donderdag 12 oktober 2017

Van de boerderette 40. Gevlogen (Roodstuitzwaluw deel 2)

De laatste weken waren  ze al erg uithuizig, maar nu zijn ze toch echt verdwenen. Richting Afrika, neem ik aan. Een beetje triest, zo'n leeg nest. Het einde van de zomer, hoewel het nog steeds droog en erg warm is. Ze kwamen met z'n tweeën en vertrokken met twaalf. Een bijzonder succesvol broedjaar: Twee keer een nest met vijf jongen. Van begin mei tot eind september waren ze ons gezelschap op de tijdens lunch en avondmaaltijd, vlogen rakelings over onze hoofden zonder ook maar een poepje te laten vallen en hielden de veranda zo goed als vrij van muggen en vliegen. Prettige gasten. Hopelijk komen ze volgend jaar weer. 


Toen we dachten dat het nest wel zo'n beetje klaar was (zie Van de boerderette 39), bleek dat er nog een lange, nauwe tunnel  gemetseld moest worden. Om andere vrijers dan de heer des huizes buiten te houden. In tegenstelling tot andere zwaluwsoorten, is de roodstuitzwaluw - in principe - monogaam. Daarna moest het  nest nog gestoffeerd worden, want je gaat natuurlijk niet met je blote billen op die steenharde aangekoekte modder zitten broeden.

Het nest is klaar

Rond 10 mei leek het nest zo'n beetje klaar en verdwenen de vogels zo af en toe samen in het nest. Aan de hoogst merkwaardige geluiden te horen, werd daarbinnen dan een herdersuurtje gehouden.
Er volgde een periode waarin overdag niet veel meer te horen of te zien viel. Geen idee wanneer er iemand thuis was. Maar tegen de avondschemering ging het stel samen op jacht en vertoonde hun vliegkunst, steeds dicht bij de veranda. De anti-muggenkaars, die op zomeravonden vaak op tafel staat te branden, verdween al snel naar de kast: Geen insect viel ons meer lastig tijdens de avondmaaltijd.

Op jacht voor de veranda

Vanaf de eerste week van juni vlogen pa en ma de hele dag af en aan en hoorde je een soort van schor gehijg uit de nauwe nestopening ontsnappen als er weer een volle bek eten werd aangevoerd. Soms kwamen beide ouders tegelijk aangevlogen. Dan werd er druk getsjilpt om het recht op voorrang. Het leek wel een spelletje. Vogels houden van spelletjes en zijn veel intelligenter dan we tot voor kort aannamen, las ik laatst. In de dagen die volgden werd het gehijg luider en ging langzaam over in gepiep.

Op de ochtend van São João (24 juni) stond ik net koffie te zetten, toen een opgewonden en veelstemmig getjilp me naar de veranda deed snellen. Wat waren ze groot! Bijna net zo groot als hun ouders. Drie al in de lucht, aangevoerd door pa (of ma), een nog twijfelend in de nestopening en de laatste klampte zich met zijn pootjes vast aan de ruwe muur. "Kom op", twitterde de andere ouder. Dat deden ze. En geen krampachtig gefladder, maar meteen mooi vliegen, met hoekige bochten. Na een half uurtje was het wel mooi geweest, maar toen moest er gemikt worden op de nauwe ingang van het nest en dat viel nog niet mee: Missers, lichte paniek en hangend aan de muur uithijgen voor een volgende poging. Natuurlijk lukte het uiteindelijk wel. Zo is de natuur nu eenmaal ingericht.

De ingang gemist

De vliegperioden werden langer, maar het duurde nog wel een tijdje voor de jongen zelf voor hun eten konden zorgen. de ouders hadden het razend druk om die grote, luidruchtige bekken te vullen. Toen de jongen eenmaal zelf konden jagen, bleef het gezin soms de hele dag uit zicht, maar voor het vallen van de avond kwamen ze steeds weer thuis. Het zal wel flink benauwd geweest zijn in de kleine donkere nest.

