zaterdag 5 maart 2016

Stad en land 8. Will the woolf survive?

Through the chill of winter
Running across the frozen lake
Hunters hard on his trail
All ods are against him
With a family toprovide for
But one thing he must keep alive
Will the woolf survive?
                                     
                                                          Los Lobos


Eind februari, lekker in mijn t-shirt in het bos aan het werk. Maar boven Cinfães, aan de overkant van de rivier, zijn de toppen van de Serra de Montemuro nog steeds wit. Daar trekt de Iberische wolf - of moet ik zeggen: wolfshond - zijn sporen door de sneeuw. Een lid van een van de laatste tien `alcateias´, wolvenroedels die nog ten zuiden van Douro leven, op zoek naar voedsel. Het zal wel weer geit of schaap worden, of misschien zelfs een paard, want andere prooi is nauwelijks te vinden: Het konijn is door ziekten zowat verdwenen, wilde zwijnen zijn er te weinig en de herintroductie van de ree (corço) verloopt niet goed: De dieren lijken maar moeilijk aan hun nieuwe omgeving te kunnen wennen. En dus is een van de oudste veten ter wereld weer aangewakkerd, de strijd tussen mens en wolf. Een strijd die geen winnaar kent.


Halfverwege de jaren zeventig (vorige eeuw) was de wolf bijna verdwenen uit Portugal. Er was simpelweg geen rol weg gelegd voor het dier in een land dat - na zich te hebben ontdaan van een verlammende dictatuur - druk bezig was om van een achtergebleven rurale gemeenschap uit te groeien tot een moderne Europese staat. Nieuwe wegen doorkruisten zijn territoria, de gemoderniseerde (giftige) landbouw en een niets ontziende jacht deden de rest.
Begin jaren tachtig kwam daar verandering in. Men begon meer oog te krijgen voor het nationale patrimonium, er werden beschermde natuurgebieden aangewezen en zelfs de wolf, die moordenaar, kwam in een ander daglicht te staan. Toch moest er nog heel wat water door de Douro voordat de wolf in 1988 de status van beschermde diersoort kreeg en de wegkwijnende populatie, tot groot plezier van biologen en dierenbeschermers, maar tot verdriet van de kleine veehouders begon te groeien.

Lobo Iberico

De bescherming van de wolf kwam onder beheer van  het `Instituta de Conservação de Natureza e das Florestas (ICNF)´, het instituut voor behoud van de natuur en de bossen, dat een Europot kreeg van 50 miljoen Euro voor het subsidiëren van omheiningen voor vee en het trainen van honden voor de herders. Het verdriet van geiten- en schapenhouders zou worden gecompenseerd door het uitbetalen - onder bepaalde voorwaarden - van een schadevergoeding voor elk dier dat kennelijk door een wolf gedood was, te controleren door technici van het ICNF.


In de afgelopen twee decennia is 10 miljoen aan schadevergoedingen uitbetaald voor 46.000 door wolven gedode dieren, maar de veehouders klagen steen en been: De schade wordt alleen betaald voor getoonde kadavers, Vaak verdwijnen de dieren, vooral in de bergen gehoede schapen en geiten, de kadavers moeten soms wel een week of langer worden bewaard (onder een hoop stenen) voordat er een technicus komt opdagen, wat in de zomer een ondraaglijke stank veroorzaakt en de schadevergoedingen worden pas na maanden betaald: Het ICNF meldde vorig jaar trots aan verslaggevers dat ze de uitbetaaltermijn had weten terug te brengen tot minder dan zes maanden (!)


In Portugal leven twee, door de Douro gescheiden wolvenpopulaties. Ten noorden van de rivier vind je de grootste groep, zo´n 50 roedels (Een roedel bestaat uit 3 tot 10 wolven), in een redelijk groot gebied, verspreid over de (oude) provincies Minho, Tràs-os-Montes en Alto Douro, dat niet al te dicht bevolkt is, Hierin liggen ook drie grote natuurparken, zoals het `Parque Nacional de Peneda Gerês´. Er bestaat bovendien de mogelijkheid om de grens over te steken naar Spanje, waar ook zo´n 300 beschermde wolven leven, zodat er geen inteelt hoeft plaats te vinden. In dit gebied zijn wel incidenten, - er is te weinig natuurlijke prooi - maar het aantal klachten van veehouders is relatief gering. De wolven in het noorden zijn genetisch gezien 100% wolf, ze hebben geen honden nodig om zich voort te planten en het aantal wolven blijft de laatste jaren ongeveer hetzelfde. Hoewel er nog wel het een en ander verbeterd kan worden, met name in de relatie tussen ICNF en de veehouders, zou je kunnen spreken van een geslaagd project.

