zaterdag 1 april 2023

Van de boerderette 67. Paradise lost

 Ik zal ze missen, sterker nog, ik mis ze nu al! Maar het moest er eens van komen. Het werd steeds moeilijker om ze om te brengen zonder ook anderen in hun dodelijke val mee te slepen of levensgevaarlijk te verwonden. Bovendien werden er steeds meer getroffen door een terminale ziekte, die begon met het verkleuren en kalen van de kruin, gevolgd door een soort van psoriasis die de huid liet afschilferen en tot slot uit gruwelijke open wonden de laatste levenssappen in slijmerige stroompjes naar beneden deed stromen. En dat alles in tijd van een paar weken. De lijken die deze pestilentie achterlaat zijn zo goed als waardeloos. Je kunt er alleen nog de kachel mee aanmaken. 


Je had het natuurlijk allang begrepen: Het gaat over de dennen in ons bos. 
Vooral met het oog op het brandgevaar in steeds drogere en hetere zomers wilde ik ze tot op een kleine honderd meter van ons huis allemaal kwijt. Dat zou een moeilijke klus worden met al die eiken, kurkeiken, sparren en aardbei bomen (ja, echt waar, zoek het maar op) die er omheen groeiden. 
M wilde de dennen wel kopen. Hij zou ze dan doorverkopen aan een houtkoper. Op deze manier kreeg ik er natuurlijk veel minder voor - hij moest er ook wat aan verdienen  - maar hij zou er zorg voor dragen dat  de andere bomen,"Binnen de grenzen van het mogelijke natuurlijk", niet werden beschadigd. Een dergelijke compassie kun je van een houtkoper niet verwachten. Die rost alles zo snel mogelijk plat: `Time is Money.´

Zo was het

Na slopende onderhandelingen met het mes op tafel, gevolgd door een ronde tafelconferentie, want `vriendschap is mooi, maar zaken zijn zaken´,  kwamen we 300 Euro overeen. Een teleurstellend bedrag voor 61 bomen. De meeste waren dan wel niet erg hoog en dik, maar het ging toch om een flinke lading dennenhout. De houtprijzen zijn werkelijk belachelijk laag in Portugal en ze worden kunstmatig laag gehouden door een kartel van grote houthandelaren, waar de overheid kennelijk haar handen niet aan vuil wil maken. Geen wonder dat - met uitzondering van eucalyptus aanplanten - het exploiteren van bos, met de kosten van het schoonhouden daarvan, niet rendabel is. 
Mijn vertrouwen in de kundigheid van M gaf de doorslag. Hij heeft me al verschillende keren geholpen bij het omzagen van grote bomen en is een waar artiest op dat gebied.

Ziet de mannen vallen..

Op donderdag 19 juni 1986, op zijn 21e, hij weet het nog precies, kocht hij, voor - omgerekend - 285 Euro, een 15 kilo zwaar beest van een Husqvarna met een extra lang zaagblad. Tweedehands natuurlijk. Hij was de eerste in het dorp met een motorzaag. In die tijd werden bomen nog met bijl en trekzaag geveld. ´s Avonds na het werk bij zijn baas en in de weekenden zaagde hij zijn huis en goed bij elkaar. Er was altijd meer werk dan hij aankon. M was sterk en erg handig, zoals eigenlijk in alle werk dat met de handen moet worden verricht. Al snel leerde hij hoe hij enorme bomen precies in de goede richting moest laten vallen. En dat was een hele kunst, want goede takels of tractoren met lieren waren nog nauwelijks voor handen.
Die zaag hangt nu in de schuur. Vanwege problemen met zijn rug en andere lichamelijke gebreken is hij te zwaar voor hem geworden. Maar met een lichtere versie kan hij nog steeds uitstekend overweg. 

