woensdag 11 mei 2016

Stad en land 9. De langste tunnel van Portugal

Na bijna zeven jaar werd afgelopen zaterdag dan eindelijk de `Túnel do Marão´ geopend. Drie minister-presidenten moesten eraan te pas komen voordat het zover was: Socrates, die het project van start liet gaan, Passos Coelho die het jarenlang liet versloffen, maar daarna toch weer op de rails zette en de huidige premier, António Costa, die het officieel mocht openen. De tunnel is met 5665 meter, de langste autotunnel van het Iberisch Schiereiland en vormt samen met dertig kilometer nieuwe snelweg een veilig alternatief voor het 200 meter hoger gelegen traject van de IP4 tussen Amarante en Vila Real, dat met zijn haarspeldbochten, vooral in de winter met sneeuw en ijs, gevaarlijk en soms zelfs onbegaanbaar is. Trás-os-Montes, `het land achter de bergen´ heeft nu eindelijk een directe snelweg verbinding (A4) met Porto en de havens van Lexões en Aveiro, van levensbelang voor de plaatselijke bedrijven, maar ook heel belangrijk voor de export naar Spanje.

 

klaar voor gebruik

De meer dan vijfenhalve kilometer lange `Túnel do Marão bestaat uit twee aparte tunnelbuizen, elk voor één verkeersrichting, zodat in geval van een ernstig ongeluk of  brand, de andere tunnelbuis als nooduitgang gebruikt kan worden (er zijn 13 nooddoorgangen). Aan de beveiliging van de tunnel is 17 miljoen Euro uitgegeven: ventilatiesystemen, rook- en branddetectors en communicatiemiddelen: Elke tunnelbuis is uitgerust met 82 SOS-posten, 110 beveiligingscamera´s en om de 25 meter een megafoon. In de ingang en de uitgang is een regelbaar verlichtingssysteem aangebracht dat de weggebruiker gelegenheid geeft om te wennen aan het verschil in lichtintensiteit in en buiten de tunnel. Er is zelfs voor radio-ontvangst in de tunnel gezorgd. Een systeem dat uitgeschakeld wordt als er iets moet worden omgeroepen. Voordat de tunnel werd geopend zijn een maand lang alle beveiligingssystemen getest en zijn rampenprotocollen en evacuatieplannen met brandweer en `proteção civil´ (BB) doorgenomen.
Het nieuwe traject tussen Amarante en Vila Real gaat de bestuurder van een personenauto 1,95 € kosten en de zwaarste categorie betaalt 4,90 €. Infrastructures Portugal (IP) verwacht dat er per dag zo'n 13000 voertuigen van de tunnel gebruik gaan maken, waarvan 10% vrachtwagens.

António Costa houdt zijn openingsrede

In zijn openingsspeech verklaarde premier António Costa dat "Sinds de brug over de Taag geen enkele infrastructuur meer zo belangrijk is geweest voor het overwinnen van een natuurlijke barrière. Vijftig jaar geleden de Taag, vandaag (het gebergte) de Marão en het overwinnen van deze barrière heeft een diepe betekenis." Volgens Costa opent het een cyclus van nieuw kansen voor ontwikkeling van Portugal, haar toegang tot de wereldeconomie en de opheffing van tientallen jaar achterstand van de regio Trás-os-Montes.
Hij complimenteerde `ingenieur´ Sócrates en iedereen die eraan bijgedragen had om het werk te realiseren, maar hij zorgde er wel voor om niet samen op foto of film vastgelegd te worden met de ex-premier, die een juridisch onderzoek tegen zich heeft lopen wegens vermeende corruptie en witwaspraktijken.
Na de onthulling van de plaquette ter gelegenheid van de opening werd de tunnel officieel in gebruik genomen door 160 fietsers, en een groep rennende atleten gevolgd door een colonne `oldtimers (auto´s) en scooters. Om middernacht werd de tunnel voor het verkeer opengesteld.

de eerste tunnelgebruikers

De bouw van de tunnel en de kunstwerken (viaducten) was een drama in drie bedrijven, dat, hoewel er weinig technische tegenslagen waren, wel een beetje te vergelijken is met de constructie van de noord-zuidlijn van de metro in Amsterdam. Alleen pakte de `Túnel do Marão´ niet twee keer zo duur uit als begroot, maar kostte hij - door de felle concurrentie bij de tweede aanbesteding - zelfs 80 miljoen Euro minder, dan de in 2009 begrote 350 miljoen.

