donderdag 28 september 2017

Stad en land 18. Het jaar van de vulkaan

Om acht uur ´s morgens begon de zee, op ongeveer 400 meter vanaf de vuurtoren, te koken. De wachtpost van de walvisjagers stak een vuurpijl af, omdat hij dacht dat er een school walvissen in de buurt van het eiland kwam, waarop 18 walviskano's met ieder 7 man aan boord en 11 kleine motorboten zee kozen. Maar toen er op verschillende plaatsen rook uit de zee begon op te stijgen en gloeiende sintels metershoog boven het water werden geblazen, vluchtten ze in paniek weer naar land. Een onderzeese vulkaanuitbarsting vormde het begin van meer dan een jaar van erupties, asregens en aardbevingen die huizen en landbouwgronden van de dorpen aan de oostkant van het eiland Faial (Azoren) verwoestten.


De zee begon te koken

We schrijven 27 september 1957 - Ik lag nog veilig in mijn wiegje - gisteren precies zestig jaar geleden.In de twee weken voor de eerste uitbarsting hadden  de bewoners van Faial al zo'n 200 aardbevingen gevoeld, met een intensiteit die niet boven de V van de schaal van Mercalli uitkwam. Schade hadden die niet aangericht en de bevolking van deze vulkanische eilanden was wel wat gewend, maar toen de erupties vlak onder de kust bij de vuurtoren van Capelinhos begonnen, ontvluchtten de walvisjagers met hun families huis en haven in Porto de Comprido en al snel moesten ook de vier vuurtorenwachters met hun gezinnen geëvacueerd worden. De eerste uitbarstingen waren bijzonder explosief, omdat binnen de `schoorstenen´ die uit de zeebodem oprezen koud zeewater met kokende lava in contact kwam. Binnen een paar dagen vormde de uitgestoten as een klein eiland voor de kust, dat `Ilha Nova´ (Nieuw Eiland) of `Ìlha do Espírito Santo´ (Eiland van de Heilige Geest) werd genoemd.

`Ilha Nova´

Waren de vulkaanuitbarstingen voor de bewoners van de dorpen ten oosten van Capelo en Praia do Norte een ramp - de asregens verwoestten oogsten en het gras voor hun vee en dwong hun huizen te ontruimen - voor pers vormden ze een buitenkansje: Een vulkaan `om de hoek´, met telegraaf, telefoon, maaltijden en logies in de buurt. Journalisten uit binnen- en buitenland vulden de straten van de Horta, de hoofdstad van het eiland en ook vulkanologen uit verschillende landen waren al snel ter plaatse. Op 12 oktober werd zelfs een soort van wedstrijd met twee boten gehouden om de Portugese vlag op het nieuwe eiland te installeren.

Tussen 27 september en 29 oktober groeide het `Ilha Nova, als gevolg van vele uitbarstingen - met als hoogtepunt die van 6 en 7 oktober, tot een eiland met een diameter van 800  en een hoogte van 99 meter. Om op de laatste dag plotseling weer in zee te verdwijnen.


Maar op 4 november begon de vulkanische activiteit opnieuw en al snel vormde zich een nieuw `Ilha Nova´, dat een hoogte bereikte van 60 meter en zich op 12 november door een landengte verbond met Faial. In de eerste twee weken van december ging de vulkaan te keer met `Stromboliaanse´ uitbarstingen van vuur, rook en as tot meer dan een kilometer hoogte en een regen van vulkanische bommen (vloeibare brokken basalt) op het strand en de nieuwe landengte voor de vuurtoren. Een wonder dat niemand er een op zijn pet kreeg, want hoewel inmiddels verboden gebied, waagden zich toch velen in de buurt om het fenomeen te aanschouwen. In het binnenland werd veel schade aangericht door de asregens.  Op 29 december `zweeg´de vulkaan opnieuw voor korte tijd.

