Posts tonen met het label Van de Boerderette. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Van de Boerderette. Alle posts tonen

donderdag 20 juli 2023

Van de boerderette 69. Hooibalen

Het idee kwam van C: "Waarom laat u me het gras op die velden niet maaien met de tractor in plaats van elk jaar met de `capinadeira´ (zie `Ros ´m in de rondte´, Van de boerderette 46) het gras stuk te slaan en daarna, in het najaar, ook nog eens te frezen. Ik heb een machine die er balen van maakt en die kunnen dan verkocht worden." Dat leek me wel wat. Een flinke kostenbesparing en bovendien niet elk jaar het gevoel dat ik goed gras aan het verspillen was, terwijl een groot deel van de Portugese veestapel aan het einde van de zomer op een houtje moet bijten. De laatste jaren is de droogte zo ernstig dat er - vooral in het midden en zuiden - vaak in het begin van de zomer al geen sprietje gras meer wil groeien.  "Dus dan betaal ik niets voor het werk en u verkoopt de hooibalen", begreep ik.


het maaien met der tractor was zo gebeurd

Echter, toen we het er in het voorjaar over hadden wanneer het gras gemaaid moest worden, kwam hij daar schoorvoetend op terug: "Weet u zelf niet iemand aan wie u die balen kunt verkopen?" C is maar een klein ondernemertje: In de zomer loonwerk met de tractor en in de rest van het jaar handelt hij in stookhout en wilde kennelijk het risico niet nemen. Maar met een: "Hoor eens senhor C, ik heb dat soort van contacten niet. Dat gaat u toch veel gemakkelijker af. U komt overal bij de boeren. En met die droogte tegenwoordig, verkoopt u die hooibalen aan het einde van de zomer met gemak", trok ik hem over de streep. "Oké, dan doen we het zo"

met de nieuwe machine het hooi netjes in regels
Toen het tijd werd om te maaien had hij een schapenboer in zijn auto, maar die haalde zijn neus op voor mijn gras. Er zat teveel `bloemetjesonkruid´ tussen (De Portugese, waarschijnlijk lokale, benaming van de plant verstond ik niet goed). Zou tinkende kamille kunnen zijn. Dat lustten zijn schaapjes niet. Die waren zeker grootgebracht met huttentutkoekjes. Volgens C viel het wel mee met dat onkruid en, omdat het graszaad dit jaar al op het land was gevallen, zou het er volgend jaar nog veel beter uitzien. "Ik kom de boel morgen maaien en maak er, zoals afgesproken, gewoon balen van", zei hij flink. Uiteraard regende het de volgende morgen, zodat het feest niet doorging. 

klaar voor de balenpers

Er ging weer ruim een week overheen - C heeft het verschrikkelijk druk in deze tijd van het jaar - en het werd nog een race tegen de klok om het gras te maaien voordat het te droog werd om er nog stevige balen van te maken. Vooral voor mij, want nadat C dinsdagmiddag klaar was met zijn tractor, moest ik met de motormaaier de kanten van alle velden nog maaien en de stukken waar hij niet bij kon komen met de tractor: hellingen, geulen plekken waar nog stenen lagen. Omdat  er voor vrijdagmiddag alweer regen voorspeld was, kreeg ik anderhalve dag van hem voor bijna 700 meter grasrand van gemiddeld een meter breed! Dus woensdagmorgen om zes uur op - vroeger heeft geen zin, want dan moet de zon nog boven de bomen uitkomen en is het gras nog kletsnat van de dauw - en zo snel mogelijk aan de slag.  Het maaien mag niet met een draad, maar moet met een maaiblad, want het gras dient lang te blijven.


Om zes uur ´s avonds liep ik zo´n beetje op mijn tandvlees. Ik zag van kruin tot tenen zwart van het stof en kon mijn vingers bijna niet meer loskrijgen van de maaimachine. Nog één veld voor de boeg. Dat moest morgen maar. En dan nog met de hark aan de slag. Tussen de bomen, de wijnstokken en zo nog het een en ander.. Vol goede moed belde ik C. Morgenmiddag kon hij komen. Hij zei dat hij twee man zou sturen om het gras in banen te harken voor de balenmachine. Die kwamen natuurlijk niet. De mannen hier in de dorpen die geen werk hebben (en die niet erg oud of invalide zijn) zijn over het algemeen echte baliekluivers, die liever in een donker knijpje met elkaar over de hoogte van hun uitkering klagen dan er wat bij te verdienen als ze de kans krijgen. Het was ze te warm!


Gelukkig kwam C wel. Tegen de avond en met een gloednieuwe machine om het gras bij elkaar te schrapen en in banen te werpen, maar die kon ook niet overal komen, zodat er nog genoeg werk voor de volgende ochtend voor me overbleef. Nog een keer om zes uur uit de veren dan maar. Om tien uur was ik eindelijk klaar en een klein uurtje later kwam C met zijn (tweedehands) balenpers. Een enorme machine die steeds deels gedemonteerd moest worden voordat hij op het volgende veld gebracht kon worden. En zowaar stopte er nog een auto voor de poort met daarin twee mannen en een vrouw, gewapend met hooivork en hark. Naar later bleek, de kopers van de hooibalen. Ik mocht toekijken en foto´s maken en af en toe - voor de vorm - een beetje hooi bij elkaar harken.


78 volwassen hooibalen kwamen er uit de machine. Hoewel, volwassen.. Volgens mij zijn de Nederlandse balen een stuk groter. Maar Hollandse boeren zijn doorgaans dan ook - ahum - grotere boeren. C moest twee keer met zijn grootste kar komen om de balen op te laden en daar hoefde ik me gelukkig niet meer mee te bemoeien. "Muito saúde (Veel gezondheid), senhor António", riep hij breeduit lachend boven het lawaai van de tractormotor uit, toen we afscheid namen. Die had vast een leuk winstje gemaakt. Van mij mocht hij. Ik was er ook niet op achteruit gegaan en als dat hem enthousiast houdt om het volgend jaar op dezelfde manier te doen, zit het wat mij betreft zo geramd als een schaap het kan hebben.


donderdag 8 juni 2023

Van de boerderette 68. Nooit meer spitten?


Uw Portugeest komt uit een geslacht van spitters en gravers. Loonwerkers voor bollenboeren en tuinbouwers. In navolging van hun vader spitten mijn vader en zijn drie broers na de Tweede Wereldoorlog drie steken diep in de geestgrond om ziekte onder de tulpenbollen tegen te gaan. Ik graaf en spit in de Portugese aarde om uien, bonen en tomaten te planten. Het verschil tussen ons is alleen dat zij er hun werkzaam leven mee begonnen - mijn vader bijvoorbeeld behoorde al snel tot het witteboorden legioen - en ik het ermee eindig. De vraag die zich daarom onvermijdelijk opdringt is: Hoelang houd ik dat nog vol. Ruim een jaar geleden stuurde een vriendin me een link van een video, waarop moestuinder Philip Forrer aan de hand van zijn eigen moestuin liet zien dat spitten ( en in nog sterkere mate ploegen of frezen van de grond) eigenlijk belachelijke onzin is. Nergens voor nodig en het doet zelfs meer kwaad dan goed aan grond en gewas. Ik was meteen verkocht.