geitenkudde van Covas de Monte

Heel anders is het gesteld met de wolven ten zuiden van de Douro. Die leven in een te klein gebied, volledig afgesloten door de rivier en twee grote snelwegen. Er is geen natuurlijke prooi. Het uitzetten van reeën is tot nu toe geen succes gebleken, dus eten ze vee. De geiten en schapen van kleine, meest arme, veehouders. Het meest te leiden van de aanvallen van wolven hebben de bewoners van Covas de Monte (São Pedro do Sul) in de `Serra de Macário´, die traditiegetrouw dagelijks hun geiten met de gemeenschappelijke kudde meesturen om in de bergen te grazen. Deze kudden worden afwisselend door een of twee van de geitenhouders gehoed. Sommige eigenaren hebben nog geen tien geiten, anderen meer dan honderd, die ´s avonds allemaal precies weten waar de ingang van hun stal is. Toeristen vinden het leuk om naar te kijken en voor hen is de oude school omgebouwd tot café. Helaas komen er door aanvallen van wolven elke dag te weinig terug. Dat geeft onrust in het dorp. Men beschuldigt elkaar ervan alleen op de eigen geiten te passen. Gingen er in 2012 dagelijks 2500 geiten omhoog, afgelopen jaar waren het er nog geen 1000. Voor de geiten die in de bergen verdwijnen wordt geen schadevergoeding betaald, omdat geen kadaver getoond kan worden, de dieren die gewond terugkeren en moeten worden afgemaakt en de geiten die in het dorp zelf worden aangevallen - de wolven komen steeds dichter bij de huizen - kunnen pas na maanden vervangen worden. Voor de meeste bewoners is het houden van geiten een noodzakelijke aanvulling op hun minimumpensioen van 200 € per maand, hoewel er ook een paar jongere geitenhouders zijn. Nu zijn de regels voor het uitbetalen van de schade ook nog eens aangescherpt: Per 50 geiten moet er een  getrainde hond met de kudde mee. "Waarvan in moeten we in godsnaam 200 honden te eten geven?", zegt een bewoonster.

iedereen weet zijn `huis´ te vinden

In Covas de Monte en Sâo Pedro do Sul komen de wolven steeds dichter bij de huizen. Ze vallen ook honden aan en eten ze zelfs op. De inwoners vrezen voor hun kinderen. Wolven vallen - zo blijkt uit de geschiedenis - niet snel mensen aan, maar de wolven ten zuiden van de Douro zijn geen echte wolven meer. "Hond redt Iberische wolf" kopte vorig jaar een krant enthousiast. Doordat de zuidelijke wolven zich kruisen met honden is er genetische vernieuwing en vindt geen inteelt plaats. Er is al een wolf aangetroffen met 30% genetische kenmerken van een hond.
Maar wolfshonden zijn onvoorspelbaar en veel gevaarlijker dan `echte´ wolven en vallen wel regelmatig mensen aan, zoals uit Amerikaanse statistieken blijkt (gek dat niemand die link heeft gelegd). Bovendien kun je je afvragen wat je dan aan het behouden bent. De Iberische wolf?

De bevolking van de dorpen in de bergen ten zuiden van de bergen is het zat. Men heeft al in 2012 om interventie van de overheid verzocht. Die heeft tot nu toe niet meer gedaan dan introductie van natuurlijke prooi (ree) te beloven en daar is niet veel van terecht gekomen. Tijdens een interview dreigt een oude wolvenjager zijn jachtgeweer uit het vet te halen en er is al een dode wolf in een strik gevonden. De betrokken biologen bagatelliseren het probleem en manen tot `verstandig´ gedrag, maar die verdienen een dikke boterham aan het wolvenproject. Eurosubsidies!



woensdag 2 maart 2016

Deze week geen bericht

De computer is vanwege hallucinaties en hevige aanvallen van psychose opgenomen in een speciaal daarvoor ingerichte kliniek. Elektroshock of lobotomie (Uitgevonden door de Portugese neuroloog Antonio Egas Moniz, die daar in 1950 een Nobel voor kreeg, las ik deze week)? Aan het eind van de week zullen we het weten. Mijn handen staan er niet naar om een volwassen  verhaal op een tablet te pinknagelen, dus