M verkocht onze bomen door aan A, een houtkoper die ik al jaren ken en die twee maakten een plan. Ik zag ze al wijzend door het bos lopen "Die die kant op, en die meer naar links" "Nee, soepkip, rechts is toch veel meer ruimte!" enzovoort. De heren zouden er wel uitkomen.
Vorige week woensdag was het D-Day. Om acht uur reed A met een tractor met lier het erf op, gevolgd door zijn zoon op een andere tractor met grijper om het hout op de kar te laden die daarachter hing en twee personeelsleden voor het afzagen van de takken, het slepen met de lierketting en andere voorkomende werkzaamheden. M kwam van de andere kant aanwandelen. Ze gingen eerst met zijn allen even rustig in het gras zitten om de tanden van de motorzagen vlijmscherp te vijlen, maar daarna barstte het geweld in volle hevigheid los.

in moten van 2.10 meter

Waar nodig werd eerst zo hoog mogelijk de ketting van de lier om de boomstam vastgemaakt. Dan zaagde M, of A, ook een kampioen op de motorzaag , er met vaste hand tot twee derde aan de voorkant van de stam een kaaspunt uit. Met de lier trok men de ketting op spanning en daarna werd - en dat is het echte vakwerk - de  zaagsnede aan de achterkant van de stam gemaakt, afhankelijk van eventueel overhangen, of zware takken aan één kant van de boom, wat meer aan de rechter- of linkerkant en zelfs wanneer de boom al begon te vallen werd de richting nog gecorrigeerd door aan de ene of andere kant snel nog even ´bij te snijden´.

Met een doffe klap, gekraak van brekende takken en een regen van dennenappels kwam de boom dan neer, precies tussen een pseudo-tsuga en een eik. 
Na drie keer hield ik op met klappen. Het ging gewoon - bijna - altijd goed!
Wanneer er vier of vijf dennen op de grond lagen, werden eerst de takken gestript en dan werden, met behulp van een maatstok, de bomen in moten van 2.10 meter gezaagd. Voor (kisten)hout is de minimale diameter 20 cm., alles wat dunner was, of dood en droog, ging op een aparte stapel om op de werf tot brandhout te worden verzaagd. De moten hout werden op de kar geladen en door de zoon van A weggebracht. Op een open plek vlak bij de straatweg stapelde hij ze op.Van daar zouden ze later worden opgehaald door een vrachtwagen.


Donderdagmiddag om half zeven werd de laatste lading hout van het erf af gereden. Wat overbleef was een door de tractoren omgeploegd terrein, bezaaid met hopen takken en dennenappels en het gevoel alsof ik van Het Nationale Park de Hoge Veluwe plotseling in de Kennemer Duinen terecht was gekomen. 100% meer licht op tafel! De eiken waren gelukkig al begonnen met bloeien, zodat die over een dag of tien in het blad staan en schaduw gaan geven. Omdat ze nu zelf meer licht krijgen, zullen ze sneller gaan groeien. En dat was een van de redenen voor deze operatie. Intussen ben ik alweer begonnen met opruimen: Bruikbaar brandhout verzamelen en op maat zagen - er liggen takken en toppen met een diameter tot 20 cm op de grond - hopen maken en daarna verbranden. Daar ben ik nog wel even mee bezig. 

En daar gaat de laatste

 



 



 


donderdag 6 oktober 2022

Van de boerderette 66. Wespennest

`Hé´, zei M. `Volgens mij hebt u een wespennest daar boven in die den. Aziatische wesperen (Hij zegt altijd `vesperas´ in plaats van `vespas´) Lijkt me nog vrij nieuw. Kijk! Je ziet ze in en uit vliegen.´ Hij wees op een dennenboom aan de rand van het bos, waarin ik inderdaad helemaal bovenin een grote grijsbruine bol zag hangen. Maar hoe hij in godsnaam vanaf hier die wespen zag vliegen... `Zal ik meteen de GNR (Garde Nacional de República, militaire politie) maar bellen. Ik heb het nummer toch in mijn telefoon staan.´ Er werd zelfs opgenomen en men zou iemand sturen. Dat zal - op z´n Portugees - wel weer op zijn minst een paar dagen, of misschien wel een week duren, dacht ik.  