In 2008 sloot de regering Sócrates een concessie-overeenkomst met het consortium `Auto-estradas do Marão´, dat het werk aanbesteedde en de aannemers contracteerde, die in juni 2009 met het boren van de tunnelschachten begonnen. Maar in september van dat jaar moest het werk al worden stopgezet. Het waterwinningsbedrijf  `Águas do Marão´ (inmiddels verdwenen) zag een kans om uit de financiële moeilijkheden te komen door een kort geding tegen het consortium aan te spannen, omdat het boren van de tunnel de kwaliteit van haar water zou aantasten (met als achterliggend idee een fikse schadevergoeding natuurlijk). In maart 2010 werd de schorsende werking van die procedure opgeheven, maar een tweede kort geding zorgde ervoor dat het werk pas in in juni 2010 konden worden hervat.

werkzaamheden gestaakt


onafgemaakte viaducten

In juni 2011, toen al ongeveer 70% van de werkzaamheden klaar waren - op het hoogtepunt van de bouw werkten er 1400 mensen aan de tunnel, de weg en de enorme viaducten - zette  het consortium `Auto-estradas do Marão het werk opnieuw stop wegens `gebrek aan geld´. De aannemers, die ineens zonder werk zaten en die veel hadden geïnvesteerd in machines, materiaal en personeel, eisten een schadevergoeding van 100 miljoen Euro van de staat, maar die achtte zich geen partij in het conflict.

Aannemers, personeel en machines trokken huiswaarts en de tunnelschachten werden overgelaten aan de vleermuizen. De uitsteeksels van onafgemaakte viaducten hingen, duidelijk zichtbaar vanaf de hoger gelegen IP4, luguber, als na een bombardement boven de dalen van het Marão gebergte.
Er werden door de regering (Passos Coelho inmiddels) wat halfslachtig beloften over eurogelden gedaan, maar ondanks protesten van oppositie, aannemers en vertegenwoordigers van de betrokken regio, verbleef het project jarenlang in `aguas de bacalhau´ (letterlijk: troebel water waarin stokvis te weken ligt). In juni 2013 annuleert de regering het contract met `Auto-estradas do Marão´ wegens het niet nakomen van de overeengekomen werkzaamheden.


het einde van de tunnel

Pas in januari 2014, als geen mens meer weet hoe het nou eigenlijk zit met die tunnel, kondigt Passos Coelho aan dat de werkzaamheden op korte termijn zullen worden hervat. Het project wordt opgedeeld in drie onderdelen: De constructie van de tunnel zelf en het oostelijke en westelijke toegangstraject, waarvoor drie aparte inschrijfrondes worden gehouden. Nadat het werk 46 maanden heeft stilgelegen slaat men op 18 november van dat jaar weer aan het boren en op 8 oktober 2015 zien de bouwvakkers het licht aan het einde van de tunnel. Er moet dan nog heel wat werk - de bekleding van de tunnelwanden, weg en veiligheidsinstallaties - worden verzet, maar dat blijkt allemaal verrassend snel - binnen een jaar - te kunnen.        

donderdag 5 mei 2016

De geest uit de fles 3. Dag van de Arbeid

Nou, dat was een heel andere 1 meiviering dan in de afgelopen vier jaar. Geen grimmige gezichten en toespraken, radicale leuzen en spandoeken gericht tegen de regering en haar beleid, maar een bijna vrolijke optocht van - vooral - vakbondsleden in de grote steden. Er werden zelfs zoentjes uitgewisseld tussen Arménio Carlos, de leider van de meest linkse vakbondsfederatie CGTP en Ana Catarina Mendes, adjunct secretaris-generaal van de PS (Socialistische Partij) en Catarina Martins, woordvoerster van het linkse blok (BE), dat het regeringsbeleid steunt. De vakbondscentrale heeft - na nog wat spierballentaal op haar congres in februari - te kennen gegeven om mét in plaats van tegen de nieuwe regering te strijden voor betere arbeidsrechten en -omstandigheden voor hun leden.

