donderdag 9 mei 2019

Van de boerderette 51 Een Portugese begrafenis

Zijn vrouw vond hem, achteroverliggend op zijn stoel voor de schapenstal, zijn krukken tussen de benen. Tweeënzeventig was hij geworden. Hij sukkelde al meer dan vijf jaar met een wond aan zijn voet die maar niet wilde genezen (diabetes). Men had intussen al twee tenen geamputeerd en nu wilden zijn nieren ook niet meer. Hij was gestopt met de wekelijke dialyse en deed zich te goed aan zoet gebak. Blijkbaar had Sr. M. er niet veel zin meer in. Op 17 april, Witte Donderdag volgens de Katholieke kalender, werd hij begraven. 


Ik moet bekennen dat ik de laatste tijd niet bepaald de deur bij hem plat gelopen had. Druk met het werk op het land was meestal het excuus. Hoewel hij dichtbij woonde, kwam het er gewoon niet van. Zijn gezelschap was ook niet altijd even boeiend. Liggend in zijn bed, of op de rand gezeten, dommelde hij halverwege het gesprek vaak in en moest zijn vrouw hem met luide stem tot de orde roepen: "Hoor je wel wat hij zegt?" Zijn eens zo machtige lichaam, met de torso van een os, de spierballen van een gorilla en vuisten als mokers was fragiel geworden. Zijn ruige, witte baard had hij vijf jaar geleden in het ziekenhuis al afgeschoren. Hij moest eigenlijk bewegen, maar was bang voor de pijn. In het laatste jaar zag je hem weer wat meer buitenshuis. Meestal hinkte hij op zijn krukken naar de overkant van de straatweg. Naar zijn geliefde schapen.


Ik zag hem voor het eerst tijdens de koop van onze `boerderette´ in 2006 Sr. M, toen 59, was de jongste zoon van de overleden eigenaar en omdat hij het dichtste bij woonde, gaf hij ons de eerste rondleiding over het terrein. Al snel na de koop begon hij klusjes voor ons te doen en mij in te wijden in het werk op het land en in het bos. Ik had twintig jaar op een boot gewoond, dus had er geen flauw idee van waar ik beginnen moest. Sr. M. hielp met het vervangen van de tijdens de brand in 2005 gesmolten waterslangen die vanaf de bronnen op de berg naar beneden liepen, snoeide de druiven, pootte samen met zijn zoontje aardappels en maakte met mij het bos schoon: Hij maaien, ik harken. Daarna de eerste grote vuren. En hoewel ik al snel in de gaten kreeg dat hij niet bijzonder handig was, werkte hij in ieder geval door. Hij was lomsterk en zeulde met halve boomstammen op zijn schouder alsof het niets was. Om tien uur ´s morgens bracht zijn vrouw dan boterhammen met kaas en marmelade (Romeo en Julieta) en een biertje, ook voor mij, die hij met een grauw in ontvangst nam. Hij beantwoordde niet precies aan het beeld van de ideale echtgenoot.

Daar was alleen die knie. Versleten. Daarom kon hij niet meer opperen in de bouw en had hij een arbeidsongeschiktheidspensioen. Maar dat was voor mij geen probleem. Ik betaalde hem per uur en als het even een tijdje wat minder ging, stelden we het zwaardere werk een tijdje uit. Hij kon het geld goed gebruiken. Als het tijd was voor de `vindima´ (druivenpluk), plukten we met zijn familie en buren eerst de onze en trokken daarna we met de emmers naar zijn druivenaanplanten. Daarna volgde de traditionele lunch, met soms wel meer dan twintig mensen in zijn huis en tot slot natuurlijk het trappen van de druiven in de tank. Wanneer die klaar was wilde ik niet meer dan 15 flessen van de stroeve, wat wrange  wijn die hij liet gisten - niemand in mijn omgeving vond die lekker - en kreeg er dan 40 of 50. Hij was bang dat hij me tekort deed, want hij kreeg mijn druiven voor niets.
Als ik in die dagen alleen op het land verbleef, nodigde hij me uit voor de Carnavalslunch of  de barbecue van São João.



