bestaat er ook zoiets als een vogelpsychiater? Of is er een eenvoudiger, meer voor de hand liggende verklaring voor dit klopgeestgedrag?


 




donderdag 31 maart 2022

Portugal maakt het 15. Warm onthaal voor Oekraïense vluchtelingen.

In de afgelopen weken waren er op het Portugese televisiejournaal veel beelden te zien van op de luchthavens aankomende groepen Oekraïense vluchtelingen die werden verwelkomd door familie en vrienden. "Hee, hoe zit dat nou", dacht uw Portugeest, `zijn er dan zoveel Oekraïense immigranten in Portugal?" Dat bleek: Na de Brazilianen (210.000) en de Britten (42.000) vormden de Oekraïners met 27.000 inwoners de 3e grootste gemeenschap van immigranten. Volgens de laatst bekende officiële cijfers (22-3-`22) zijn er sinds het begin van de oorlog 18.400 vluchtelingen in Portugal binnengekomen (intussen meer dan 20.000) en staat de Oekraïense gemeenschap met ruim 45.000 leden inmiddels op de tweede plaats.


`De deuren van Portugal staan open voor Oekraïense vluchtelingen´ benadrukte de minister van buitenlandse zaken, Augusto Santos Silva tijdens een persconferentie met buitenlandse correspondenten: `We staan we nog veraf van de opname-capaciteit van onze samenleving.´ Hij herinnerde eraan dat er in de jaren `90 ruim 80.000 Oekraïners in het land verbleven. De minister stelt dat voor de ontheemden 10.000 banen beschikbaar zijn in alle sectoren van de arbeidsmarkt. Waar een klein land groot in kan zijn, vooral als je dat vergelijkt met de brute wijze waarop Groot-Brittannië de vluchtelingen behandelt en het armzalige aantal dat wordt toegelaten.



De Vreemdelingendienst (S.E.F.) ontvangt dagelijks zo´n 1200 verzoeken om toelating van Oekraïense vluchtelingen, maar dat getal loopt ook wel eens op tot 2000. Het zijn voornamelijk vrouwen, kinderen en bejaarden. 
Het land verleent de vluchtelingen bescherming voor een jaar, afhankelijk van de situatie in het thuisland te verlengen per 6 maanden, en garandeert verder registratie bij de belastingdienst, sociale zekerheid, school voor de kinderen en toegang tot de arbeidsmarkt. Eenmaal toegelaten ontvangt men een SNS (Ziekenfonds) nummer met recht op (basis)gezondheidszorg. Zo nodig wordt ook voor vaccinatie tegen Covid gezorgd. Inmiddels heeft de grootste keten van prive-ziekenhuizen en een groot aantal kleinere toegezegd gratis gezondheidszorg te verlenen aan de vluchtelingen.

Huisvesting is een probleem. De eerste golf vluchtelingen kon, vooral omdat het heel vaak vrouwen en kinderen van familie of vrienden betrof, voor een groot deel door de eigen gemeenschap opgevangen worden en via de sociale media ontstond een netwerk van vrijwilligers die huizen of kamers - al dan niet tegen betaling van huur - ter beschikking stelden. Ook veel gemeenten zetten hun beste beentje voor en particulieren nemen vluchtelingen op in hun eigen huis. Een paar dagen geleden las ik dat een grote groep van woningbemiddelaars zich hebben georganiseerd tot een vrijwilligersnetwerk dat al ruim 3400 woonruimtes (gratis of tegen lage huur) voor Oekraïense vluchtelingen heeft verzorgd. 

Zelfs de ultrarechtse anti-immigratiepartij `Chega´ (Genoeg) heeft uit angst voor isolement na een week radiostilte officieel haar huik naar de wind gehangen en is nu pro Oekraïense vluchteling (Dat er geen of weinig  donker gekleurde gezichten te zien zijn binnen deze groep heeft vast zwaar meegewogen bij de beslissing).

Een derde van de vluchtelingen is minderjarig

Toch is er nog een groot tekort. De vluchtelingen kunnen na binnenkomst maar een paar dagen in een opvangcentrum blijven, omdat er steeds nieuwe arriveren. Een van de problemen is dat Portugese vrijwilligers vluchtelingen bij de grens met Polen ophalen en naar Portugal brengen, maar geen verdere hulp bieden. Een ander is dat van de minderjarige kinderen die steeds vaker zonder begeleiding de grens over komen, met alle gevaren van dien.  