 

 

Met gepast argwaan natuurlijk en ook niet zonder kritiek: De maatregelen van de huidige regering om salarissen en arbeidsduur te `herstellen´ gaan de CGTP, Confederação Geral dos Trabalhadores, die sterk beïnvloed wordt door de communistische partij (PCP) en de wat gematigder UGT, União Geral de Trabalhadores die haar leden onder socialisten en sociaaldemocraten werft, nog lang niet ver genoeg. Arbeids- en ontslagwetgeving die door de vorige regering is ingevoerd (en waar in Parijs nog om wordt gevochten) moet worden teruggedraaid, het minimumloon moet omhoog en men staat erop dat alle overheidspersoneel in juli van dit jaar hun 35-urige werkweek weer terugkrijgen. Over dat laatste is in en buiten Portugal nogal wat polemiek: Waarom zouden werknemers in de particuliere sector veertig uur per week moeten werken en die van de publieke maar vijfendertig? Maar zeg nou zelf: Als je een arbeidscontract voor 35 uur tekent en je plotseling, en opgedist als tijdelijke maatregel, 5 uur meer moet werken voor het zelfde salaris (dat bovendien nog eens flink gekort wordt) vind je dat je na vier jaar wel eens genoeg hebt ingeleverd.


Of alle ambtenaren in juli hun 35-urige werkweek al terughebben is nog niet duidelijk, maar voor het einde van 2016 zal de regering haar belofte aan het linkse blok en de communisten toch echt moeten nakomen.
De verhoging van het minimumloon van 505 € (2015) tot 600 € in 2019 (vergelijk met Nederland 1524,60 € in 2016) stuit op veel weerstand in Brussel. Het zou de Portugese werknemers minder concurrerend maken en de hoge werkeloosheid van 12,1 % op dit moment (vergelijk Nederland: 8,6%) alleen maar verhogen.
In Portugal leven gezinnen die van een minimumsalaris moeten rondkomen op of onder de armoedegrens. Als je Portugallig 12 (Quanta custa?) leest, snap je waarom.
Overigens heeft Nederland net het minimumjeugdloon verhoogd, terwijl het een erg hoge jeugdwerkeloosheid heeft. Officieel 11%, maar omdat driekwart van de jongeren een `kruimelbaan´ heeft, zou je dat volgens hoogleraar Arbeidsmarkt en Ongelijkheid, Wiemer Salverda, moeten omrekenen naar zo´n 37%. Een van de hoogste percentages van Europa.
 
Costa zegt `Nee´ tegen Brussel

Op een bijeenkomst ter gelegenheid van het 43-jarige bestaan van de `Partida Socialista´ (PVDA) in april, reageerde premier António Costa ferm op de Europese kritiek: "De strijd voor gelijkheid is een permanente strijd, die we al aanbonden voor 25 april 1974 (Anjerrevolutie) en die we moeten blijven omarmen. Wanneer stemmen hier of in Europa zeggen dat wij in Portugal niet vooruitgaan als we het nationale minimumloon verhogen, omdat we veroordeeld zijn om in een land van lage lonen en armoede te leven, moeten we zeggen dat wij dat niet accepteren."
In januari verhoogde de regering Costa het minimumloon tot 530 €.