Het ging steeds slechter met zijn knie en op de dag dat we samen een hooivork voor mij gingen kopen in het enige winkeltje in het dorp, zei hij: "Je moet het nu voortaan maar zo'n beetje zelf doen". Daarna hielp hij me zo af en toe nog wel eens bij werk dat ik echt niet alleen af kon en de wijnoogst deden we ook nog samen. Maar toen crisis en troika Portugal binnenvielen en mijn vrouw een flink deel van haar maandsalaris en het vakantiegeld moest inleveren, moest ik het echt zelf gaan doen. Ik verving het grootste deel van mijn bejaarde wijnstokken door fruitbomen, zodat er ook bijna geen druiven meer te oogsten waren.
Tijdens de laatste `vindima´ waarbij ik hem hielp, liep hij de wond aan zijn voet op.
   
                                                               ....................

Het was echt weer voor een begrafenis: Plensbuien afgewisseld door onversaegde regenval.
Om kwart voor zes konden mijn vrouw en ik bij de kerk van Penha Longa nog maar nauwelijks een parkeerplek vinden. Heel Fandinhães stond zo´n beetje op het kerkplein onder de paraplu. De familie zat met gebogen hoofden in de rouwkapel op twee banken tegenover elkaar voor de kist, zodat er genoeg ruimte was voor handen schudden en kussen. Sr. M lag er keurig bij, met een gezicht als van een klein, tevreden kruideniertje. Bij de ingang onder een lichtbeeld met een portret van hem, tekenden we het gastenboek.
Toen de voorganger de kist wilde sluiten, protesteerde de jongste dochter: Zij en haar moeder wilden het voorhoofd van Sr. A nog kussen. De weduwe deed dat - zoals dat van haar verwacht werd - met veel misbaar en tranen, riep met een gebaar naar de kist nog eens `Nee, nee`, toen die na het sluiten door haar zonen naar de kerk werd gedragen.


De kist kwam op een schraag voor het altaar te staan en de familie nam plaats op de banken in het voorportaal, aan weerszijden van het altaar. Nu mochten ook de andere begrafenisgangers de kerk naar binnen. De vrouwen zetten zich op de banken van het middenschip. Bijna alle mannen dromden samen achterin het portaal bij de deur.
De in goudkleurig kazuifel geklede priester heette ons welkom en begon met het voorlezen van een deel van de Apocalyps. De rest van zijn betoog ging voornamelijk over het geringe belang van het aardse leven tegenover het grote van het leven in het hiernamaals, `waarvan wij als kerkgemeenschap allen zo sterk overtuigd zijn en waar wij zo'n grote troost in vinden´. Behalve wat verwijzingen naar zijn ziekte, eigenlijk niets persoonlijks over Sr. M., maar veel nadruk op de wederopstanding, die - we zaten in de Goede Week - `vooral in deze tijd zo'n belangrijk geloofsartikel was´.
Er volgde een korte mis - na het kyrie eleison hoorde ik mezelf automatisch `amen´ zeggen, dat ram je er niet meer uit - met communie, weer voornamelijk voor de vrouwen, waarvan enkele zelfs op hun blote knieën op het pad tussen de kerkbanken gingen liggen.
Tot slot werd de kist werd nog gezegend, bewierookt en met wijwater besprenkeld.

Na de mis werd de kist door professionele kistdragers de kerk uit gedragen en in de begrafenisauto geplaatst. Zij gingen de stoet voor, gevolgd door de priester en vier rood-wit geklede acolieten met standaards, daarna de familie en de rest van de belangstellenden. Een zee van paraplu's draaide onder de stromende regen het kerkplein af, de straat op en schreed achter de begrafenisauto de anderhalve kilometer naar het kerkhof. Bij de provinciale weg stonden al klaarovers te wachten om de stoet veilig over te loodsen tijdens het spitsuur. Voor de etalageramen van de winkels waar we langs liepen stonden foto's van Sr. M., die in Penha Longa geboren was. Het kerkhof stond zo vol met familiegraven met alle tuintjes, pilaartjes met kettingen daartussen en andere frutsels, dat het voor de meeste mensen onmogelijk was om ook maar in de buurt van het graf van de overledene te komen en iets van de laatste ceremonie te zien of horen. Die duurde kort.


Geen koffie met cake en een praatje met familie en vrienden na een begrafenis in Portugal. In groepjes verlieten we het kerkhof op weg naar de auto's. Ik sprak met buurvriend P. af om de volgende dag  uienplantjes op te gaan halen bij zijn zwager. Onderweg naar huis vonden we een pompstation dat nog benzine had (de chauffeurs `gevaarlijke stoffen´ staakten). En zo zie je dat het leven altijd maar weer door gaat.
Toch zal ik hem missen.

