donderdag 12 januari 2017

Bijzondere Portugezen 1. Mário Soares

Afgelopen zaterdag overleed Mário Soares, ex-president en, in lange jaren, dito minister en premier van Portugal, levenslang politicus en - vooral - strijder voor vrijheid, emancipatie van het Portugese volk en voor een verenigd Europa. Een patriot. In tegenstelling tot zijn vrouw en kameraad voor het leven, Maria Barroso, die hem anderhalf jaar geleden voorging, geloofde hij niet in de eeuwigheid, de ziel of onsterfelijkheid - hij was atheïst - maar wel in de onsterfelijkheid van ideeën en idealen, de overdracht daarvan van generatie op generatie en het werk aan de verbetering van de mens in de zin van de filosofie van Hannah Arendt: `The human condition´. Door zijn overlijden verliest Portugal een groot staatsman en een van de belangrijkste iconen van de strijd tegen de dictatuur van Salazar en de revolutie van 25 april 1974. Voordat ik me een beetje in het land ging verdiepen was voor mij en veel van mijn generatiegenoten - als het om politiek ging - Portugal Soares (of Soares Portugal).

 

zoals ik me hem zal blijven herinneren

 Mário Alberto Nobre Lopes Saores werd op 7 december 1924 geboren in Lissabon, waar hij - we zullen zijn schooltijd maar overlaten aan de biografen - afstudeerde in historische-filosofische wetenschappen en -later - rechten. Als student belandde hij al een paar keer in de gevangenis wegens zijn lidmaatschap van de verboden communistische partij (PCP), en de medeoprichting van de Movimento de Unidade Democrático (MUD), Beweging voor Democratische Eenheid. Na zijn studie gaf hij les aan het door zijn vader opgerichte `Collegio Moderno´ een soort van lyceum, met als uitgangspunt `gelijke kansen voor iedereen´ en met veel aandacht voor cultuur en kunst. Hij was ook korte tijd directeur van de school, daarin opgevolgd door zijn - toekomstige - vrouw Maria Barroso, met wie hij in 1949 trouwde en daarna door zijn dochter Isabel Soares.

met zijn vrouw Maria Barroso
 
Maar, omdat hij vond dat hij met zijn rechtenstudie meer kon betekenen voor zijn idealen (een democratisch Portugal), koost hij voor de advocatuur en verdedigde o.a. Álvaro Cunhal, de leider van de communistische partij, toen die van politieke misdaden werd beschuldigd en de familie van de grote vrijheidsstrijder generaal Humberto Delgado, tijdens het onderzoek naar diens moord.

Nadat hij zich heeft afgekeerd van het communisme (en de PCP van hem), richt hij in 1955 de `Resistência Republicana Socialista`, Socialistisch Republikeins Verzet, op en trad in 1956 toe tot de Directório Democrato-Social´, een van de belangrijkste democratische bewegingen van die tijd. In 1958 was hij lid van de campagnecommissie van Humberto Delgado die het als presidentskandidaat opnam tegen Salazar, hetgeen hem door het dictatoriale bewind niet in dank werd afgenomen, evenmin als zijn eigen kandidaatschap op de lijsten van de democratische oppositie. In totaal werd hij 12 keer door de `Pide´, de politieke politie van Salazar, gevangen gezet en hij zat in totaal 3 jaar gevangenisstraf uit. In 1968 werd hij - zonder proces - gedeporteerd naar São Tomé, waar zijn vrouw zich bij hem voegde. Toen, na de dood van Salazar, Marcello Ceatano aan de macht kwam, werd hem in 1970 toegestaan om in Frankrijk in ballingschap te gaan.

In Parijs werd Soares door diverse universiteiten uitgenodigd om colleges te geven en ontving hij (Universiteit van Rennes) een eredoctoraat.
In 1973 besloot hij met een groep gelijkgezinden (zijn vrouw stemde tegen) de sociaal-democratische beweging (ACP) om te zetten in een politiek partij: `De Partido Socialista (PS)´ werd geboren en Soares werd tot secretaris-generaal gekozen.

De trein der vrijheid

Drie dagen na Anjerrevolutie keerde Soares en vele lotgenoten, op uitnodiging van de door de strijdkrachten aangestelde president Spínola, met de zogenaamde `Comboio da Liberdade´, Trein der Vrijheid - mooi hè - terug naar Portugal. Op de stations en langs de spoorlijn stonden duizenden juichende mensen om ze te verwelkomen. Toen zijn toekomstige tegenstander Álvaro Cunhal (PCP) twee dagen later in Lissabon arriveerde, was Mário Soares daar om hem te omarmen.