Maar nog dezelfde middag nog werd deze zelfingenomen Hollander tijdens zijn middagslaapje gestoord door de telefoon: Over een kwartier kwam men het wespennest opruimen.
`Oei´, dacht ik, `Dat zal een wel een hele operatie worden. Die beesten moeten toch te vuur en te zwaard uitgeroeid worden. Mannen in witte pakken en zo... Zou die den eerst om moeten? Ik zal alvast maar wat bier koud zetten.´

Tien minuten later verscheen er een 15 jaar oud wit autootje aan de poort, waaruit een goedlachs manneke stapte. M. was inmiddels ook gearriveerd. Er werden handen geschud en gedrieën liepen we het bos in. Naar het bleek om de precieze coördinaten van het nest vast te leggen. `Vijftien meter hoog´, zei M. ´U bent zeker houtvester, want dat klopt wel zo´n beetje´, sprak de wespenbestrijder. 
`Maar hoe komt u nu bij dat nest, u gaat toch niet in die boom klimmen?´, vroeg ik. `Een hengel´, antwoordden M. en het mannetje bijna tegelijkertijd. En daar moest ik het maar even mee doen.


Toen de kofferbak van de auto geopend werd, begreep ik het. De auto lag vol met telescopisch uitschuifbare en opzetbare glasfiber hengeldelen. Niks vuur of rook. Aziatische wespen worden tegenwoordig met gif gedood. Gif dat voor de wespen ruikt en smaakt als voedsel. `Denk maar aan zo´n rattensnoepje. Maar met dit verschil, dat wespen voedsel van mond tot mond doorgeven. En als de koningin, die de eitjes legt, aan de beurt is geweest , betekent dat het einde van het nest.´, doceerde de wespenverdelger vrolijk.

We mochten toekijken hoe hij in de kofferbak zijn wapen klaarmaakte. Van een stok ter dikte van een potlood werd een 40 cm lang stuk afgebroken. Aan een kant werd een punt gesneden waaronder hij weerhaakjes inkeepte, zodat de `pijl´ in de nestwand zou blijven hangen. Aan de andere kant werd een rood lint vastgemaakt. De man stak het stokje met de punt naar beneden in een fles met gif en bevestigde het daarna met een rood koord (op een rol) aan het bovenste hengeldeel. Natuurlijk met een knoop die je los kunt trekken.  


`Hoe staat het nu met die wespen?´, vroeg ik, M. onderbrekend, die weer zo nodig zijn hele levensverhaal aan de wespenmoordenaar moest vertellen, `Wordt het meer, of hebben jullie de plaag een beetje onder controle?´ `Moeilijk te zeggen´, was het antwoord, `Vorig jaar had ik erg veel werk, maar met deze extreem droge zomer beduidend minder. Vandaag maar drie nesten. Ik moet nog even naar Penha Longa en dan zit het erop voor de middag.´

Bij de boom aangekomen, schoof hij de telescopische top van de hengel uit en begon daarna steeds in grootte toenemende delen aan te zetten. Het werd moeilijk om met het geval te balanceren, maar hij wist met de vergiftigde pijlpunt de onderkant van het nest te bereiken. Met een ruk stak hij toe en trok het koord los. Er hing nu een rood lint aan het nest  Dat aangaf dat het was behandeld,


M. en ik hielpen de man om de hengeldelen te demonteren, om ons zo snel mogelijk uit de voeten te kunnen maken, want met aanzwellend gezoem gaven de wespen te kennen dat ze het niet helemaal eens waren met onze aanwezigheid onderaan die dennenboom.

De zaak was gepiept. Het koude bier werd afgeslagen want er moest  nog gereden worden. Ik werd geacht de boel in de gaten te houden en als er over vijf dagen nog steeds veel Aziatische wespen waren te bellen naar het telefoonnummer dat op het kaartje van de `Associação Nativa´ stond, een organisatie die zich onder andere bezig houdt met de bestrijding van invasieve soorten. 