 

maandag 8 april 2019

Van de boerderette 50. Roofvogels en windmolens

Hoeveel  artiesten lieten zich al  inspireren door de sierlijke vlucht van de arend. Van Steve Miller tot de Marshall Tucker Band, van Abba tot Iron Maiden - om er maar een paar te noemen - allemaal maakten ze liedjes over deze trotse vogel.  Om maar niet te spreken over het grote aantal landen die de arend hebben misbruikt als symbool van macht, nationalisme en zelfs fascisme. Maar heb je ooit een lied gehoord over de buizerd, in het Engels the (common) buzzard, waarin zijn vliegkunst of andere positieve kwaliteiten worden aangeprezen? Nee, hij wordt, vooral in strips en tekenfilms, afgeschilderd als een inhalige schurk en lijkenpikker. 


De Portugezen noemen de buizerd (Buteo buteo) `águia-de-asa-redonda´, arend met de ronde vleugels. Hebben we er weer een arend bij, zal de naamgever wel gedacht hebben. En misschien wel terecht: Hij ziet er misschien wat stomp uit, met zijn ingetrokken nek, brede vleugels en afgeronde staart, maar het is toch een prachtig gezicht als die zware roofvogel - met maar zo af en toe een vleugelslag - op de thermiek omhoog cirkelt. Vaak zie je hem urenlang in de lucht, zwevend langs de berghelling en boven de velden om ons heen, op zoek naar prooi. Soms even biddend, en daarna omlaag vallend, om dan - als de aanval tevergeefs was - de warme luchtstroom weer op te zoeken. Zijn kreet klinkt als iets tussen de schreeuw van een meeuw en een miauwende kat.

buizerd

In het voorjaar is het af en toe net de `Battle of Britain´ boven onze hoofden. Mannetjes buizerds houden schijngevechten om een vrouwtje te veroveren en dan is het gekrijs niet van de lucht. Als hij (of zij natuurlijk) het zat is, is er altijd wel een telefoonpaal of den in de buurt om uit te rusten, of nijdig de veren glad te strijken, Dan zie je pas hoe groot die vogel is.
En nu gaat die buizerd hier waarschijnlijk verdwijnen, vermoord of verdreven door de genadeloos draaiende wieken van een windmolenpark (gehaktmolenpark zeggen vogelliefhebbers) dat men op de berg boven ons wil gaan bouwen.

Serra de Montedeiras, in het midden de brandwachttoren

Stap voor stap is het bestemmingsplan van het gebied, de `Serra (gebergte) de Montedeiras´, veranderd van jachtreservaat in `Reserve Ecologica Nacional (REN)´ en een paar jaar geleden - door de rechtse B & W van Marco de Canaveses, zonder enige ophef , tot een gebied waar ineens van alles mag gebouwd mag worden, behalve woningen natuurlijk (?!). Het huidige socialistische College vindt het kennelijk ook geen enkel probleem dat er  zes 80 meter hoge windmolentorens in deze uithoek van de gemeente worden neergezet en het protest van de omwonende bevolking is, behalve dat van ons en een paar andere direct betrokken buren, te verwaarlozen: De pastoor zegt dat het goed is voor de plaatselijke economie (wat zou die daar nou mee bedoelen?) en volgens de eigenaar van het enige winkeltje in Fandinhães is het toch `Cão contra dragão´ (Hond tegen draak), oftewel: Met hoge heren is het kwaad kersen eten.

grauwe kiekendief

In het milieurapport werd met geen woord over de hier veel voorkomende buizerd of andere roofvogels gerept. Men had - volgens de regels - vijf minuten in alle vier windrichtingen gekeken en - verdomd als et niet waar is - niets gezien.
Hoewel ik beslist geen vogelaar of vogeldeskundige ben, weet ik zeker dat naast de buizerd in ieder geval ook de grauwe kiekendief (tartaranhão-caçador) en de torenvalk (penereiro-vulgar) in de `Serra de Montedeiras´ jagen en broeden. Ik zie ´s avonds ook vaak vleermuizen, geen idee niet welke soorten, die bijzonder gevoelig schijnen te zijn voor windmolens. En als we het toch over de nachtbrakers hebben: Toen ik een paar zomers geleden op een warme vollemaansnacht een raam openzette, ben ik me een hartstilstand geschrokken van de kreet en de slagschaduw van een jagende oehoe (bufo real).