Tijdens de periode van de `PREC, Processo Revolutionário em Curso´ (25 april 1974-april 1976), het `revolutionaire proces´ tussen de Anjerrevolutie en de goedkeuring van de grondwet door het parlement,
was Soares minister van buitenlandse zaken en met name verantwoordelijk voor de dekolonisatie van Angola, Mozambique, São Tomé en Guinee-Bissau. Intussen maakte hij de `Partido Socialista´ klaar voor de eerste vrije verkiezingen van april 1976, daarin (clandestien) gesteund met geld van van haar zusterpartij, de SPD in Duitsland. Misschien herinner je je die reportage van `Andere Tijden´ nog, waarin o.a. naar voren komt dat Harry van den Bergh (PVDA) diverse keren met koffertjes vol bankbiljetten naar Lissabon vloog.
Daarnaar gevraagd door de makers van de reportage, ontkende noch bevestigde Soares dat hij wist dat dat geld van de Amerikaanse CIA afkomstig was (Van den Bergh wist het in ieder geval niet).

het befaamde televisiedebat met Álvaro Cunhal

De `Westerse wereld´ was in die tijd bijzonder bezorgd dat Portugal (NATO-lid) een communistische staat zou worden. De communistische partij (PCP) had ten tijde van de Anjerrevolutie al een goed georganiseerd netwerk en genoot de steun van een groot deel van de - revolutionaire (MFA) - strijdkrachten. Een rechts alternatief bestond er op dat moment niet, zodat - met name - de VS ervoor kozen om de PS van Mário Soares te steunen. De socialisten wonnen (de mislukte staatsgreep van november 1975 en het beroemde debat tussen Soares en Cunhal: "U bent van plan om in Portugal een communistische dictatuur te vestigen", zullen daar zeker toe hebben bijgedragen) op 25 april 1976 de verkiezingen en de communisten hadden het nakijken.

Soares werd premier van de eerst constitutionele regering (I) van Portugal (1976-`78), wat hij nog eens herhaalde in 1978 (II) en tussen 1983-`85). In die periode verkeerde de - jonge en onervaren - staat Portugal diverse malen in geldnood en moest het IMF om hulp gevraagd worden. Maar de dekolonisatie (voorwaarde voor toetreding tot de EEG) was in gang gezet, er moest huisvesting en werk worden geboden aan meer dan een half miljoen `immigranten´ die tussen ´74 en ´75 naar Portugal kwamen, er moest hoognodig geïnvesteerd worden in onderwijs, alfabetisering (Salazar hield het volk bewust dom), een gezondheidszorg worden opgezet en noem maar op...

president van Portugal

Van 1986 tot ´96 Mário Soares president van Portugal (een president voor alle Portugezen, zoals hij zichzelf graag zag). Zijn eerste mandaat won hij nipt. Velen hadden hem de dekolonisering niet vergeven. Het tweede presidentsmandaat won hij met 75% van de stemmen. Een unicum. In die tijd was hij een groot voorvechter van de toetreding van Portugal tot de EU en had hij te kampen met twee opvolgende provinciaal-kneuterige en cultuurloos-rechtse regeringen van zijn politieke tegenstander Ánibal Cavaco Silva (1985- ´95).

Na zijn presidentschap stond Soares aan het hoofd van verschillende (inter)nationale organisaties, zoals de Onafhankelijke Wereldcommissie voor de Oceanen en de Stichting Portugal-Afrika en van 1999 tot 2004 was hij afgevaardigde in het Europese Parlement. De verkiezing tot voorzitter daarvan verloor hij van Nicole Fontaine.
In 2005 stelde hij zich op 88jarige leeftijd - tot bijna ieders verbazing - nog eens kandidaat voor het presidentschap van Portugal. Cavaco Silva had er toen één mandaat opzitten. De algemene mening hierover is dat hij dit alleen deed om te voorkomen dat zijn partijgenoot en toenmalig premier José Socrates de officiële kandidaat van de socialisten, Manuel Alegre, zou moeten steunen. Soares en Alegre (voormalige vrienden en partijgenoten van het eerste uur) hadden in die tijd grote ideologische en persoonlijke geschillen, die gelukkig een paar jaar geleden werden bijgelegd. Gevolg was wel dat Cavaco Silva voor de tweede keer de presidentsverkiezingen won en de SP met lege handen stond.