Twee dagen later zei M. :`Volgens mij bent u ervan af. Ik zie geen wespen meer rond het nest vliegen.´ 
`Nee´, antwoordde ik, `Ik ook niet´,. Maar ik had natuurlijk met een verrekijker gekeken.




woensdag 22 juni 2022

Van de boerderette 65. Sssss...

 

Ik zat in de schaduw van een vijgenboom plastic gaas vast te knopen aan de staanders van de tent die ik om de struiken van de blauwe bosbes aan het maken was.  De gaaien waren er met al onze kersen - op drie na - vandoor gegaan en dat zou me met de bosbessen niet gebeuren! Toen ik even opkeek van mijn werk zag ik op nog geen vijf meter afstand twee slangen, die met de staarten innig verstrengeld, onmiskenbare seksuele handelingen lagen te verrichten. `Gezellig´, dacht ik, `Doe gerust alsof je thuis bent!´. Wat ze natuurlijk ook waren. In verschillende opzichten heel wat meer dan ik. Zelfs toen ik opstond om dat opgewonden gekronkel van wat dichterbij te bekijken, leken ze zich niets van mij aan te trekken.


Ik dacht natuurlijk meteen aan jullie, lieve lezers: `Dat mogen ze niet missen!´ Dus op een draf naar het huis om mijn fotocamera te halen. Helaas... Toen ik hijgend als een fluitketel weer op de crime scene arriveerde, was er een al vertrokken. Voldaan? We zullen het nooit weten. Het andere exemplaar keek me aan met een blik van: `Ik ga echt niet weg omdat ik bang voor je ben´ en bewoog zich met majesteitelijke kronkels naar hoger gras, waar hij of zij - dat zie je niet zo gemakkelijk bij deze slangen - langzaam en soepel in een muizengat verdween. Om eitjes te leggen? Dan was het toch een dame.

denk maar niet dat ik bang van je ben

Het waren trapslangen, cobra-de-escada in het Portugees. Die heten zo, omdat de jonge dieren aan weerszijden van de rug een evenwijdige streep hebben die op regelmatige afstand verbonden wordt door dwarsstrepen. Net een trap dus. Naarmate de slangen ouder worden, verdwijnen de dwarsstrepen, maar de horizontale strepen blijven heel duidelijk zichtbaar en die maken dat verwarring met een andere slangensoort zo goed als uitgesloten is.  

De trapslang wordt meestal niet langer dan 150 centimeter, maar er worden wel exemplaren van  2 meter aangetroffen. Een van de eerste keren dat ik in Portugal was, zag ik eens zo´n lange, die vastgebonden aan de bagagedrager van een fiets met een al wat oudere man erop, triomfantelijk door het stof van de dorpsstraat heen en weer werd gesleept: `Kijk mij eens, de grote drakendoder!´

op weg naar hoger gras

Hoewel het dier, als het zich bedreigd voelt, best agressief kan worden, flink kan sissen en je misschien zelfs probeert te bijten, is het volkomen ongevaarlijk voor de mens. De slang produceert geen gif. En als je hem - zoals ik - rustig van een afstandje bekijkt, zal hij er liever stijlvol vandoor gaan, dan de strijd met je aanbinden. 
Maar probeer dat - zelfs met de `Fapas´ gids Anfíbios e Répteis de Portugal´ in de hand - maar eens wijs te maken aan leden van de agrarische bevolking van het binnenland. `Dood, moet die levensgevaarlijke krengengen. Babymoordenaars!´.En dan komen er heroïsche verhalen los over de veldslag die oom van de buurman van M. met een exemplaar van wel drie meter in het bosje bij de kapel heeft geleverd. `Nog net op tijd kon hij met de hak de kop van het vervaarlijk sissende monster afslaan. Anders had hij het niet kunnen navertellen!´.

en verdween soepel in een muizengat

Gelukkig behoort de trapslang nog niet tot de bedreigde diersoorten, hoewel er door de omvangrijke bosbranden en het groeiende snelwegennet wel risico´s voor zijn habitat bestaan. In de zomer worden er veel van deze soort ´s nachts overreden, omdat ze zich graag opwarmen op het nog warme asfalt van de weg.