torenvalk

Over de andere redenen waarom we ons tegen de komst van het windmolenpark verzetten: Geluidsoverlast, bedreiging van onze watervoorziening en de vernieling van cultureel erfgoed (wegens gebrek aan middelen nog niet geclassificeerde, maar wel bekende vindplaatsen van Romeinse vestigingen). en toeristisch potentieel, zo ook over de (schijn)procedure die tot het afgeven voor de vergunning tot het bouwen en exploiteren van de molens lijdt (hetzelfde soort handjeklap als in Nederland) heb ik het nog wel eens een andere keer.

oehoe

In onze protestbrief aan de instantie die daarover gaat, de `Comissão de Coordenação de Desenvolvimento (ontwikkeling) Regional do Norte (CCDR-n)´ tegen de goedkeuring van het milieurapport, hebben we met nadruk gewezen op de bedreiging van de in de `Serra de Montedeiras´ wonende roofvogels.
Daarna heeft bovenstaande Commissie in haar advies aan de `Direção General de Energia e Geologia´, die uiteindelijk de vergunning voor het windmolenpark moet verlenen , afgifte van de vergunning afhankelijk gesteld van meer onderzoek en eventuele  maatregelen ter bescherming van roofvogels en vleermuizen. Wat die maatregelen zouden moeten inhouden is ons vooralsnog een raadsel.
Je hoort het nog wel.   

donderdag 7 maart 2019

Stad en land 22. De rotsgravures van Foz Côa

Gravures kunnen niet zwemmen.

Begin december van het afgelopen jaar werd in het museum van Vila Nova de Foz Côa een symposium met de grootste specialisten ter wereld op het gebied van prehistorische kunst. Dit ter gelegenheid van  de 20e verjaardag van de classificatie van de daar in de buurt gevonden paleolithische rotsgravures als werelderfgoed door de UNESCO. De vallei van Foz Côa is de enige bekende plek ter wereld waar zo'n grote hoeveelheid paleolithische kunst in de open lucht te zien is en het heeft maar weinig gescheeld, of de gravures zouden voorgoed verloren zijn gegaan.


In 1994, tijdens de aanleg van een stuwdam door de EDP (Energias De Portugal) in de rivier de Côa, ontdekte de archeoloog Nelson Rebanda tientallen rotsgravures, waarvan hij dacht dat ze erg oud moesten zijn. Hij vroeg een opinie aan António Martinho Baptista, een specialist in prehistorische kunst, en later directeur van het museum, die tot dezelfde conclusie kwam. Er werden foto's naar de Universiteit van California gestuurd en vertegenwoordigers daarvan schreven een brief aan president Mário Soares met de dringende oproep om deze unieke vindplaats niet onder water te laten lopen.



Intussen deed de EDP of ze van niets wist - hoewel ze al drie jaar eerder foto's van de rotsgravures in haar catalogus had opgenomen - en lobbyde bij parlement en regering om de bouw van de `hoognodige´ stuwdam toch vooral door te laten gaan.

Een voor Portugal ongekende protestactie, onder het motto `Gravures não sabem nadar´ (Gravures kunnen niet zwemmen), werd opgezet door de milieu-activisten (11.000 handtekeningen) en een ander door de middelbare school van Foz Côa, die via scholen in het hele land 70.000 handtekeningen ophaalde. Geholpen door de druk van de Noord-Amerikaanse universiteit op de president en de wisseling van de rechtse regering van Cavaco Silva met de socialistische van António Guterres (huidig Secretaris Generaal van de VN), kregen zij het voor elkaar dat de stuwdam werd afgeblazen: `Gravures kunnen inderdaad niet zwemmen´, moest Mário Soares toegeven.

Museu de Arte e Arqueologia do Vale do Côa
Ingang

In 2017 bezochten wij het museum en met een gids een aantal vindplaatsen in de open lucht:

De paasvakantie viel in de tweede week van april, maar het was die middag al erg warm in de vallei van Foz Côa. `Ieder minstens een liter water mee´, was het advies en de dame van de winkel bij het verzamelpunt voor de excursies vond dat ik een pet moest kopen.
We wachtten op de jeep in de wat vervallen, maar koele ontvangstruimte. In beter dagen werden hier kennelijk frisdranken en snacks verkocht, maar de verwachting van massa's toestromende toeristen was, net als die van de ondernemers in het stadje boven te hooggespannen geweest.
De terreinwagen werd gedeeld met een Zweedse archeologe en haar man, dus we besloten dat Engels de voertaal zou zijn. Het was al snel duidelijk dat onze zoon van 13 beter met die taal uit de voeten kon dan de gids. Die produceerde een rommelig inspecteur Clouseau Engels, maar hij was enthousiast en wist tijdens de rit over de ruwe `dirtroads´ naar de vindplaats veel te vertellen over de bomen en vogels, de amandel- en graanteelt en de daaraan gerelateerde witte stenen duiventillen, die je daar overal in het landschap staan.