Het werd een lange, hete zomer - die nog steeds geen plaats maakt voor de herfst; vandaag was het alweer 31 graden C. - , zodat de vogels op hun sloffen de hele cyclus nog eens konden herhalen. Bosbranden in de omgeving joegen veel insecten in onze richting. Smakelijk eten!
Nog eens vijf jongen. De vogels gedroegen zich volgens het boekje: Het kroost van het eerste nest hielp de ouders bij het voeden van het tweede broedsel. Moet je in een modaal mensengezin eens om komen,,,

Nog een misser

Omdat het kennelijk wat al te benauwd werd in het nest, werd er een ventilatiegat in het nest gepikt. Af en toe stak een stoutmoedig jong daardoor zijn kopje naar buiten, om langs die weg om eten te piepen. Na het uitvliegen kwamen de zwaluwen steeds minder naar het nest. Er werd nog wel onregelmatig overnacht en soms zagen we de hele familie in de buurt jagen, maar op een van de eerste dagen van oktober waren ze definitief vertrokken.

Met ventilatieopening


 

donderdag 28 september 2017

Stad en land 18. Het jaar van de vulkaan

Om acht uur ´s morgens begon de zee, op ongeveer 400 meter vanaf de vuurtoren, te koken. De wachtpost van de walvisjagers stak een vuurpijl af, omdat hij dacht dat er een school walvissen in de buurt van het eiland kwam, waarop 18 walviskano's met ieder 7 man aan boord en 11 kleine motorboten zee kozen. Maar toen er op verschillende plaatsen rook uit de zee begon op te stijgen en gloeiende sintels metershoog boven het water werden geblazen, vluchtten ze in paniek weer naar land. Een onderzeese vulkaanuitbarsting vormde het begin van meer dan een jaar van erupties, asregens en aardbevingen die huizen en landbouwgronden van de dorpen aan de oostkant van het eiland Faial (Azoren) verwoestten.


De zee begon te koken

We schrijven 27 september 1957 - Ik lag nog veilig in mijn wiegje - gisteren precies zestig jaar geleden.In de twee weken voor de eerste uitbarsting hadden  de bewoners van Faial al zo'n 200 aardbevingen gevoeld, met een intensiteit die niet boven de V van de schaal van Mercalli uitkwam. Schade hadden die niet aangericht en de bevolking van deze vulkanische eilanden was wel wat gewend, maar toen de erupties vlak onder de kust bij de vuurtoren van Capelinhos begonnen, ontvluchtten de walvisjagers met hun families huis en haven in Porto de Comprido en al snel moesten ook de vier vuurtorenwachters met hun gezinnen geëvacueerd worden. De eerste uitbarstingen waren bijzonder explosief, omdat binnen de `schoorstenen´ die uit de zeebodem oprezen koud zeewater met kokende lava in contact kwam. Binnen een paar dagen vormde de uitgestoten as een klein eiland voor de kust, dat `Ilha Nova´ (Nieuw Eiland) of `Ìlha do Espírito Santo´ (Eiland van de Heilige Geest) werd genoemd.

`Ilha Nova´

Waren de vulkaanuitbarstingen voor de bewoners van de dorpen ten oosten van Capelo en Praia do Norte een ramp - de asregens verwoestten oogsten en het gras voor hun vee en dwong hun huizen te ontruimen - voor pers vormden ze een buitenkansje: Een vulkaan `om de hoek´, met telegraaf, telefoon, maaltijden en logies in de buurt. Journalisten uit binnen- en buitenland vulden de straten van de Horta, de hoofdstad van het eiland en ook vulkanologen uit verschillende landen waren al snel ter plaatse. Op 12 oktober werd zelfs een soort van wedstrijd met twee boten gehouden om de Portugese vlag op het nieuwe eiland te installeren.

Tussen 27 september en 29 oktober groeide het `Ilha Nova, als gevolg van vele uitbarstingen - met als hoogtepunt die van 6 en 7 oktober, tot een eiland met een diameter van 800  en een hoogte van 99 meter. Om op de laatste dag plotseling weer in zee te verdwijnen.


Maar op 4 november begon de vulkanische activiteit opnieuw en al snel vormde zich een nieuw `Ilha Nova´, dat een hoogte bereikte van 60 meter en zich op 12 november door een landengte verbond met Faial. In de eerste twee weken van december ging de vulkaan te keer met `Stromboliaanse´ uitbarstingen van vuur, rook en as tot meer dan een kilometer hoogte en een regen van vulkanische bommen (vloeibare brokken basalt) op het strand en de nieuwe landengte voor de vuurtoren. Een wonder dat niemand er een op zijn pet kreeg, want hoewel inmiddels verboden gebied, waagden zich toch velen in de buurt om het fenomeen te aanschouwen. In het binnenland werd veel schade aangericht door de asregens.  Op 29 december `zweeg´de vulkaan opnieuw voor korte tijd.

