dinsdag 10 april 2018

Bijzonder Portugees 38. De communisten




Het rode vaandel prijkt nog steeds bij hem aan de muur
Debatteert me kameraden van het eerste uur
Je hoeft hem echt niets te vertellen
Tegenstand doet hem versnellen 
Het heeft geen zin..
`De Waarheid´ staat vast als een dijk
In een arbeidersstaat heerst recht en is iedereen gelijk
Hij heeft het lef niet om onzeker te zijn.


In de jaren ´90 van de vorige eeuw mocht ik als zanger van de legendarische band ``t Skip In´ dit couplet van het door de bekende singer-songwriter/saxofonist Ben van Hooff geschreven lied `Het lef om onzeker te zijn´ zingen. Een wonderschone ballade over geestelijke starheid, waarin ook de Jehova, de xenofoob, de narcistische intellectueel en de buiskluisteraar aan de beurt komen.

´t Skip In

Ik moet daar vaak aan denken als ik op de televisie debatterende leden van de Portugese Communistische Partij (PCP) weer eens hoor vervallen in gebral over de `Strijd van de arbeider tegen het grootkapitaal, de massa´s die zich zullen verheffen...´ en meer van dergelijke Marxistische vaktaal uit de eerste helft van de vorige eeuw.

"Hebben jullie nog steeds een serieuze communistische partij?", vroeg ik ruim twintig jaar geleden verbaasd aan mijn Portugese vriendin: "Dan zijn jullie vast de enige in de Europese Unie. Dat is toch een anachronisme!"
Het is nu 2018 en ze zitten er nog steeds, die communisten. Met 15 volksvertegenwoordigers - van de in totaal 230 - in de `Assembleia da Republica´, het Portugese parlement. Goed voor ruim 6% van de stemmen.

de `Geringonça´

En ze laten van zich horen. Op dit moment hebben ze zich verplicht om de zogenaamde `Geringonça´, de minderheidsregering van de `Partida Socialista (PS)´ op hoofdlijnen, zoals de jaarlijkse begroting, te steunen. Maar als het om zaken gaat die de huidige regering niet ten val kunnen brengen, nemen ze nog steeds - net als ooit in Nederland - hun eigenwijze en soms hoogst merkwaardige standpunten in: Zo deden ze de plannen van de regering om de oncontroleerbare, abominabele staat van het Portugese bos nu eindelijk eens daadwerkelijk te hervormen stranden, omdat ze tegen onteigening (pas na 5 jaar, en zelfs daarna nog met het recht van de eigenaar om zich te melden en zijn land weer in bezit te nemen) van percelen bos met onbekende eigenaar waren. Dat zou de `kleine eigenaar´ benadelen ten opzichte van de `grootgrondbezitter´.

De `Partido Comunista Português (PCP)´ is van mening dat Portugal uit de Europese (Monetaire) Unie moet stappen. Volgens de partij is toetreding tot de Euro voor Portugal een ramp geweest. Tegelijkertijd wil ze bij datzelfde Europa een herstructurering van de gigantische staatsschuld bedingen!?
Op internationaal gebied is ze tegenstander van sancties tegen het Venezuela van Nicolás Maduro, het Noord-Korea van Kim Jong-un, omdat de wereld zich niet mag bemoeien met de `keuze van een volk voor een Chavistische c.q. op Marxistische beginselen gestoelde maatschappij´ en, wegens voor de hand liggende redenen, moet Portugal zich niet met de Krim en - het eens tot de invloedssfeer van de Sovjet Unie behorende - Angola bemoeien.
De communistische jongeren (JCP) besloten laatst - gelukkig zonder consequenties - dat de dienstplicht weer in Portugal ingevoerd zou moeten worden.
Op 29 mei stemden PCP tegen het wetsontwerp ter legalisering van euthanasie, omdat men `geloofde in de bescherming van het leven en de voorgang van de medische wetenschap´. Een onverwacht conservatief standpunt. In dezelfde week zette de partij de regering onder druk om de schadevergoedingen voor eigenaren van tweede woningen die door de branden van vorig jaar zijn verwoest met voorrang te behandelen. Dat zou goed zijn voor de lokale economie. Of je boer Koekoek hoort oreren! 