Tot volgende week
de Portugeest

woensdag 24 februari 2016

Portugal maakt het 7. Onder de bieten het graniet

Als je bij mij op visite wilt komen, kun je je onderweg wel scheren - of op je gemak je make-up bijwerken - want je komt vast en zeker achter een vrachtwagen `te hangen´, die je op de bochtige weg met geen mogelijkheid kunt passeren. Een vrachtwagen met één steen in de laadbak, maar dan wel een van een ton of veertig, die bergop niet vooruit te branden is en bergaf vol op de rem staat om ongelukken te voorkomen. De steenklomp ligt los op de vrachtwagen, door zijn eigen gewicht in bedwang gehouden, want als hij `gaat´, houdt zelfs een staalkabel hem niet tegen. Het gekke is, dat die steen de ene keer naar de kust gaat en een andere juist naar Marco de Canaveses (waar de steengroeven zijn) wordt getransporteerd. Voor mij een raadsel.



Telkens als ik - in de tijd dat we ons huis bouwden - met de aannemer over hout begon, traptreden, vensterbanken, noem  maar op, zette hij een bedenkelijk gezicht: "Dat wordt dan wel een stuk duurder." Maar als ik in plaats daarvan steen - graniet - voorstelde, klaarde zijn gezicht op: "Ik heb nog wel een stukkie liggen en anders gaat mijn zoon wel even langs de `pedreira´ (steengroeve). Zet ik van het weekend de zaagmachine aan, dan is het maandag klaar."

Ook bij de keuken, die we later lieten maken, was het hout de grootste kostenpost. Een mooi gepolijst granieten aanrechtblad was in mijn (Nederlandse) ogen spotgoedkoop, zolang we het bij een plaatselijke granietsoort hielden. Het is het transport dat het gewichtige natuursteen zo duur maakt in Nederland, maar zelfs al aan de kust van Portugal, waar de aannemer je twee keer het aanrechtblad laat betalen, om zich tegen een eventuele breuk in te dekken.

`museu de pedra´, steen museum

Het graniet ligt hier onder onze voeten. Als je op de grond stampt, dreunt het door. Alleen is de steen onder ons land amorf, verweerd en alleen bruikbaar voor muren en paden. Soms al zo verweerd dat het uiteenvalt in `saibro´, granietzand. 
De meeste `pedreiras´, steengroeven, van Marco de Canaveses liggen een stuk westelijker, in de deelgemeente Alpendurada, waar ook het granietmuseum is. Grijze graniet, of blauwe, zoals ze het hier noemen, wordt hier het meest gewonnen: blokken en plakken voor de bouw, pilaren, barbecues en klinkers `paralelos´ voor de straat en als laatste het eindproduct `cascalho´, steenslag voor paden en om in beton te verwerken. Je ziet het aan de huizen in Alpendurada, grijze huizen. Een beetje saai en somber, maar wel groot, want graniet is goede handel.

Vroeger was de steengroevensector een beetje `wildwest´. Er werden - illegaal - grote gaten geslagen in het landschap, ook in natuurgebieden en er werd naar hartenlust geknoeid met dynamiet en andere springstoffen. Met de nodige ongelukken natuurlijk. Nog niet zo lang geleden las ik een artikel over de strafzaak tegen de eigenaar van een aantal `pedreiras´,steengroeven, hier dichtbij waaruit geen steen naar boven kwam, maar die als dekmantel dienden om in gesmokkelde springstoffen te handelen.


Door strengere naleving van milieu- en springstoffenwetgeving, controle van exploratievergunningen en arbeidsveiligheidswetten is er veel veranderd. 
Steenwinning- en verwerkingsbedrijven hebben zich georganiseerd in een branchevereniging (ANIET) en zijn een serieuze exportsector geworden (350 miljoen Euro in 2012).    
De laatste jaren hebben naast de Europese landen ook China en een aantal Arabische landen een groeiende belangstelling voor Portugese graniet en vooral de marmer uit de Alentejo.

voor de straat

Net als in de schoeisel (Portugal maakt het 1.) mikt de natuursteensector nu op kwaliteit in plaats van kwantiteit: Het aantal geëxporteerde tonnelades daalt, terwijl de omzet jaarlijks met - vanaf 2012 - zo'n 9% stijgt.
Mede door de crisis zijn er tussen 2008 en 2012 311 steengroeven en 996 steenverwerkingsbedrijven gesloten. Het aantal werknemers nam tussen 2004 en 2012 met
38% (4950 arbeidsplaatsen) af, ook, voor een deel, door vergrijzing.
Een recente studie wijst op het gevaar dat er in de toekomst te weinig werknemers zullen zijn om de steen uit de groeven te halen. Het werk is niet erg populair. Het is zwaar en gevaarlijk (een helm helpt niet tegen een vallende steen van een ton) en het jarenlang inademen van kwartsstof (graniet) kan leiden tot silicose, weet je nog, die longziekte waar veel Limburgse mijnwerkers aan leden. 
Een betere beloning en vooral een betere bescherming, lijkt me.