Stromboliaanse uitbastingen

Na het instorten van de kegel, eind december, begon de vulkanische activiteit in januari opnieuw met onderzeese explosies die enorme stoom- en aswolken en een regen van stenen en stukken gloeiende lava veroorzaakten. In deze derde fase van de vulkanische activiteit werd het eiland groter en verbreedde de landengte zich tot een kilometer. Tijdens de talloze erupties verdwenen steeds meer huizen onder de as, stortten zelfs in door het gewicht daarvan. Toen op 12 en 13 mei ruim 500 grote en kleine aardschokken het grootste deel van de huizen volledig verwoestten, werden alle dorpen tussen Capelo en Praia do Norte geëvacueerd. Meer dan 500 families raakten dakloos en werden ondergebracht in barakken op de veilige kant van het eiland. Intussen was ook de hoofdvulkaan, de `Caldeira´, midden op het eiland tot leven gekomen en braakte stinkende zwaveldampen en kokende modder uit. De eilandbewoners waren bang dat het eiland zou `ontploffen´, maar vulkanologen calculeerden dat de oude vulkaan, die de oorsprong van Faial vormde, niet voldoende kracht had om gevaarlijk actief te worden. Eigenlijk was de vulkaan van Capelinhos een soort van zijuitgang van de `Caldeira´, waaruit de gecomprimeerde lava zich een uitweg zocht.

Daken bezweken onder het gewicht van de as

Intussen bleef ook de vulkaan van Capelinhos actief. Met donderend geweld werden lava, stenen uitgebraakt, terwijl zwarte rook uit onderzeese `schoorstenen´ opsteeg, maar op 24 oktober 1957 werd de laatste eruptie geregistreerd. Daarna ontsnapten alleen nog witte (waterdamp) rookwolken en zwaveldampen uit de krater. Na meer dan een jaar van natuurgeweld en angst was de rust op Faial teruggekeerd. Tijd om weer aan een toekomst te gaan denken.

Vele van de door de vulkaan verdreven eilandbewoners bleven en begonnen aan de wederopbouw: Het opruimen van de as, opnieuw bouwrijp maken van het land en de bouw van nieuwe huizen. Een geweldige inspanning. Zij werden daarin gesteund met het geld dat door een groot aantal hulporganisaties en particulieren was ingezameld. Anderen, die geen zin meer hadden in een - andermaal armoedige - toekomst in de dorpen, waar met grote gezinnen van kleine boerenbedrijfjes geleefd moest worden, emigreerden, vooral naar de Verenigde Staten. Op initiatief van o.a. de toenmalige senator John F. Kennedy kwam in september 1958 het `Azorian Refugee Pact´ tot stand, dat het mogelijk maakte om per onmiddellijk 1500 visa aan bewoners van de Azoren te verstrekken.

Capelinhos in 2002 (eigen foto)

Faial was 2,4 vierkante kilometer groter geworden, maar omdat die landaanwinst voornamelijk uit vulkanische as bestaat, dag en nacht aangevreten door een de hongerige oceaan, is daarvan nog maar 600 vierkante meter over. In 2002 ben ik er  met mijn vrouw gaan kijken: Een indrukwekkende vlakte van as met brokken lava en vulkanische bommen, waarin die enorme vuurtoren nietig lijkt. Er groeit helemaal niets. Als je omhoog klimt sta je plotseling voor een steile, misschien wel honderd meter diepe afgrond boven de donderend brekende golven. Aan waarschuwingsbordjes doen ze hier niet.






vrijdag 12 mei 2017

Van de boerderette 39. Roodstuitzwaluw onder dak

"Die moeten hier weg hoor!", zei M verontwaardigd: "Dat maakt maar rotzooi op onze veranda. Terwijl er toch plek zat is hier in de buurt. En dikke kans dat ze volgend voorjaar met hun hele boerenfamilie terugkomen." Hé hé, dat is nou typisch Portugees!", kon ik niet laten - cultuurverschillen zijn er om uit te buiten: "Een Nederlander beschouwt zo'n logeerpartij als een privilege en bovendien: Je hoeft geen bedden voor ze op te maken, ze zorgen zelf voor hun eten en zo lang ze blijven, heb je geen last van insecten. Ik veeg de veranda wel aan. Om de dag of zo. Waar gemetseld wordt, valt specie. En - voor ik het vergeet - ook nog leuk en leerzaam voor A (Zoon knikte enthousiast, hoewel je hem tegenwoordig niet vaak buiten ziet). De gasten lieten de kater - een pragmaticus - Siberisch: Hij kon er toch niet bij. De poes daarentegen was het duidelijk niet eens met hun komst en mekkerde vermanend als ze weer aan kwamen zetten. Hun gekwetter stoorde haar in haar ochtendoverpeinzingen.