De PCP werd in 1921 opgericht. In 1923 hield ze haar eerste congres (met 100 leden). In 1926 werd ze verboden en moest ze haar werk ondergronds voortzetten tot de Anjerrevolutie in 1974. Vooral tijdens de dictatuur van de `Estado Novo´ van Salazar was de onderdrukking van de partij erg groot. Leden werden door de geheime staatspolitie, de `Pide´ vervolgd en -vaak zonder enige vorm van proces - gevangengezet. Beroemd is het verhaal over de ontsnapping van 10 partijleden uit de zwaar beveiligde gevangenis in Peniche in 1960 (vertel ik nog wel een keer) Onder hen Álvaro Cunhal, die van 1961 tot en met 1991 Secretaris-Generaal van de partij was. Hij vluchtte naar Moskou en verbleef daarna in Parijs tot de revolutie van 25 april 1974.

Àlvara Cunhal
Bij zijn terugkeer werd hij op het station in Lissabon omarmd door de partijvoorzitter van de socialistische partij (PS), Mário Soares. Maar die liefde was van korte duur. Na de mislukte coup van extreem-linkse militairen - de PCP heeft altijd ontkend daarbij betrokken te zijn geweest - in november 1974, ontstond een sfeer van wantrouwen tussen communisten en socialisten. In het jaar na de revolutie had de PCP veel invloed en was betrokken bij nationaliseringen van o.a. mijnen, banken, schepen, het herverdelen (onteigenen) van landbouwgronden en het `zuiveren´ van krantenredacties door  de revolutionaire strijdkrachten (MFA) onder leiding van Vasco Gonçalves.

Dat werd natuurlijk niet door iedereen in dank afgenomen en het is dan ook geen wonder dat de communisten bij de eerste vrije verkiezingen in 1975 slechts ruim 12% van de stemmen kreeg, tegenover bijna 38% van de PS, die via hun Duitse zusterpartij, gesteund werd met geld van de CIA (Da´s ook nog een mooi verhaal) Tussen 1976 tot en met 1987 schommelt het aandeel van de PCP in de parlementszetels van tussen j12 en bijna 19%, daarna zakt te partij terug naar 6 tot 8% van de kiezers.

Tijdens het partijcongres van 1990, kort na de val van de Berlijnse Muur, vond een enorme ideologische strijd plaats binnen de partij, te vergelijken met de strijd tussen de zogenaamde `Horizontalen´ en de `Vernieuwers´ binnen de Nederlandse CPN. In tegenstelling tot in de meeste Europese landen viel de partij niet uit elkaar, maar koos het overgrote deel van de 2000 afgevaardigden voor voortzetting van het op de leer van Lenin gebaseerde communisme. Tegenstanders zochten hun heil elders, of werden - traditiegetrouw - uit de partij gezet. Álvara Cunhal werd ziek en werd vervangen door Carlos Carvalhos, die op zijn beurt in 2004 werd opgevolgd door Jerónimo de Sousa, een voormalig arbeider en vakbondsleider uit de metaalindustrie. En hoewel de communisten tegenwoordig best in staat zijn om met de socialisten samen te werken, zoals al eerder gebeurde in de gemeenteraad van Lissabon, heeft hij het moeilijk. Voor het eerst werkt de partij serieus samen met een regering. Er moeten concessies gedaan worden en die moeten aan de achterban verkocht worden.

Jerónimo de Souza

De lezer die haast heeft, kan de cursieve tekst rustig overslaan.

`De secretaris-generaal is vermoeid. Horizontale rimpels vechten met verticale lijnen om een plaatsje op zijn diep gegroefde gezicht. Het valt ook niet mee. Altijd is zijn partij overal tegen geweest - en terecht: Tegen het beleid van de rechtse partijen, de (neo)liberalistische vertegenwoordigers van het grootkapitaal, tegen de, met diezelfde kapitalisten meeheulende, zogenaamde socialistische partij en niet minder tegen het gewauwel van het linkse blok, die vage kliek van Trotskistische, Maoïstische, ja zelfs revanchistische elementen.