                                                     https://youtu.be/Pl83rDXxgwI

Spitten en/of het land bewerken met zware machines vernietigt de structuur van de grond en de organismes die erin thuishoren. Na ploegen en frezen zit er weinig of geen voedsel voor de planten meer in de grond, zodat je er dierlijke mest of kunstmest moet inbrengen om nog wat uit de grond te krijgen. Schadelijk voor het milieu en voor je portemonnee. Wat het effect is van jarenlang ploegen en eggen op landbouwgrond blijkt duidelijk uit een experiment van Jasper County uit Iowa, waarop ik via Linkedin attent werd gemaakt:                                                                            
(klik op de foto)

Als je de video gezien hebt, weet je dat Philip Forrer groente en fruit laat groeien op lange heuvels die hij maakt door dode boomstammen in te graven en daarop aarde en een dikke laag plantaardig materiaal aan te brengen. Daardoor blijft de grond vochtig en - door het verrottingsproces van de boomstammen een graadje of zo warmer. De dikke laag plantaardig materiaal bovenop de heuvel wordt door wormen, insecten en andere (micro)organismen omgezet in voedsel voor de planten en bovendien krijgt onkruid nauwelijks de kans om door die dikke deklaag heen te breken (En aan wieden heb ik al helemaal een broertje dood). Volgens Forrer gaan die heuvels 20 jaar mee, voordat je ze moet vernieuwen. Niet erg veel kans dat ik daar nog aan toekom, zodat er voor uw Portugeest een schoploze toekomst aan de horizon lijkt te gloren.


Ik wilde eigenlijk meteen beginnen, maar omdat ik geen boomstammen had en het voorjaar al aan de poort stond te rammelen, besloot ik nog maar moestuinseizoen op de oude voet door te gaan.
In de afgelopen winter zaagde ik een flink aantal ongecontroleerd groeiende wilgen om, die op een in de steek gelaten (erfeniskwestie) aangrenzend stuk land stonden en het licht van mijn jonge fruitboompjes wegnamen. Ik dacht dat ik flink wat hout had, maar caramba! wat heb je een berg boomstammen nodig om een heuvel van enig formaat te maken. 
Dat werd ook deze zomer dus nog even voort hinken op twee gedachten: Een niet al te grote proefheuvel en de rest van de moestuin liet ik ploegen en frezen, want het onkruid stond alweer tot aan mijn oren.


 Maar intussen besloot ik om ruim zestig dennen om te laten zagen en te verkopen (zie vorige blogpost `Paradise lost´). De houtkoper, die, hoewel hij tijdens het werk niet anders doet dan schelden en vloeken, eigenlijk best een aardige kerel is, zaagde en trok met zijn tractorlier als extra service zeven grote dode dennen, die gevaarlijk over het hek van een van mijn buren hingen, voor me om. Die zou ik eigenlijk tot brandhout voor de komende winter zagen, maar om een beetje voortgang in het moestuinproject te krijgen, gingen ze in de grond voor een tweede, grotere heuvel. Dat werd een heel gezaag en gesjouw... en gespit natuurlijk. Voor een gat van 9 meter lang, 120 cm breed en 40 diep, moet je toch zo´n vierenhalve kuub grond verzetten en de laatste 10 cm leek wel beton. Halverwege moest ik denken aan de mannen die het Noordzeekanaal hadden gegraven. Zouden die dat nou ook weleens gedacht hebben: `Op deze plek hoeft in ieder geval nooit meer iemand te spitten´


Toen de eerste laag boomstammen eenmaal in het gat lag, had het geheel veel weg van een prehistorische weg in Drenthe. Het is maar goed dat de begroeiing rondom de moestuin inmiddels zo dicht is dat de buren niet goed kunnen zien wat die nieuwlichter van een Hollander allemaal op zijn land loopt uit te spoken. Over de tweede laag boomstammen ging een laag aan stukken gebroken, halfverrotte bonenstaken, die ik nog in een hoek had liggen - het wordt nu wel eens tijd om een hakselaar aan te schaffen - en nog een mengsel van hooi, kleine takjes en plakken verdroogde alg uit de watertank. Daar ging ik een tijdje op staan te hossen om de ruimtes tussen de boomstammen goed op te vullen, want (de meeste) planten houden er niet van om met hun wortels in de lucht te hangen.


Nu moest de aarde er nog overheen. Met hak en hark werd het een mooie heuvel. Ik was erg benieuwd hoeveel tuin-en bosafval ik op die rug kwijt kon. Ik begon met 8 volgeladen kruiwagens bosmaaisel, en daar overheen kon nog al het gras dat ik dit voorjaar tot nu toe gemaaid had - en dat was inmiddels een flinke berg geworden - voordat ik een laag van zo´n 20 centimeter had aangebracht. Geweldig! Heb ik eindelijk een goede bestemming voor alle gras en andere planten die ik elke zomer rond het huis moet weg maaien. Maar natuurlijk pas wanneer ik voldoende van die heuvels in de moestuin klaar heb.
En nu maar planten: De artisjokken- en okraplantjes die ik gezaaid had, tomaten, sla en prei.


Op het eerste heuveltje staan de paprika, tomaat, aardappel, rode biet er prachtig bij. De courgetteplanten groeien er veel sneller en weliger dan in de rest van de moestuin en de broccoli schoot ook de grond uit totdat de plantjes - op drie na - een voor een het loodje legden. Dit jaar hebben we een veenmollenplaag. Het blijft tobben! 

O ja, dan zagen we op de video nog die antennes die een stroompje door de grond laten lopen om de worteltjes van de planten te kietelen waardoor ze een grotere oogst zouden opleveren. Ik loop nog te twijfelen tussen bellen naar de Vereniging tegen de Kwakzalverij en een wat meer agnostische houding.
Toevallig heb ik nog wel een paar half opgebruikte zinkanodes bij het schroot liggen en volgens mij zit er een niet meer aangesloten koperen aardpuls in de grond bij de schuur... 






zaterdag 1 april 2023

Van de boerderette 67. Paradise lost

 Ik zal ze missen, sterker nog, ik mis ze nu al! Maar het moest er eens van komen. Het werd steeds moeilijker om ze om te brengen zonder ook anderen in hun dodelijke val mee te slepen of levensgevaarlijk te verwonden. Bovendien werden er steeds meer getroffen door een terminale ziekte, die begon met het verkleuren en kalen van de kruin, gevolgd door een soort van psoriasis die de huid liet afschilferen en tot slot uit gruwelijke open wonden de laatste levenssappen in slijmerige stroompjes naar beneden deed stromen. En dat alles in tijd van een paar weken. De lijken die deze pestilentie achterlaat zijn zo goed als waardeloos. Je kunt er alleen nog de kachel mee aanmaken. 


Je had het natuurlijk allang begrepen: Het gaat over de dennen in ons bos. 
Vooral met het oog op het brandgevaar in steeds drogere en hetere zomers wilde ik ze tot op een kleine honderd meter van ons huis allemaal kwijt. Dat zou een moeilijke klus worden met al die eiken, kurkeiken, sparren en aardbei bomen (ja, echt waar, zoek het maar op) die er omheen groeiden. 
M wilde de dennen wel kopen. Hij zou ze dan doorverkopen aan een houtkoper. Op deze manier kreeg ik er natuurlijk veel minder voor - hij moest er ook wat aan verdienen  - maar hij zou er zorg voor dragen dat  de andere bomen,"Binnen de grenzen van het mogelijke natuurlijk", niet werden beschadigd. Een dergelijke compassie kun je van een houtkoper niet verwachten. Die rost alles zo snel mogelijk plat: `Time is Money.´

Zo was het

Na slopende onderhandelingen met het mes op tafel, gevolgd door een ronde tafelconferentie, want `vriendschap is mooi, maar zaken zijn zaken´,  kwamen we 300 Euro overeen. Een teleurstellend bedrag voor 61 bomen. De meeste waren dan wel niet erg hoog en dik, maar het ging toch om een flinke lading dennenhout. De houtprijzen zijn werkelijk belachelijk laag in Portugal en ze worden kunstmatig laag gehouden door een kartel van grote houthandelaren, waar de overheid kennelijk haar handen niet aan vuil wil maken. Geen wonder dat - met uitzondering van eucalyptus aanplanten - het exploiteren van bos, met de kosten van het schoonhouden daarvan, niet rendabel is. 
Mijn vertrouwen in de kundigheid van M gaf de doorslag. Hij heeft me al verschillende keren geholpen bij het omzagen van grote bomen en is een waar artiest op dat gebied.