Stromboliaanse uitbastingen

Na het instorten van de kegel, eind december, begon de vulkanische activiteit in januari opnieuw met onderzeese explosies die enorme stoom- en aswolken en een regen van stenen en stukken gloeiende lava veroorzaakten. In deze derde fase van de vulkanische activiteit werd het eiland groter en verbreedde de landengte zich tot een kilometer. Tijdens de talloze erupties verdwenen steeds meer huizen onder de as, stortten zelfs in door het gewicht daarvan. Toen op 12 en 13 mei ruim 500 grote en kleine aardschokken het grootste deel van de huizen volledig verwoestten, werden alle dorpen tussen Capelo en Praia do Norte geëvacueerd. Meer dan 500 families raakten dakloos en werden ondergebracht in barakken op de veilige kant van het eiland. Intussen was ook de hoofdvulkaan, de `Caldeira´, midden op het eiland tot leven gekomen en braakte stinkende zwaveldampen en kokende modder uit. De eilandbewoners waren bang dat het eiland zou `ontploffen´, maar vulkanologen calculeerden dat de oude vulkaan, die de oorsprong van Faial vormde, niet voldoende kracht had om gevaarlijk actief te worden. Eigenlijk was de vulkaan van Capelinhos een soort van zijuitgang van de `Caldeira´, waaruit de gecomprimeerde lava zich een uitweg zocht.

Daken bezweken onder het gewicht van de as

Intussen bleef ook de vulkaan van Capelinhos actief. Met donderend geweld werden lava, stenen uitgebraakt, terwijl zwarte rook uit onderzeese `schoorstenen´ opsteeg, maar op 24 oktober 1957 werd de laatste eruptie geregistreerd. Daarna ontsnapten alleen nog witte (waterdamp) rookwolken en zwaveldampen uit de krater. Na meer dan een jaar van natuurgeweld en angst was de rust op Faial teruggekeerd. Tijd om weer aan een toekomst te gaan denken.

Vele van de door de vulkaan verdreven eilandbewoners bleven en begonnen aan de wederopbouw: Het opruimen van de as, opnieuw bouwrijp maken van het land en de bouw van nieuwe huizen. Een geweldige inspanning. Zij werden daarin gesteund met het geld dat door een groot aantal hulporganisaties en particulieren was ingezameld. Anderen, die geen zin meer hadden in een - andermaal armoedige - toekomst in de dorpen, waar met grote gezinnen van kleine boerenbedrijfjes geleefd moest worden, emigreerden, vooral naar de Verenigde Staten. Op initiatief van o.a. de toenmalige senator John F. Kennedy kwam in september 1958 het `Azorian Refugee Pact´ tot stand, dat het mogelijk maakte om per onmiddellijk 1500 visa aan bewoners van de Azoren te verstrekken.

Capelinhos in 2002 (eigen foto)

Faial was 2,4 vierkante kilometer groter geworden, maar omdat die landaanwinst voornamelijk uit vulkanische as bestaat, dag en nacht aangevreten door een de hongerige oceaan, is daarvan nog maar 600 vierkante meter over. In 2002 ben ik er  met mijn vrouw gaan kijken: Een indrukwekkende vlakte van as met brokken lava en vulkanische bommen, waarin die enorme vuurtoren nietig lijkt. Er groeit helemaal niets. Als je omhoog klimt sta je plotseling voor een steile, misschien wel honderd meter diepe afgrond boven de donderend brekende golven. Aan waarschuwingsbordjes doen ze hier niet.






vrijdag 12 mei 2017

Van de boerderette 39. Roodstuitzwaluw onder dak

"Die moeten hier weg hoor!", zei M verontwaardigd: "Dat maakt maar rotzooi op onze veranda. Terwijl er toch plek zat is hier in de buurt. En dikke kans dat ze volgend voorjaar met hun hele boerenfamilie terugkomen." Hé hé, dat is nou typisch Portugees!", kon ik niet laten - cultuurverschillen zijn er om uit te buiten: "Een Nederlander beschouwt zo'n logeerpartij als een privilege en bovendien: Je hoeft geen bedden voor ze op te maken, ze zorgen zelf voor hun eten en zo lang ze blijven, heb je geen last van insecten. Ik veeg de veranda wel aan. Om de dag of zo. Waar gemetseld wordt, valt specie. En - voor ik het vergeet - ook nog leuk en leerzaam voor A (Zoon knikte enthousiast, hoewel je hem tegenwoordig niet vaak buiten ziet). De gasten lieten de kater - een pragmaticus - Siberisch: Hij kon er toch niet bij. De poes daarentegen was het duidelijk niet eens met hun komst en mekkerde vermanend als ze weer aan kwamen zetten. Hun gekwetter stoorde haar in haar ochtendoverpeinzingen.