En nu moest ze ergens vóór zijn. Had ze gekozen om ergens voor te zijn!
De `Verelendung´, veroorzaakt door het neoliberale beleid van de regering Passos Coelho, gesteund en onder druk gezet door dat kapitalistische instituut `Europa´, waar schijnheilige, Westeuropese demagogie de dienst uitmaakt, had niet tot een glorieuze revolutie van het arbeidersproletariaat geleid, zelfs niet tot een overweldigende overwinning van de Communistische Partij bij de daaropvolgende verkiezingen. De communistische heilstaat leek verder weg dan ooit.

En toen kwam António Costa, de leider van de socialistische partij, met dat gewaagde voorstel. Een minderheidsregering met steun van de communisten en het linkse blok in het parlement: de `Geringonça´, een houtje-touwtje regering. 

Maar had hij daar wel goed aan gedaan, vroeg hij zich de laatste tijd in slapeloze nachten af. Waren ze niet te revisionistisch bezig. Op zich werkte deze oplossing redelijk en ze was altijd nog beter dan een rechts, neoliberaal gouvernement. De socialisten hielden zich, wat de hoofdlijnen betrof wel aan de afspraken, maar weken  verder toch erg vaak af van het rechte socialistische pad. De minister van financiën, Mário Centeno, zat nu zelfs de door de Partij zo gehate Eurogroep voor en de beloofde onderhandelingen over de herstructurering van de staatsschuld leken al helemaal van de baan. Wat zouden zijn voorgangers, en met name de grote partijleider Álvaro Cunhal van zijn beleid gedacht hebben? Hoe lang kon hij de oude kameraden en de jonge - die snakten naar actie - nog overtuigen van de juistheid van zijn keuze. Op partijcongressen en tijdens interne toespraken gebruikte hij nog steeds de - zelfs in zijn eigen oren - steeds roestiger klinkende partijretoriek, maar in het overleg met de socialisten van Costa en de steeds meer ruimte voor haar linkse blok opeisende Catarina Martens, was het lijmen geblazen.´ 


congres PCP

Ik heb lang gedacht dat het tijd werd voor de communisten om het veld te ruimen in Portugal. Goed, ze hebben nog steeds een grote invloed op een van de grootste vakbonden de `Confederação Geral dos Trabalhadores Portugueses (CGTP)´ en hun jaarlijkse feest `Avante´ (Voorwaarts) blijft een belangrijk cultureel evenement, maar hun ideologie is niet meer van deze tijd en ze staan een sterk links blok (dat deel zou kunnen nemen aan een regering) in de weg.

De laatste tijd denk ik daar toch iets anders over: Ondanks haar soms dwaze en anachronistische ideeën is het een partij van arbeiders die opkomt voor de arbeiders en de allerarmsten. Een partij met een ideologie in een tijd waarin politieke partijen steeds meer op een verzameling belangenverenigingen beginnen te lijken (zoals in Nederland). De PCP is een vergaarbak voor mensen die hun onvrede met de maatschappij willen uiten - en gehoord worden - en misschien is ze is daarom wel een van de redenen waarom extreem rechts in Portugal geen voet aan de grond krijgt.
In het parlement is ze een broodnodige luis in de pels. Dat is het `Bloco Esquerda´, het linkse blok, ook, maar dat is toch meer een partij voor intellectuelen, waarin het electoraat van de PCP zich nooit thuis zou kunnen voelen.







vrijdag 9 maart 2018

Van de boerderette 43. Gekraakt door de ijzel


Zo'n slagveld heb ik maar een keer eerder gezien. Maar dat was in Nederland: In het vroege voorjaar van 1990 moest ik met een groepje collega's naar een driedaagse communicatiecursus - vandaar dat ik zo lekker communiceer tegenwoordig - ergens in het midden van het land. Tijdens de pauzes mochten we in het omringende dennenbos wandelen. Je kon daar nauwelijks met droge ogen rondlopen. Het was volledig verwoest. Alle bomen gebroken door het gewicht van de ijzel, die een paar weken eerder gevallen was. Een grote chaos van takken en afgebroken staken. Alleen de paden waren met een bulldozer schoongeveegd. Het werd niet echt een vrolijke boel, die cursus.  