President Marcelo Rebelo de Sousa vierde de eerste mei met de Portugese gemeenschap in Italië (Rome). Hij verklaarde de 1e mei  tot een feestdag van de constitutie en zei daarna iets merkwaardigs: "Ze (Partido Socialist en PSD, de voormalige regeringspartij) zijn het eigenlijk met elkaar eens. Alleen zijn ze zich dat nog niet bewust." Glad ijs, lijkt me, maar in ieder geval verdedigt hij, hoewel hij van rechts signatuur is, tot nu toe naar de buitenwereld het regeringsbeleid, in tegenstelling tot de vorige president die met zijn uitlatingen Portugal als natie volstrekt ongeloofwaardig maakte.

de president met de Portugese gemeenschap in Rome

De enige die blijft mokken is ex-premier Pedro Passos Coelho. Ter gelegenheid van de 30e verjaardag van de `TSD´, de bond van sociaal-democratische werknemers, hield hij een chagrijnig betoog, waarin hij beweerde dat `deze regering Portugal naar de ondergang helpt´ en dat het bewind in vier maanden al 20.000 banen heeft vernietigd. Waar hij die cijfers vandaan haalt blijft een raadsel. In Marcelo heeft Passos Coelho niet de president gevonden die het land snel naar nieuwe verkiezingen zou leiden (tegenwerking van de regering, afstemmen van de begroting) en hem weer in het zadel zou helpen als eerste minister.
Misschien was het niet zo'n goed idee om hem opnieuw als partijleider te kiezen. Met gal trek je geen kiezers.      



    

donderdag 28 april 2016

Van de boerderette 31. Weg met de vrije natuur!

Het is weer haastwerk om het bos op tijd op orde te krijgen. Het weer wil niet erg meewerken en na 15 mei mag er geen bosafval meer worden verbrand. Hoewel ik veel composteer, moet ik toch nog van bergen struiken brem, gaspeldoorn, en vooral takken af. Moet me nu net een artikel van Lynn Berger in de Correspondent onder ogen komen, waarin een Duitse bomenfluisteraar, de heer Wohlleben, het snoeien van takken een bloedbad noemt en bomen meer rechten moeten krijgen, ja zelfs naar de rechter mogen stappen. "Zeker te lang in `in de ban van de ring´ blijven hangen", was mijn eerste gedachte, maar nee hoor, de man wordt serieus genomen en mag zelfs een gemeentelijk bos laten `wildgroeien´. Tijdens rondleidingen door dat bos, maakt hij groepen mensen wijs dat bomen met liefde hun baby's en ouden van dagen verzorgen en dat er zelfs bossen bestaan die gelukkig zijn (dus er zijn ook droevige bossen). Hij heeft daar ook boeken over geschreven. Zestien - hoe is het mogelijk - inmiddels, en hij schijnt nog lang niet uitgeschreven te zijn. Nu zou je zeggen: `Waar maak je je druk om, lekker laten plenterbossen´, maar voor je het weet - dat gaat rap met de sociale media - heb je een bomenpartij of een `Loofbossen Lente´ in plaats van een `Arabische´ en moet je met je takken van de takken afblijven op straffe van een boete wegens bomenmishandeling.

 

open plek na de brand
 

De eerste en enige keer dat ik het hart van mijn bos zijn gang liet gaan - brem, doornstruiken en verschillende soorten heide stonden manshoog tussen de bomen - zetten overvliegende vonken van een passerende bosbrand de hele boel in de fik.  (Verslag van die gebeurtenis kun je lezen in Van de boerderette 9 - 11).
Het werd een prachtige open plek en ik had aangebrand brandhout voor jaren, maar om nu te zeggen dat ik bezig was met verantwoord bosbeheer...
Ik ben het helemaal eens met de heer Wohlleben dat je in een bos geen insecticiden moet gebruiken (was zelfs nog nooit op het idee gekomen om dat wel te doen) en dat een productiebos van een en dezelfde boomsoort in rechte rijen geplaatst, niet alleen lelijk is, maar ook kwetsbaar voor allerlei plagen en storm, maar je moet me niet proberen wijs te maken dat je een mooi en  gezond bos krijg zonder het schoon te houden en de boel af en toe eens uit te dunnen om een aantal bomen de kans te geven om echt volwassen te worden. Een eik wordt over het algemeen een struik als je de onderste takken niet wegsnoeit, of er dieren (oerossen bijvoorbeeld) aan laat knabbelen.