  


woensdag 17 februari 2016

Bijzonder Portugees 24. Feestvarken Toninho

`Hoe zou het met hem zijn´, vroeg ik me af, `zou hij nog leven?´ In november van het vorig jaar stond `Toninho´ (Toni-njoe, oftewel Tonnie in het Nederlands) zowat op gelijke voet met Ronaldo: Een nationale held, een televisiepersoonlijkheid. Verslaggevers en cameraploegen trokken naar zijn woonplaats, Vilarandelo (Trás-os-Montes), om zijn maaltijden en wandelingetjes om de eetlust op te wekken vast te leggen voor het nageslacht en iedereen die hem kende een interview af  te nemen. Maar het vlees is zwak en het spek is lekker... Ik had me geen zorgen hoeven maken, want twee weken geleden werd Toninho met algemene stemmen verkozen tot de `Rei´, koning van het Carnaval van het dorp.


In d kapel van Santo António

In het najaar van 2015 had het organiserend comité van `de feesten van Santo António´, de beschermheilige van Vilarandelo, besloten om een oude plaatselijke traditie van stal te halen, `O reco (het varken) de Santo António´. Men kocht een flinke big die door de inwoners van het dorp moest worden vetgemest. Er werden 1000 `rifas´, loten, verkocht en in de week voor kerstmis zou de winnaar van de loterij de prijs krijgen, het varken voor de `rokerij´: Chouriço, salpicão en presunto (gerookte ham) en natuurlijk de oren voor het carnavalsmaal.
De opbrengst van de lootjes was bestemd voor de reparatie van het dak van de kapel van Santo António.

Op stal

Het varkentje, dat al snel de naam `Toninho´ kreeg, had het uitstekend naar zijn zin in het dorp. Overdag mocht het vrij rondlopen en bij iedereen de restjes van het eten opscharrelen. de kinderen gaven hem snoepjes en hij dronk zelfs koffie. Toninho had een vaste verzorgster die hem schoonhield en ´s avonds onder dak hielp. Het werd een prachtig zwart varken met een hoge aaibaarheidsfactor en de dorpsbewoners vonden hem zo aardig en slim, dat niemand veel zin had om het dier de hals af te snijden.

De oude traditie was al veertig jaar niet meer nageleefd, en hoewel nog veel mensen in het binnenland een varken houden en zelf slachten, verandert ook in de Portugese samenleving langzaam maar zeker de omgangscultuur met dieren. In het Portugese parlement heeft de PAN, een partij die zich onder andere inzet voor het welzijn van dieren, een zetel en twee jaar geleden is een nieuwe wet tegen dierenmishandeling in werking getreden.
Intussen waren wel alle lootjes verkocht.


Hoe de pers er lucht van kreeg, vertelt het verhaal niet, maar plotseling liepen cameraploegen elkaar voor de voeten en werden zowel Toninho als de kleine deelgemeente van Valpaços beroemd. Op het televisiejournaal van alle zenders waren de verrichtingen van het varken en zijn vrienden tot in de kleinste details te volgen en ook degenen die toch stiekem hun messen hadden geslepen, moesten nu wel een vroom gezicht opzetten.

Een apotheker, die in Vilarandelo werkt, won de prijs. Ze was, als ze zou winnen, nooit van plan geweest om Toninho tot `chouriços´ te verwerken. "Het is mijn gewoonte om bij dit soort initiatieven (een lot) te kopen", zei ze tegen een verslaggever, "Om te helpen. Ik besloot hem aan het Carnaval te geven. Zo blijft hij hier, waar hij thuis hoort, dichtbij de mensen die hem hebben grootgebracht. Het was Toninho die Vilarandelo op de kaart heeft gezet, nietwaar?"