Ziet de mannen vallen..

Op donderdag 19 juni 1986, op zijn 21e, hij weet het nog precies, kocht hij, voor - omgerekend - 285 Euro, een 15 kilo zwaar beest van een Husqvarna met een extra lang zaagblad. Tweedehands natuurlijk. Hij was de eerste in het dorp met een motorzaag. In die tijd werden bomen nog met bijl en trekzaag geveld. ´s Avonds na het werk bij zijn baas en in de weekenden zaagde hij zijn huis en goed bij elkaar. Er was altijd meer werk dan hij aankon. M was sterk en erg handig, zoals eigenlijk in alle werk dat met de handen moet worden verricht. Al snel leerde hij hoe hij enorme bomen precies in de goede richting moest laten vallen. En dat was een hele kunst, want goede takels of tractoren met lieren waren nog nauwelijks voor handen.
Die zaag hangt nu in de schuur. Vanwege problemen met zijn rug en andere lichamelijke gebreken is hij te zwaar voor hem geworden. Maar met een lichtere versie kan hij nog steeds uitstekend overweg. 

M verkocht onze bomen door aan A, een houtkoper die ik al jaren ken en die twee maakten een plan. Ik zag ze al wijzend door het bos lopen "Die die kant op, en die meer naar links" "Nee, soepkip, rechts is toch veel meer ruimte!" enzovoort. De heren zouden er wel uitkomen.
Vorige week woensdag was het D-Day. Om acht uur reed A met een tractor met lier het erf op, gevolgd door zijn zoon op een andere tractor met grijper om het hout op de kar te laden die daarachter hing en twee personeelsleden voor het afzagen van de takken, het slepen met de lierketting en andere voorkomende werkzaamheden. M kwam van de andere kant aanwandelen. Ze gingen eerst met zijn allen even rustig in het gras zitten om de tanden van de motorzagen vlijmscherp te vijlen, maar daarna barstte het geweld in volle hevigheid los.

in moten van 2.10 meter

Waar nodig werd eerst zo hoog mogelijk de ketting van de lier om de boomstam vastgemaakt. Dan zaagde M, of A, ook een kampioen op de motorzaag , er met vaste hand tot twee derde aan de voorkant van de stam een kaaspunt uit. Met de lier trok men de ketting op spanning en daarna werd - en dat is het echte vakwerk - de  zaagsnede aan de achterkant van de stam gemaakt, afhankelijk van eventueel overhangen, of zware takken aan één kant van de boom, wat meer aan de rechter- of linkerkant en zelfs wanneer de boom al begon te vallen werd de richting nog gecorrigeerd door aan de ene of andere kant snel nog even ´bij te snijden´.

Met een doffe klap, gekraak van brekende takken en een regen van dennenappels kwam de boom dan neer, precies tussen een pseudo-tsuga en een eik. 
Na drie keer hield ik op met klappen. Het ging gewoon - bijna - altijd goed!
Wanneer er vier of vijf dennen op de grond lagen, werden eerst de takken gestript en dan werden, met behulp van een maatstok, de bomen in moten van 2.10 meter gezaagd. Voor (kisten)hout is de minimale diameter 20 cm., alles wat dunner was, of dood en droog, ging op een aparte stapel om op de werf tot brandhout te worden verzaagd. De moten hout werden op de kar geladen en door de zoon van A weggebracht. Op een open plek vlak bij de straatweg stapelde hij ze op.Van daar zouden ze later worden opgehaald door een vrachtwagen.


Donderdagmiddag om half zeven werd de laatste lading hout van het erf af gereden. Wat overbleef was een door de tractoren omgeploegd terrein, bezaaid met hopen takken en dennenappels en het gevoel alsof ik van Het Nationale Park de Hoge Veluwe plotseling in de Kennemer Duinen terecht was gekomen. 100% meer licht op tafel! De eiken waren gelukkig al begonnen met bloeien, zodat die over een dag of tien in het blad staan en schaduw gaan geven. Omdat ze nu zelf meer licht krijgen, zullen ze sneller gaan groeien. En dat was een van de redenen voor deze operatie. Intussen ben ik alweer begonnen met opruimen: Bruikbaar brandhout verzamelen en op maat zagen - er liggen takken en toppen met een diameter tot 20 cm op de grond - hopen maken en daarna verbranden. Daar ben ik nog wel even mee bezig. 

En daar gaat de laatste

 



 



 


donderdag 6 oktober 2022

Van de boerderette 66. Wespennest

`Hé´, zei M. `Volgens mij hebt u een wespennest daar boven in die den. Aziatische wesperen (Hij zegt altijd `vesperas´ in plaats van `vespas´) Lijkt me nog vrij nieuw. Kijk! Je ziet ze in en uit vliegen.´ Hij wees op een dennenboom aan de rand van het bos, waarin ik inderdaad helemaal bovenin een grote grijsbruine bol zag hangen. Maar hoe hij in godsnaam vanaf hier die wespen zag vliegen... `Zal ik meteen de GNR (Garde Nacional de República, militaire politie) maar bellen. Ik heb het nummer toch in mijn telefoon staan.´ Er werd zelfs opgenomen en men zou iemand sturen. Dat zal - op z´n Portugees - wel weer op zijn minst een paar dagen, of misschien wel een week duren, dacht ik.  



Maar nog dezelfde middag nog werd deze zelfingenomen Hollander tijdens zijn middagslaapje gestoord door de telefoon: Over een kwartier kwam men het wespennest opruimen.
`Oei´, dacht ik, `Dat zal een wel een hele operatie worden. Die beesten moeten toch te vuur en te zwaard uitgeroeid worden. Mannen in witte pakken en zo... Zou die den eerst om moeten? Ik zal alvast maar wat bier koud zetten.´

Tien minuten later verscheen er een 15 jaar oud wit autootje aan de poort, waaruit een goedlachs manneke stapte. M. was inmiddels ook gearriveerd. Er werden handen geschud en gedrieën liepen we het bos in. Naar het bleek om de precieze coördinaten van het nest vast te leggen. `Vijftien meter hoog´, zei M. ´U bent zeker houtvester, want dat klopt wel zo´n beetje´, sprak de wespenbestrijder. 
`Maar hoe komt u nu bij dat nest, u gaat toch niet in die boom klimmen?´, vroeg ik. `Een hengel´, antwoordden M. en het mannetje bijna tegelijkertijd. En daar moest ik het maar even mee doen.


Toen de kofferbak van de auto geopend werd, begreep ik het. De auto lag vol met telescopisch uitschuifbare en opzetbare glasfiber hengeldelen. Niks vuur of rook. Aziatische wespen worden tegenwoordig met gif gedood. Gif dat voor de wespen ruikt en smaakt als voedsel. `Denk maar aan zo´n rattensnoepje. Maar met dit verschil, dat wespen voedsel van mond tot mond doorgeven. En als de koningin, die de eitjes legt, aan de beurt is geweest , betekent dat het einde van het nest.´, doceerde de wespenverdelger vrolijk.