2015 na een bezoek aan José Socrates in de gevangenis

In 2007 werd Mário Soares benoemd tot voorzitter van de Commissie voor Vrijheid van Religie en tot aan zijn dood was hij betrokken bij het International Ocean Institute. Uit de politiek had hij zich al enige tijd teruggetrokken, maar via interviews, waarin hij o.a. kenbaar maakte overtuigd te zijn van de onschuld van José Socrates met betrekking tot de aanklachten wegens corruptie en belastingontduiking en waarin hij zijn teleurstelling uitte over de ontwikkelingen van het `Project Europa´ en zijn ongenoegen met het mandaat van Hollande liet hij horen, dat hij nog steeds `alive and kicking´ was.

Op 13 december 2016 moest hij het opgeven. Mário Soares werd opgenomen in het ziekenhuis en raakte in een coma, waaruit hij tot zijn overlijden op 7 januari niet meer ontwaakte. Op dezelfde dag werd een periode van drie dagen van nationale rouw afgekondigd. Na zijn crematie werd afgelopen dinsdag een baar met zijn as per auto, met paarden en op de schouders langs verschillende, voor hem, belangrijke punten in Lissabon gevoerd (Ik moest even denken aan Fidel Castro), zoals zijn huis, het Colégio Moderno en de parlementsgebouwen, waarna hij werd opgebaard in de refter van het klooster dos Jerónimos aan de Taag. Duizenden mensen stonden langs de afscheidsroute. Er werden rode anjers op de baar geworpen en je hoorde `Soares é fixe´, Soares is koel. Natuurlijk waren er talloze toespraken van talloze hoge heren, elegieën en ceremoniële geweerschoten en de baar werd bezocht door vele buitenlandse politici en (ex)leiders. Maar het meest ontroerende was toch die invalide vrouw die vanaf  ´s morgens vroeg in het winderige Belém stond te wachten om haar rode anjer op de baar te mogen werpen.      


file voor het afscheid in Jerónimos
 
             

  

donderdag 5 januari 2017

Bijzonder Portugees 35. Janeiras

Als je Portugal een beetje kent, weet je dat het een land is van tradities en niet in het minst van muzikale: de fado, `de cantares alentejanos´, de liedjes ter gelegenheid van de `magusto´, het kastanjefeest en alle lokale volksmuziek waarop gedanst en gezongen wordt. Een Portugees zingt meer in een jaar dan de gemiddelde Nederlander in zijn hele leven. Maar kende je de `Janeiras´ al, de liederen die ter gelegenheid van het nieuwe jaar gezongen worden in vriendenclubs, op scholen in `tunas´, muziekverenigingen en allerlei ander groepsverband? Het is een oude traditie, die niet alleen in ere wordt gehouden, maar waaraan de laatste jaren zelfs steeds meer mensen lijken mee te doen.

 
1 januari 2017, Fandinhães
 

`As Janeiras´, wat zoiets als de `januarigiften´ betekent, werden in vroeger tijden door groepen arme (land)arbeiders ( wat je in Portugal - en grote delen van Europa - tot nog maar kort geleden een pleonasme zou kunnen noemen) aan de poorten van de adel en de rijkere boeren gezongen. Met deze eenvoudige liederen (vergelijk met die van het Nederlandse Sint Maarten) werd het nieuws van de geboorte van het kerstkind aangekondigd en iedereen een goed nieuw jaar gewenst. De bedoeling was natuurlijk om de restjes van de kerstmaaltijd van fortuinlijker dorps- en stadsgenoten af te bietsen.
Hoewel de adel bij die bedelzangen beslist niet werden overgeslagen, waren er toch veel `Janeiras´ waarvan de tekst op het volgende neerkwam (bron Wikipédia):

`As Janeiras não se cantam           ´De Janeiras zing je niet
Não se cantam as fidalgos                Nee, die zing je niet voor de heren van adel
Cantam-se aos lavradores                Je zingt ze voor de boeren
que são homens mais honrados´    Dat zijn eervoller mannen´ 

(omstreeks 1900, Vila Real) 

Een kleine wraakneming voor weer een jaar van honger, vernederingen en ander armenleed?