Zo erg is het niet gesteld met ons bos, maar ik kwam gistermiddag niet echt vrolijk terug van mijn rondgang door het mistige bos. Het ergste zijn nog niet eens die tientallen doormidden gebroken dennen, daar staan er nog wel en paar honderd van en ze groeien snel, maar wat ze in hun val hebben aangericht: Mijn enige grote kurkeik in het benedenbos onthoofd, de grote aardbeienboom (medronheiro) bijna verpletterd onder de afgebroken takken (maar die redt het waarschijnlijk nog wel) en heel veel eiken met gebroken top en takken door de zware takken of zelfs halve dennen -sommige nog vol ijs - die ze op hun test gekregen hebben.

De kurkeik onthoofd

En ik zat al in tijdnood: Naar aanleiding van de rampzalige bosbranden van het vorig jaar, heeft de regering besloten dat gemeentes en particulieren het schoonmaakwerk dit jaar voor 15 maart: 50 meter rondom het huis, en 10 meter vanaf de kant van de weg. Dat bekt lekker vanuit je zetel in Lissabon (premier Costa handenwrijvend “We gaan er tegenaan jongens”). Tot nu toe had iedereen tot 15 mei de tijd en vertegenwoordigers van gemeentes, de Liga van brandweerlieden en andere betrokken organisaties hebben al laten weten dat dat voor de meeste boseigenaren niet haalbaar is vanwege gebrek aan tijd, menskracht en geld, maar iedereen werkt zich in het zweet. Je weet maar nooit welke gek of organisatie (diverse politie-instanties, BB) het in zijn hoofd gaat halen om boetes uit te delen.

De aardbeienboom verpletterd

Het regent en volgens de voorspellingen houdt dat de komende dagen nog niet op en nu zijn ook nog al die bomen over het grote stuk bos dat ik al schoon had gevallen: `Alle ellende des levens en uiteindelijk de dood´, zoals een wat  fatalistisch ingestelde tante vaak placht te zeggen... Maar ik mag natuurlijk niet klagen: Een luxe-probleem, dat grote bos! Uithuilen en opnieuw beginnen en werk maakt je sterk (hoewel ik door de omgevalle n bomen het bos haast niet meer zie) – we gooien er nog maar een paar volkswijsheden tegen aan. Straks met de plu op mengsmering voor de motorzaag in het winkeltje van `Malle Pietje´ kopen, luchtfilters en bougies van alle zaag- en maaimachines schoonmaken en op een gaatje in het wolkendek wachten.




Ik weet nog niet wanneer ik dit bericht kan plaatsen, want ik heb even geen internet (ADSL). Door de ijzel gevelde bomen hebben de telefoonkabel op verschillende plaatsen gebroken. Er mist zo'n 50 meter.  

Inmiddels zijn we anderhalve week verder. Ondanks de regen heb ik al aardig wat opgeruimd. En jullie maar schaatsen!. Via de lokale krant `A Verdade´ (De Waarheid; nee niet communistisch) kwam ik te weten dat ik toch weer niet op 15 maart klaar hoef te zijn met de schoonmaak in het bos. Wij vallen niet binnen een zogenaamde `prioriteitszone´. Had men dat nou niet eens via een spotje van 3 minuten op de tv kunnen uitleggen, in plaats van bij iedereen dezelfde folder (zonder enige nuancering) in de bus te gooien. Ik hoor verhalen over mensen die in het wilde weg en volkomen onnodig prachtige bomen in hun tuin staan om te hakken uit angst voor boetes. Wat een geklungel.

vrijdag 9 februari 2018

Bijzonder Portugees 37. Ruk ze uit, die eucalyptus!

Eigenlijk bijzonder on-Portugees: Een paar weken geleden las ik in het weekendmagazine van de krant `Jornal de Notícias´ over een sterk staaltje van burgerlijke ongehoorzaamheid, dat je niet zo snel zou verwachten bij een volk dat zich doorgaans kenmerkt door conformisme en een - in mijn Nederlandse ogen - overdreven respect voor hiërarchie en autoriteit (Kennelijk resultaat vele eeuwen lange onderdrukkende monarchie en de kort daarop volgende burgerlijke dictatuur, gekruid met een autoritaire clerus en een langdurige aanwezigheid van de Inquisitie). Hoopgevend, ook al speelt het verhaal zich al weer 29 jaar geleden af. In 1989 rukte een groep van honderden streekbewoners een aanplant van 200 hectare eucalyptus uit de grond uit angst dat deze bomen ze bosbrand zouden brengen en van het (grond)water zouden beroven. De politie vuurde boven hun hoofden, maar ze weken geen strobreed En ze kregen gelijk: In tegenstelling tot in het overgrote deel van de rest van Portugal, is in hun streek al dertig jaar geen brand geweest.  