Uiteindelijk kon niemand het over zijn hart verkrijgen om de ongenode gasten weg te jagen en toen ze halverwege waren met de logeer- annex kraamkamer, was er alleen nog maar bewondering voor de magnifieke bouwkunst van de logés: Hoe kregen ze het toch voor elkaar om met alleen maar wat modder, plantenresten en speeksel zo'n mooi bolvormig nest te bouwen, dat ook nog eens zonder spijkers of schroeven aan dak en muur bleef hangen!


Ik ben niet bepaald een vogelaar. Een kraai kan ik best van een lijster onderscheiden en een zwaluw van een gierzwaluw gaat ook nog wel, maar als het op ondersoorten aankomt, overvalt me plotseling een vorm van dyslexie: Als ik eindelijk besloten heb wat de kleuren van de kop zijn, ben ik die van de staart alweer vergeten.


Deze vogels vlogen echter zo vaak over de eettafel op de veranda, dat zelfs ik - met hulp van de Peterson en een Portugese vogelgids - tot de conclusie kon komen dat het geen gewone boerenzwaluwen waren, maar roodstuitzwaluwen, een soort die normaal gesproken slechts onder overhangende rotsen en onder bruggen haar nesten bouwt en waarvoor een beetje vogelaar in Nederland- als er een melding binnenkomt - naar de andere kant van het land scheurt, om die zeldzame dwaalgast op de foto te krijgen. `Zie je wel, een hele eer´, dacht ik bij mezelf, want hoewel deze zwaluwsoort in Portugal helemaal niet zeldzaam is, broedt hij toch niet zomaar onder ieders dak.
Ik maakte elke dag foto's van hun vorderingen.


Toen het nest af was had ik zekerheid. Het kreeg een nauwe tuit als ingang en dat zie je alleen bij de roodstuitzwaluw. Die flessenhals dient om concurrerende mannetjes buiten te houden en daarmee gemengd broedsel te voorkomen. De wijfjes worden in het nest bevrucht.



En nu zien we ze even bijna niet meer. Volgens de boeken broeden de vrouwtjes overdag, terwijl de mannetjes op insecten jagen (ook voor hun partner?). De heren broeden ´s nachts. Maar wat doen de dames dan; Disco? Het zijn toch geen nachtzwaluwen!
Het regent de laatste dagen en dat is niet goed voor de voedselvoorziening, want waar het regent zie je nauwelijks insecten. Gelukkig knapt het volgens de weersverwachtingen over een dag of twee weer op.




Wordt vervolgd...

zondag 30 april 2017

Van de boerderette 38. De oude weg

Druk, druk, druk. En droog! Veel te droog voor de tijd van het jaar. Voor het eerst uien geplant zonder eerst te laten ploegen. Hakken in het stof. C. nu vragen om te ploegen en te frezen (een soort van eggen, zal ik maar zeggen) zou een misdaad tegen de menselijkheid zijn. Hij zou nog stikken in de stofwolken. En hij heeft  al een dubbele hernia van het achterom kijken. Eerst maar een wat regen en liefst een beetje snel, want er moet nog heel wat verbrand worden voor 15 mei. 


Met al die drukte op het land en in het bos heb ik bijna geen tijd om te schrijven, maar een ding wil ik je niet onthouden, want het gebeurt niet vaak dat ik de oude publieke weg op de berg van voor tot achter schoon weet te krijgen. Loop maar even mee, het is niet meer dan 200 meter.

Begin van het pad, laatste rookwolken van het vuur

Op ons terrein vind je het enige ommuurde stuk dat nog over is van de oude verbindingsweg tussen Paços de Gaiolo en Paredes de Viadores. Het pad zal al veel langer hebben bestaan, maar - voor zover bekend - werd het pas in de 19e eeuw van granieten muren voorzien.