pombal (duiventil

Een smalle, groene vallei met hellingen vol rotsblokken waar een kleine rivier doorheen stroomde was ons doel. We wachtten tussen de schapen tot een groep met een andere gids klaar was bij een van de grote rotsblokken. Hier hadden ze dus geleefd, zo'n 15.000 jaar geleden. Zou het landschap veel anders geweest zijn, een ander soort bomen en struiken? Andere dieren, in ieder geval geen schapen. Wel dezelfde rotsen, voornamelijk leisteen, waarin deze voorouders hun duizenden dierenvoorstellingen hebben gegrift, soms moeilijk herkenbaar, omdat ze er geen enkel probleem in zagen om ze over elkaar heen in te kerven - als graffiti op een muur in de stad - maar bijna altijd van een verrassende kwaliteit.

De gids geeft aanwijzingen

De gids nam ons mee naar de eerste rots en wees ons hoe de verschillende dierfiguren, paarden, herten, runderen en geiten over elkaar heen getekend zijn. We hadden ´s morgens al een beetje geoefend op de replica's in het museum, maar dit zijn ze echt.: Tussen tien- en twintigduizend jaar oud, op rotsen in het struikgewas, zomaar in de open lucht...Hoeveel generaties zijn er intussen voorbij gegaan. Ik voelde een sterk besef van mijn eigen onbeduidendheid in de geschiedenis van de Homo sapiens, maar tegelijkertijd ook een sterke verbondenheid met de mensen die deze dieren op zo'n elegante manier hebben vorm gegeven. Zou het helpen om de Maduro´s van deze wereld hier eens een middagje te laten rondhuppelen?

Waartoe dienden deze rotsgravures; waren het magische of religieuze symbolen, bedoeld om aan goden of geesten een goede jachtbuit af te dwingen, of juist een opsomming van wat de jacht had opgeleverd, aanwijzingen voor stamgenoten of volgende generaties voor een goed jachtgebied, Misschien hebben ze een betekenis die we niet eens kunnen verzinnen? Waarschijnlijk zullen we het nooit weten. Zelfs volgens Stephen Hawking was reizen in de tijd uitgesloten.

over elkaar gegraveerde dierenfiguren

We bezoeken nog vijf rotsblokken met gravures. De gids laat ons zelf de contouren van de dieren
ontwarren. Eerst mijn zoon natuurlijk. Hoewel er soms wel tien verschillende dieren over elkaar getekend zijn en hier en daar stukjes rots ontbreken, gaat het steeds beter. Indrukwekkend, die hoeveelheid tekeningen. En dan hebben we nog maar een fractie van de vindplaatsen gezien.

De zon staat al laag als we weer in de terreinwagen klimmen. De rode aarde waarin de amandelbomen staan gloeit op. Hier wordt niet gemaaid, maar geploegd tussen de bomen. muren. We zouden eigenlijk eind februari of begin maart nog eens terug moeten komen om de amandelbloesem te zien. 

hert

De bewoners van de regio hadden veel van de komst van het archeologische park verwacht, maar in de eerste jaren kwamen er niet veel meer dan een handjevol archeologen en geïnteresseerden opdagen. Met de komst van het museum in 2006 (architecten Camilo Rebelo en Tiago Pimentel), een prachtig in het woeste landschap geïntegreerd gebouw, nam de hoop op meer bedrijvigheid weer toe, maar ook het museum bracht niet het verwachte aantal bezoekers. Het kampte met financiële moeilijkheden. Er moesten zalen gesloten worden omdat men zich geen nieuwe lampen kon veroorloven en er was zelfs geen geld voor toiletpapier.
De terreinwagens die belangstellenden met een gids naar de vindplaatsen moesten brengen, konden niet gerepareerd worden. Dankzij particuliere gidsen kon toch nog enigszins in de vraag voorzien worden.