Op 31 maart 1989, gewaarschuwd door het signaal van de kerkklok, verzamelden zich 800 mensen in Veiga do Lila, een klein dorp in de gemeente Valpaços, in het noorden van Trás-os-Montes, voor een van de grootste milieu-acties ooit in Portugal gevoerd.
De groep, voornamelijk gevormd door de bewoners van acht gehuchten in de vallei - waarbij zich later milieu-activisten uit Porto en Braga, opgeroepen door de milieu-organisatie `Quercus´, aansloten - trok op naar de `Quinta do Ermeiro´, het grootste agrarische landgoed in de streek, waarop een cellulose-bedrijf 200 hectare jonge eucalyptusboompjes aan het planten was.


Ze werden opgewacht door 200 agenten van de `Guarda Nacional Republicana, (GNR)´, de Portugese militaire politie, die een cordon vormde om het volk te beletten de zaailingen uit de grond te trekken. Maar ze waren met te weinig om de vastbesloten menigte tegen te houden.
Maria João - een meisje nog - die op die dag in een rood Mickey Mouse-shirt meedeed aan de actie, zegt: `Ze grepen me bij de arm en zeiden me naar huis te gaan om tekenfilmpjes te kijken", maar ze wist zich met een elleboogstoot los te rukken: "Ik was zo overtuigd van ons gelijk, dat ik geen enkele angst voelde. Op die dag was niemand bang. Ze schoten hun geweren af in de lucht en het leek alsof we een onbekende kracht ontvingen om door te gaan"


In de loop van de middag nam de spanning toe. "Er kwam een moment dat ik dacht dat het verkeerd zou kunnen aflopen", zegt António Morais, de aanvoerder van de protestacties, nu. "Er waren politie-agenten uit heel Trás-os-Montes, uit Regua en Chaves, uit Vila Real en Mirandela."
Maar de pers was er ook en tot op de dag van vandaag gelooft hij dat daardoor het geweld niet verder escaleerde. Er werden stenen naar de politie gegooid en die deelde wat klappen uit, maar verder ging het niet. Er verschenen zelfs agenten te paard, maar die konden niet veel uitrichten: Voor de aanplant van de bomen waren terrassen aangelegd. Hoogteverschillen die de paarden niet konden nemen.
Achthonderd stemmen scandeerden: `Olijfbomen ja, eucalyptus nee!´ en trokken onder grote belangstelling van de pers - er hing zelfs een helikopter in de lucht - de pas geplante eucalyptusboompjes uit de grond. In een uur tijd werden 180  hectare eucalyptus vernietigd.

António Morais

Daar was wel heel wat aan vooraf gegaan: De bevolking van het binnenland krijg je niet zomaar in beweging. Vooral niet omdat de regering o.l.v. Aníbal Cavaco Silva (heb je ´m weer) het planten van de snelgroeiende eucalyptus had voorgespiegeld als  goed alternatief of een snelle manier om wat bij te verdienen voor de slecht renderende sector (waarvan diezelfde premier de quota aan de rest van Europa verkocht, in ruil voor snelwegen en stadsontwikkeling).
António Morais, eigenaar van een aantal hectaren olijfbomen in Lila, had de moeite genomen om het effect van het planten van eucalyptus op de grondwaterstand en het gevaar van bosbrand wat beter te bestuderen en toen het cellulose-bedrijf Soporcel besloot 200 hectare olijfbomen door eucalyptus te vervangen, kwam hij in actie. Hij wist eerst de grote olijfboomtelers uit de buurt bijeen te krijgen en te overtuigen van het gevaar van deze (mono)cultuur, die daarna de rest van de bevolking bij de uitgang van de mis opwachtten, om haar te informeren en het belang van actie op het hart te drukken. Ook de burgemeester, die eigenlijk geen partij mocht kiezen, liet blijken dat hij aan de kant van de eucalyptus-oppositie stond. Er werd contact gezocht met de milieu-organisatie `Querques´ en men begon met nachtelijke `raids´, waarbij telkens een of twee hectaren jonge boompjes werden vernietigd. Tijdens de eerste grotere actie bij daglicht vluchtte de demonstranten voor de politie, maar de tweede was groter, beter georganiseerd en de pers was ingelicht.