                                       https://www.youtube.com/watch?v=aQ7cmDrzXFM
                                                                           Rei do Carnaval

Dit jaar werd het carnaval, in plaats van door de gebruikelijke koning en koningin, slechts door één koning, Toninho, bestuurd. Hij werd ondergebracht binnen de omheining van de leegstaande school en kreeg dagenlang de lekkerste hapjes toegestopt. En hij mocht op de praalwagen natuurlijk.
Na het feest pakte Toninho zijn oude routine weer op: Koffie drinken bij de buren en zijn kostje bij elkaar schooien in het dorp.
Maar wat moet er nu in de komende kerstloterij verloot worden? Mijn suggestie; Een haan, een heel grote, van aardewerk, uit Barcelos.

   


woensdag 10 februari 2016

Van funk tot fado 15. Ana Moura, zondagskind (2)

Terwijl fadocritici - bang voor hun reputatie - nog twijfelden, of ronduit afwijzend reageerden, schalde op de vooravond van het feest van Santo António overal in de wijk Alfama (Lissabon) het aanstekelijke lied `Desfado´ (Ontfado) uit de luidsprekers. Als het om fado gaat, heeft het volk gelijk. In het lied wordt de draak gestoken met de saudade (onvertaalbare mengeling van melancholie, heimwee en ander verdriet), die zo nauw met de fado verbonden is: `Ik voel me triest, omdat ik zo blij ben. Wat een narigheid, ik zou me eigenlijk triest moeten voelen, want zo wordt het niets met deze fado´.

                                         https://www.youtube.com/watch?v=V42ix2CtZ8Y
                                                                        `Desfado´ clip

De cd `Desfado´ (2012) was een keerpunt in de carrière van Ana Moura: Een nieuwe generatie musici (Ângelo Freire, Pedro Soares), andere, verrassende, componisten en tekstdichters, zoals Miguel Araújo (Os Azeitonas) en Pedro Abrunhoso. Op hem attent gemaakt door cd's van Madeleine Peyroux, vroeg ze met angst en beven bassist en producer Larry Klein (Joni Mitchel, Tracy Chapman) om de plaat te produceren en tot haar verbazing kende hij haar werk en zei nog ja ook (Heb je dat zondagskind weer). Hij liet haar zien hoe je wat nieuws kan toevoegen aan de fado, zonder de essentiële kenmerken van die muziek, de Portugese gitaar en de begeleidend klassieke gitaar, te verloochenen.

Hij stelde haar ook voor om `Case of you´ van Joni Mitchel op te nemen, een hele eer. en ik moet zeggen dat het mooi met het fadorepertiore harmonieert. In tegenstelling tot de andere twee Engelstalige liedjes op de cd, waarvan ik denk: `Waarom zou je de concurrentie met al die Adéle´s, Amy´s en P.J´s aangaan en `kiss of fire´ zingen, als je `beijo (bei-joe) de fogo´ tot je beschikking hebt, of  `my love´, terwijl `meu (mê-oe) amor´ uit jouw mond toch veel intiemer klinkt?´

Op het album staan naast klassieke fado´s, een aantal heel sterke liedjes, zoals `Fado Alado´(zie kader rechts) en `Amor afoito´ (onverschrokken liefde): `Ik geef je mijn liefde, zonder voorbehoud. Toon me maar dat je het waard bent. Lief, we mogen niet bevreesd zijn voor dit vuur.´ Op deze video kun je zien wat Ana Moura en haar band live waard zijn!

                                        https://www.youtube.com/watch?v=nZCeDlY1UTo
                                                                       `Amor Afoito´

En dan nu eindelijk waar het allemaal om te doen was: De nieuwe cd, `Moura´. Ik ben weer eens aardig afgedwaald.
De cd werd opgenomen in studio's waar `de grote jongens´ (Stones, Aerosmith, Springsteen) en meisjes natuurlijk, hun cd's opnemen in Hollywood en Los Angeles, ook deze keer geproduceerd door Larry Klein. Naast de begeleiding van haar vaste Portugese muzikanten, zijn er bijdragen te horen van o.a. Dan Lutz (bas) Dean Porks (gitaren en mandoline en op drums), Vinnie Calaiuta (Zappa, Sting). Mick Jagger kwam tijdens de opnamen in Los Angeles nog even kijken of het allemaal wel goed ging.
Het album opent met het op een klassieke fadomelodie (Fado do cravo) van Alfredo Marceneiro gezette gedicht `Moura encantada´, (Betoverde ninf) van Manuela de Freitas. Het is gebaseerd op een oude legende, met vele varianten, over betoverde, Moorse prinsessen, geesten die van gedaante veranderen, die je bij fonteinen en oude gebouwen kunt tegenkomen. Volgens de zangeres is het haar op het lijf geschreven:
                                       
                                     A minha voz, de repente      Plotseling is mijn stem
                                     È a voz de toda a gente         De stem van alle mensen
                                     De tudo o que a vida tem     Van alles wat het leven heeft
                              Quando a noit chega ao fim       Aan het einde van de nacht
                            Vou à procura de mim         Ga ik op zoek naar mezelf
                            E não encontre ninguém     En ik vind niemand

                                         https://www.youtube.com/watch?v=n7IMoTk2cFg
                                                                     `Moura Encantada´

Hoor je die onheilspellende elektrische gitaar (en andere elektronica) op de achtergrond? Dat is het werk van Larry Klein.