Ik kom hier niet zo vaak slangen tegen. Een trapslang had ik al eens eerder gezien en ook de gladde slang (Coronella austriaca), maar meestal maken ze dat ze wegkomen voordat je in de buurt bent.
Als straks het lange gras weer gemaaid is, zie je ze helemaal niet meer.  
Af en toe vind ik in een hoekje van een veld een afgestroopte huid van een trapslang of een hagedissenslang, als er weer eens een uit zijn vel gesprongen is. 
Een gifslang heb ik hier nog nooit gezien. Die houden meer van hogere en drogere gebieden.



   

woensdag 1 juni 2022

Van de boerderette 64. Poltergeist

 

Al meer dan zes weken worden we geplaagd door een klopgeest: Getik op de ruiten van de eerste verdieping van ons huis, afwisselend aan alle kanten, maar met een duidelijke voorkeur voor de slaapkamer van mijn zoon en de badkamer. De benedenverdieping is kennelijk geen doelwit van het spook. Deze tiksessies duren vaak langer dan een half uur en worden bij voorkeur ´s morgens bij het eerste daglicht tegen het raam van mijn zoon uitgevoerd - zodat die al om half zes naar het plafond ligt te staren, of na de lunch op dat van de echtelijke slaapkamer, in het halfuurtje waarin uw Portugeest zijn powernap pleegt te consumeren. Is het de geest van de vorige eigenaar van ons land die nog een appeltje met ons te schillen heeft over de afbraak van zijn oude huisje?


Niks klopgeesten natuurlijk, maar een vogel. Een kwikstaart die we Poltergeist noemen, een gewone witte volgens mij, maar het kan ook een rouwkwikstaart zijn, ik ben niet zo´n vogelaar. Dat diertje is wel zo gek als een deur, want wat kan ik nu het doel zijn van om in een ritme van ongeveer twee tellen keer op keer van de vensterbank op te fladderen en dan met de snavel op het midden van een raam te slaan?


De kamikazepiloot...

`Reflectie´, dachten we eerst: `Hij ziet zichzelf weerspiegeld in de ruit en denkt dat hij een concurrent uit zijn territorium moet verjagen.´ Dat zou nog kunnen opgaan voor de gewone ramen, maar waarom dan die voorkeur voor het badkamerraam. Dat is van matglas en reflecteert geen mallemoer.                        


`Zijn overgrootvader had ooit een nest op deze plek toen het oude huisje er nog stond. Hij heeft natuurlijk de coördinaten geërfd en wil precies op die plek zijn nestje bouwen.´ Dat was het volgende idee, dat ook al snel verworpen werd: De zwaluwen die elk jaar naar het nest onder het dak van de veranda terugkomen, komen altijd voor hun reis naar Afrika nog een paar keer met hun jongen langs om de plek in hun kopje te prenten. De kwikstaart hebben we nooit op een dergelijk gedrag kunnen betrappen en bovendien is het de eerste keer dat we dit poltergeistgedrag meemaken. 


Spel dan misschien? Een jaar geleden hadden we een kwikstaart (wie weet dezelfde), die er de grootste lol in had om over de natte voorruit van onze Fiat naar beneden te schaatsen. Op de motorkap aangekomen fladderde hij weer omhoog naar het dak en dan begon het spel van voor af aan. Hij (of zij) kon dat wel een uur lang volhouden. Vogels kunnen erg speels zijn, maar dit is geen spelen meer. Het lijkt meer op een dwangneurose. Zelfs nu ik dit verhaaltje zit te schrijven, moet hij zo nodig weer voor mijn neus tegen het raam knallen - de kamikazepiloot - en ik hoorde hem vijf minuten geleden ook al tegen het badkamerraam.