Maar de balans opmakend kun je wel stellen dat Portugal ruimhartig haar deel van het enorme vluchtelingenprobleem voor haar rekening neemt en dat de Portugezen - met hun beperkte middelen - geweldig hun best doen om dat mogelijk te maken. Ook voor de `achterblijvers´ in de zwaar gebombardeerde steden zijn in korte tijd een groot aantal vrijwilligersorganisaties die kleding en voedsel inrzamelen uit de grond gestampt. Vaak worden gevluchte landgenoten ingeschakeld bij het verzamelen en sorteren. `Dan heb ik tenminste iets te doen en denk ik niet de hele tijd aan mijn familie in Kiev´, verzucht een wat oudere dame die kruidenierswaren staat te sorteren op het journaal.

Zelfs de ultrarechtse anti-immigratiepartij `Chega´ (Genoeg) heeft uit angst voor isolement na een week radiostilte officieel haar huik naar de wind gehangen en is nu pro Oekraïense vluchteling (Dat er geen of weinig  donker gekleurde gezichten te zien zijn binnen deze groep heeft vast zwaar meegewogen bij die beslissing).

Protest in Lissabon

Hoe triest de gebeurtenissen in Oekraïne ook zijn, de toestroom van vluchtelingen houdt ook een kans in voor Portugal, een kans om de in razendsnel tempo vergrijzende bevolking (zie mijn vorige blogpost: `Portugees met uitsterven bedreigd!´). te versterken met jonge gezinnen met kinderen, als degenen die willen blijven na de oorlog hun mannen daartoe weten over te halen.
Maar dan moeten er wel condities geboden worden zoals huisvesting en voor gekwalificeerde werknemers een eerlijke kans om passend werk te verkrijgen. Dat vereist, zoals João Duque in zijn column in de krant Expresso zegt, `Een grote tolerantie op het gebied van taal en cultuur`
Het zou erg jammer zijn als de fouten uit de jaren ´90 werden herhaald, waarin Oekraïense medici in Portugal niet meer dan baantjes als schoonmaker in konden krijgen. 
Maar dat is allemaal toekomstmuziek. Nu alsjeblieft eerst een eind aan de oorlog! 

Inmiddels, een paar weken later, hebben 359 Oekraïense vluchtelingen een - tijdelijk - arbeidscontract.
Vooral de grote hotelketens, zoals Altis, Fátima en Pestana, bieden werk en onderdak aan deze groep, waarvan velen geen enkele ervaring met toerisme hebben en vaak zelfs geen Engels spreken: "Gewoon met een beetje geduld", meldt de directeur van een van de ketens, "Men heeft een enorme behoefte om aan de slag te gaan."  



 

maandag 21 maart 2022

Portugallig 24. Portugees met uitsterven bedreigd!

A country for old men

Volgens de - provisorische - cijfers van Censos 2021 (vgl. de Nederlandse Volkstelling) heeft Portugal in de afgelopen 10 jaar ruim 217.000 inwoners verloren. Het geboortecijfer, dat al tientallen jaren een dalende lijn laat zien, bereikte in 2021 een historisch dieptepunt: Slechts 79.217 nieuwe Portugeesjes (nee, geen koekjes) zagen het levenslicht, terwijl 125.032 Portugezen het tijdelijke met het eeuwige verwisselden. De verouderingsindex was 167. Als het zo doorgaat, komen de Portugezen nog op de lijst van bedreigde volkeren terecht, zoals de Masai, de Innu of de Bosjesmannen. Hoe komt dat toch? Maar allereerst kun je je afvragen wie of wat die Portugees nu  is?