Uiteindelijk kon niemand het over zijn hart verkrijgen om de ongenode gasten weg te jagen en toen ze halverwege waren met de logeer- annex kraamkamer, was er alleen nog maar bewondering voor de magnifieke bouwkunst van de logés: Hoe kregen ze het toch voor elkaar om met alleen maar wat modder, plantenresten en speeksel zo'n mooi bolvormig nest te bouwen, dat ook nog eens zonder spijkers of schroeven aan dak en muur bleef hangen!


Ik ben niet bepaald een vogelaar. Een kraai kan ik best van een lijster onderscheiden en een zwaluw van een gierzwaluw gaat ook nog wel, maar als het op ondersoorten aankomt, overvalt me plotseling een vorm van dyslexie: Als ik eindelijk besloten heb wat de kleuren van de kop zijn, ben ik die van de staart alweer vergeten.


Deze vogels vlogen echter zo vaak over de eettafel op de veranda, dat zelfs ik - met hulp van de Peterson en een Portugese vogelgids - tot de conclusie kon komen dat het geen gewone boerenzwaluwen waren, maar roodstuitzwaluwen, een soort die normaal gesproken slechts onder overhangende rotsen en onder bruggen haar nesten bouwt en waarvoor een beetje vogelaar in Nederland- als er een melding binnenkomt - naar de andere kant van het land scheurt, om die zeldzame dwaalgast op de foto te krijgen. `Zie je wel, een hele eer´, dacht ik bij mezelf, want hoewel deze zwaluwsoort in Portugal helemaal niet zeldzaam is, broedt hij toch niet zomaar onder ieders dak.
Ik maakte elke dag foto's van hun vorderingen.


Toen het nest af was had ik zekerheid. Het kreeg een nauwe tuit als ingang en dat zie je alleen bij de roodstuitzwaluw. Die flessenhals dient om concurrerende mannetjes buiten te houden en daarmee gemengd broedsel te voorkomen. De wijfjes worden in het nest bevrucht.



En nu zien we ze even bijna niet meer. Volgens de boeken broeden de vrouwtjes overdag, terwijl de mannetjes op insecten jagen (ook voor hun partner?). De heren broeden ´s nachts. Maar wat doen de dames dan; Disco? Het zijn toch geen nachtzwaluwen!
Het regent de laatste dagen en dat is niet goed voor de voedselvoorziening, want waar het regent zie je nauwelijks insecten. Gelukkig knapt het volgens de weersverwachtingen over een dag of twee weer op.




Wordt vervolgd...

zondag 30 april 2017

Van de boerderette 38. De oude weg

Druk, druk, druk. En droog! Veel te droog voor de tijd van het jaar. Voor het eerst uien geplant zonder eerst te laten ploegen. Hakken in het stof. C. nu vragen om te ploegen en te frezen (een soort van eggen, zal ik maar zeggen) zou een misdaad tegen de menselijkheid zijn. Hij zou nog stikken in de stofwolken. En hij heeft  al een dubbele hernia van het achterom kijken. Eerst maar een wat regen en liefst een beetje snel, want er moet nog heel wat verbrand worden voor 15 mei. 


Met al die drukte op het land en in het bos heb ik bijna geen tijd om te schrijven, maar een ding wil ik je niet onthouden, want het gebeurt niet vaak dat ik de oude publieke weg op de berg van voor tot achter schoon weet te krijgen. Loop maar even mee, het is niet meer dan 200 meter.

Begin van het pad, laatste rookwolken van het vuur

Op ons terrein vind je het enige ommuurde stuk dat nog over is van de oude verbindingsweg tussen Paços de Gaiolo en Paredes de Viadores. Het pad zal al veel langer hebben bestaan, maar - voor zover bekend - werd het pas in de 19e eeuw van granieten muren voorzien.