Tegen het badkamerraam

"Misschien was die Hitchcock - of eigenlijk Daphne du Maurier, want die schreef `The Birds´ - toch niet zo´n fantast", opperde mijn vrouw, "Je zult het zien, dit is nog maar het begin..." `Zeg pa´, vroeg mijn zoon, die normaal gesproken nog geen vlieg verstoord, "Zei je laatst niet dat die buurman van ons  een luchtbuks had?" Ikzelf zat intussen in het geniep snode plannetjes te smeden met een valletje en aas en hoe onze kater te laten opdraaien voor het resultaat.


Je hoort het: We zijn bijna ten einde raad. Is er iemand die een idee heeft wat deze vogel bezielt? Het is inmiddels bekend dat vogels bijzonder intelligent kunnen zijn, dat ze relatief grote hersens hebben, bijna in dezelfde verhouding tot de rest van hun lichaam als zoogdieren. Ze kunnen plannen, spelen en zelfs pesten. Maar kunnen ze ook last krijgen van psychische ziektes zoals dwangstoornissen, psychose of schizofrenie? Bestaat er ook zoiets als een vogelpsychiater? Of is er een eenvoudiger, meer voor de hand liggende verklaring voor dit klopgeestgedrag?


 




donderdag 31 maart 2022

Portugal maakt het 15. Warm onthaal voor Oekraïense vluchtelingen.

In de afgelopen weken waren er op het Portugese televisiejournaal veel beelden te zien van op de luchthavens aankomende groepen Oekraïense vluchtelingen die werden verwelkomd door familie en vrienden. "Hee, hoe zit dat nou", dacht uw Portugeest, `zijn er dan zoveel Oekraïense immigranten in Portugal?" Dat bleek: Na de Brazilianen (210.000) en de Britten (42.000) vormden de Oekraïners met 27.000 inwoners de 3e grootste gemeenschap van immigranten. Volgens de laatst bekende officiële cijfers (22-3-`22) zijn er sinds het begin van de oorlog 18.400 vluchtelingen in Portugal binnengekomen (intussen meer dan 20.000) en staat de Oekraïense gemeenschap met ruim 45.000 leden inmiddels op de tweede plaats.


`De deuren van Portugal staan open voor Oekraïense vluchtelingen´ benadrukte de minister van buitenlandse zaken, Augusto Santos Silva tijdens een persconferentie met buitenlandse correspondenten: `We staan we nog veraf van de opname-capaciteit van onze samenleving.´ Hij herinnerde eraan dat er in de jaren `90 ruim 80.000 Oekraïners in het land verbleven. De minister stelt dat voor de ontheemden 10.000 banen beschikbaar zijn in alle sectoren van de arbeidsmarkt. Waar een klein land groot in kan zijn, vooral als je dat vergelijkt met de brute wijze waarop Groot-Brittannië de vluchtelingen behandelt en het armzalige aantal dat wordt toegelaten.



De Vreemdelingendienst (S.E.F.) ontvangt dagelijks zo´n 1200 verzoeken om toelating van Oekraïense vluchtelingen, maar dat getal loopt ook wel eens op tot 2000. Het zijn voornamelijk vrouwen, kinderen en bejaarden. 
Het land verleent de vluchtelingen bescherming voor een jaar, afhankelijk van de situatie in het thuisland te verlengen per 6 maanden, en garandeert verder registratie bij de belastingdienst, sociale zekerheid, school voor de kinderen en toegang tot de arbeidsmarkt. Eenmaal toegelaten ontvangt men een SNS (Ziekenfonds) nummer met recht op (basis)gezondheidszorg. Zo nodig wordt ook voor vaccinatie tegen Covid gezorgd. Inmiddels heeft de grootste keten van prive-ziekenhuizen en een groot aantal kleinere toegezegd gratis gezondheidszorg te verlenen aan de vluchtelingen.