De band `Os Heróis do Mar´ (De Zeehelden) 1981-1989, komen daar in 1987 in hun hilarisch lied `O Inventor niet helemaal uit, maar wijzen er wel op (bellen) dat het best eens zo zou kunnen zijn dat de meeste Portugezen buiten Portugal wonen:   https://www.youtube.com/watch?v=EHaGyi7o15c
























Ten tijde van de `Estado Novo´, de dictatuur, had het gezag geen  twijfels over de identiteit van de Portugees: De verplichte feestdag (10 juni) die tegenwoordig `Dia de Portugal´ (Dag van Portugal) wordt genoemd, een dag waarvan bijna geen mens weet waar die toe dient, behalve om je eens uitgebreid in de liezen te krabben, of eindelijk het plafond te gaan witten (zoiets als de Nederlandse Hemelvaartsdag dus), heette in die tijd `Dia da Raça´. Daarmee werd dan het zogenaamde `Portugese ras´ bedoeld. Een verzinsel van een dictator (Salazar) die de boel met nationalistische propaganda bij elkaar wil houden.

Als je, om maar een paar voorbeelden te noemen, mijn vrouw neemt, die aan moederszijde een nazaat is van een verdwaalde soldaat van Napoleon en de dochter van een Gallicische blikslager, de huidige minister-president António Costa, die - trots op zijn Indiase afkomst, tijdens een staatsbezoek aan India in 2019 op visite ging bij zijn voorouders in Goa, of eens goed kijkt naar de Portugezen uit de Alentejo - wiens donkere kleur een gevolg is van vermenging met negerslaven in de 18e eeuw - dan begrijp je wel hoe het zit met dat Portugese ras: Het bestaat niet.

Maar er bestaat natuurlijk wel een Portugese natie waarin bijzonder weinig baby´s worden geboren. Hoe komt dat? Mijn eerste - erg Hollandse - reactie op de cijfers van `Censos´ was natuurlijk: Er moet meer gen.... worden. Stop met scrollen en klim eens gezellig samen in de koffer.
Zo simpel is het natuurlijk niet. 
Heel veel Portugese stellen vinden dat er in hun land gewoon geen condities zijn om aan kinderen te beginnen, of hoogstens op het allerlaatste moment dat het voor de vrouw nog mogelijk is, als men wat meer financiële armslag heeft gekregen (huis deels afbetaald, inmiddels wat hoger salaris).
Als je de cijfers ziet, snap je waarom.

Inkomen:
Minimum loon 2021        - € 665 (per 1-1-2022 €705 bruto                 -
Gemiddelde salaris 2021 - €1106 bruto
Bijstandsuitkering 2021  - € 189,66 aanvrager + €132,76 overige volwassene(n) in het huishouden +                                                                  €94,85 per kind. Hierover wordt geen belasting betaald.

# deze bedragen zijn per maand en exclusief vakantiegeld en kertstgratificatie, die beiden ongeveer een maandsalaris bedragen.

In 2021 ontvingen 880.000 Portugese werknemers het minimumloon. Dat komt neer op 26% van de werkende bevolking!
Bovendien werken in Portugal op dit moment 595.000 werknemers op basis van een tijdelijk contract (4e hoogste in Europa). Die kunnen dus elk moment op straat gezet worden.

De kinderbijslag is gerelateerd aan inkomen. Alleen gezinnen met de allerlaagste inkomens ontvangen een substantieel bedrag: € 150 voor het eerste kind, daarna een kleiner bedrag.
Studiefinanciering of een wettelijk geregelde studielening, zoals in Nederland, kent Portugal niet. Bovendien: Hoe zou je zo´n studielening moeten terugbetalen als je als afgestudeerde de eerste jaren niet meer dan €1000 per maand gaat verdienen?

Kosten van levensonderhoud: Een gemiddelde van de berekeningen door een aantal (overheids)                                                              instanties, die overigens niet zo veel van elkaar verschillen.

Huur van een driekamerappartement per maand: De gemiddelde huur ligt op dit moment al dik boven de €500 per maand, maar in de grote steden betaal je al snel meer dan €1000. Er is een enorme schaarste aan huurwoningen en de explosieve groei van het toerisme heeft de huurprijzen in ongelooflijk tempo doen stijgen. Onbetaalbaar dus voor een modaal gezin. Vandaar dat de meeste Portugezen voor kopen kiezen.