De steenblokken zijn aan twee kanten bewerkt. Dat gebeurde met de hand. Ze werden met ossenkarren aangevoerd en met een primitief hijswerktuig (twee, in een scherpe driehoek aan elkaar bevestigde palen met een takel) op elkaar gezet, kleine stenen ertussen - oei, pas op voor je vingers - voor de stabiliteit en om ze precies rechtop te krijgen.


De ommuurde weg werd misschien wel een eeuw lang gebruikt voor verkeer tussen dorpen en boerderijen: voetgangers, ezels, ossenspannen en - later - zelfs tractoren met aanhangwagens. Dat was al passen en meten, want op sommige plaatsen is de weg erg nauw.
Voor de bouw van een waterpompstation de jaren zestig, boven in de pas, was een bredere weg nodig.. Die werd lager, over `ons´ land, aangelegd en daarmee kwam de vorige eigenaar daarvan in het bezit van de oude publieke weg.


Hij beschouwde die blijkbaar niet als monument, want met de bulldozer liet hij een slordige doorgang voor de tractor maken en later nog een voor het doorlaten van een waterslang. Waarschijnlijk gebruikte hij een aantal grote steenblokken voor de uitbreiding van zijn boerderijtje, want er ontbreken er nogal wat.


Vallende omgezaagde dennen beschadigden de muren verder en niemand die er ook maar over piekerde om een gevallen steen weer op zijn plaats te zetten. De weg raakte langzamerhand in verval.


Jammer, want zoveel van deze antieke weggetjes zijn er niet meer over en ook de stenen scheidingsmuren tussen akkers en weiden, die buren en wolven buiten en het vee binnen moeten houden verdwijnen in rap tempo. Wereldwijd. Omdat het journaal van de Portugese publieke omroep, als het om de strijd om Palmira of Mossul gaat, heel vaak dezelfde beelden  vertoont (geldgebrek?), valt mijn oog soms op andere zaken dan schietende rebellen en stromen vluchtelingen: tanks en andere zware voertuigen die achteloos al die stenen scheidingsmuurtjes omver rijden, waaraan tientallen generaties vreedzame boeren hebben gewerkt.

Einde.  Rechts zie je de `nieuwe´ weg.

Zoals je ziet is het maar vijf minuten flink doorstappen. En dan heb je zelfs nog tijd voor het maken van een paar foto's. De gevallen stenen op de voorgrond zijn weggedrukt door een - inmiddels omgezaagde - meterdikke den. Als ik nog eens een paar uurtjes en geld voor het huren van zo'n klein, handig rijdend kraantje over heb...

detail





woensdag 22 maart 2017

Bijzonder Portugees 36.Om te zoenen

Portugezen zoenen wat af: In liedjes, gedichten, als afsluiting van telefoongesprekken, brieven, e-mails en chats: `Um beijo (grande)´, een (grote) kus, `um beijinho´ een kusje, of `muitos beijinhos para ti e a teu marido, mãe, filha(o), tia e avó´, veel kusjes voor jou, je man, moeder, dochter of zoon, tante en oma (enz.) aan het eind van een Skype gesprek met een geëmigreerd familielid. Artiesten, zoals de fadozangeres Gisela João nodigen op de televisie hun publiek uit voor een optreden met een `beijo enorme´. En dan zouden we nog bijna al die echte, fysieke zoenen, kussen en kusjes vergeten.


In Nederland geef je een vrouw - vooral als man - hij de eerste kennismaking een hand (of helemaal niks). De kat moet eerst maar eens uit de boom gekeken. Pas daarna wordt iemand - volgens onnavolgbare regels ingedeeld in de categorie zoenbaar of niet zoenbaar. In het eerste geval krijgt zij bij een volgende ontmoeting drie - al dan niet in de lucht zwevende - kussen toebedeeld. Mannen zoenen elkaar ook wel, maar dan moet er toch al sprake zijn van vriendschap. Leden van mijn generatie - ikzelf niet uitgezonderd - doen hun best, maar het proces verloopt toch vaak nog wat onhandig en stroef. Tussen vrouwen gaat dat allemaal wat gemakkelijker.