Huisvesting is een probleem. De eerste golf vluchtelingen kon, vooral omdat het heel vaak vrouwen en kinderen van familie of vrienden betrof, voor een groot deel door de eigen gemeenschap opgevangen worden en via de sociale media ontstond een netwerk van vrijwilligers die huizen of kamers - al dan niet tegen betaling van huur - ter beschikking stelden. Ook veel gemeenten zetten hun beste beentje voor en particulieren nemen vluchtelingen op in hun eigen huis. Een paar dagen geleden las ik dat een grote groep van woningbemiddelaars zich hebben georganiseerd tot een vrijwilligersnetwerk dat al ruim 3400 woonruimtes (gratis of tegen lage huur) voor Oekraïense vluchtelingen heeft verzorgd. 

Zelfs de ultrarechtse anti-immigratiepartij `Chega´ (Genoeg) heeft uit angst voor isolement na een week radiostilte officieel haar huik naar de wind gehangen en is nu pro Oekraïense vluchteling (Dat er geen of weinig  donker gekleurde gezichten te zien zijn binnen deze groep heeft vast zwaar meegewogen bij de beslissing).

Een derde van de vluchtelingen is minderjarig

Toch is er nog een groot tekort. De vluchtelingen kunnen na binnenkomst maar een paar dagen in een opvangcentrum blijven, omdat er steeds nieuwe arriveren. Een van de problemen is dat Portugese vrijwilligers vluchtelingen bij de grens met Polen ophalen en naar Portugal brengen, maar geen verdere hulp bieden. Een ander is dat van de minderjarige kinderen die steeds vaker zonder begeleiding de grens over komen, met alle gevaren van dien.  

Maar de balans opmakend kun je wel stellen dat Portugal ruimhartig haar deel van het enorme vluchtelingenprobleem voor haar rekening neemt en dat de Portugezen - met hun beperkte middelen - geweldig hun best doen om dat mogelijk te maken. Ook voor de `achterblijvers´ in de zwaar gebombardeerde steden zijn in korte tijd een groot aantal vrijwilligersorganisaties die kleding en voedsel inrzamelen uit de grond gestampt. Vaak worden gevluchte landgenoten ingeschakeld bij het verzamelen en sorteren. `Dan heb ik tenminste iets te doen en denk ik niet de hele tijd aan mijn familie in Kiev´, verzucht een wat oudere dame die kruidenierswaren staat te sorteren op het journaal.

Zelfs de ultrarechtse anti-immigratiepartij `Chega´ (Genoeg) heeft uit angst voor isolement na een week radiostilte officieel haar huik naar de wind gehangen en is nu pro Oekraïense vluchteling (Dat er geen of weinig  donker gekleurde gezichten te zien zijn binnen deze groep heeft vast zwaar meegewogen bij die beslissing).

Protest in Lissabon

Hoe triest de gebeurtenissen in Oekraïne ook zijn, de toestroom van vluchtelingen houdt ook een kans in voor Portugal, een kans om de in razendsnel tempo vergrijzende bevolking (zie mijn vorige blogpost: `Portugees met uitsterven bedreigd!´). te versterken met jonge gezinnen met kinderen, als degenen die willen blijven na de oorlog hun mannen daartoe weten over te halen.
Maar dan moeten er wel condities geboden worden zoals huisvesting en voor gekwalificeerde werknemers een eerlijke kans om passend werk te verkrijgen. Dat vereist, zoals João Duque in zijn column in de krant Expresso zegt, `Een grote tolerantie op het gebied van taal en cultuur`
Het zou erg jammer zijn als de fouten uit de jaren ´90 werden herhaald, waarin Oekraïense medici in Portugal niet meer dan baantjes als schoonmaker in konden krijgen. 
Maar dat is allemaal toekomstmuziek. Nu alsjeblieft eerst een eind aan de oorlog! 

Inmiddels, een paar weken later, hebben 359 Oekraïense vluchtelingen een - tijdelijk - arbeidscontract.
Vooral de grote hotelketens, zoals Altis, Fátima en Pestana, bieden werk en onderdak aan deze groep, waarvan velen geen enkele ervaring met toerisme hebben en vaak zelfs geen Engels spreken: "Gewoon met een beetje geduld", meldt de directeur van een van de ketens, "Men heeft een enorme behoefte om aan de slag te gaan."