vernieling van meer dan 10.000 jaar oude rotsgravure

Toen in april 2018 ook nog eens naar buiten kwam dat een heel belangrijke gravure was bekrast met een voorstelling van een fiets en de woorden `BIK´ - er was al helemaal geen geld voor bewaking van het terrein - greep de Minister van Cultuur, Castro Mendes (de dichtende minister) eindelijk in. Hij saneerde de schuld en wijzigde de statuten van de Stichting op zo'n manier dat ermee te werken viel. Het personeel kan nu gewoon op zijn salaris rekenen en inmiddels telt het museum 50.000 bezoekers per jaar.
Intussen zat de gemeenteraad van Foz Côa ook niet stil. Er wordt twee miljoen geïnvesteerd in een passadiço (houten (brug)pad) van het museum naar de rivier, dat nog voor de komende zomer klaar moet zijn, een betere toegankelijkheid voor de passagiersboten, kano's en zelfs een klein hotel. Met een aantal jaarlijkse thematische festiviteiten hoopt men bezoekers van het museum en het archeologische park wat langer vast te houden.  




maandag 11 februari 2019

Bijzonder Portugees 41. sterven van de kou in je eigen huis.

Ik heb het binnenshuis nog nooit zo koud gehad als in Portugal. Niet omdat het klimaat er zo grimmig is - in de winter komt het kwik ´s nachts maar sporadisch beneden de 0 graden Celsius en in het grootste deel van het land overdag niet beneden de 10 - maar omdat de meeste Portugezen hun huizen niet willen of kunnen verwarmen. Bijzonder onaangenaam na drie dagen regen, met een elektrisch kacheltje dat niet altijd aan mag omdat de elektriciteit in Portugal zo duur is.


Portugezen zijn optimisten: De zomer is lang en de winter duurt maar kort. Dus kopen of bouwen ze een zo groot mogelijk huis of appartement, met een mooie keuken, 3 badkamers en een hardhouten voordeur. Als het meezit kan er nog een klein open haardje in de huiskamer vanaf voor de gezelligheid en dan moet er natuurlijk nog een mooie nieuwe auto voor de deur (In Portugal zie je - ra ra - bijna alleen maar reclamespots voor de duurdere automerken op de televisie). Aan verwarming of warmte-isolatie wordt niet gedacht en als dan toch de winter invalt, zit er niets anders op dan naar de bouwmarkt te rennen om elektrische kacheltjes aan te schaffen. De open haard trekt niet en als ie dat wel doet: Stookhout is behoorlijk duur, met name in stedelijke gebieden. De elektriciteitsrekening blijkt een onaangename verrassing, want die kacheltjes verbruiken al gauw 1500 Watt per stuk, en de prijs per kWh is een van de hoogste van Europa. Men trekt een extra trui aan en bepaalde ruimtes worden in de winter maar even buiten gebruik gesteld.


Of: Hoe vaak heb ik dat verhaal al niet gehoord. De aspirant kopers of bouwers hebben zich door de gemeente (die een veel te duur contract heeft afgesloten voor de aanleg van een leidingnet), of de energiemaatschappij zelf, lekker laten maken, om de woning te verwarmen met zogenaamd `gás natural´ (aardgas). Dat is gas dat per tanker wordt aangevoerd naar de haven van Sines, in het zuiden van Portugal, om daarna in een distributieleiding geperst te worden. Portugal heeft geen eigen gas of aardolie. Nadat de korting van de aanbieding verlopen is, blijkt de maandelijkse gasrekening onbetaalbaar. Dus gaat de waakvlam uit, men rent naar de bouwmarkt voor elektrische kacheltjes ...Voor de rest zie boven.

En dan heb ik het nog steeds over mensen met een modaal of hoger inkomen, die, als het echt koud wordt hun huis wel kunnen verwarmen en als het moet die hoge elektriciteitsrekening ook nog kunnen betalen.
Veel beroerder is de situatie voor mensen met een laag inkomen, met name voor veel ouderen met een minimumpensioen., die vooral in de grote steden, in slechte behuizingen wonen. Gebouwd zonder enige vorm van warmte-isolatie en door de eigenaars ook nog eens slecht onderhouden (In Portugal bestaat geen systeem van sociale woningbouw voor de verhuur, zoals in Nederland). Deze mensen hebben geen geld voor verwarming, blijven in perioden van kou maar in bed liggen, onder een stapel dekens en kleren. Ze sterven soms letterlijk van de kou in hun eigen woning.
Volgens een studie van de Universiteit van Dublin is het percentage excessieve sterfgevallen ´s winters in Portugal 38% , terwijl dat in de rest van Europa rond de 15% ligt.


Een flink aantal van die sterfgevallen is het gevolg van brand in huis, omdat mensen zich toch met vuur, of een kacheltje aangesloten op een krakkemikkig elektrische installatie proberen te verwarmen, koolmonoxidevergiftiging door het gebruik van open vuur en - in het binnenland - ouderen die in hun eigen open haardvuur vallen. In de afgelopen drie maanden, de koudste van het jaar, stierven 19 mensen als gevolg van een van deze oorzaken.