Gemiddelde aflossing 2021                 €253  (dank zij de - nog - lage rentestand). In de grote steden                                                                               veel hoger i.v.m. de huizenprijzen
elektriciteit                                             €  70  (zonder verwarming van het huis (of gas). De meeste                                                                                 Portugezen verwarmen hun huis niet of slecht omdat ze                                                                             dat niet kunnen betalen.
water                                                       €  30
telefoon, tv, internet                               €  50  (gelimiteerde internetverbinding en tv kanalen

gezondheid                                             € 50  Eigen bijdragen afspraken arts/eerste hulp + apotheek

kleding                                                    €100

supermarkt                                            €350
                                                              -------
Dan hebben we al                                 €653 uitgegeven

Buiten beschouwing gebleven: Kosten crêche, afhankelijk van inkomen en beschikbaarheid, maar over het algemeen duur (kind gaat zo mogelijk naar grootouders), kosten openbaar vervoer, of auto naar het werk. Die worden over het algemeen niet door de werkgever vergoed, studiekosten kinderen. De boeken voor de basisschool worden tegenwoordig wel vaak door de (lokale) overheid vergoed, maar collegegeld, `propinas´ niet: `Licenciatura´ (Bachelor) ca. €700 per jaar, `Mestrado´ (Master) €1500 per jaar, `Doutoral´ (Doctoraal) €3000 - €6000 per jaar, kosten van ontspanning (speelgoed, uitstapjes, horeca enz.)

Best mogelijk dat ik nog het een en ander vergeten ben, maar je kunt zo wel zien waarom heel veel jonge mensen zich wel drie keer bedenken voordat ze aan kinderen beginnen..

Sommige gemeenten proberen potentiële ouders over de streep te trekken met een ´geboortebonus´. In Santa Maria da Feira werd afgelopen december met algemene stemmen door de gemeenteraad een maatregel aangenomen om aan de ouders van nieuwkomertjes de eerste drie jaren een toeslag van €600 te verstrekken. In andere gemeentes wordt een cheque of een bonus in natura aangeboden: (Een pakket met o.a. luiers en babyvoeding), of een extra inspanning geleverd om aan werkende ouders betaalbare creche faciliteiten te verlenen.


Of dit soort maatregelen helpen is maar de vraag. In het binnenland is in sommige gebieden het ´point of no return´ bereikt: Tegengaan van de afname van de bevolking door natuurlijke aanwas is niet meer mogelijk, omdat er simpelweg niet genoeg vrouwen zin die (nog) zwanger kunnen worden.
Alleen immigratie of `terugkeer´ naar het binnenland, iets waar een toenemend aantal stadsbewoners - als gevolg van de pandemie (enorme toename van het aantal thuiswerkers), de hoge woonlasten in de grote steden en de betere kwaliteit van leven buiten de stad - wel voor blijkt te voelen, kan daar nog uitkomst bieden.
De regering van António Costa probeert door middel van belastingmaatregelen de terugkeer van - met name tijdens de crisisjaren 2011-2016 - geëmigreerde jongeren aantrekkelijk te maken. Tot nu toe met weinig succes. De salarissen in Portugal zijn simpelweg te laag.   

Voor zulke verregaande maatregelen om het aantal geboorten te stimuleren als het Hongarije van Viktor Orbán, zoals een premie van €30.000 voor het derde kind, een grotere auto en/of levenslange belastingvrijstelling is in Portugal geld noch draagvlak te vinden, maar misschien zou er toch eens over een meer substantiële kinderbijslag, betaalbare kinderopvang en een vorm van studiefinanciering gedacht moeten worden. Er zijn op dit moment wel een paar projecten om goedkopere huurwoningen te bouwen in gang gezet, maar dat zijn er nog veel te weinig. En m.i. nog steeds erg duur.

Belangrijkste punt is natuurlijk een behoorlijk salaris om van te leven. Het is nog steeds zo dat veel Portugezen in gezamenlijke huishoudingen, waarin beide partners werken voor een minimumloon, beneden de armoedegrens leven
De salarissen zijn natuurlijk deels gerelateerd aan de arbeidsproductiviteit. Die is in Portugal bijzonder laag (ca. 65% van het Europese gemiddelde. En dat heeft weer voor een groot deel te maken met het - gemiddelde - lage opleidingsniveau van ondernemers en werknemers. Kortom nog veel werk aan de winkel.