gesnoeide zomer- en wintereiken

In het jaar voordat ik geboren werd schreef Godfiried Bomans ( o.a. `Erik of het kleine insectenboek´, `De avonturen van Pa Pinkelman´) voor zijn bundel `Facetten, nieuwe buitelingen I´ een verhaal over de Haarlemmer Hout: `(...) Tjonge wat een prachtig bos. Nu zal ik u eens iets verkondigen dat u als ketterij in de oren klinkt. Hier komt het. Ik ben van mening dat het door de mens bedwongen en geregelde landschap schoner is dan de zgn. wilde natuur. Het is een romantische vergissing het tegendeel te menen. Ja, zelfs de romantici beseften dit, zij het onbewust. Hun bosgezichten en ongerept bedoelde berglandschappen zijn niets anders dan zorgvuldig gerangschikte en door mensenhand geregisseerde woestheden, zó dat zij het oog bekoorden. De `pure natuur´die Rousseau als een droom voor ogen zweefde, vond in het zindelijk geharkte `Petit Trianon´ (Hij bedoelt natuurlijk de klassieke Franse tuin achter dit liefdesnestje, P.) van Marie Antoinette haar uitbeelding. Die vergissing is dus weerlegd.´

landschap van John Constable

Ik ben het met hem eens. Eik en den weten echt niet uit zichzelf hoe ze een, naar menselijke maatstaven, tot een aantrekkelijk bos moeten groeien.
Er zijn honderden jaren van noeste (boeren)arbeid voor nodig geweest om die zogenaamde vrije natuurlandschappen te creëren die Constable en de zijnen - of eerder al - Breugel en Paulus Potter zo graag schilderden. Een bende was het voordat de mens er bijl, zaag en schop in zette. Niet om aan te zien, neem dat maar van mij aan.
Overigens zijn volgens een tamelijk recente theorie zelfs de zo genaamde oerwouden in Zuid-Amerika met hun overweldigende biodiversiteit een verwilderde aanplant van lang verdwenen volken.

Aan vrije natuur heb je niets: Als het gras twee kontjes hoog is, kun je er al niet meer in zitten. Elk moment kan een gevaarlijke teek een van jouw billen uitkiezen of een rode mier je achteruitgang inkruipen. Je breekt je nek over braamscheuten die een halve meter per dag groeien, of de taaie veters van de wilde kamperfoelie. Paardenvliegen en andere stekende insecten kunnen ongezien hun gang gaan en distels en doornstruiken hebben lak aan je textiel.  Er zal toch eerst gemaaid of gegraasd moeten worden voordat je veilig kunt picknicken. En wat moet je als mens nu met een bos als er geen wandel- of fietspad doorheen loopt? Leuk voor de dieren natuurlijk, maar die kun je dan alleen op National Geographic zien.

hier moet echt wat aan gedaan worden

Ik ben een groot voorstander van biodiversiteit en ik laat zoveel mogelijk autochtone bomen en planten, die door niets ontziend maaien verdwenen waren, weer in mijn `pinheiro´(dennenbos) terugkeren: Carvalho negral (Pyreneeëneik), medronheiro (aardbeienboom), hulst, wilde peer, Portugese eik en kurkeik, gilbardeira (Ruscus aculeatus en mirte, om maar wat te noemen. Maar daar moet ik wel zo hier en daar `gewone´ bomen en struiken voor opofferen, om ze een kans te geven. En als ik - en dat kan alleen door maaien en snoeien - brand weet te voorkomen, wordt het een fijne plek voor plant, mens en dier.    