De actie eindigde toen José Oliveira, een boer uit een van de kleine dorpen, door de GNR, die zo dom was geweest om een revolver in zijn zak te steken, door de GNR gevangen werd genomen. De menigte richtte zich nu tot de politie en schreeuwde: `We gaan hier niet weg tot jullie hem vrijlaten. De vertegenwoordiger van Quercus onderhandelde en kreeg hem vrij.


De demonstranten verlieten het slagveld en verzamelden zich op het dorpsplein van Veiga do Lila. Er werden twee lammeren en een speenvarken geslacht en een paar vaten (pipas) wijn aangerukt. Het feest duurde tot diep in de nacht en natuurlijk mochten de politie-agenten die een paar uur eerder nog als tegenstanders in het veld stonden, ook aanschuiven. In Trás-os-Montes staat de gastvrijheid altijd voorop.

Uiteindelijk werden Morais en nog een tiental protestleiders veroordeeld tot voorwaardelijke straffen wegens `invasie van eigendom´ (iets tussen onbevoegd betreden en huisvredebreuk).
Een paar ingenieurs van Sorporcel kwamen nog met het voorstel om de klacht in te trekken als de groep zou beloven nieuwe aanplant van eucalyptus met rust te laten. `Vergeet het maar´, was het antwoord van alle leden. In de volgenden nachten werd alles wat noch restte van de eucalyptusplantage uit de grond getrokken en het cellulose-bedrijf zag zich gedwongen om het landgoed te verkopen. Aan de familie die het kocht werd meteen duidelijk gemaakt dat eucalyptus in Valpaços niet tot de mogelijkheden behoorde. Er groeien nu walnoten- , amandel- en olijfbomen en parasoldennen voor de pijnboompitten.   


donderdag 11 januari 2018

Van de boerderette 42. Het puttertje.

Ik zag hem pas goed toen hij op het topje van de hooivorksteel ging zitten: `Hé, een puttertje. Wat doet die hier? Als ik in de winter in het bos aan het maaien ben, hipt er bijna altijd een roodborstje om me heen. Pikkend naar wormpjes en insecten die door het maaiblad worden los gewoeld. Naarmate de dagen vorderen, steeds dichterbij. Dezelfde als vorig jaar? Misschien de volgende generatie. Maar een puttertje had mij nog nooit gezelschap gehouden. Ik dacht dat die alleen zaadjes - vooral van distels - aten. Blijkt niet zo te zijn. Zonodig schakelen ze - in de winter - over op een omnivoor menu.


Op een distel natuurlijk

`Putter of distelvink´ stond er onder de afbeelding op de kaart van het (Jumbo) dierenkwartetspel dat ik met familie en vriendjes zo vaak speelde op regenachtige woensdagmiddagen. Een naam om niet meer te vergeten. Ik weet nog dat je in hetzelfde kwartet ook om de geelgors kon vragen. Van de andere vogels herinner ik alleen nog blauwgele ara en de roodstaartpapagaai. Maar die zaten natuurlijk in een ander kwartet.


Het puttertje is nooit vereerd is met een lied, zoals mijn roodborstje of de wielewaal, maar daarom niet minder beroemd:
In 1654 poseerde het vogeltje voor het gelijknamige schilderij van Carel Fabritius (1622-1654), Het is een van de weinige werken die van deze leerling van Rembrandt, die een eigen stijl ontwikkelde, bewaard is gebleven. Het hangt in het Mauritshuis in den Haag. Op het schilderij is goed te zien dat de Partij voor de Dieren nog niet bestond in de 17e eeuw: Het diertje zit geketend op een stok.


Het schilderij speelt een grote rol in de spannende (Bildungs)roman, `The Gouldfinch´ (Het Puttertje), van Donna Tartt, die in 2013 de wereldpremière kreeg in de Nederlandse vertaling. De adolescente hoofdpersoon neemt na een bomaanslag op het New Yorkse `Metropolitan Museum of Art´- die hij overleeft, maar waarbij zijn moeder omkomt - het schilderijtje van Fabritius onder zijn jas mee en weet het jarenlang verstopt te houden. De rest van het verhaal, waar Tartt tien jaar aan gewerkt heeft, en waar ze in 2014 een Pulitzer voor kreeg, moet je zelf maar lezen - als je dat al niet gedaan hebt. Zonde om de plot van deze prachtige roman te verklappen.