Ook veel werkplekken en scholen worden uit zuinigheidsoverwegingen ´s winters onvoldoende verwarmd. Mijn zoon houdt al weer maanden zijn winterjas aan in de klas en soms kan hij zijn eigen adem zien. Zijn nieuwe school heeft een moderne verwarmingsinstallatie, maar die is of buiten werking, of verwarmt maar een paar lokalen. Volgens de directie werkt een technicus aan het defect, maar het is elk jaar hetzelfde liedje. en op veel scholen is het niet anders. De scholen krijgen gewoon onvoldoende budget voor de stookkosten.

Een onderzoek dat twee jaar geleden werd gehouden onder een grote groep inwoners van het vasteland van Portugal door het `Portal da Construção Sustentável´ (Platform Duurzaam Bouwen), wees uit dat 74% van de Portugezen het koud hebben in hun eigen huis.
`Het grootste deel van de Portugese huizen is niet toegerust op de kou. In andere landen, met lagere temperaturen, staat de verwarming 24 uur per dag aan. Portugese families hebben niet de gewoonte om hun huis te verwarmen, wat voor een groot deel te wijten is aan de energiekosten´, zegt Vasco Peixoto de Freitas, hoogleraar Constructie aan de Universiteit van Porto. Volgens hem moet er veel meer aandacht aan de isolatie van de Portugese woningen worden besteed. Maar zelfs dan: `Al is je woning supergeïsoleerd, als je geen geld aan energie uitgeeft, wordt die echt niet warm.´


Inmiddels zijn, in navolging van Europese regelgeving, de normen voor isolatie (o.a. de verplichting van dubbele beglazing) voor nieuwbouw en renovatie wel aangescherpt, maar er valt nog heel veel te doen.
Portugal blijft in sommige opzichten een hoogst merkwaardig land: Toen wij zeven jaar geleden ons huis lieten bouwen, was een certificaat voor geluidsisolatie (we wonen midden in de vrije natuur!) verplicht. Een technicus kwam met een soort van sirene en een decibelmeter de kwaliteit van die isolatie meten), maar in de warmte-isolatie van het huis was niemand geïnteresseerd.: Hiervoor kun je - nog steeds - geheel vrijwillig je huis laten testen en certificeren. Zo´n certificaat (flink duur natuurlijk) kan de verkoopprijs van je woning flink verhogen, maar is voor niemand verplicht.

Mijn vrouw en ik hebben jaren aangemodderd met elektrische kacheltjes in ons niet geïsoleerde, tochtige appartement in Vila Nova de Gaia. Brr. Ook onze open haard trok niet en ik moest zelfs de schoorsteen met oude handdoeken dichtstoppen, omdat er rook de huiskamer in kwam als de buren een romantische bui hadden.
Toen we besloten om een huis te bouwen in het binnenland (op 500 meter hoogte), stelde ik als voorwaarde dat we, voordat er ook maar een aannemer benaderd werd, eerst zouden uitzoeken en beslissen hoe we het op de beste manier konden verwarmen. Mijn vrouw, die uit ervaring weet hoe Nederlanders hun huis verwarmen, was het daar van harte mee eens.


We hebben nu een uitstekend geïsoleerd huis en de grote houtkachel die de centrale verwarming aanstuurt, hoeft zelfs in de koudste perioden alleen ´s avonds te branden om het ook de hele volgende dag aangenaam in huis te hebben.
Mijn buurman, die een paar jaar eerder een groter huis dan wij bouwde, met drie of vier badkamers enz., dacht aan isolatie noch verwarming. Hij trekt in de winter maar liever bij zijn vriendin in.




 

woensdag 23 januari 2019

Stad en land 21. Illegale handel bedreigt zeepaardje in de Ria Formosa

Met alle respect voor de goede kanten van de traditionele Chinese geneeskunst - zo die er al zijn: Dat er in de 21e eeuw nog steeds zo´n grote groep mensen gelooft dat gemalen zeepaard je van je erectieproblemen afhelpt en er grof geld voor over heeft om dat spul te bemachtigen is toch echt geen compliment voor onze soort. Dat zou allemaal nog niet zo erg zijn als zeepaardjes net zo talrijk waren als muggen of kwallen, maar het diertje wordt met uitsterven bedreigd. En hoewel de `Convention of International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora (CITES) in 2016 de import en export verbood, hebben nog lang niet alle landen het zeepaardje als bedreigde diersoort erkent. In het natuurreservaat `Ria Formosa`, in de Portugese Algarve, leefde tot in 2001, met 1,3 miljoen exemplaren. De grootste zeepaardjespopulatie ter wereld. In 2018 werden er nog maar 155.000 geteld. Voornaamste oorzaak: Illegale bevissing en handel ten behoeve van de Aziatische kwakzalverij.