Er wordt wel geopperd dat het zingen van de `Janeiras´ en het ophalen van van giften aan de deuren van de rijken is voortgekomen uit voor-christelijke nieuwjaarsriten waarin de goden om een goede oogst werd verzocht. Maar daar is geen wetenschappelijk grondslag voor.

Volgens de traditie vormen vrienden of buren groepen, die - nadat de liedteksten zijn uitgedeeld, de huizen in de buurt bezoeken. Soms wordt er gezongen met begeleiding van folkloristische instrumenten zoals `bombos´ (trommels), `pandeiretas´ (tamboerijnen), fluiten of gitaren. Je kunt het zo mooi maken als je zelf wilt. Als de groep uitgezongen is, wacht men tot de huiseigenaar de `Janeiras´ komt brengen. Traditioneel zijn o.a. dit kastanjes, noten, appelen, chouriço en morcela (Portugese worst), maar tegenwoordig geeft men voornamelijk chocolade en geld (om wijn van te kopen).

                                          https://www.youtube.com/watch?v=ur-EeoruGsc

De giften worden na afloop onder de zangers verdeeld, of men zet zich aan een gemeenschappelijke dis.
Vroeger werden de `Janeiras´ tussen kerstmis en het driekoningenfeest gezongen. Tegenwoordig zingt men de `Janeiras´ in de hele maand januari, buiten, in gemeentelijke auditoria en clubhuizen, maar vooral ook op scholen. Toen mijn zoontje een jaar in Marco de Canaveses op school zat, kregen mijn vrouw en ik een uitnodiging om de `Janeiras´ te komen beluisteren. Alle kinderen waren op het schoolplein verzameld en stonden uit volle borst `Boas festas, boas festas´ (prettige feestdagen) te zingen. Ik verstond `bolos secos´, wat droge taarten - misschien overgebleven van de kerstmaal? - betekent. Dat werd een familiegrap.

                                         https://www.youtube.com/watch?v=U0Fooilq4qc
                                                       `Natal dos simples´, José Afonso

De beroemdste `Janeiras´ zijn van de hand van de legendarische Portugese zanger en componist José Afonso (1929-1987): `Natal dos simples´ (Kerst van de gewone man), beter bekend als `Vamos cantar as janeiras´ (Laten we de `Janeiras´ gaan zingen), dat - hoewel geen traditioneel Portugees lied - bijna iedereen kent en niet vaak op de `Janeirasplaylist´ ontbreekt.
 

 

 

 

woensdag 28 december 2016

Bijzonder Portugees 34. Mis van de haan

Kerstmis 2016 in Noord-Portugal. Koude wind met mistvlagen. Maar af en toe breekt de zon  daar doorheen en laat de goudgekleurde eikenbladeren bijna oogverblindend schitteren. Prachtig weer voor een boswandeling, maar ´s avonds, na het kerstmaal lekker voor de houtkachel met een pas uitgepakt boek - op kerstavond komt de kerstman langs - met een half oog op de televisiefilm waar mijn zoontje naar kijkt. Lekker lui, even niets. Stel je voor dat je over een uurtje - zoals een groot deel van de katholieke Portugezen - nog naar de nachtmis moet... 

 


De Kerstnachtmis, vind je in bijna alle landen met een rooms katholieke traditie. In Portugal wordt deze nachtmis, die op 24 december precies om middernacht begint, het tijdstip waarop - volgens katholiek gebruik- het kindje Jezus wordt geboren, `Missa do Galo´, Mis van de Haan, genoemd. Volgens de overlevering heet die zo, omdat alleen in de nacht van 24 op 25 december de hanen om middernacht kraaien. Maar het ligt meer voor de hand dat de naam slaat op het luiden van de kerkklokken om de gelovigen tot de mis te noden (en de hanen wakker te maken). Een meer humoristische verklaring zegt dat de nachtmis zo lang duurt, dat hij pas afgelopen is als de hanen de dageraad aankondigen.