Gisela João

Maar als je in Portugal aan een vrouw wordt voorgesteld - al is het in de supermarkt - moet je er meteen tegenaan: Twee kussen. Eén op elke wang. Maar houdt het vluchtig en pas op voor botsingen, want de meeste Portugese vrouwen zijn erg gesteld op hun make-up. Als je die verstiert, wordt je ingedeeld in de categorie `parvo´, sufferd, stomkop. In de verstedelijkte gebieden aan de kust gaat deze formule bijna altijd op, in het binnenland is men wat afstandelijker. Daar kus je niet zomaar je buurvrouw, die geef je een hand (tenzij je wat met haar hebt natuurlijk. Maar binnen de familiekring en tussen echte vrienden wordt net zo frequent gezoend als aan de kust.

Vrouwen die kennismaken of elkaar kennen - al is het maar vaag en zelfs rivalen - kussen elkaar in principe altijd, Vaak stopt de kusbeweging een of twee centimeter voor de wang: Zij weten uit eigen ervaring hoeveel tijd het kost om cosmetische verfraaiingen aan te brengen, of te herstellen.
Mannen daarentegen - behalve als ze iets met elkaar hebben natuurlijk - kussen elkaar nooit. Portugal is voor een groot deel nog steeds een homofobe machomaatschappij en voor veel Portugese mannen bestaat er niets erger dan uitgemaakt worden voor `paneleiro´, flikker. Ik heb van horen zeggen dat er Portugese Europarlementariërs zijn die op de vlucht slaan als ze horen dat Jean-Claude Juncker in de buurt is (zal wel broodje aap zijn). Nieuwe generaties zijn inmiddels een stuk toleranter, maar op dat gebied is er nog veel werk aan de Portugese winkel.

Marcelo Rebelo da Souza en Jean.Claude Juncker

Mannen geven elkaar een hand, Zelfs als je elkaar ´s morgens al in het café en een uur geleden in de moestuin hebt begroet, herhaal je dat ritueel. Ken je een of twee mannen in een groep, bijvoorbeeld in een café of winkel, dan geef je ze allemaal een hand, zodat niemand zich uit buitengesloten voelt. Geen ferme handdruk - er moet nog gewerkt worden - maar een beetje een slap handje. Heb je vuile handen, dan bied je je pols aan.
Ook een mail, brief of telefoontje aan een goeie vriend of zwager eindig je als man niet met een `beijinho´, maar een `abraço´, omhelzing, handdruk (onder vrienden) is heel gebruikelijk en net iets persoonlijker dan `hartelijke groet´, of - dat kinderachtige `groetjes´.

Al dat gezoen in Portugal heeft een extra dimensie gekregen met de komst van president Marcelo Rebelo da Souza, die in zijn - tot nu toe bijzonder geslaagde - poging om een president dichtbij en voor het hele Portugese volk te zijn, een ware zoenkampioen is geworden. Tijdens zijn vele, bezoeken (De man heeft een onstuitbare energie) aan scholen, instellingen, openingen, volksbuurten en wat al niet meer, deelt hij dagelijks tientallen - zo niet honderden - kusjes uit aan meisjes en vrouwen uit alle lagen van de bevolking, door de ontvangster gretig vastgelegd met een `selfie´. De blaren op zijn lippen. Een hele krachttoer voor iemand met neiging tot hypochondrie

Marcelo op pad
.
Boze tongen beweren dat hij de verkiezingen heeft gewonnen met meer dan een miljoen kusjes,
liefst aan `volksvrouwtjes´, er altijd voor zorgend dat er een televisiecamera in de buurt was.
Dat lijkt me achterklap. Marcelo, zoals hij door iedereen genoemd wordt is natuurlijk niet achterlijk, maar hij beweegt zich nu eenmaal bijzonder natuurlijk en gemakkelijk in elk soort gezelschap.
Als hij nu straks maar niet een presidente Marine Le Pen hoeft te zoenen. Zou ie dat doen? Ik denk het niet. Maar als je ergens een gewoonte van maakt, schept dat wel verwachtingen.

En, o ja, nu iedereen weer Brave new world, 1984, Player piano (Kurt Vonnegutt) en Fahrenheit 451 (Ray Bradbury) aan het lezen is, heeft de Portugeest een muzikale tip. Randy Newman schreef het lied in 1972, ten tijde van president Nixon, maar actueler dan ooit, geeft het precies de mentaliteit van Trump en zijn kiezers weer.

                                         https://www.youtube.com/watch?v=EqBrw3rQvKo