We mochten toekijken hoe hij in de kofferbak zijn wapen klaarmaakte. Van een stok ter dikte van een potlood werd een 40 cm lang stuk afgebroken. Aan een kant werd een punt gesneden waaronder hij weerhaakjes inkeepte, zodat de `pijl´ in de nestwand zou blijven hangen. Aan de andere kant werd een rood lint vastgemaakt. De man stak het stokje met de punt naar beneden in een fles met gif en bevestigde het daarna met een rood koord (op een rol) aan het bovenste hengeldeel. Natuurlijk met een knoop die je los kunt trekken.  


`Hoe staat het nu met die wespen?´, vroeg ik, M. onderbrekend, die weer zo nodig zijn hele levensverhaal aan de wespenmoordenaar moest vertellen, `Wordt het meer, of hebben jullie de plaag een beetje onder controle?´ `Moeilijk te zeggen´, was het antwoord, `Vorig jaar had ik erg veel werk, maar met deze extreem droge zomer beduidend minder. Vandaag maar drie nesten. Ik moet nog even naar Penha Longa en dan zit het erop voor de middag.´

Bij de boom aangekomen, schoof hij de telescopische top van de hengel uit en begon daarna steeds in grootte toenemende delen aan te zetten. Het werd moeilijk om met het geval te balanceren, maar hij wist met de vergiftigde pijlpunt de onderkant van het nest te bereiken. Met een ruk stak hij toe en trok het koord los. Er hing nu een rood lint aan het nest  Dat aangaf dat het was behandeld,


M. en ik hielpen de man om de hengeldelen te demonteren, om ons zo snel mogelijk uit de voeten te kunnen maken, want met aanzwellend gezoem gaven de wespen te kennen dat ze het niet helemaal eens waren met onze aanwezigheid onderaan die dennenboom.

De zaak was gepiept. Het koude bier werd afgeslagen want er moest  nog gereden worden. Ik werd geacht de boel in de gaten te houden en als er over vijf dagen nog steeds veel Aziatische wespen waren te bellen naar het telefoonnummer dat op het kaartje van de `Associação Nativa´ stond, een organisatie die zich onder andere bezig houdt met de bestrijding van invasieve soorten. 

Twee dagen later zei M. :`Volgens mij bent u ervan af. Ik zie geen wespen meer rond het nest vliegen.´ 
`Nee´, antwoordde ik, `Ik ook niet´,. Maar ik had natuurlijk met een verrekijker gekeken.




woensdag 22 juni 2022

Van de boerderette 65. Sssss...

 

Ik zat in de schaduw van een vijgenboom plastic gaas vast te knopen aan de staanders van de tent die ik om de struiken van de blauwe bosbes aan het maken was.  De gaaien waren er met al onze kersen - op drie na - vandoor gegaan en dat zou me met de bosbessen niet gebeuren! Toen ik even opkeek van mijn werk zag ik op nog geen vijf meter afstand twee slangen, die met de staarten innig verstrengeld, onmiskenbare seksuele handelingen lagen te verrichten. `Gezellig´, dacht ik, `Doe gerust alsof je thuis bent!´. Wat ze natuurlijk ook waren. In verschillende opzichten heel wat meer dan ik. Zelfs toen ik opstond om dat opgewonden gekronkel van wat dichterbij te bekijken, leken ze zich niets van mij aan te trekken.


Ik dacht natuurlijk meteen aan jullie, lieve lezers: `Dat mogen ze niet missen!´ Dus op een draf naar het huis om mijn fotocamera te halen. Helaas... Toen ik hijgend als een fluitketel weer op de crime scene arriveerde, was er een al vertrokken. Voldaan? We zullen het nooit weten. Het andere exemplaar keek me aan met een blik van: `Ik ga echt niet weg omdat ik bang voor je ben´ en bewoog zich met majesteitelijke kronkels naar hoger gras, waar hij of zij - dat zie je niet zo gemakkelijk bij deze slangen - langzaam en soepel in een muizengat verdween. Om eitjes te leggen? Dan was het toch een dame.

denk maar niet dat ik bang van je ben

Het waren trapslangen, cobra-de-escada in het Portugees. Die heten zo, omdat de jonge dieren aan weerszijden van de rug een evenwijdige streep hebben die op regelmatige afstand verbonden wordt door dwarsstrepen. Net een trap dus. Naarmate de slangen ouder worden, verdwijnen de dwarsstrepen, maar de horizontale strepen blijven heel duidelijk zichtbaar en die maken dat verwarring met een andere slangensoort zo goed als uitgesloten is.  

De trapslang wordt meestal niet langer dan 150 centimeter, maar er worden wel exemplaren van  2 meter aangetroffen. Een van de eerste keren dat ik in Portugal was, zag ik eens zo´n lange, die vastgebonden aan de bagagedrager van een fiets met een al wat oudere man erop, triomfantelijk door het stof van de dorpsstraat heen en weer werd gesleept: `Kijk mij eens, de grote drakendoder!´

op weg naar hoger gras

Hoewel het dier, als het zich bedreigd voelt, best agressief kan worden, flink kan sissen en je misschien zelfs probeert te bijten, is het volkomen ongevaarlijk voor de mens. De slang produceert geen gif. En als je hem - zoals ik - rustig van een afstandje bekijkt, zal hij er liever stijlvol vandoor gaan, dan de strijd met je aanbinden. 
Maar probeer dat - zelfs met de `Fapas´ gids Anfíbios e Répteis de Portugal´ in de hand - maar eens wijs te maken aan leden van de agrarische bevolking van het binnenland. `Dood, moet die levensgevaarlijke krengengen. Babymoordenaars!´.En dan komen er heroïsche verhalen los over de veldslag die oom van de buurman van M. met een exemplaar van wel drie meter in het bosje bij de kapel heeft geleverd. `Nog net op tijd kon hij met de hak de kop van het vervaarlijk sissende monster afslaan. Anders had hij het niet kunnen navertellen!´.

en verdween soepel in een muizengat

Gelukkig behoort de trapslang nog niet tot de bedreigde diersoorten, hoewel er door de omvangrijke bosbranden en het groeiende snelwegennet wel risico´s voor zijn habitat bestaan. In de zomer worden er veel van deze soort ´s nachts overreden, omdat ze zich graag opwarmen op het nog warme asfalt van de weg.


Ik kom hier niet zo vaak slangen tegen. Een trapslang had ik al eens eerder gezien en ook de gladde slang (Coronella austriaca), maar meestal maken ze dat ze wegkomen voordat je in de buurt bent.
Als straks het lange gras weer gemaaid is, zie je ze helemaal niet meer.  
Af en toe vind ik in een hoekje van een veld een afgestroopte huid van een trapslang of een hagedissenslang, als er weer eens een uit zijn vel gesprongen is. 
Een gifslang heb ik hier nog nooit gezien. Die houden meer van hogere en drogere gebieden.



   

woensdag 1 juni 2022

Van de boerderette 64. Poltergeist

 

Al meer dan zes weken worden we geplaagd door een klopgeest: Getik op de ruiten van de eerste verdieping van ons huis, afwisselend aan alle kanten, maar met een duidelijke voorkeur voor de slaapkamer van mijn zoon en de badkamer. De benedenverdieping is kennelijk geen doelwit van het spook. Deze tiksessies duren vaak langer dan een half uur en worden bij voorkeur ´s morgens bij het eerste daglicht tegen het raam van mijn zoon uitgevoerd - zodat die al om half zes naar het plafond ligt te staren, of na de lunch op dat van de echtelijke slaapkamer, in het halfuurtje waarin uw Portugeest zijn powernap pleegt te consumeren. Is het de geest van de vorige eigenaar van ons land die nog een appeltje met ons te schillen heeft over de afbraak van zijn oude huisje?