Omdat de `Missa do Galo´ om middernacht werd gevierd, ontstond in Portugal de traditie om met brandende kaarsen in de hand ter misse te gaan, niet zozeer vanwege de symboliek als wel omdat de wegen ´s nachts onverlicht waren, zeker toen er nog geen elektriciteit was. Hieruit ontstond de traditie om in middernachtelijke kaarsenprocessie ter kerke te trekken. En, hoewel er tegenwoordig in heel Portugal straatverlichting is, wordt deze traditie in sommige dorpen in het binnenland nog steeds in ere gehouden.
Er bestaat zelfs een legende over deze kaarsenprocessie:


`Een jonge herder was op de dag voor kerstmis de hele dag met zijn schapen in het veld. Vlak voor de avond viel, raakte er een zoek en omdat hij niet met een schaap minder thuis wilde komen, bleef hij in het donker zoeken tot hij het dier vond.
Inmiddels was het zo laat geworden dat hij het luiden van de kerkklokken voor de `Missa do Galo´ had gemist en zonder het geluid van die klokken, slaagde hij er niet in om in het donker de weg naar huis te vinden. Hij overgeleverd aan de wolven, de decemberkou en wat de nacht nog meer voor gevaren voor hem in petto had.

Net toen hij de moed had opgegeven om het pad nog terug te vinden, zag hij in de verte een lange processie van lichtjes in de nacht langstrekken. Het was de bevolking van zijn hele dorp, die de nachtmis had onderbroken. Men had de kaarsen van de kerk genomen en was naar hem op zoek gegaan. Toen de jonge herder was gevonden, keerde de hele processie terug naar de kerk en werd de mis hervat.
En sinds die dag werd het gewoonte om met een aangestoken kaars naar de `Missa de Galo´ te lopen, opdat niemand zou verdwalen in de kerstnacht.´


Een andere kersttraditie, die je nog in de `Beiras´ (Alta, Baixa en Litoral) - oude provincienamen voor een groot gebied in Midden-Portugal - vindt, is het maken en aanhouden van enorme vuren op de dorpspleinen, die `Madeiros´ of ´Fogueiros do Natal´ worden genoemd. Een heidens gebruik - met Keltische wortels - ter ere van de zonnewende, dat de katholieke kerk niet heeft kunnen uitroeien en daarom maar adopteerde met een kleine aanpassing van het kerstverhaal:

`Eenmaal aangekomen bij de stal waar Jezus was geboren, verbaasden de herders zich over de armoedigheid van de plek waar de `Zoon van God´ was geboren en over zijn gebrek aan kleding. Ze legden daarom een groot vuur aan voor het optrekje. Om alle mensen te waarschuwen dat Jezus was geboren en de weg voor pelgrims te verlichten, werd daarna een keten van vuren op de pleinen van de dorpen aangestoken.´


De traditie van de `Madeiros´ begint met het verzamelen van brandhout, dat, ergens in het begin van december, ´s nachts door de mannen in de bossen of bergen buiten het dorp wordt gekapt. De volgende dag gebruikt men een ossenkar, die volgens de traditie gestolen moet worden (met oogluikend medeweten van de eigenaar natuurlijk), om het brandhout te vervoeren. Die kar wordt eerst door de vrouwen versierd met de bloemen en bloesemtakken van het seizoen en daarna wordt hij met hulp van de dorpsbevolking naar het centrum getrokken. Op de avond van 24 december wordt het vuur in het bijzijn van het hele dorp aangestoken en na de `Missa do Galo´ verzamelt men zich daar opnieuw om te feesten en kerstliederen te zingen.
In veel dorpen wordt het vuur - ononderbroken - brandend gehouden tot het Driekoningenfeest.



De Portugeest wenst de lezers alvast een daverend uiteinde en een fantastisch nieuw jaar.    

 
 







woensdag 21 december 2016

Stad en land 17. Buurtschap in het binnenland

 

ode aan Martin Bril

 

Fandinhães

Het is niet eens een dorp. Een `lugar´, plek, wordt Fandinhães in het Portugees genoemd. Gehucht of buurtschap zouden we in Nederland zeggen. Het maakt deel uit van Paços de Gaiolo, waarvan de dorpskern 6 kilometer zuidelijker en ruim 400 meter lager, aan de oever van de Douro ligt.