De steenblokken zijn aan twee kanten bewerkt. Dat gebeurde met de hand. Ze werden met ossenkarren aangevoerd en met een primitief hijswerktuig (twee, in een scherpe driehoek aan elkaar bevestigde palen met een takel) op elkaar gezet, kleine stenen ertussen - oei, pas op voor je vingers - voor de stabiliteit en om ze precies rechtop te krijgen.


De ommuurde weg werd misschien wel een eeuw lang gebruikt voor verkeer tussen dorpen en boerderijen: voetgangers, ezels, ossenspannen en - later - zelfs tractoren met aanhangwagens. Dat was al passen en meten, want op sommige plaatsen is de weg erg nauw.
Voor de bouw van een waterpompstation de jaren zestig, boven in de pas, was een bredere weg nodig.. Die werd lager, over `ons´ land, aangelegd en daarmee kwam de vorige eigenaar daarvan in het bezit van de oude publieke weg.


Hij beschouwde die blijkbaar niet als monument, want met de bulldozer liet hij een slordige doorgang voor de tractor maken en later nog een voor het doorlaten van een waterslang. Waarschijnlijk gebruikte hij een aantal grote steenblokken voor de uitbreiding van zijn boerderijtje, want er ontbreken er nogal wat.


Vallende omgezaagde dennen beschadigden de muren verder en niemand die er ook maar over piekerde om een gevallen steen weer op zijn plaats te zetten. De weg raakte langzamerhand in verval.


Jammer, want zoveel van deze antieke weggetjes zijn er niet meer over en ook de stenen scheidingsmuren tussen akkers en weiden, die buren en wolven buiten en het vee binnen moeten houden verdwijnen in rap tempo. Wereldwijd. Omdat het journaal van de Portugese publieke omroep, als het om de strijd om Palmira of Mossul gaat, heel vaak dezelfde beelden  vertoont (geldgebrek?), valt mijn oog soms op andere zaken dan schietende rebellen en stromen vluchtelingen: tanks en andere zware voertuigen die achteloos al die stenen scheidingsmuurtjes omver rijden, waaraan tientallen generaties vreedzame boeren hebben gewerkt.

Einde.  Rechts zie je de `nieuwe´ weg.

Zoals je ziet is het maar vijf minuten flink doorstappen. En dan heb je zelfs nog tijd voor het maken van een paar foto's. De gevallen stenen op de voorgrond zijn weggedrukt door een - inmiddels omgezaagde - meterdikke den. Als ik nog eens een paar uurtjes en geld voor het huren van zo'n klein, handig rijdend kraantje over heb...

detail





woensdag 22 maart 2017

Bijzonder Portugees 36.Om te zoenen

Portugezen zoenen wat af: In liedjes, gedichten, als afsluiting van telefoongesprekken, brieven, e-mails en chats: `Um beijo (grande)´, een (grote) kus, `um beijinho´ een kusje, of `muitos beijinhos para ti e a teu marido, mãe, filha(o), tia e avó´, veel kusjes voor jou, je man, moeder, dochter of zoon, tante en oma (enz.) aan het eind van een Skype gesprek met een geëmigreerd familielid. Artiesten, zoals de fadozangeres Gisela João nodigen op de televisie hun publiek uit voor een optreden met een `beijo enorme´. En dan zouden we nog bijna al die echte, fysieke zoenen, kussen en kusjes vergeten.


In Nederland geef je een vrouw - vooral als man - hij de eerste kennismaking een hand (of helemaal niks). De kat moet eerst maar eens uit de boom gekeken. Pas daarna wordt iemand - volgens onnavolgbare regels ingedeeld in de categorie zoenbaar of niet zoenbaar. In het eerste geval krijgt zij bij een volgende ontmoeting drie - al dan niet in de lucht zwevende - kussen toebedeeld. Mannen zoenen elkaar ook wel, maar dan moet er toch al sprake zijn van vriendschap. Leden van mijn generatie - ikzelf niet uitgezonderd - doen hun best, maar het proces verloopt toch vaak nog wat onhandig en stroef. Tussen vrouwen gaat dat allemaal wat gemakkelijker.