donderdag 21 april 2016

Bijzonder Portugees 25. Vluchtelingen in Portugal

Terwijl het grootste deel van de EU landen hard tegensputtert, een andere verdeelsleutel wil ( ook Nederland) of zelfs bot weigert om het toegewezen aantal vluchtelingen op te nemen, wil Portugal er juist 6000 meer dan haar quotum van 4574. In dorpen en steden staan al maanden woningen klaar en vrijwilligers om de mensen op te vangen. Er is overal aan gedacht: huisvesting, voeding, taallessen, werk, opleiding en medische of psychologische hulp, maar ze komen maar niet. Tot nu toe zijn er nog maar 160 vluchtelingen, voornamelijk uit Irak en Sirië in Portugal `binnengedruppeld´. Het probleem wordt deels veroorzaakt door het - voor mij onbegrijpelijke (moedwillige?) - gebrek aan efficiëntie van de Europese `beoordelingsbureaucratie´, maar ook doordat de meeste vluchtelingen zich hebben gefocust op de `rijke´ Europese landen, zoals Duitsland, Groot-Brittannië en de landen van de Benelux, waar zich vaak ook al familieleden of bekenden hebben gevestigd. Voor het overgrote deel van de vluchtelingen is Portugal onbekend en onbemind.

 

Een groep vluchtelingen komt aan in Lissabon

 

Begrijpelijk, maar slechts ten dele terecht. Het is waar dat Portugal een land is van lage lonen (en dat moet zo blijven, nietwaar Jeroen Dijsselbloem?) en uitkeringen en een behoorlijk hoge werkeloosheid, vooral onder de jeugd, maar het land heeft vluchtelingen best wat te bieden: Om te beginnen een persoonlijke benadering. In Portugal ben je geen vluchteling van de grote hoop. Je kunt rekenen op een warm ontvangst door vrijwilligers in dorp of de stad waar je wordt ondergebracht, maar je houdt ook de privacy van een `eigen´ woning voor je gezin (In Nederland duurt het nu een half jaar voordat je als erkend vluchteling het asielzoekerscentrum mag verlaten en een woning krijgt toegewezen) en die vrijwilligers hebben - voor zover ze dat al niet uit zichzelf wisten - op een cursus geleerd dat ze niet zomaar bij je mogen binnenlopen. Die woningen, zijn in alle districten van Portugal door gemeenten en solidariteitsorganisaties, maar ook door veel particulieren ter beschikking gesteld en vaak opgeknapt door vrijwilligers.


Dertig dagen na binnenkomst in Portugal krijg je een `Autorização de Residencia´ , een verblijfsvergunning, voor vijf jaar, die je daarna kunt verlengen. Zolang je geen werk hebt gevonden, heb je recht op financiële bijstand tot een maximum van 419 € en kinderbijslag en je hebt recht op gratis toegang (zonder betaling van de `consulttax´) tot de gezondheidszorg. Zo mogelijk - er zijn nog steeds een miljoen Portugezen die er geen hebben - krijg je een `medico de familia´, een soort van huisarts in het plaatselijke medisch centrum (Centro de Saude) toegewezen. Een groot aantal medici hebben zich aangemeld om vrijwillig speciale bijstand te verlenen bij fysieke of psychische problemen en er is ook hulp beschikbaar van de (600) bij de stichting `Mundo a Sorrir´, Lachende Wereld, aangesloten tandartsen.
De voedselbank heeft al aangegeven voor maaltijden te willen zorgen en een deel van de vrijwilligers van die organisatie is op cursus geweest (georganiseerd door o.a. de imam van de moskee van Lissabon) om ook `halal´ voedsel te kunnen verstrekken.

President Marcelo Rebelo da Sousa in de moskee van Lissabon

De Portugese islamitische gemeenschap wordt geschat op ten hoogste 50.000 leden, waarvan de meeste in Odivelas, Laranjeiro en Palmela wonen (rondom Lissabon). Die groep is zo klein dat ze nauwelijks zichtbaar is. In Portugal wordt hun geloof gerespecteerd en er is - ook na de aanslagen in Parijs en Brussel - niet of nauwelijks sprake van moslim- of vreemdelingenhaat. Extreem rechts krijgt hier geen poot aan de grond. Daar zijn de Portugezen veel te nuchter voor. In Lissabon of Porto bralt of kladdert een met bier gevuld groepje skinheads af en toe wat neo-nazistische leuzen, maar daar blijft het wel zo'n beetje bij. Een van de eerste dingen die Marcelo Rebelo de Sousa als president van Portugal deed, was een oecumenische mis bijwonen in de moskee van Lissabon. Je kunt je als moslim in Portugal veilig voelen. Vrouwen mogen - overal - de `hidjab´ dragen.