Niks klopgeesten natuurlijk, maar een vogel. Een kwikstaart die we Poltergeist noemen, een gewone witte volgens mij, maar het kan ook een rouwkwikstaart zijn, ik ben niet zo´n vogelaar. Dat diertje is wel zo gek als een deur, want wat kan ik nu het doel zijn van om in een ritme van ongeveer twee tellen keer op keer van de vensterbank op te fladderen en dan met de snavel op het midden van een raam te slaan?


De kamikazepiloot...

`Reflectie´, dachten we eerst: `Hij ziet zichzelf weerspiegeld in de ruit en denkt dat hij een concurrent uit zijn territorium moet verjagen.´ Dat zou nog kunnen opgaan voor de gewone ramen, maar waarom dan die voorkeur voor het badkamerraam. Dat is van matglas en reflecteert geen mallemoer.                        


`Zijn overgrootvader had ooit een nest op deze plek toen het oude huisje er nog stond. Hij heeft natuurlijk de coördinaten geërfd en wil precies op die plek zijn nestje bouwen.´ Dat was het volgende idee, dat ook al snel verworpen werd: De zwaluwen die elk jaar naar het nest onder het dak van de veranda terugkomen, komen altijd voor hun reis naar Afrika nog een paar keer met hun jongen langs om de plek in hun kopje te prenten. De kwikstaart hebben we nooit op een dergelijk gedrag kunnen betrappen en bovendien is het de eerste keer dat we dit poltergeistgedrag meemaken. 


Spel dan misschien? Een jaar geleden hadden we een kwikstaart (wie weet dezelfde), die er de grootste lol in had om over de natte voorruit van onze Fiat naar beneden te schaatsen. Op de motorkap aangekomen fladderde hij weer omhoog naar het dak en dan begon het spel van voor af aan. Hij (of zij) kon dat wel een uur lang volhouden. Vogels kunnen erg speels zijn, maar dit is geen spelen meer. Het lijkt meer op een dwangneurose. Zelfs nu ik dit verhaaltje zit te schrijven, moet hij zo nodig weer voor mijn neus tegen het raam knallen - de kamikazepiloot - en ik hoorde hem vijf minuten geleden ook al tegen het badkamerraam.


Tegen het badkamerraam

"Misschien was die Hitchcock - of eigenlijk Daphne du Maurier, want die schreef `The Birds´ - toch niet zo´n fantast", opperde mijn vrouw, "Je zult het zien, dit is nog maar het begin..." `Zeg pa´, vroeg mijn zoon, die normaal gesproken nog geen vlieg verstoord, "Zei je laatst niet dat die buurman van ons  een luchtbuks had?" Ikzelf zat intussen in het geniep snode plannetjes te smeden met een valletje en aas en hoe onze kater te laten opdraaien voor het resultaat.


Je hoort het: We zijn bijna ten einde raad. Is er iemand die een idee heeft wat deze vogel bezielt? Het is inmiddels bekend dat vogels bijzonder intelligent kunnen zijn, dat ze relatief grote hersens hebben, bijna in dezelfde verhouding tot de rest van hun lichaam als zoogdieren. Ze kunnen plannen, spelen en zelfs pesten. Maar kunnen ze ook last krijgen van psychische ziektes zoals dwangstoornissen, psychose of schizofrenie? Bestaat er ook zoiets als een vogelpsychiater? Of is er een eenvoudiger, meer voor de hand liggende verklaring voor dit klopgeestgedrag?


 




dinsdag 26 oktober 2021

Van de boerderette 63. Buigen of barsten

 "Wat moet ik nu met deze steen", vroeg ik aan mijn buurman. "Gewoon er bovenop leggen", was zijn laconieke antwoord. "Maar er zit geen rechte kant aan, dat is toch geen gezicht!", protesteerde ik. "Nou, dan breekt u ´m toch in tweeën." `Geintje´, dacht ik en ik verder met de muur. Maar ´s middags kwam de buurman met een emmer vol wiggen en een paar puntbeitels, alles zelf gesmeed en geslepen uit stukken betonijzer, de `matéria prima´ bij uitstek in deze contreien*. Met een stukje dakpan trok hij een lijn over het midden van de steen en hakte met een spitsijzer aan het begin daarvan een een taps toelopend gat, "Zo diep mogelijk", en sloeg daarin een wig vast. Een stukje verder op de lijn deed hij er nog een voor, onderhand sterke verhalen vertellend over rotsblokken ter grote van de Amersfoortse Kei die hij op deze manier gespleten had, in de tijd dat hij bij een steenhouwer werkte.



Buurman moest nog ergens een boompje vellen, dus ik mocht het karwei zelf afmaken. Omdat de steen niet erg hard was, zaten, nadat ik er een paar flinke klappen op had gegeven, twee wiggen steeds weer los, maar uiteindelijk kreeg ik ze toch klem en kon ik er met de moker op los, steeds wisselend van wig. 
Ik zag een miniem scheurtje tussen de wiggen ontstaan, maar die middag lukte het me nog niet om de steen te splijten. 


De volgende morgen leek het scheurtje wat groter en na een half uurtje zweten kon je zonder overdrijven wel spreken van een duidelijke scheur over de hele breedte van de steenklomp. Toch nog onverwachts viel hij in twee stukken uiteen. Met gepaste trots bekeek ik de rechte vlakken en nog diezelfde dag hees ik de brokken op de muur. 


Twee dagen later verscheen de buurman met een arm vol `santieiros´ (grote parasolzwam). "Alstublieft, voor een lekker omelet". Hij keek eens naar de muur: "Een beetje meer naar binnen werken, hoor. Ah, die steen ligt er al bovenop. Zie je wel!"
"En deze", vroeg ik, lichtelijk overmoedig geworden, wijzend op het grote rotsblok van bijna een halve ton dat al jaren in de weg ligt onder de appelboom. 
"O, die gaat ook. Op dezelfde manier. Goed diep maken, die gaten."


Maar dat viel nog niet mee. De steen was erg zacht en de wiggen schoten telkens los. Ik kreeg het idee dat er horizontaal een plak aan het afbreken was. Ik liet het project maar even in de steek totdat buurman weer eens langs kwam. Dat werd donderdag, aan het eind van de middag: "Ik zie het al, `pedra mole´ (zachte steen). Geef me die moker eens." Met een paar slagen sloeg hij de horizontale plak eraf. (En de met veel moeite door mij ingeslagen wiggen) en begon vuistgrote gaten in de steen te hakken, onderin spits toelopend voor de wiggen, die hij steeds dicht stopte met een handvol gras, om niet vol te lopen met steenstof. 