Gisela João

Maar als je in Portugal aan een vrouw wordt voorgesteld - al is het in de supermarkt - moet je er meteen tegenaan: Twee kussen. Eén op elke wang. Maar houdt het vluchtig en pas op voor botsingen, want de meeste Portugese vrouwen zijn erg gesteld op hun make-up. Als je die verstiert, wordt je ingedeeld in de categorie `parvo´, sufferd, stomkop. In de verstedelijkte gebieden aan de kust gaat deze formule bijna altijd op, in het binnenland is men wat afstandelijker. Daar kus je niet zomaar je buurvrouw, die geef je een hand (tenzij je wat met haar hebt natuurlijk. Maar binnen de familiekring en tussen echte vrienden wordt net zo frequent gezoend als aan de kust.

Vrouwen die kennismaken of elkaar kennen - al is het maar vaag en zelfs rivalen - kussen elkaar in principe altijd, Vaak stopt de kusbeweging een of twee centimeter voor de wang: Zij weten uit eigen ervaring hoeveel tijd het kost om cosmetische verfraaiingen aan te brengen, of te herstellen.
Mannen daarentegen - behalve als ze iets met elkaar hebben natuurlijk - kussen elkaar nooit. Portugal is voor een groot deel nog steeds een homofobe machomaatschappij en voor veel Portugese mannen bestaat er niets erger dan uitgemaakt worden voor `paneleiro´, flikker. Ik heb van horen zeggen dat er Portugese Europarlementariërs zijn die op de vlucht slaan als ze horen dat Jean-Claude Juncker in de buurt is (zal wel broodje aap zijn). Nieuwe generaties zijn inmiddels een stuk toleranter, maar op dat gebied is er nog veel werk aan de Portugese winkel.

Marcelo Rebelo da Souza en Jean.Claude Juncker

Mannen geven elkaar een hand, Zelfs als je elkaar ´s morgens al in het café en een uur geleden in de moestuin hebt begroet, herhaal je dat ritueel. Ken je een of twee mannen in een groep, bijvoorbeeld in een café of winkel, dan geef je ze allemaal een hand, zodat niemand zich uit buitengesloten voelt. Geen ferme handdruk - er moet nog gewerkt worden - maar een beetje een slap handje. Heb je vuile handen, dan bied je je pols aan.
Ook een mail, brief of telefoontje aan een goeie vriend of zwager eindig je als man niet met een `beijinho´, maar een `abraço´, omhelzing, handdruk (onder vrienden) is heel gebruikelijk en net iets persoonlijker dan `hartelijke groet´, of - dat kinderachtige `groetjes´.

Al dat gezoen in Portugal heeft een extra dimensie gekregen met de komst van president Marcelo Rebelo da Souza, die in zijn - tot nu toe bijzonder geslaagde - poging om een president dichtbij en voor het hele Portugese volk te zijn, een ware zoenkampioen is geworden. Tijdens zijn vele, bezoeken (De man heeft een onstuitbare energie) aan scholen, instellingen, openingen, volksbuurten en wat al niet meer, deelt hij dagelijks tientallen - zo niet honderden - kusjes uit aan meisjes en vrouwen uit alle lagen van de bevolking, door de ontvangster gretig vastgelegd met een `selfie´. De blaren op zijn lippen. Een hele krachttoer voor iemand met neiging tot hypochondrie

Marcelo op pad
.
Boze tongen beweren dat hij de verkiezingen heeft gewonnen met meer dan een miljoen kusjes,
liefst aan `volksvrouwtjes´, er altijd voor zorgend dat er een televisiecamera in de buurt was.
Dat lijkt me achterklap. Marcelo, zoals hij door iedereen genoemd wordt is natuurlijk niet achterlijk, maar hij beweegt zich nu eenmaal bijzonder natuurlijk en gemakkelijk in elk soort gezelschap.
Als hij nu straks maar niet een presidente Marine Le Pen hoeft te zoenen. Zou ie dat doen? Ik denk het niet. Maar als je ergens een gewoonte van maakt, schept dat wel verwachtingen.