Kinderen worden direct na aankomst op een school ingeschreven. Aan volwassenen wordt zoveel mogelijk Portugese `les op maat´ gegeven, op scholen voor beroepsopleidingen of door vrijwilligers (of beiden). Een grote uitgever, Porto Editoria, heeft 1000 geeft gratis methodes `Portugees voor buitenlanders´ weg. Eén van de belangrijkste initiatieven van de regering is het beschikbaar stellen van 2000 plaatsen op universiteiten en hogescholen - met studie- en onderhoudsbeurs - voor jonge vluchtelingen.
Werk is vooral beschikbaar in de agrarische sector, met name in het dun bevolkte binnenland.
Portugal kampt met een bevolkingstekort, ontstaan door emigratie en een chronisch geboortetekort. Vooral in het binnenland is er sprake van leegloop en vergrijzing.

premier António Costa bezoekt `Eleanas´
      
Op 12 april, tijdens een officieel staatsbezoek aan Griekenland, bezocht de Portugese premier António Costa het vluchtelingenkamp `Eleanas´ in Athene, uit het oogpunt van logistiek, huisvesting en gezondheidszorg het beste kamp van dat land.
"De sleutel voor de Duitse grens heb ik niet" zei Costa tegen een jonge vrouw met een kind op haar schoot, "Ik heb alleen de sleutel voor de Portugese grens". De vrouw reageerde niet bepaald enthousiast.
Aan de aanwezige pers legde de premier uit dat hij kon begrijpen dat vluchtelingen die al duizenden kilometers onderweg waren met een droom om zich een toekomst te verschaffen in een land met een referentie van rijkdom en toekomst, het moeilijk vinden om zich te richten op een ander traject: "We kunnen niemand verbieden om naar een ander land te gaan, maar wat we wel kunnen doen is duidelijk maken dat wij beschikbaar zijn en dat we heel graag mensen ontvangen die met ons willen samenleven." 








woensdag 13 april 2016

Portugal maakt het 10. Bier

 Nederlanders drinken bier en Portugezen wijn. Toch? Hoewel Nederlanders niet kunnen tippen aan het grootverbruik van de Tsjechen (150 liter p.p. per jaar) of de Belgen, met ruim 110 liter, staat Nederland met 83 liter (2014, CBS) toch hoog op de biertoplijsten - die overigens bijna allemaal verschillende cijfers hanteren. Maar ook Portugal, staat met 46 liter bier per jaar zeker niet onderaan. En hoewel de Portugezen veel meer wijn (ruim 42 liter per jaar), consumeren dan de Hollanders (`slechts´ 20), heeft Portugal een eeuwenoude biertraditie, met eigen merken, zoals Super Bock, Sagres en Cristal. En niet alleen voor de nationale dorstlessing, maar ook voor grootscheepse export naar o.a. Brazilië en Angola. En je wist vast niet dat het produceren en schenken van bier in Portugal zelfs een tijdje verboden was, omdat het een bedreigende concurrent van de wijn werd. 