Dat de vogel de naam `distelvink´ draagt, snap je zo: Het puttertje eet bij voorkeur voor zaadjes van distels, zoals die van de mariadistel. Maar putter?
Door de eeuwen heen was de putter een geliefd huisdier. Niet alleen vanwege zijn bonte kleuren en zanglust, maar ook omdat je hem gemakkelijk kunstjes kon leren. Zo liet men het gekooide vogeltje vaak zijn eigen drinkwater `putten´ met een vingerhoedje uit een waterbakje. Vandaar.
In het Portugees heet het puttertje `pintasilgo´, afstammend van het Latijnse `pictu´ (geschilderd) en `syricu´ (van zijde). 


Inmiddels is het puttertje weer uit het zicht verdwenen en heb ik `mijn´ roodborstje weer terug. Er bestaan kennelijk territoriumproblemen tussen die twee. Het bos wordt steeds schoner en het roodborstje dikker. Wat kan die een borst opzetten als hij zich volgegeten heeft!
  

donderdag 14 december 2017

Van de boerderette 41. Robotmania

Uw Portugeest is heus geen bangbroek als het gaat om nieuwe technologie, robotica, kunstmatige intelligentie of biotechnologie: Zo'n aspergeplukrobot - ook al kost die een miljoen of zo - is toch een zegen voor de mensheid, als ook de Polen geen zin meer hebben om hun rug met het oogsten van dat witte goud naar de k. de helpen? Van mij mogen ze vandaag nog een robot ontwikkelen die de bosgrond op een steile helling maait (zonder jonge boompjes op te slokken natuurlijk). Dan wil ik de rommel nog wel bij elkaar harken om te verbranden of - liever nog - door een biomassabedrijf op te laten halen. En wat dacht je van een robot die als een aap in een dennenboom klimt om de takken op tien meter hoogte af te zagen. Als dat een beetje snel en goedkoop zou kunnen... Maar van het artikel dat ik vorige week in het design webtijdschrift `Dezeen´ las, sloeg de schrik me om het (nog steeds) biologische hart: `Zijn ze nou helemaal belatafeld!´ Wat me het meest beangstigde was de vanzelfsprekendheid waarmee het onderwerp werd gepresenteerd:


"Wild robots could replace vanishing species".

Deze uitspraak kwam van Arjen Bangma, curator van de tentoonstelling `Robotanica´  die in de week van 21- 29 oktober in Eindhoven te zien was.
Ik zag het al voor me: Artificiële bijen die de bloemen  moeten bestuiven nadat wij de echte met `Round-up´ (Monsanto) en ander gif hebben doodgepest, van plofkippenvlees voorziene robotkonijnen, die dienen als voedsel voor de kunstmatig instant gehouden Iberische wolf  (Stad en land 8), omdat het konijn in Portugal zo goed als verdwenen is door myxomatose en rabbit heaemorrhage disease (Van de boerderette 26). Of misschien is het zelfs beter om die wolf maar meteen door een robot te vervangen. Heeft ie ook geen konijnen meer nodig. Dat is nog eens logistiek ingrijpen in die (veel te dure) natuur!

spechtrobot

Toen ik wat verder las bleek die tentoonstelling vol te zitten met lief voor mens en natuur bedoelde ontwerpen die zijn ontstaan door samenwerking van kunstenaars en robottechneuten: Een buitelkruid robot, die informatie kan verzamelen over verwoestijning in moeilijk toegankelijke gebieden (Hadden twee broers uit Kaboel al niet eens iets dergelijks bedacht om landmijnen onschadelijk te maken?), een zelfvoorzienende tuinrobot en nog een aantal onschuldige en handige robottoepassingen.