`Ik verander ook steeds, houd er niet van om altijd het zelfde te doen. Ik voel me nu zeker genoeg van mezelf om te veranderen.´
Eigenlijk is ze helemaal niet zo extrovert als ze lijkt, vertelt ze in een interview: "Een paar jaar geleden werd me gezegd (door managers en andere kwaadwillenden) dat ik niet verlegen mocht zijn. Dat ik dingen moest zeggen tijdens concerten, met de mensen moest praten, dat ik een podiumbeest moest zijn .....Ik begreep het niet. Daarna zag ik Nina Simone, en zag een verlegen vrouw, een introverte zangeres. Mijn verlegenheid maakt deel uit van mijn persoonlijkheid en mijn muziek" En verderop in het interview: "Als ik begin te zingen, gaat er een knop om, en toch ben ik mezelf"
De tekst van `Moura Encantada´ vormde ook de inspiratie voor de cd-hoes, geschilderd naar een foto van de Ana Moura door de Spaanse schilder Ignasi. De (nacht)vlinder symboliseert de transformatie.

Natuurlijk is er ook een single: `Dia de Folga´ (vrije dag, rustdag), een zogenaamde `fado corrido´, een `hollende´ fado. Misschien vind je het een commercieel niemendalletje (de `claps´ zitten er al in), maar toen ik het de zangeres voor het eerst op de tv zag zingen, sprong ik van vreugde bijna uit mijn textiel:

                                          https://www.youtube.com/watch?v=v2PL-tqD6pk
                                                                     volumeknop open!

Over `Tens os Olhos de Deus´ (Je hebt alziende ogen; lett. je hebt de ogen van god), geschreven door Pedro Abrunhoso wordt niet veel gezegd in de kritieken. Misschien is de haast barokke tekst een tikkeltje gewaagd voor Portugese begrippen: `Embarque em mim´ (Scheep je in bij/in mij), Que a vida é curta´ (Want het leven is kort) gaat het refrein. Er wordt geëxperimenteerd met een effectpedaal in de solo van de Portugese gitaar en een fluitende Hammond bevestigt het allemaal nog eens. Ik vind het prachtig: https://www.youtube.com/watch?v=YOJIMVzNIvg

Een ander hoogtepunt is het duet met de Cubaanse zangeres Omara Portuondo (Buena Vista Social Club) `Eu entrego´: Ik geef me (aan jou) - maar wat ik van jou heb geef ik nooit meer weg - dat de zangeres als als `bonustrack´ nog een keer alleen zingt.

                                         https://www.youtube.com/watch?v=uqS6dIZbRbk

Er nog veel meer mooie liedjes op de plaat, zoals `Eu não quero nem saber´ (Ik wil het niet eens weten): https://www.youtube.com/watch?v=9ley0QopkYA of  `Ai Eu´ (Ach (arme) ik): https://www.youtube.com/watch?v=09L5G7uOVFQ . Het enige Engelstalige nummer `Lilac wine´, van James Shelton, eerder gezongen door o.a. Elkie Brooks en Nina Simone, heeft ze dit keer bewaard voor de `bonustracks´. Wijs besluit.

`Moura´ was binnen een paar dagen een gouden plaat. De zangeres was nog niet klaar met haar tour - van drie jaar - gebaseerd op haar vorige cd, of de volgende begon alweer. In interviews zeg ze dat ze wel een beetje wil minderen. Ze is bijna nooit thuis. Ze zou - 36 - wel graag kinderen willen in de toekomst, maar dat is moeilijk te combineren met deze `Estranha Forma de Vida´ (vreemde manier van leven), zoals Amália Rodrigues zong. En de liefde? "Het valt niet mee om iemand te vinden die zeker genoeg van zichzelf is om in de schaduw te staan".
Maar voor het moment geniet ze van wat dit leven haar biedt, vol plannen voor optredens, opnamen, duetten. Een zondagskind, toch?