En, o ja, nu iedereen weer Brave new world, 1984, Player piano (Kurt Vonnegutt) en Fahrenheit 451 (Ray Bradbury) aan het lezen is, heeft de Portugeest een muzikale tip. Randy Newman schreef het lied in 1972, ten tijde van president Nixon, maar actueler dan ooit, geeft het precies de mentaliteit van Trump en zijn kiezers weer.

                                         https://www.youtube.com/watch?v=EqBrw3rQvKo 



donderdag 19 januari 2017

Drie jaar Portugeest: Even een tandje minder


Vandaag begin ik aan het 156e bericht van de Portugeest. Precies drie jaar geleden schreef ik het eerste. Elke week één; niet gedacht dat ik zolang - en met plezier - zo'n discipline op kon brengen. Na die drie jaar heb ik zin om ook eens over wat anders te schrijven dan over Portugal. `Nee schrik maar niet ik wil je niet verlaten...(DoeMaar)´. Bovendien wordt het tijd om een aantal artikelen (o.a. over het inkomen) te actualiseren en het lukt me niet om daar tijd voor te vinden. Daarom heb ik besloten om van een keer per week, gemiddeld eens per maand een stukje te publiceren. Tandje minder voor mij en bovendien voor de - vooral de geabonneerde - lezer, die het zo onderhand ook wel eens zat zal zijn om elke week een bericht over Portugal te (moeten) lezen. 

 

De hoogste golf

In 2014 schreef ik over een gedeprimeerd Portugal (9% slikt antidepressiva), een volk dat financieel was uitgekleed, angst had voor de toekomst en wiens kinderen massaal emigreerden. Nu, in het begin van 2017 zie ik dat er - heel voorzichtig - weer een beetje optimisme en vertrouwen in de toekomst is. Een groot deel van de kortingen op de salarissen is ongedaan gemaakt, ingetrokken feestdagen mogen weer gevierd worden, pensioenen en het minimumloon gaan omhoog en de emigratiecijfers dalen. En dat allemaal terwijl het begrotingstekort van 2016 maar 2,3% bedraagt (op dat van 2007 na), het laagste van de afgelopen 40 jaar! De rubriek `Portugallig´, over de economische en politieke situatie van het land, veranderde ik inmiddels in het wat luchtigere `De geest uit de fles´. Het antibezuinigingsbeleid van premier Costa, gesteund door de - rechtse - president de Rebelo Sousa, heeft aangetoond dat het ook anders kan dan met de A van Afbraak (sorry, Gerben Hellinga).

Portugal heeft met haar enorme staatsschuld en zwakke economische positie nog een heel eind te gaan. en het linkse beleid van de regering van António Costa ondervind veel tegenwerking van de beroepsbezuinigers in Brussel: Mede door de onophoudelijke verdachtmakingen t.a.v. het Portugese beleid door de heer Schäuble en zijn trawanten betaalt Portugal op dit moment weer een hoge 4% rente op staatsleningen. Het evenwicht van het socialistische minderheidskabinet is wankel en vereist voortdurend overleg met het linkse blok en de communisten, maar António Costa is een koorddanser en het ziet er naar uit dat hij zijn vier jaar vol gaat maken. Een tegenvaller is de stagnerende economische groei, maar nu Angola het laat afweten, bevaart Costa onvervaard de route van Vasco da Gama. Vorige week was hij in India om de voorvaderlijke banden met deze snel groeiende economische macht te hernieuwen. De premier stamt uit een familie uit Goa (en dat kun je hem wel aanzien).

