woensdag 22 juni 2022

Van de boerderette 65. Sssss...

 

Ik zat in de schaduw van een vijgenboom plastic gaas vast te knopen aan de staanders van de tent die ik om de struiken van de blauwe bosbes aan het maken was.  De gaaien waren er met al onze kersen - op drie na - vandoor gegaan en dat zou me met de bosbessen niet gebeuren! Toen ik even opkeek van mijn werk zag ik op nog geen vijf meter afstand twee slangen, die met de staarten innig verstrengeld, onmiskenbare seksuele handelingen lagen te verrichten. `Gezellig´, dacht ik, `Doe gerust alsof je thuis bent!´. Wat ze natuurlijk ook waren. In verschillende opzichten heel wat meer dan ik. Zelfs toen ik opstond om dat opgewonden gekronkel van wat dichterbij te bekijken, leken ze zich niets van mij aan te trekken.


Ik dacht natuurlijk meteen aan jullie, lieve lezers: `Dat mogen ze niet missen!´ Dus op een draf naar het huis om mijn fotocamera te halen. Helaas... Toen ik hijgend als een fluitketel weer op de crime scene arriveerde, was er een al vertrokken. Voldaan? We zullen het nooit weten. Het andere exemplaar keek me aan met een blik van: `Ik ga echt niet weg omdat ik bang voor je ben´ en bewoog zich met majesteitelijke kronkels naar hoger gras, waar hij of zij - dat zie je niet zo gemakkelijk bij deze slangen - langzaam en soepel in een muizengat verdween. Om eitjes te leggen? Dan was het toch een dame.

denk maar niet dat ik bang van je ben

Het waren trapslangen, cobra-de-escada in het Portugees. Die heten zo, omdat de jonge dieren aan weerszijden van de rug een evenwijdige streep hebben die op regelmatige afstand verbonden wordt door dwarsstrepen. Net een trap dus. Naarmate de slangen ouder worden, verdwijnen de dwarsstrepen, maar de horizontale strepen blijven heel duidelijk zichtbaar en die maken dat verwarring met een andere slangensoort zo goed als uitgesloten is.  

De trapslang wordt meestal niet langer dan 150 centimeter, maar er worden wel exemplaren van  2 meter aangetroffen. Een van de eerste keren dat ik in Portugal was, zag ik eens zo´n lange, die vastgebonden aan de bagagedrager van een fiets met een al wat oudere man erop, triomfantelijk door het stof van de dorpsstraat heen en weer werd gesleept: `Kijk mij eens, de grote drakendoder!´

op weg naar hoger gras

Hoewel het dier, als het zich bedreigd voelt, best agressief kan worden, flink kan sissen en je misschien zelfs probeert te bijten, is het volkomen ongevaarlijk voor de mens. De slang produceert geen gif. En als je hem - zoals ik - rustig van een afstandje bekijkt, zal hij er liever stijlvol vandoor gaan, dan de strijd met je aanbinden. 
Maar probeer dat - zelfs met de `Fapas´ gids Anfíbios e Répteis de Portugal´ in de hand - maar eens wijs te maken aan leden van de agrarische bevolking van het binnenland. `Dood, moet die levensgevaarlijke krengengen. Babymoordenaars!´.En dan komen er heroïsche verhalen los over de veldslag die oom van de buurman van M. met een exemplaar van wel drie meter in het bosje bij de kapel heeft geleverd. `Nog net op tijd kon hij met de hak de kop van het vervaarlijk sissende monster afslaan. Anders had hij het niet kunnen navertellen!´.

en verdween soepel in een muizengat

Gelukkig behoort de trapslang nog niet tot de bedreigde diersoorten, hoewel er door de omvangrijke bosbranden en het groeiende snelwegennet wel risico´s voor zijn habitat bestaan. In de zomer worden er veel van deze soort ´s nachts overreden, omdat ze zich graag opwarmen op het nog warme asfalt van de weg.


Ik kom hier niet zo vaak slangen tegen. Een trapslang had ik al eens eerder gezien en ook de gladde slang (Coronella austriaca), maar meestal maken ze dat ze wegkomen voordat je in de buurt bent.
Als straks het lange gras weer gemaaid is, zie je ze helemaal niet meer.  
Af en toe vind ik in een hoekje van een veld een afgestroopte huid van een trapslang of een hagedissenslang, als er weer eens een uit zijn vel gesprongen is. 
Een gifslang heb ik hier nog nooit gezien. Die houden meer van hogere en drogere gebieden.