In de afgelopen 10 jaar is de immigratie met 40% toegenomen. Maar dat heeft de daling van het bevolkingsaantal niet gecompenseerd. Het land zou veel meer immigranten aankunnen.  
Voor vluchtelingen - hoezeer men ook zijn best doen en hoe welkom ze ook zijn - zijn de condities in Portugal niet al te best. Daar heb ik het een volgende keer nog eens over.
Voor jonge, ondernemende mensen (en dan bedoel ik niet degenen die met een, vaak op bedenkelijke wijze verkregen, rijkdom met een `gouden visum´ binnenkomen). is hier echter nog veel te doen, bijvoorbeeld in de vorm van telewerken. In een recent krantenartikel las ik dat steeds meer digitale nomaden neerstrijken op het Portugese vasteland en de eilanden. Natuurlijk zijn vooral immigranten die blijven en iets wezenlijks toevoegen aan de Portugese economie erg welkom. 

Kunstmatig meer van de ecologische gemeenschap Tamera in Odemira

Maar ook escapisten, boculisten, zeespiegelbangbroeken, vintage- en retro-hippies of ecologisten die een commune willen beginnen in de Alentejo, gesjeesde, maar ook wereldberoemde kunstenaars (zoals Ai WeiWei), popartiesten die aan hun pensioen toe zijn (Madonna), of daar al heel lang van genieten (Cliff Richard) absorbeert Portugal zonder een kik te geven. Tenslotte moet toch iemand de pensioenen van al die grijze Portugezen betalen. 












                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                    


vrijdag 11 februari 2022

Stad en land 29 Droog!

 "Ik heb een scheur in mijn kop van de droogte", zei mijn vader als hij erge dorst had (Hij had in zijn diensttijd een slapie uit Rotterdam of omgeving). Die uitdrukking geeft precies weer hoe het vasteland van Portugal zich moet voelen op dit moment, begin februari. In grote delen van het midden en zuiden van het land is geen water meer voor het vee, laat staan dat er nog wat over blijft om grasland of ander veevoer te beregenen. De stuwdammen mogen nog maar beperkt elektriciteit produceren en in een aantal gemeenten is het tijdelijk verboden om je grasveld te beregenen. Maar vooral de zelfvoorzieningslandbouw en de kleine toeristische projecten zijn de klos. De intensieve tuinbouw (avocado, amandel, citrusvruchten) ontvangt de volgens contract toegewezen water uit de stuwmeren. Maar ook het gras van de golfbanen - alleen al in de Algarve zijn er 70 - schijnt nog steeds groen te zijn.

 


Een kleine boer uit Beja (Baixo Alentejo) is desperaat en zegt: "In de 77 jaar dat ik leef, heb ik nog nooit zoiets gezien." Zijn vee heeft geen drinkwater meer en de granen en ander veevoer dat hij in de winter gezaaid heeft komt niet op door de droogte. Veevoer kopen is geen optie voor hem. Mede door de enorm gestegen brandstofkosten en de pandemie is dat niet te betalen. Hij zal waarschijnlijk moeten stoppen met boeren.

Droogtekaart december 2021
Normal: Normaal
Fraca: Zwak
Moderada: Gematigd
Severa: Ernstig
Inmiddels geldt voor de helft van het land: Extreem

In Odemira (Alentejo Litoral, zie droogtekaart) vrezen een boerin en een eigenaar van een door zijn grootvader nagelaten, pas gerenoveerde boerderij met toeristische bestemming dat hun vergunning, om via een bijna 2 kilometer lange tyleenbuis water te onttrekken aan het Santa Clara stuwmeer, niet verlengd zal worden. Hun putten staan bijna droog. Dat betekent opgeven en vertrekken: Verdere ontvolking van het binnenland. Er volgen nog gesprekken met de gemeenteraad en misschien komt er voor hun een oplossing, maar de burgemeester van de gemeente geeft al aan dat het `Onmogelijk is om in Odemira, een gemeente die 1700 km vierkante kilometer beslaat, iedereen op het waternet aan te sluiten. Dat zou enorme kosten met zich meebrengen´. Bovendien kan hij op geen enkele manier voldoende water garanderen voor de beregening van de - voornamelijk intensieve - land- en tuinbouw in 2022. `Het heeft geen zin om aan verdere uitbreiding van de landbouw te denken. We moeten investeren in duurzaamheid en vermindering van verspilling van water´. 