"Als u nu eens een emmer water en een voorhamer ging halen", vroeg hij toen bijna klaar was met het laatste gat. "Water, wat moet hij daar nu weer mee?", vroeg ik me af.
Buurman sloeg de wiggen vast in de gaten en goot er daarna water in. "Als het steenstof nat wordt, zet het uit, dat helpt de steen te laten splijten", verklaarde hij.
Hij greep de voorhamer en begon daarmee hoog boven zijn hoofd zwaaiend, met boerengeweld en van jongs af aan getrainde precisie, op de wiggen te beuken. De grond trilde onder het geweld en ik moest denken aan de beroemde T(ijd)-slag van Jerommeke uit de strip `Suske en Wiske´ (Ja, de Portugeest kent zijn klassieken!):


 "Dit mag ik eigenlijk niet doen", hijgde buurman tussen twee slagen door. Nogal wiedes, met zo´n rug! 
Maar ik wist dat het geen enkele zin had om hem te verzoeken het wat kalmer aan te doen. Hij zou zich alleen nog maar harder gaan uitsloven.
En toen brak - Deus ex machina - de steel van de voorhamer. Gelukkig kreeg geen van ons de hamerkop op zijn kop - of tegen zijn edele delen. 
"Hij splijt echt wel", zei hij nog toen hij wegliep in de schemering. 
"Ja, m´n tante op een houtvlot", dacht ik.

"Vooruit, niet eigenwijs zijn", begon ik de volgende dag onder de opkomende zon (We hebben een prachtige nazomer). Ik goot nog wat water in de gaten en begon met de moker afwisselend op de wiggen te slaan. Zag ik daar een scheurtje? Nou ja, misschien. Maar het was boodschappendag, dus ik had niet zoveel tijd.
 

Toen ik op zaterdagochtend opnieuw naar het rotsblok keek, zag ik toch duidelijke scheurtjes tussen de wiggen, dus ik begon er al we enthousiaster op los te slaan, telkens water bij gietend, dat steeds sneller verdween. De scheuren werden groter en gelukkig was ik op mijn hoede, want ik kon nog net achteruit springen voordat er een kwart ton graniet op mijn tenen rolde. 
`Ha ha´, dacht ik: Een ouwe aap nog best een nieuw kunstje leren.´


*Vanwege gebrek aan plaatselijke werkgelegenheid, werken veel mannen uit deze streken in de bouw, meestal ergens anders in het land of in Spanje of Frankrijk. Vaak nemen ze, al dan niet met toestemming van de baas, incourante stukken betonijzer - onder der bank van het busje - mee naar huis die voor allerlei doeleinden worden gebruikt.

Lieve lezers om voor mij onbekende redenen heeft Google de gadget `follow by e-mail´ uitgeschakeld en daarvoor geen alternatief in de plaats gesteld. Als je op de hoogte wilt blijven van nieuwe publicaties van de Portugeest, stuur dan even een e-mailtje naar portugeest@gmail.com dan zend ik je na het publiceren van elke nieuwe blogpost een e-mail met een link.
     


  

dinsdag 1 juni 2021

Van de boerderette 62. Een duur gaatje II

Om Kniertje maar weer eens van stal te halen: De thee werd duur betaald: Inclusief pomp, schakelkastje, water- en elektriciteitsleidingen en ook nog een grotere hydrofoor, kostte de operatie 3500 Euro (1). Maar een theetje meneer! En zacht, dat water mevrouw.. Nog zachter dan het water dat we uit de bron hadden. Je krijgt de zeep bijna niet van je handen gespoeld. In de komende tien jaar bespaarden we ons minstens een hectoliter Calgon, rekende ik me snel even rijk. De eerste dagen raakten we er niet over uitgepraat. Jammer genoeg waait zo´n feeststemming snel weer over. Zo steekt de mens nu eenmaal in elkaar. Nooit tevreden met wat hij heeft. Steeds weer op zoek naar nieuwe uitdagingen en problemen om op te lossen. Maar laat ik nu eerst het verhaal afmaken, want er beginnen ongeduldige mailtjes binnen te druppelen. 


De volgende morgen om acht uur reed de vrachtwagen alweer voor. Er zou die dag ook nog een gaatje in buurgemeente Baião geboord worden. Er moesten nog meer dan 15 boorpijpen uit het gat omhoog gehesen, losgekoppeld en op de vrachtwagen geladen worden. Dat werd zweten in het zonnetje. Omdat de laatste pijpen het langst gedraaid hadden, zaten die muurvast aan elkaar gekoppeld. Om de onderste tegen te houden tijdens het losdraaien werd een listig hydraulisch armpje net boven het blok gebruikt. 

losdraaien van de boorpijpen

Het uur der waarheid was aangebroken: Hoe hoog stond het waterpeil in de boorschacht? Een meter of twee onder de bovenkant van de mantelbuis, schatte de baas na een steentje naar beneden te hebben gegooid: "Kijk maar, je ziet het weerspiegelen". Dat zag er goed uit. Meer dan voldoende water voor huiselijk gebruik. 800 liter per uur, berekende hij.

zweten in het zonnetje

Nu moesten de 6 meter lange blauwe pvc buizen nog in de schacht. Die hebben, inwendig, een diameter van 14 cm. In meer dan de helft daarvan zijn verticale sleuven geslepen om het water door te laten. In de buis die als eerste het boorgat in ging, werd een half ovaal uit de onderkant geslepen. Die uitsparing dient om de buis niet te laten scheuren op een uitstekende steen in de put.

onder de sok vastgezet

Voorzichtig - de buis mag er niet ´vandoor gaan´- liet de baas de eerste buis door de speciale klem die hij op de mantelbuis had gelegd glijden en zette die klem daarna net onder de sok van de buis vast met een loodgieters tang. Een van de medewerkers plaatste de volgende buis in de sok, er werd aan drie kanten een gaatje door sok en buis geboord en de twee werden met popnagels aan elkaar vast geklonken. "Goh, wat hebt u een handige popnageltang", zei ik, "met twee armen! Krijg je niet zo´n knijphand." "Heb ik bij de Chinees gekocht", kreeg ik terug, "ik had eerst een heel dure, maar die gaf al snel de geest. Deze is prima."

handige popnageltang

Buis na buis gingen zo in de boorschacht. Op de laatste moest nog even de voet worden gezet om hem helemaal in de mantelbuis te laten verdwijnen. Nu nog het provisorische deksel er bovenop, dat door een van de medewerkers met behulp van de hitte van de compressoruitlaat gefabriceerd was en klaar was de klus.

provisorisch deksel

Tijd om over de volgende stap te praten. Allereerst de pomp. Die moest een vermogen van 2 `cavalos´, oftewel paardenkracht (pk) hebben, omgerekend in begrippen van de 21e eeuw pakweg 1,5 kilowatt (kW) (2). Daarbij kwam dan een schakelkast om de pomp uit de schakelen als het waterpeil te laag was (en weer in te schakelen als dat steeg). In die smalle buis kan geen vlotter worden gebruikt om de pomp uit te schakelen bij droogstand. Waterleiding in elektriciteitskabel had ik al tot aan 6 meter vanaf het boorgat, maar daar moest natuurlijk nog ruim honderd meter aan vastgemaakt worden. De boorbaas zou een begroting maken. Het plaatsen van de nieuwe hydrofoor hadden we al met een loodgieter afgesproken, die we ook zouden uitnodigen om een begroting voor de andere werkzaamheden in te dienen. 