Maar bij de `spechtrobot´, die is ontworpen omdat de specht (in welk land?) zo goed als verdwenen is en die het geluid van deze vogel nadoet om schadelijke insecten uit de bomen te jagen denk ik: "Ho effe, nou draai je het probleem om." En dan kan die meneer Bangma wel beweren dat je - zolang dit probleem speelt - ´een tussentijdse periode nodig hebt waarin je deze types van technologisch design oplossingen kunt gebruiken, om de schade (aan de bomen) zoveel mogelijk te beperken, maar wie bepaalt hoe lang die periode gaat duren. Misschien wel voor altijd want zo'n - relatief goedkope - oplossing motiveert niet bepaald om veel geld te steken in een herintroductie van de specht.
Die specht is gelukkig - en in verschillende variëteiten - in Noord-Portugal nog luid en duidelijk aanwezig. Vaak hoor ik er twee of drie tegelijk aan het werk.

headset voor ongelukkig kippen

Ook bij die `headset´ die een virtuele, pastorale, werkelijkheid voor plofkippen (heb je ze weer) moet oproepen, denk: "Dat is het paard achter de wagen spannen." Waarom de leefomstandigheden van de arme kippen nu niet eens echt aangepakt: Een fijner leven voor de kip, minder ziektes, plagen en massavernietiging en nog beter vlees op de koop toe.

Dan waren daar nog die minidrones in de vorm van libellen (cameraatje erin en je hebt een praktisch onzichtbare spion, waarvoor niemand meer veilig is; maar dit terzijde). Wanneer je in een dergelijke drone nog wat (zwerm) gedrag programmeert en ze goedkoop kunt produceren, heb je in een mum van tijd die bij van het begin van dit verhaal. En die gerobotiseerde insecten.. Gaan we straks ook andere dieren, bijvoorbeeld (bijt)honden aansturen met chips?

echte bijen op de boerderette

Het is natuurlijk prachtig dat de mensheid in staat is om zulke ingenieuze zaken te bedenken en nog te maken ook - ja hoor, ik ben trots op jullie - maar de vraag is: `Wat doen we er mee?´, of misschien nog wel belangrijker:`Wie gaat er wat mee doen?´ Op het gebied van menselijk kattenkwaad kun je gerust de Wet van Murphy toepassen: Als er een manier is om het uit te halen, gebeurt het. Nu de zeggenschap over wat er gebeurt in de wereld steeds meer bij  (de lobby's van) multinationals i.p.v. democratisch gekozen regeringen komt te liggen, blijft er steeds minder ruimte over voor zaken die niet in economische belangen kunnen worden vertaald.

En dat brengt me op een ander artikel (met podcast) dat ik las in de webkrant `De Correspondent´: `Mag een boom ook gewoon zichzelf zijn´, waarin met natuurfilosoof Matthijs Schouten wordt ingegaan op de vraag die in het VPRO programma `Tegenlicht´ aan de orde kwam: Moet of mag je zelfs de natuur in economische waarde uitdrukken. Lars Hein, hoogleraar Ecosystem Services and Environmental Change aan de universiteit van Wageningen wil de waarde van alle (Nederlandse) natuur in een boekhoudkundig systeem opnemen, om `natuurlijk kapitaal´te managen en verkwisting te voorkomen. Boekhouder van de koude grond! Als zo'n megalomaan project al zou lukken, zijn de nadelen veel groter dan de voordelen en zelfs - letterlijk - levensgevaarlijk! Want wat voor discussie krijg je dan met natuurverwoestende ondernemingen (om maar eens bij die bijen te blijven): `Nou dan zorgen wij toch voor robotbijtjes. Niets aan de hand, En veel  goedkoper. Kunnen we rustig blijven doorspuiten.´

zelfs in de winter actief

En zo zal men alles wat geen directe economische waarde heeft - en waarom niet meteen ook maar de mens (behalve natuurlijk die kleine, rijke elite) - uitroeien of proberen te vervangen door `technologische wondertjes´, mogelijk gemaakt door technici en mooi afgewerkt door designers of andere kunstenaars. Er bestaat zelfs al (een tijdje) een artificiële boom.
Je kent vast dat liedje van Joni Mitchel wel:`Don´t it allways seem to go, that you don´t know what you´ve got ´till it´s gone´ (Big Yellow Taxi).



                                       
                                  https://www.youtube.com/watch?v=ZgMEPk6fvpg

We zijn toch nog wel iets meer dan homo economicus?
O mensheidje pas op uw zaakje!