Een scheepsingenieur die met zijn gezin vanuit Lissabon naar het binnenland is verhuisd om vlak bij de stuwdam van Santa Clara een voormalige baksteenfabriek om te toveren in ruimtes voor `co-living and working´ van kunstenaars en daarvoor geen watervoorziening geregeld krijgt, heeft een andere mening: `Er is sprake van een onrechtvaardige verdeling van het water. De multinationals met hun intensieve tuinbouwbedrijven hebben het voor het zeggen. De mensen die van de zelfvoorzieningslandbouw leven mogen vertrekken´.

Een woordvoerster van de beweging `Juntos pelo Sudoeste´, (Samen voor het Zuidwesten): "Het model van de intensieve landbouw is geen ontwikkeling maar onderontwikkeling´. Een idee waar columnist Miguel Sousa Tavares (Expresso) al jaren op hamert. Die windt zich gemiddeld een keer per kwartaal op in zijn column over de vervuilende (pesticiden en kunstmest), landschapvernietigende en waterverslindende  intensieve culturen van met name olijven, amandelen en - in snelle opkomst - avocado´s in de Algarve en de Alentejo. Ondernemingen die voor het grootste deel door Spanjaarden of multinationals gerund worden, weinig of niets van waarde aan het land toevoegen en slechts dode grond achterlaten. Het lijkt niet veel te helpen. De minister van milieuzaken João Pedro Matos Fernandes lijkt voor deze problemen ogen en oren dichtgestopt te hebben: "Ik ben geen milieu-activist", zegt hij in een interview. De minister van landbouw heeft het alleen over het succes en de uitbreiding van de sector.

Maar doorgaan met het op deze manier en blijven uitbreiden van de superintensieve land- en tuinbouw is (ecologische) zelfmoord. Klimaatdeskundigen voorspellen dat Portugal met steeds frequenter en langduriger perioden van droogte te kampen gaat krijgen en dat - als er geen maatregelen worden genomen - grote delen van het zuiden en midden van het land zullen verwoestijnen. De signalen zijn duidelijk. Het regent al vijf achtereenvolgende jaren minder dan het normale gemiddelde. Natuurlijk is het belangrijk dat er studie wordt verricht naar een efficiënter en  meer economische manier van bevloeiing en beregening, zoals "Regadio 20/30", maar er zal veel beter gekeken moeten worden hoeveel en wat voor soort landbouw het land aankan En vooral nooit vergeten dat Portugal voor het grootste deel van zijn watervoorziening afhankelijk is van wat Spanje door zijn stuwdammen in de grote rivieren - die Portugal doorsnijden, maar in Spanje hun oorsprong hebben - laat ontsnappen.   

Het is oneerlijk verdeeld in de wereld: Terwijl in sommige stuwmeren, het water zo laag staat, dat de ruïnes van bijna vergeten dorpen op de bodem boven water komen en grote delen van het land ernstig tekort komen, komt in ons hoekje van Portugal zelfs bij langdurige droogte nog altijd water uit de grond. Het blijft maar doorlopen; Van de bron in het grote waterreservoir, dan via een slang naar de buren en van daar ... verdwijnt het weer in de grond. Verspilling! Zou je zeggen. Maar uiteindelijk komt  al het water dat niet verdampt of wordt opgeslobberd door plant of dier in de Douro terecht.

Als je dat laatste niet gelooft, kun je het checken met `River Runner Global´, een nieuw speeltje van Google Maps: Laat waar ook ter wereld op de kaart een druppel water vallen en je krijgt precies te zien via welke weg (rivier) die druppel in zee terecht komt. 

Hoewel: toen ik een druppel in de Woudpolder in Krommenie, die voor zover ik weet nog steeds onder de zeespiegel ligt, liet vallen, zwom die - volgens het programma - via een niet nader geïdentificeerde rivier naar het IJsselmeer en van daar naar de Waddenzee. Hmm..