 

Laten we eerlijk blijven: Voor de dramatische terugloop van de zeepaardjesgemeenschap in de `Ria Formosa´ (soort van estuarium, maar niet brak) zijn ook andere bedreigende factoren aan te wijzen: Vervuiling (hoewel die waarschijnlijk beter gecontroleerd is dan in 2001), stress, die veroorzaakt wordt door het vervoer per boot van steeds meer toeristen spelen waarschijnlijk ook een rol en misschien zijn er nog onbekende oorzaken aan te wijzen, maar de toenemende illegale bevissing van de soort is toch wel de meest bedreigende. 
En die illegale visserij is bijzonder lucratief. Krijgen de vissers tussen de 5 en 10 Euro per stuk, de afnemers ontvangen zo´n 1500 € per kilo, een prijs die na de smokkel naar bijvoorbeeld China of Japan nog eens verdubbelt.


Vaak worden lokale vissers benaderd door Chinese of Spaanse handelaren met een lijst van illegale soorten- waaronder ook de ernstig bedreigde zeekomkommer (75% verdwenen uit de Ria Formosa).
De vissers die toestemmen verzamelen zich ´s nachts om de zeepaardjes te vangen, met een duikuitrusting een voor een met de hand, of met een zeer fijnmazig net, `vara de arasto´ zoals deze vismethode lokaal genoemd wordt. Vooral deze laatste methode is funest voor de zeepaardjes die in groepen in een territorium van 100 bij 100 meter leven. Het net bestrijkt de bodem van een gebied dat groter is dan een hectare, zodat in een keer een hele gemeenschap verdwijnt. De paar die toevallig overblijven, zijn te geïsoleerd om zich nog te kunnen voortplanten en het net beschadigt `de weide´ van algen op de bodem zodanig dat er voor een eventuele nieuwe groep niet veel meer te `grazen overblijft.
Daar komt nog bij dat zeepaardjes zich niet erg snel voortplanten. Er komen per cyclus slechts zo´n 400 kwetsbare larven uit de broedbuidel van het mannetje (Ja, je leest het goed). Bovendien onderhouden de soort die in de `Ria Formosa´ leeft een monogame relatie


In september van het afgelopen jaar nam de waterpolitie in Olhão 12 kilo zeepaardjes die met de `vara de arosto´ gevangen waren in beslag. De vissers hadden boot en net in de steek gelaten. Er stond ze een boete van 600 tot 37.500 € te wachten. In hetzelfde jaar werden op verschillende plaatsen in de `Ria Formosa´ illegale vissers betrapt.
Organisaties zoals de `Fundação Oceano Azul´ (Stichting Blauwe Oceaan) en het Centrum van Oceaanwetenschappen van de Universiteit van de Algarve hebben zich verenigd in de strijd om meer onderzoek naar de dramatische afname van de zeepaardjes en (politie)controle op de illegale bevissing van de soort.

                                               Door de waterpolitie in beslag genomen

Een betere bescherming van het zeepaardje is absoluut noodzakelijk want, zoals oceaanwetenschapper Thon Thmarongnawassawat zegt:
"Zeepaardjes zijn belangrijk voor het mariene ecosysteem, omdat ze de balans helpen behouden in de kwantiteit van plankton op de zeebodem. Als ze in zulke groten getale gevangen blijven worden en commercieel verkocht, zal dit invloed hebben op de hele mariene voedselketen."

Hoewel Thailand inmiddels de im- en export van zeepaardjes heeft verboden, hebben Japan en China dat nog steeds niet gedaan. In het laatste land ontwikkelt zich zelfs een omgekeerde tendens: Ten behoeve van de traditionele kwakzalverij is sinds kort de handel in tijgerbotten en antiek neushoornhoorn weer vrijgegeven en vind je er nu zelfs tijgerboerderijen om in de behoefte aan tijgerbotten voor de toverdokters te voorzien.
En `Zo schreed de beschaving voort.´ (Leonhard Huizinga)