Als je vanaf Marco de Canaveses de CM1280 richting `Barragem de Carrapatelo´ neemt, kom je er vanzelf langs. Maar sinds drie jaar is het nog eenvoudiger: Je hoeft alleen maar de grote bruine borden `Capela de Fandinhães´ te volgen, om bij het gehucht aan te komen. De kapel, aan de linkerkant van de weg, eigenlijk niet meer dan een achterbeuk van de Romaanse Sint Martinuskerk die hier ooit gestaan heeft, is opgenomen in de `Rota de Românico´, een autoroute die langs de vele Romaanse bouwwerken in de omgeving voert. Volgens de legende, werd de kerk in een nacht afgebroken door `die van Paços´, de stenen gestolen om er hun eigen parochiekerk mee op te bouwen.


Aan de overkant van de weg wijst een klein bordje `wc´, vastgemaakt aan een straatnaampaal, in de richting van de school en soms - lokale humor - in de richting van de kapel. Nadat die in 2012 tot monument was verklaard, werd door de gemeente de bouw van toiletten voor de bezoekers beloofd. Dat was vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen...

De basisschool, schuin tegenover de kapel, is al meer dan tien jaar gesloten. Er zijn bijna geen kinderen meer in Fandinhães. Een keer per jaar, tijdens het laatste weekend van mei, worden de ramen gelapt en gaat de deur open om de toiletten te gebruiken tijdens het buurtfeest met de processie ter ere van `Onze Lieve Vrouwe van de Bevrijding´. De gemeente heeft al geprobeerd het gebouwtje te verkopen, maar niemand wil het hebben. 
Bij de mooie nieuwe bushalte - graniet en glas - voor de haarspeld in de straatweg, stopt twee keer per dag een schoolbus die naar de scholengemeenschap in Sande gaat. Halen en brengen. Meer openbaar vervoer is er niet. Als je hier geen auto of brommer hebt, ben je aangewezen op burenhulp of een taxi.



Om vanaf de kapel in het `centrum´ van Fandinhães te komen kun je twee kanten op. Ik sla de Rua de S. Martinho de Fandinhães in, een nieuwe klinkerweg in die door een verlaten gebied van maquis en eucalyptusbossen helemaal naar Piares en Sande leidt. De kleinste zijweggetjes hebben hier - nog bijna nieuwe - naambordjes, maar voor bestrating is geen geld: Rua das Fragas, een onooglijk paadje dat - inderdaad - langs een paar steile rotsblokken voert.

Tegenover het huis in de bocht, waar een aangelijnde hond zichzelf bijna wurgt om van zo dichtbij mogelijk naar me te blaffen, sla ik linksaf, de holle Caminho do Valado (Pad van het Landgoed) in, Rechts een vervallen stenen muur met klimop, beneden modderige eenden naast een stapel geteerde steigerdelen, verderop een boerderij met daarvoor een met de zon meebewegend zonnepaneel op een dikke betonnen paal.
Links houten deuren en poorten in eeuwenoude stenen gebouwen, de helft zonder dak, boven het pad op de rotswand. Ik hoor geritsel en gedempte stemmen. Halverwege het pad zijn in de rotswand twee ondiepe grotjes uitgehakt: Overdekte stallingen voor ossenkarren. Eén staat er nog, met een kreupel wiel. De andere is een paar jaar geleden verdwenen. Gestolen?


Langs de ruïne van een granieten woonhuis waarin tegenwoordig een boom woont, nog even steil omlaag over altijd natte, gladde stenen, bereik ik het Largo da Vaza (Plein van de Kaartslag) waarop zelfs een paar auto's staan. Als je dat oversteekt en - ik moet me bukken - onder een poort van blauwe regen en ander klimgewas door gaat sta je voor het enige winkeltje dat Fandinhães rijk is. De openingstijden wisselen met het seizoen en zelfs dan zijn ze nog afhankelijk van het werk dat de eigenaar en zijn vrouw in hun moestuin, een halve kilometer verderop, hebben. Maar ´s morgens vroeg, na de lunch en ´s avonds voor zeven uur kun je proberen er te kopen wat je nodig hebt: Mengsmering voor de motormaaier bijvoorbeeld, een zaagblad of een kilo kunstmest, die op dezelfde weegschaal wordt gewogen als de sinaasappels en de kool. Een halve kip uit de vriezer.