Het werd de loodgieter, niet omdat zijn begroting veel lager was - het verschil was maar 20€ - maar omdat hij dichtbij woont. We hadden zo onderhand de buik vol van bedrijven uit Amarante of nog verder weg, die razend enthousiast nieuwe spullen kwamen installeren, maar nooit meer kwamen opdagen als daar iets aan stuk ging, of onderhoud gepleegd moest worden. Hoewel een beetje het type van een horizontale communist - zo onbuigzaam als zijn pijpentang - leek onze loodgieter in ieder geval  betrouwbaarder in dat opzicht.

de kabel aan de waterleiding bevestigd

Snel was hij ook. Zaterdagochtend hadden we hem groen licht gegeven en maandagochtend stond hij al met alle spullen voor de poort. Omdat hier per dag niet meer dan anderhalve tractor en een voorhistorische Zündapp passeren, konden we rustig de hogedrukslang over de weg uitrollen. Dan realiseer je je pas hoe verbazingwekkend diep 100 meter is. Terwijl de loodgieter zorgvuldig de elektriciteitskabel met tyraps aan de tyleenslang bevestigde en de torpedoachtige waterpopm in in elkaar schroefde en aansloot, groef ik een sleuf vanaf het boorgat om de bestaande waterleiding op te zoeken. Bah, niets dan stenen. Pas toen uit ons gesprek bleek dat ik nog ouder was dan hij - had ie niet gedacht! - greep de man ook een schop.

slang en kabel worden in de schacht gevoerd

Nadat er een stevig nylon koord aan de pomp was geknoopt, werd die in de buis gelaten en samen lieten we voorzichtig waterleiding, kabel en koord meter voor meter naar beneden glijden. Er kwam geen einde aan. Op diepte aangeland, werden slang en kabel door een speciaal dekseltje geleid, waarna het koord door een oog aan dat deksel stevig werd vastgeknoopt. Deksel op de mantelbuis, en de pomp hing veilig op 97 meter diepte.

Samen plaatsten we nog een betonnen put zonder bodem (`opzetstuk´ heet zoiets in de vaktaal) om de mantelbuis.Die werd vast gekledderd met cement, er ging een gegalvaniseerd deksel bovenop en daarna kon de loodgieter, die ook elektricien was - "Anders verdien je niks in de bouw, meneer" - waterleiding, kabel en schakelkast aansluiten en de nieuwe hydrofoor installeren.
Toen de kraan dan eindelijk open mocht, kwam er melkachtig water uit en de kraanzeefjes zaten in een mum van tijd dicht met steengruis en kleine stukjes blauw plastic slijpsel uit de sleuven van de pijpen. "Morgen gaan we spoelen", sprak de loodgieter, "Ik zou het niet drinken, maar u kunt er rustig een douche mee nemen."

de schakelkast

´s Morgens werd het t-stuk in de waterleiding dat naar het oude waterreservoir leidt opengemaakt en een duimdikke waterstraal spoot omhoog. De loodgieter had nog een klusje in de buurt.                          Na ruim twee uur sloeg de pomp af. Dat betekende dat hij droog stond. Maar na vijf minuten werd hij via de schakelkast automatisch weer ingeschakeld, tot na een kwartier het water weer op was en dat ging zo door tot de loodgieter arriveerde: "Als u er ook de planten mee zou moeten beregenen, zou het een beetje krap worden, maar voor het huishouden hebt u meer dan genoeg water". 

In het begin was het nog een beetje melkachtig, maar het water werd al snel volledig helder. Een beetje bekomen van de rekening, besloten we na een kopje moddervrije thee dat we er goed aan hadden gedaan om het project te laten uitvoeren, zodat we toch nog rustig konden slapen die nacht.   

`waterdicht´ afgesloten


1. Eerlijkheid gebiedt me te zeggen, dat ik die boorwerkzaamheden eigenlijk helemaal niet zo duur vind, gezien de hoge kosten van het boren (boorkoppen, diamantboren (zie deel I), de grote hoeveelheid gebruikte brandstof die er door gejaagd wordt en de personeelskosten). Daarbij komen de enorme investeringen die zo´n bedrijfje moet doen: Die Unimog met boorinstallatie bijvoorbeeld, kostte 75.000€ (en dan heeft men nog een tweede op rupsbanden voor moeilijk terrein), de compressor 80.000€ en daar moeten er voor de continuïteit ook twee van zijn (Ja, die Portugeest is een nieuwsgierig baasje). Dan hebben we nog de dieplader waarop compressor en boorinstallatie over de weg worden vervoerd en een vrachtwagen voor het materiaal, die toch ook minstens 50.000€ heeft gekost. Je snapt wel dat die machines (en dus ook de mensen) heel veel uren moeten maken om zo´n onderneming rendabel te houden.                      De rekening van de loodgieter bestond voor het overgrote deel uit materiaalkosten. Hij berekende (voor mijn begrippen) maar weinig arbeidsloon.  

2.Je ziet vaak in Portugal dat aannemers, of - zoals in dit geval - de eigenaar/directeur van een waterboorbedrijf, (en echt niet alleen oudere generaties), zich nog steeds niet aan het SI (metrieke) stelsel hebben hebben aangepast en ouderwetse eenheden zoals `cavalo´ (paardenkracht) of  `polegado´ (duim) gebruiken. De naam van de laatste maat wordt hier steevast verkeerd uitgesproken en gespeld - zelfs in contracten - als `pulgado´, wat ik nogal lachwekkend vind, omdat `pulga´ vlo betekent.  




zaterdag 15 mei 2021

Van de boerderette 61. Een duur gaatje I

"Ruik je het dan niet?" "Wat moet ik ruiken, lief?" "De thee. Die ruikt raar." "Ik ruik niks." "Die neusoperatie van jou heeft ook niet veel geholpen, hè; die thee ruikt pruttig." "Pruttig? Volgens mij ruik je je bovenlip." "Nou dank je wel! Die thee ruikt naar modder en hij smaakt ook naar modder. Die ga ik echt niet opdrinken."

Hoe vaak hadden we dit soort discussies al niet gehad. Drinkwater uit een zogenaamde `mina´, een horizontale gang naar een bron met een drempel ervoor (en afgesloten met een deur om dieren buiten te houden) is natuurlijk goedkoop en de kwaliteit is meestal wel goed. Maar na zware regen niet helemaal smaak vast. Bovendien hadden we ook al een paar keer meegemaakt dat er na een bosbrand as in het drinkwater terecht kwam. 

We besloten om nu eindelijk de knoop maar eens door te hakken en naar water te laten boren: Een zogenaamde `furo´. Ik had het kaartje nog van een boorbedrijf dat een jaar eerder voor een buurman een gaatje had geboord en die heel was tevreden met het resultaat. Dus werd het `Granitáguas´, een onderneming die in een gehucht ergens tussen Santo Tirso en Felgueiras is gevestigd.

Voordat zo´n gat geboord mag worden, moet eerst een voorlopige vergunning worden aangevraagd bij de de APA (Agéncia Portuguesa do Ambiente), dat onder het Ministerie van Milieuzaken valt. Die vergunning kost ca. 130 Euro. Meestal regelt het boorbedrijf de vergunningsaanvraag voor je. Bij de aanvraag moet een kaartje (Google-map) worden gevoegd waarop de boorlocatie staat aangegeven, zodat de vergunningverlener kan controleren of zich een andere geregistreerde put of bron binnen 100 meter van het te boren gat bevindt waarvan de watertoevoer verstoord kan worden. In het eindrapport, na het boren, kan die locatie nog wel beetje veranderd worden, bijvoorbeeld als bij de eerste boring geen water wordt gevonden. Daarna wordt de definitieve vergunning afgegeven. 

De compressor verbruikt 60 liter diesel per uur

Het boorbedrijf had het blijkbaar erg druk, want na het verlenen van de vergunning duurde het ruim vijf maanden en heel wat telefonisch `getrek´, voordat de baas eindelijk toezegde: "ja, nu zijn we in de buurt. We zitten in Cinfães. Morgenochtend komen we." 