 

 
fino


De vroegst bekende bewoners van Portugal, de Lusitaniërs, hielden wel van een biertje, of in ieder geval van iets dat daar op leek. Toen rond 150 voor het begin van de jaartelling hun leider Viriato werd verraden en ze de strijd tegen de Romeinen moesten opgeven, was het over met de bierfeesten: De Romeinen dronken wijn en daarmee basta.
Na ruim een half millennium moesten die, op de hielen gezeten door Germaanse stammen (Visigoten, om precies te zijn) het veld ruimen en kon er weer zo'n 200 jaar gerstenat gebrouwen worden tot in 711 de Islamitische Moren het land binnenvielen (Kalifaat van Córdoba), die de productie en consumptie van alcoholische dranken niet bepaald stimuleerden.
Pas nadat Dom Alfonso Henrique de Moren had verdreven (slag bij Ourique, 1140) en zichzelf had uitgeroepen tot koning van Portugal, werd er weer een cultuur gevestigd waarin bier kon worden gebrouwen en gedronken. De kroon gaf land aan de Europese edelen (arme, jongste zonen) die hielpen in de strijd tegen de Moren, die daar vervolgens gerst en hop op verbouwden.

imperial

Door de eeuwen heen zijn verschillende teksten te vinden die melding maken van bierconsumptie in Portugal en uit rekeningen en bevrachtingspapieren uit de 15e, 16e en 17e eeuw valt op te maken dat er flinke hoeveelheden bier werden geïmporteerd uit Noord-Europa (Dantzig).
Hoewel de wijn altijd een sterke concurrent van bier bleef, werd er in de 17e eeuw in sommige delen van Portugal zoveel bier gedronken (goedkoper en gemakkelijk te produceren) dat dit 1689 leidde tot een klacht van de burgemeester van Lissabon gericht aan de koning: "De grootste ruïne bedreigt deze soort (wijn), die tot de belangrijkste van dit koninkrijk behoort, als zij doorgaan, zoals ze al zijn begonnen, met het produceren en verkopen van bier, dat, hoewel nu nog vreemd, als het gemeengoed wordt, het gebruik van wijn totaal verloren doet gaan en het belang van de wijngaarden, waarvan de vazallen van Uwe Majesteit leven, wegneemt (...)." (Excuses voor het krukkige taalgebruik. Zo schreef men in die tijd).
De koning nam in het zelfde jaar nog een besluit en verbood per decreet de productie en verkoop van bier.
Een uitzondering werd gemaakt voor buitenlanders. Die mochten een - speciaal en alleen voor hen ingevoerd - biertje drinken in een `casa do pasto´, (goedkope) eet- en drinkgelegenheid.


Maar dit verbod hield niet lang stand en in 1710 wordt al weer melding gemaakt van de productie van bier.
Uit de havenregisters van die tijd blijkt een regelmatige invoer van bier uit Duitsland, Engeland en Frankrijk.
Halverwege de 19e eeuw begint met de fabrieksmatige productie van bier. De twee belangrijkste ondernemingen zijn de `Centralcer´, met het merk `Sagres´ en `Unicer´ met `Cristal´ en `Superbock´ De eerste werd in het begin van de 20e eeuw overgenomen door `Scottish & Newcastle (Maes, Grimbergen, Kronenbourg) die op zijn beurt in 2007 werd verzwolgen door... Heineken. `Unicer´ is een bij de beurs geregistreerde onderneming die ook `Carlsberg´ (onder licentie gebrouwen) en Tuborg produceert.

Super Bock Super Rock, jaarlijks popfestival in Lissabon

`Sagres´ en `Supebock´ zijn nog steeds de twee grootste concurrenten die elkaar de loef proberen af te steken met speciale biertjes, bier zonder alcohol, `jong-en-je-wilt-wat´ televisiereclames en popfestivals (Super Bock Super Rock), maar er zijn tegenwoordig ook andere biermerken op de markt, zoals `Tagus´ en `Cintra´.
In Lissabon en op Madeira drink je een tapbiertje uit een `imperial´ en in Porto heet je glas een `fino´. Als bierdrinker wordt je geacht die namen niet door elkaar te halen.
De laatste jaren groeit een trend om ambachtelijk (`artesenal´, `caseira´) en thuis, of in het schuurtje achter de kroeg gebrouwen bier te maken en te drinken. In Lissabon en Porto vind je steeds meer proeflokalen en `alternatieve´ bierlijsten in cafés en restaurants.