In het halfduister van de `taska´ schud ik handen met de vaste klanten. Ze komen voor de koffie, die F. uit de veertig jaar oude espresso-machine weet te wringen, Het zwarte bocht smaakt rauw en aangebrand, maar het gaat natuurlijk om de borrel erbij. Eigengestookte aguardente waarvan je een pisgril krijgt.
Het gesprek in zwaar dialect is moeilijk te volgen. Het gaat over uien, aardappels, druiven en meeldauw. Een paar roddels en een schuine grap er tussendoor. De kleinzoon van donna M. verschijnt in de deuropening om de elektriciteitsrekening voor de oude dame te betalen. Hij moet nog een keer terug om meer geld te halen: Die van de vorige maand staat ook nog open. F. en zijn vrouw verzorgen de betaling van rekeningen voor dorpsgenoten die geen bankrekening hebben. Hoe moet dat straks als ze ermee stoppen? Beiden zijn al in de zeventig en er is geen opvolger.


Als ik weer in het zonlicht sta, besluit ik over de Rua de Fandinhães, via de zuidkant van het gehucht, terug te naar de kapel te lopen. De straat die met een flauwe bocht naar de straatweg loopt, lijkt nog het meeste op een oude dijkweg. Hoge huizen aan de linkerkant, steil omlaag aan de andere kant. Weiland, moestuinen en verspreid staande huizen. Twee meisjes in dezelfde jurkjes schommelen en zien me niet. Tweelingen.

Je hoort hier bijna alleen vrouwenstemmen. Door de week zijn er - op gepensioneerden en afgekeurden na - geen mannen te vinden in Fandinhães. Die werken in de bouw in Spanje of Frankrijk. Van het land alleen valt niet te leven. Daarvoor zijn grond en klimaat te weerbarstig. De vrouwen hebben hier de broek aan. Ze weiden het vee, verzorgen de moestuin en timmeren zo nodig een hek.


De Rua de Fandinhães eindigt in de punt van de scherpe haarspeld in de straatweg. Met veel getoeter komt net de bakker langs. Nou ja, een van de drie bakkers. Het dorp wordt over de weg gevoed. Auto's met vis, kippen die je zelf moet onthoofden, of koolplantjes voor de moestuin. Soms een rijdende bazaar met werkschoenen, onderbroekenelastiek en - illegale - onkruidverdelger. Maar het grootste spektakel komt vrijdagmorgen om een uur of elf langs: de auto met rantsoenen voor de kippen, schapen en varkens. De handelaar houdt van luide pimbamuziek, die de loslopende honden van T. - meer dan tien - helemaal gek maakt. Ze rennen  happend en gillend achter het vrachtwagentje aan. En dan kan het koor van kettinghonden natuurlijk niet achterblijven.



donderdag 15 december 2016

Bijzonder Portugees 31. Centro de Saúde

Vorige week moest ik even bij onze familie-arts in het `centro de saúde´ (spreek uit sa-óe-de) in Vila Nova de Gaia langs om een paar check-uponderzoekjes te bespreken. De tent zat vol met een snotterende en hoestende menigte en het duurde - ondanks mijn afspraak - wel even voordat ik aan de beurt was. Tijd genoeg om te bedenken dat ik nog nooit iets over de Portugese gezondheidszorg (Serviço Nacional de Saúde SNS) heb geschreven Nu ik net als de helft van het Portugese volk de griep heb, of iets wat daar in de volksmond voor doorgaat, lijkt het me een goed moment om - tussen hoestbuien en schoonheidsslaapjes door - daar eens wat over te vertellen, want de SNS wijkt sterk af van het Nederlandse stelsel van zorgverzekering en gezondheidszorg.

 

Tot aan de Anjerrevolutie in 1974 lag de (financiële) verantwoordelijkheid voor gezondheidszorg bij de familie, particuliere organisaties - vaak religieuze - en een - niet erg toegankelijke - sociaal-medische dienst.
Medische kosten moesten vaak uit eigen zak betaald worden en als die zak leeg was, moest je maar heel hard bidden dat je met de hulp van `hogere instanties´ beter werd. Wel was er vanaf 1964 voor ambtenaren de ADSE, niet echt een verzekering, maar een regeling die een substantiële korting geeft op medische zorg en waarvoor door de deelnemers een percentage van het maandsalaris wordt afgedragen. Deze regeling bestaat nog steeds.