Tegen elf uur kwam de colonne aangedenderd: Een vrachtwagen met de boorpijpen en de plastic buizen die in het boorgat gaan en daarachter een oude Mercedes Unimog (een terreinvrachtwagen die veel door het leger is gebruikt), waarop de boorinstallatie was gemonteerd, met een enorme compressor aan de trekhaak. Het begon zachtjes te regenen.

De Unimog wordt op zijn plaats gereden

De compressor werd aan de kant van de weg gezet en losgekoppeld, waarna de Unimog het terrein op reed. Een van de medewerkers brak een gevorkt eikentakje af en gebruikte dat tussen beide duimen en wijsvingers als wichelroede, Zo´n twee meter van de plek die ik op de kaart had aangeven bewoog het uiteinde van de kleine roede krachtig naar beneden: Daar moest water te vinden zijn. De kont van de Unimog werd boven die plek gemanoeuvreerd, de boorinstallatie in verticale stand gekanteld en daarna met behulp van de hydraulische uitschuifpoten van de wagen precies waterpas gezet. De hoge druk luchtslang tussen de compressor en de boorinstallatie werd aangesloten en de plastic buizen nog even uitgeladen en toen .. was het etenstijd. Men vertrok naar Marco.

De installatie wordt waterpas gezet

Het driekoppig boorteam arriveerde even na twee uur. De motor van de compressor (een zes-cilinder Deutz) werd gestart en motor op de Unimog die de boor via een hydraulisch systeem doet draaien. De dikke boorkop werd omhoog gehesen, door het blok onderaan de installatie gevoerd en aan de bovenkant vastgedraaid aan de boorinstallatie. Het boren kon beginnen. Langzaam draaide de boorkop zich door de bovenlaag van aarde, losse stenen en door water geërodeerd graniet. Er steeg een enorme stofwolk op: De perslucht die via de boorpijp naar beneden wordt gevoerd, drijft de boorhamer in de boorkop aan en blaast het boorsel door het geboorde gat omhoog (1)

Het bedieningspaneel voor perslucht en boor

.Na twee meter stuitte de boorkop al op harder graniet. De dikke boorkop werd afgekoppeld en een witte PVC-buis van 20 mm. in het gat geplaatst en op maat gemaakt. Deze dient als mantelbuis. Die zorgt ervoor dat er later geen aarde, vuil of regenwater in het boorgat terecht komt. Een dunnere boorkop werd aan de installatie geschroefd en nu begon het boren pas echt (2). De druk en de boorsnelheid werden nog een beetje opgevoerd en de paraplu´s waren nu ook erg handig om het stof op te vangen. Uit het boorgat kwam geelwit poeder gemengd met piepkleine stukjes steen: Gemengd graniet.


Telkens als de boorpijp van 3 meter lengte bijna helemaal in het gat was verdwenen, werd de perslucht afgesloten, de aandrijving in zijn achteruit gezet, de pijp losgeschroefd. Daarna werd de boorinstallatie opgehesen om ruimte te maken voor de nieuwe pijp (60 kg.) die door een medewerker van de vrachtwagen werd getild. Deze werd op de vorige geplaatst, eerst aan de bovenkant vastgedraaid en daarna met een enorme sleutel op het blok gefixeerd, voordat hij ook aan de onderkant werd vastgeschroefd. Perslucht weer aangesloten en vooruitdraaien maar weer. Een nogal routineus karwei, maar je moet er wel bij blijven: De boorsnelheid en de druk moeten, afhankelijk van de hardheid van het graniet, bijgesteld worden en de boor kan ineens in een zachte laag terecht komen en dan is de boorpijp in een oogwenk verdwenen. 

Toen de boorkop op 17 meter diepte was aangeland, kwam er voor het eerst een beetje water naar boven. Het boorsel  `saibro´, oftewel granietzand, veranderde in modder. Op deze diepte begon ook de keiharde blauwe graniet: De kleur van de `saibro´ werd grijsachtig. Het boren ging ook wat langzamer, maar je krijgt in die harde steen wel een mooie, stabiele boorschacht.

Water!..

Pas op 40 meter werd de eerste echte ader geraakt. Het water kwam nu wat sneller naar boven, maar het resultaat was nog niet spectaculair. Wel begon er een - lelijke - modderstroom naar beneden te lopen. De wichelroedeloper (Die me later vertelde dat de baas van het bedrijf geen gat boort, zonder van diens `gave´ gebruik te maken), brak opnieuw een gevorkt eikentakje af en besloot dat er op 60 meter diepte nog meer water moest zitten. Boorpijp volgde op boorpijp en gespannen loerden ik naar het gat, bijgestaan door een paar geparaplude buurmannen die zo´n kans om raad te geven en sterke verhalen te vertellen over `boor gevalletjes´ die zíj hadden meegemaakt natuurlijk niet wilden missen. 

Op 70 meter diepte raakte de boor opnieuw een ader, maar omdat omdat er niet echt een overvloed van water was aangeboord en om een groter waterreservoir te verkrijgen, adviseerde de baas tot 100 meter diepte te boren. Ik vroeg hem wat dat ging kosten Het kwam, zelfs met een beetje gegoochel, toch wel een eindje boven de 2000 Euro. Oei, dat was wel zo´n beetje het dubbele van wat we ons hadden voorgesteld (We hadden er min of meer op gerekend om niet dieper dan 40 meter te hoeven boren). En dan moesten er ook nog eens een pomp, een betonnen kast met deksel boven de boorput en de benodigde water- en elektriciteitsaansluitingen komen...

en nog een beetje

Toch besloot ik het advies op te volgen. Als er nog een keer geboord zou moeten worden omdat het water niet toereikend was, zou het nog veel duurder uitpakken. Een beetje verveeld keken we in de stromende regen toe hoe pijp na pijp in het boorgat verdween. Tergend langzaam vanwege de hardheid van het graniet. Er werd geen nieuwe ader meer aangeboord. Het gat werd 103 meter diep. Snel werd nog de helft van de boorpijpen naar boven getrokken, afgekoppeld en in de vrachtwagen geladen. De motoren werden uitgezet en alles bleef liggen zoals het lag. Kletsnat en moe stapten de mannen in de vrachtwagen. Morgen zou de klus worden afgemaakt, hopelijk met beter weer.

de sleutel op het blok

                                                                     

                                                      Wordt vervolgd

1.De maximale druk die de compressor aan de boorinstallatie kan leveren is 170 Bar, maar de normale werkdruk van de perslucht die in het boorgat wordt geblazen ligt rond 120 Bar. Dat is zestig keer de druk van het water dat uit je keukenkraan komt. Als je op die manier een gat zou proberen te boren op de plek in Noord-Holland waar uw Portugeest is groot gebracht, ben je voordat je je neus kunt dicht knijpen met boorinstallatie en al in de modder verdwenen. Men zou er nog een flinke klus aan hebben om iets van je terug te vinden.

2.Zo´n boorkop kost 8000 Euro en gaat ongeveer 10.000 meter mee. Daarna gaat hij op de schroothoop. De diamantboren die op de boorkop worden geplaatst, kosten zo´n 800 Euro, en doen, afhankelijk van de hardheid van het graniet dat ze tegenkomen 800 - 1000 meter dienst. Dan moeten ze vervangen worden. Voordat in 1987 het ingenieuze systeem dat de boorhamer onderin de boorkop met perslucht aandrijft gemeengoed werd, zat de boorhamer bovenin de boorinstallatie. Je kunt je wel voorstellen dat in die tijd de slijtage - ook van de boorpijpen en de installatie zelf - nog veel groter was.