   

woensdag 1 juni 2022

Van de boerderette 64. Poltergeist

 

Al meer dan zes weken worden we geplaagd door een klopgeest: Getik op de ruiten van de eerste verdieping van ons huis, afwisselend aan alle kanten, maar met een duidelijke voorkeur voor de slaapkamer van mijn zoon en de badkamer. De benedenverdieping is kennelijk geen doelwit van het spook. Deze tiksessies duren vaak langer dan een half uur en worden bij voorkeur ´s morgens bij het eerste daglicht tegen het raam van mijn zoon uitgevoerd - zodat die al om half zes naar het plafond ligt te staren, of na de lunch op dat van de echtelijke slaapkamer, in het halfuurtje waarin uw Portugeest zijn powernap pleegt te consumeren. Is het de geest van de vorige eigenaar van ons land die nog een appeltje met ons te schillen heeft over de afbraak van zijn oude huisje?


Niks klopgeesten natuurlijk, maar een vogel. Een kwikstaart die we Poltergeist noemen, een gewone witte volgens mij, maar het kan ook een rouwkwikstaart zijn, ik ben niet zo´n vogelaar. Dat diertje is wel zo gek als een deur, want wat kan ik nu het doel zijn van om in een ritme van ongeveer twee tellen keer op keer van de vensterbank op te fladderen en dan met de snavel op het midden van een raam te slaan?


De kamikazepiloot...

`Reflectie´, dachten we eerst: `Hij ziet zichzelf weerspiegeld in de ruit en denkt dat hij een concurrent uit zijn territorium moet verjagen.´ Dat zou nog kunnen opgaan voor de gewone ramen, maar waarom dan die voorkeur voor het badkamerraam. Dat is van matglas en reflecteert geen mallemoer.                        


`Zijn overgrootvader had ooit een nest op deze plek toen het oude huisje er nog stond. Hij heeft natuurlijk de coördinaten geërfd en wil precies op die plek zijn nestje bouwen.´ Dat was het volgende idee, dat ook al snel verworpen werd: De zwaluwen die elk jaar naar het nest onder het dak van de veranda terugkomen, komen altijd voor hun reis naar Afrika nog een paar keer met hun jongen langs om de plek in hun kopje te prenten. De kwikstaart hebben we nooit op een dergelijk gedrag kunnen betrappen en bovendien is het de eerste keer dat we dit poltergeistgedrag meemaken. 


Spel dan misschien? Een jaar geleden hadden we een kwikstaart (wie weet dezelfde), die er de grootste lol in had om over de natte voorruit van onze Fiat naar beneden te schaatsen. Op de motorkap aangekomen fladderde hij weer omhoog naar het dak en dan begon het spel van voor af aan. Hij (of zij) kon dat wel een uur lang volhouden. Vogels kunnen erg speels zijn, maar dit is geen spelen meer. Het lijkt meer op een dwangneurose. Zelfs nu ik dit verhaaltje zit te schrijven, moet hij zo nodig weer voor mijn neus tegen het raam knallen - de kamikazepiloot - en ik hoorde hem vijf minuten geleden ook al tegen het badkamerraam.


Tegen het badkamerraam

"Misschien was die Hitchcock - of eigenlijk Daphne du Maurier, want die schreef `The Birds´ - toch niet zo´n fantast", opperde mijn vrouw, "Je zult het zien, dit is nog maar het begin..." `Zeg pa´, vroeg mijn zoon, die normaal gesproken nog geen vlieg verstoord, "Zei je laatst niet dat die buurman van ons  een luchtbuks had?" Ikzelf zat intussen in het geniep snode plannetjes te smeden met een valletje en aas en hoe onze kater te laten opdraaien voor het resultaat.


Je hoort het: We zijn bijna ten einde raad. Is er iemand die een idee heeft wat deze vogel bezielt? Het is inmiddels bekend dat vogels bijzonder intelligent kunnen zijn, dat ze relatief grote hersens hebben, bijna in dezelfde verhouding tot de rest van hun lichaam als zoogdieren. Ze kunnen plannen, spelen en zelfs pesten. Maar kunnen ze ook last krijgen van psychische ziektes zoals dwangstoornissen, psychose of schizofrenie? Bestaat er ook zoiets als een vogelpsychiater? Of is er een eenvoudiger, meer voor de hand liggende verklaring voor dit klopgeestgedrag?