En de boer hij ploegde voort

Ik begon met deze blog omdat ik het idee had dat veel Nederlanders Portugal slecht kenden
In januari 2014 behoorde Portugal tot een groep landen in de zuidelijke periferie van Europa die in de volksmond PIGS werden genoemd: Landen met een hoge staatsschuld en een slecht gerunde economie, waarvan de bevolking boven haar stand leefde, corruptie hoogtij vierde en men liever lui dan moe was. Hoewel ik geen Portugees ben en ook niet van plan ben om dat te worden, voelde me persoonlijk beledigd. Zoiets zeg je niet over je niet over een land waarmee je samen Europa vormt en al helemaal niet als je niet goed weet wat er in dat land aan de hand is. Ik hoop dat mijn stukjes over salarissen, pensioenen, uitkeringen, de loodzware opgelegde bezuinigingen en de belabberde economische situatie iets hebben kunnen bijdragen aan een beetje meer begrip voor de Portugese medeburger.
Zij vormen een - absoluut persoonlijk gekleurd - verslag van wat zich in de afgelopen jaren in de Portugese politiek afspeelde (rubriek `Portugallig, sinds de politieke machtswisseling `De geest uit de fles´).

Daarnaast waren de afgelopen jaren een zoektocht naar wat Portugese identiteit zou kunnen zijn (`Bijzonder Portugees´, maar ook Stad en Land´), wat in Portugal succes had en rijkdom genereerde (`Portugal maakt het´) en wat het land - van fado tot rock - op muzikaal gebied te bieden heeft (´Muziek´). En dan zou ik nog bijna een van de belangrijkste rubrieken vergeten: `Van de boerderette´, het verslag van mijn (agrarische) avonturen op ons land boven de Douro in Paços de Gaiolo.

April in Portugal

In de afgelopen drie jaar is de `Portugeest´ - de abonnees niet meegerekend - ruim 10.000 keer bekeken.
Natuurlijk zaten daar missers tussen. Ik neem aan dat iemand in Oekraïne niet veel van mijn blog kan opsteken en het lijkt me op dit moment ook niet erg waarschijnlijk dat daar Nederlanders of Belgen op vakantie gaan. Ook kunnen bepaalde titels, zoals `Minimumloon´, of  `Geringonça´ misleidend hebben gewerkt. Het hangt er maar vanaf wat en hoe je zoekt op het Internet. Hoe dan ook: Het aantal lezers van de `Portugeest´  blog overtreft dik mijn verwachtingen en stijgt nog steeds: In het eerste jaar zo´n 2000, de laatste tijd 700 per maand. Bedankt voor al die aandacht.

Echte toppers waren `De hoogste golf van de wereld´ (over surf in Portugal) met 832 pageviews, in de rubriek `Van de boerderette´ werd  `En de boer hij ploegde voort´ het meest gelezen (278). Kennelijk waren jullie ook geïnteresseerd in het Portugese inkomen en de kosten van levensonderhoud: `Minimum loon´ (218) en `Quanta custa...?´ (218). In de rubriek `Muziek´ sprongen `April in Portugal (88) en `In memoriam Carlos Paredes´ (59) eruit. Bovenstaande cijfers staan voor het openen van de blog op de specifieke pagina. Die stukjes zullen dus wel door meer mensen gelezen zijn.
De belangstelling voor mijn muziekrubriek viel wat tegen. Moet ik de titel veranderen, of zijn jullie niet zo geïnteresseerd in Portugese muziek (die echt wel wat meer omvat dan fado)?
Het viel me op dat de teksten die ik zelf als de beste beschouw lang niet altijd door de lezers als zodanig gewaardeerd werden. Jammer, maar tegelijkertijd een goeie remedie tegen ijdelheid en zelfoverschatting.
Wat ik het leukste vind, is als ik zie dat iemand de blog ontdekt en aan het bladeren slaat. Zoiets kun je zien in de statistieken (Ik kan je met geen mogelijkheid identificeren hoor).

In memoriam Carlos Paredes

Tot slot de reacties: 21 in drie jaar houdt niet over, maar ik was er al voor gewaarschuwd door een collega blogger. De reacties die ik kreeg waren opbouwend en een paar keer ben ik gewezen op een onjuistheid. Mijn dank daarvoor. De Portugeest is - hoewel een onverbeterlijke betweter - geen orakel. En verder moet je het hem maar niet kwalijk nemen dat hij het nogal vaak opneemt voor het volk waarvan hij - soms tegen wil en dank - houdt en het land waarin hij zich thuisvoelt. Daaraan heeft hij tenslotte zijn naam te danken.
Tot volgende maand.