In de nieuwe grondwet van 1976 werd de volgende tekst opgenomen: "Iedereen heeft het recht op bescherming van de gezondheid en de plicht om die te verdedigen en te bevorderen"
Nadat de politieke situatie een beetje tot rust was gekomen, brak de tijd aan om die mooie woorden in daden om te zetten en zo werd in 1979 de `Serviço Nacional de Saúde´, de Nationale Gezondheidszorg, op de rails gezet.
In Portugal werd gekozen voor een door de Staat georganiseerde en met belastinggeld betaalde - gratis - gezondheidszorg voor iedereen. 

De eerstelijns gezondheidszorg werd georganiseerd in de zogenaamde `Centros de Saúde´, die je kunt zien als een combinatie van een bureau voor wijkzorg en een huisartsengroepspraktijk. Deze `gezondheidscentra´ moeten als paddenstoelen uit de grond zijn gerezen, want toen ik in 1979 voor het eerst met een groep vrienden Portugal bezocht, zagen wij overal al de bordjes `Centro de Saúde´. Wij dachten dat het instellingen voor sportieve recreatie (met spa?) waren en vonden - op verkeerde gronden - Portugal een erg vooruitstrevend land.

wachtruimte centro de saúde

In het `Centro de Saúde´ kun je terecht voor verpleeghulp en bezoek aan een arts, op afspraak of, als je iets urgents hebt, op de bonnefooi (maar dan moet je wel lang wachten voordat je geholpen wordt). In het laatste decennium streeft het Ministerie voor Gezondheidszorg ernaar dat iedereen zijn eigen `familiearts´ krijgt: Minder anoniem en efficiënter, ook als `doorverwijsfilter´. Hoewel wij er gelukkig wel een hebben is dat doel nog lang niet gehaald. Voor een artsenbezoek moet je tegenwoordig een eigen bijdrage van 4,50 € betalen. Mensen met een minimuminkomen zijn daarvan  `isento´, vrijgesteld.

In het `Centro de Saúde´ is (nog, maar daar komt nu verandering in) geen diagnostische apparatuur of laboratorium aanwezig. Tijdens het consult geeft de arts je ondertekende doorverwijsbrieven voor onderzoek bij een - zelf te kiezen - particuliere instelling. Dat onderzoek is gesubsidieerd, maar een klein deel moet je zelf betalen. Je kun ook voor onderzoek of opname worden doorverwezen naar een ziekenhuis.
De familiearts verstrekt recepten voor - gedeeltelijk - gesubsidieerde geneesmiddelen. 

Eerste hulp van een ziekenhuis..

Omdat de `Centros de Saúde´ eigenlijk niet goed zijn ingericht voor urgente problemen, kiezen veel mensen ervoor om naar de eerste hulp, `Urgência´ van het dichtstbijzijnde ziekenhuis te gaan. Vooral in de winter, tijdens griepperioden veroorzaakt dat enorme opstoppingen en wachttijden van vele uren. Na een eerste, snelle beoordeling krijg je een gekleurd bandje om je arm dat aangeeft hoe urgent jouw geval is. Dat wordt niet altijd helemaal juist beoordeeld en dan gebeuren er wel eens ongelukken: Een paar jaar geleden overleden er zelfs een paar mensen in de overvolle wachtruimten van de eerste hulp tijdens een griepepidemie.
Voor een consult bij de `urgência´ van een ziekenhuis betaal je 14 € tot 18 €, maar er is een grote groep (gedeeltelijk) vrijgestelden, waaronder mensen met een minimuminkomen, zwangere vrouwen, brandweerlieden en (bloed)donors.

in de winter

Naast de publieke gezondheidszorg in Portugal, is er ook nog een netwerk van particuliere ziekenhuizen, artsen en gespecialiseerde klinieken, bijvoorbeeld voor plastische chirurgie of de geboorte. Om die te betalen, kun je bij verschillende verzekeringsmaatschappijen particuliere ziektekostenverzekeringen afsluiten, maar die zijn erg duur, sluiten vaak allerlei zaken uit en... de verzekeraars doen schaamteloos aan leeftijdsdiscriminatie. Toen ik in 2001 in Portugal ging wonen had ik zo'n verzekering voor een redelijke prijs, maar die was na het passeren van m´n 50e niet meer te betalen. Dus houd ik het tegenwoordig maar op de publieke gezondheidszorg. Je moet wat langer wachten en de wacht- en onderzoeksruimten zien er vaak een beetje afgetrapt uit, maar de artsen en het verplegend personeel zijn kundig en - tegenwoordig - zelfs beleefd. En daar gaat het tenslotte toch om.